16 augustus 2017

Zeeman Rutgerus van Dongen bleef in 1777 op zee

Rutgerus van Dongen was een zoon van Ruchus van Dongen uit Oosterhout en Anna Keer uit Arnhem, die in Rotterdam zijn getrouwd op 7-12-1749. Rutgerus werd op 16-8-1652 in Rotterdam R.K. gedoopt met daarbij als getuigen Digmus Ottiens en Petronella van Dongen. Zijn oudere broer Jacobus was op 18-12-1750 in Rotterdam gedoopt met als getuigen Jacob van Dongen en Elisabeta van Dongen. Rutgerus’ moeder, Anna Keer, werd begraven op 29-6-1774 in Rotterdam en liet 2 meerderjarige en 1 minderjarig kind na.

Soldaat Rutgerus van Dongen voer op 12-10-1767 vanaf het eiland Goeree uit op het schip “Pauw” voor de kamer van Delft. Er waren 190 zeelieden, 12 ambachtslieden en 78 soldaten aan boord. De kapitein was Gerrit Harmeyer. De “Pauw” was een nieuw schip, gebouwd op de V.O.C.-werf in Delfhaven met een lengte van 140 voet en een laadvermogen van 850 ton.
Het schip deed Kaap de Goede Hoop aan van 8 tot 22 maart 1768 en kwam op 8 juni aan in Batavia, waarna het doorvoer naar China. De Pauw vertrok weer vanuit China op 25-12-1768, deed de Kaap aan van 21 maart tot 3 april en kwam op het eiland Goeree aan op 16-7-1769.

Batavia is de oude naam voor Jakarta in Indonesië

Op 6-4-1775 scheepte Rutgerus van Dongen als matroos in op het schip “Jonge Hellingman” voor de kamer van Rotterdam. Dit schip met kapitein Pieter Verkerk had ook een laadvermogen van 850 ton en een lengte van 140 voet. Aan boord waren 131 zeelieden, 15 ambachtslieden en 102 soldaten. Het schip deed de kaap aan van 16 juli tot 6 augustus en kwam in Batavia aan op 17 oktober.
Na een verblijf van een jaar in Azië monsterde Rutgerus op 30-10-1777 in Batavia aan op een schip met de naam “Vrijheid” voor de kamer van Amsterdam. Het schip vervoerde enkele veroordeelde gevangenen, 6 soldaten, 3 werkmannen en 111 zeelieden. Tijdens de zeereis naar Kaap de Goede Hoop is Rutgerus overleden op 14-11-1777.

Rochus van Dongen, weduwnaar van Oosterhout, hertrouwde op 18-2-1776 in Rotterdam met Margareta Gieltjes, jongedochter uit Kleef (Kleve) in Duitsland. Rochus van Dongen is overleden op 10-11-1798 en begraven op de 13e in Rotterdam. Zijn weduwe, Margaretha Gieltjes, is overleden op 21-1-1808 en begraven op de 23e in Rotterdam.

Bronnen: rotterdam.digitalestamboom.nlV.O.C. opvarenden bij het nationaal archiefhuygens.knaw.

7 augustus 2017

Aren Nagtegaal uit Dirksland werd 90 jaar oud

Toen hij op 7-8-1927 in Melissant is overleden, was Aren Nagtegaal 90 jaar oud. Op dat moment was hij al 29 jaar weduwnaar van Elizabeth Bakker, die was overleden op 29-7-1898 in Dirksland. Zij waren getrouwd op 29-4-1863 in Dirksland. Daar hadden zij een aantal kinderen gekregen, waaronder een dochter Dina Nagtegaal (1865-1932), die in 1891 was getrouwd met Jan Stolk (1865-1956), die eveneens de leeftijd van 90 jaar zou bereiken. 

Aren's echtgenote, Elizabeth Bakker, was geboren op 20-4-1838 in Dirksland als dochter van Jan Bakker (1810-1851) en Annetje Noorman (1811-1853). Doordat haar beide ouders níet oud werden, werd zij op haar 14e al wees. 
Zelf was Aren Nagtegaal geboren op 11-11-1836 in Dirksland als zoon van Steven Nagtegaal (1805-1876) en diens eerste vrouw, Dingena Struik (1806-1841). Zijn moeder was overleden toen Aren net 5 jaar oud was. Zo'n anderhalf jaar later is zijn vader hertrouwd met Jannetje van der Herp (1821-1906). Bij zijn beide huwelijken erkende Steven Nagtegaal een voor het huwelijk geboren kind. 

Deze familie Nagtegaal, de voorouders van Aren, woonde ook in de 18e eeuw al in Dirksland. 

De Voorstraat in Dirksland, getekend door Rien Poortvliet.

3 augustus 2017

Robbert Jacobsz Valk in Dalem

De meeste ervaring heb ik met onderzoek in Zuid-Holland en Noord-Brabant, omdat daar de meeste van mijn voorouders vandaan komen. Wanneer ik maar ver genoeg terug ga, kom ik natuurlijk zo af en toe een voorouder tegen die van elders komt en dan denk ik al gauw "oei, moeilijk". Bij voorouders uit Dalem (tot 1986 gelegen in Gelderland) bleek onderzoek juist vrij simpel, omdat de doop en trouw gegevens bij zoekakten.nl bleken te zijn geïndexeerd.

Doopinschrijving in Arkel

Robbert Jacobsz Valk uit Spijk trouwde op 20-10-1680 in Dalem met Neeske Caspers Snoeck uit Dalem. Behalve hun al bekende kinderen vond ik nog een doop van Robbert Jacobse en Neeske, wonend in Dalum, op 13-7-1704 in Arkel. 

Robbert Valk hertrouwde op 9-11-1710 in Dalem met Lena Claessen Mol uit 's-Gravendeel.

Op 9-11-1710 in Dalem is Robbert hertrouwd met Lena Claessen Mol, een jongedochter uit 's-Gravendeel. Daarna is Robbert met zijn gezin naar 's-Gravendeel verhuisd. Daar overlijdt in 1714 nog een Teunis Valk, "quartiermeester op ’s lands in de Kille", met een zoon Willem, mogelijk een familielid van Robbert. Robbert had op 5-9-1700 in Dalem ook een zoon met de naam Theunis laten dopen. Robbert's tweede vrouw, Lena Mol, is echter kinderloos en als weduwe overleden. Voor het recht van begraven betaalde haar zus Arijaentje Klaesse de som van 3 gulden. 

31 juli 2017

Gerrit Louwen Brand (1703-1742) overleed aan de pokken

Meestal wordt er geen reden van overlijden vermeld bij een begraafinschrijving, maar soms gelukkig wèl. Zo heerste er in 1742 een pokkenepidemie, die een aan mij verwant gezin trof. 

Gerrit Louwen Brand was gedoopt op 18-11-1703 in Ottoland als zoon van Laurens Gerritsz Brand en Maria Cornelis van der Wal. Gerrit woonde in Gijbeland, toen hij op 18-3-1728 in Brandwijk trouwde met Neeltje Goosen Nieuwpoort. Zij is een dochter van mijn voorouder Goosen Jacobsz. van de Nieuwpoort (±1642-±1707). Neeltje's moeder, Adriana Ariens, was als weduwe in 1708 hertrouwd met Cornelis Ariensz Blokland en had kinderen uit haar beide huwelijk. 

Gerrit Brand en Neeltje Nieuwpoort lieten 2 dochters dopen in Brandwijk: Adriana op 4-12-1728 en Marijtje op 29-1-1730. Neeltje Nieuwpoort, in haar leven huisvrouw van Gerrit Louwen Brandt, is vervolgens op 12-4-1742 in Brandwijk begraven met het beste kleed. Drie maanden later, op 31-7-1742, werd Gerrit zelf begraven in het beste kleed. Daarbij wordt vermeld dat hij aan de pokken is gestorven. 

Gerrit Louwen Brand is aan de pokken gestorven in juli 1742

Het begraafboek van Brandwijk vermeldt een maand later dat een kind van Gerrit Louwen Brand aan de pokken is gestorven. Aangezien Gerrit's oudste dochter Adriana Brand (1728-1789) op 3-2-1760 in Brandwijk trouwde met Cornelis Dirkse Stolk (1737-1817), moet het de jongste dochter, Marijtje zijn geweest, die dan op 12-jarige leeftijd aan de pokken is overleden. 

Een kind van Gerrit Louwen Brand is in augustus 1742 ten gevolge van de pokken overleden..

Pokken kwamen vroeger epidemisch voor en maakten grote aantallen slachtoffers in zowel de middeleeuwen als daarna. Rond de 30% van de besmette personen overleed aan de pokken. De ziekte werd gekenmerkt door hoge koorts en grote aantallen blaasjes op de huid, vooral op de ledematen.  

16 juli 2017

Het buitenechtelijke kind van Antonia de Jong (1834-98)

Op 18-1-1857 rond 9 uur 's morgens in 's-Grevelduin-Capelle beviel de 22-jarige dienstmeid Antonia de Jong van een gelijknamige dochter met hulp van de Capelse verloskundige Ahasuerus de Rooij (1833-1907). De aangifte op de 20e werd gedaan door de verloskundige en ook Antonia's oom Johannes de Jong (1814-1869) was bij de aangifte aanwezig. 

Het kerkgebouw van
's-Grevelduin-Capelle
Antonia de Jong sr. was zelf geboren op 16-5-1834 in 's-Grevelduin-Capelle als tweede kind en oudste dochter van mijn voorouders Adriaan de Jong (1804-1857) en Maria Rosenbrand (1808-1882). Haar jongste broertje, de als peuter gestorven Willem, was in 1853 geboren, toen Antonia al 19 was. Met haar zuster Johanna (1835-1901) scheelde Antonia echter maar 9 maanden in leeftijd.

Volgens de gezinskaarten was Antonia vanaf mei 1854 als interne dienstmeid werkzaam geweest bij het gezin van rijksontvanger Emilius Christoffel Hendrik Phaff (1803-1879) en diens tweede vrouw Johanna Gerharda Dankaarts (1806-1877). Tot het gezin behoorden twee zoontjes uit Emilius' tweede huwelijk, geboren respectievelijk in 1850 en 1852, en uit Emilius' eerste huwelijk een dochter en ook nog een zoon genaamd Emilius Maurist Adrianus Willem Phaff (1873), die op 5-5-1839 in Oirschot was geboren. Verder was Adrianus van Wijk uit Dussen vanaf 1-5-1855 tot 2-12-1856 als secretaris in dienst bij het gezin. In die tussentijd is hij op 9-8-1856 in Almkerk getrouwd. Er waren in 1856 dus 3 mannen in huis die mogelijk de vader van Antonia jr. zouden kunnen zijn: Emilius Phaff sr. en jr. en Adrianus van Wijk. 

Acte van overlijden van Antonia de Jong, 3 maanden oud.

Antonia de Jong jr. werd slechts 3 maanden en 6 dagen oud. Haar overlijden op 24-4-1857 rond 19:00 uur werd op de 26e aangegeven door Antonia's ooms Gerrit de Jong (1809-1890), veldwachter, en Johannes de Jong (1814-1869), arbeider. Het krijgen van een buitenechtelijk kind was een schande en het was waarschijnlijk mede daarom dat Antonia een dag na het overlijden van haar dochtertje naar Amsterdam vertrok. Daar werkte zij als dienstbode aan de Prinsengracht 681 en de Heerengracht 227.

Ondertussen trouwden Antonia's jongere zusters Johanna en Maria (1841-1917) resp. in 1858 en 1864. Op 25-5-1866 in Vrijhoeve-Capelle was het Antonia die trouwde met Arnoldus van Laarhoven. Arnoldus was 4 jaar jonger dan Antonia, want hij was in Vrijhoeve-Capelle geboren op 28-8-1838 als zoon van Johannes van Laarhoven en Cornelia Hoefnagel.

14 juli 2017

Gerrit Jillisse Vervoorn werd 96 jaar oud

Landbouwer Gerrit Vervoorn werd geboren op de 20e en gedoopt op de 22e april 1770 in Brakel als één van de 12 kinderen van Jillis Vervoorn en Adriaantje van Tongerlo. Gerrit trouwde op 16-10-1794 in Zuilichem met Helena van Wijk (1771-1826). Zij kregen de volgende kinderen: Elisabeth (1796-1831), Neeltje, Adriaantje, Hendrik (1806-26) en Jielis (1809-45). Jielis trouwde op 27-3-1829 in Brakel met Neeltje Matthijsse Vervoorn (1807-79) en kreeg 6 kinderen, waarvan 2 dochters de volwassen leeftijd bereikten. 
Gerrit Vervoorn was 55 jaar oud, toen zijn vrouw overleed, en toen hij 75 jaar oud was, had hij inmiddels al zijn kinderen overleefd. Tot op hoge leeftijd maakte hij lange wandelingen. Hij is op 96-jarige leeftijd overleden op 16-7-1866 in Brakel. 

Nieuwe Rotterdamsche Courant, 23-7-1866
Sources: RegionaalArchiefRivierenLand.nlWieWasWie.nlDelpher.nl.

Read this post in English here: Gerrit Jilisse Vervoorn reached the age of 96.

12 juli 2017

4 juli 2017

Martinus Abramsz de Sterke (†1735) uit Rotterdam

Martinus Abrams de Sterke en Lijsbet Pieters van der Heij lieten in de periode 1704-1707 in Rotterdam 3 kinderen dopen. De jongste, Lijsabeth, werd op 17-11-1707 gedoopt. Het gezin woonde toen in de Franckestraat.

Rotterdam
Een maand eerder, op 24-10-1707, was Martinus Abramsz de Sterke vanaf het eiland Goeree vertrokken voor de kamer van Delft als kwartiermeester op het spiegelretourschip “Vrijburg”. Martinus had de taak om de orde te handhaven tijdens het schaften en het ronddelen van warm eten. Als begunstigde van zijn verdiensten gaf hij zijn vrouw op: Lijsbet Pieters van der Heij.

Van 26-10-1707 tot 18-3-1708 deed de “Vrijburg” de haven van Portsmouth in het zuiden van Engeland aan, waar 18 mannen deserteerden. Het schip deed vervolgens Kaap de Goede Hoop in Zuid-Afrika aan van 24 juli tot 13 september 1708 en kwam op 2 december aan in Batavia (tegenwoordig Jakarta in Indonesië).

Een fluitschip
Martinus vertrok pas uit Azië, toen hij in Ceylon (tegenwoordig in Sri Lanka) op 22-12-1712 aanmonsterde op het fluitschip “Rijnestein”. Een fluitschip is schip met een vlakke bodem, een rond achterschip en 3 masten. De kaap werd ermee aangedaan van 17-2-1713 tot 10-4-1713 en Martinus keerde weer terug in Nederland op 22-8-1713. Ruim een jaar later, op 30-10-1714, liet hij een dochter Swaantje dopen in Rotterdam. Deze baby moest helaas op 19-12-1714 alweer worden begraven.

Martinus de Sterke is op 8-1-1735 in Rotterdam begraven. Zijn vrouw en 1 meerderjarig kind waren toen nog in leven en woonden in de Waterhondsteeg. Op 6 september van dat jaar trouwde dochter Lijsbeth de Sterke, als jongedochter van Rotterdam wonend in de Waterhondsteeg, met plaatsgenoot en weduwnaar Salomon Bouwman. Zij lieten kinderen dopen in Rotterdam, waaronder een zoon Marijnus op 20-4-1738. Lijsbeth is vervolgens als weduwe hertrouwd op 16-2-1751 in Rotterdam met de weduwnaar Otto Eekeloo uit Dordrecht.

26 juni 2017

De echtscheiding van Adrianus Kaptein (1797-1858)

Adrianus Kaptein werd geboren op 22-5-1797 in Numansdorp als oudste zoon uit het 2e huwelijk van Jacob Pietersz. Kaptein (1763-1834). Deze familie Kaptein, in vroegere eeuwen verschillend gespeld, bijvoorbeeld als Cappeteijn, stamt af van Heijman Jacosz. Capiteijn uit Maasdam, die ook "Boerin" werd genoemd. 

Adrianus Kaptein is op 6-12-1828 in Klaaswaal getrouwd met Huijgje van Hal, die aldaar op 5-8-1807 was geboren als dochter van Simon van Hal en Jannigje Boot. Zij kregen 3 kinderen: Leendert, Jacob en Simon (1834-1846). Huijgje is overleden op 29-3-1832 in Numansdorp, slechts 24 jaar oud. 
Adrianus Kaptein is op 16-5-1833 in Schiedam hertrouwd met de 23-jarige Catharina Eijkhout (1810-1868) uit Dussen. Zij is een dochter van Adriaan Eijkhout en Maria Stael. Hun oudste zoon Adrianus werd in 1834 in Schiedam geboren en is jong overleden. Daarna volgden in Dussen: Cornelia/Neeltje (1835-1879) en Adriaan Cornelis, die als baby is overleden in 1839. In Rotterdam werd in 1841 nog een Adrianus geboren, die eveneens als baby is overleden. 

Nieuwe Rotterdamsche Courant, 3-4-1852

Vervolgens heeft Adrianus Kaptein zijn tweede vrouw verlaten. Enige jaren later startte Catharina Eijkhout een gerechtelijke procedure voor een echtscheiding. In april 1852 werd een oproep gedaan om Adrianus Kaptein te vinden, omdat zijn toenmalige verblijfplaats onbekend was. Later bleek dat Adrianus was teruggekeerd naar de Hoeksche Waard.  

22 juni 2017

Antonie Conijn is op 22-6-1814 overleden aan tuberculose

Antonie Conijn is overleden op 22 juni 1814 in Edam. Hij is 46 jaar, 7 maanden en 11 dagen oud geworden. Hij overleed aan de gevolgen van longtuberculose. Besmetting met longtuberculose is het gevolg van het inademen van kleine vochtdeeltjes met daarin de bacteriën. Eenmaal in het lichaam nestelen deze zich in de longen en vermenigvuldigen zich. In de 19e eeuw was tuberculose een endemische ziekte in de westerse wereld, wat wil zeggen dat de ziekte hardnekkig bleef heersen. Tuberculose eiste jaarlijks meer dodelijke slachtoffers dan de toen optredende grote cholera- en pokkenepidemieën samen. De tuberkelbacil werd pas 1882 ontdekt. In 1946 werd Para-Amino Salicylzuur (PAS) en in 1952 Isonicotinezuur (INH) ontdekt, waarmee tuberculose uiteindelijk behandeld kon worden.

Opregte Haarlemsche Courant, 25-6-1814

12 juni 2017

Wegens sodomie de doodstraf voor Cornelis Wassenaar op 12-6-1730

Op 12 Juni 1730 werd Cornelis Wassenaar door Het Hof van Holland wegens sodomie "gecondemneerd om met de koorde gestraft, en immediaat daarna
deszelfs dood ligchaam op een kar geworpen
en in zee gesmeeten te worden".
 

8 juni 2017

Het opgehouden huwelijk van Bastiaan Jans Glesuur (1715-98)

Bastiaan Jans Glesuur werd gedoopt op 10-2-1715 in Charlois (nu in Rotterdam) als tweede zoon van Jan Jansen Lasuer en Pietertje Jacobs Parre (±1690-1773). Zijn vader was afkomstig uit “Gelekercke” en hun buitenlandse achternaam wordt op diverse verschillende wijzen gespeld.
Jan Jansen Lasuer is rond 1715 overleden, want op 7-3-1717 in Charlois hertrouwde Pietertje Parre met Jacobus Pluijmer (1695-1759) uit Strijen, die een zoon is van mijn voorouder Claas Jacobs Pluijmer. Zodoende kreeg Bastiaan Glesuur er in de periode 1718-1735 nog 8 halfzusjes en -broertjes, waarvan Ingetje, Alijda, Neeltje, Klaas en Jacob de volwassen leeftijd bereikten, net als Bastiaan's oudere broer Jan Jansen Glesuur (1713-95).

Bastiaan Jans Glesuur ging op 24-6-1735 in Charlois in ondertrouw met zijn plaatsgenote Lijsbeth Leenderts den Besten. Zij is een dochter van Leendert Dirckse den Besten en Willemtje Leenders van Luijck. De geboden voor hen huwelijk werden op 1 juli opgehouden door Cornelis Horeweg, bode van Charlois, uit naam van Jannetje Cornelis van Gelder[en] uit Pernis, die voorgaf een kind van Bastiaan Glesuur te hebben gekregen.
De ongehuwde Jannetje Cornelis van Gelderen (1714-78) was bevallen van een buitenechtelijk kind, dat zij op 13-1-1734 in Pernis had laten dopen met de naam Bastiaan. Zij hield vol dat Bastiaan Jans “Clasuur” de vader was. Daarom werd Bastiaan's voorgenomen huwelijk enige maanden opgehouden. Uiteindelijk gaf de substituut schout van Pernis toch toestemming om het huwelijk door te gaan. Zo is Bastiaan Glesuur op 30-10-1735 in Charlois alsnog met Lijsbet den Besten getrouwd.

De ondertrouw inschrijving van Bastiaan Glesuur in 1735 in Charlois.

31 mei 2017

De grote brand van Loon van 31-5-1737

Op 31 mei 1737 brak een grote brand uit in Loon op Zand. Het was erg droog weer en de krachtige wind stookte het vuur op. In minder dan een uur waren van de hele Noord- en Zuidzijde van de kerkstraat alleen nog nasmeulende puinhopen over. Het was "sulck eene groote erbarmenis, ellende en droefheydt om aen te sien"

Drossaart en schepenen veronderstelden dat, omdat zedert eenige jaeren herwaerts seer veel vagebonden en lantloopers cirmineelijck gestraft en met de doodt geexecuteerd sijn, der selven complicen tot een wraak wel mogten ondernomen hebben, soo als bevoorens daar wel dreijgementen sijn geschiet
Blussen met emmers water
Bronnen: De Brabantse Leeuw, 1985 & Website Brandweer Borger-Odoorn.

28 mei 2017

Jacob Smits raakte dronken te water in Schoonhoven op 28-5-1687

Op 29-5-1687 in Schoonhoven werd een schouw gedaan van het lichaam van Jacob Smits. Jacob was de avond ervoor flink beschonken. Onderweg was hij in de Nieuwe Singel gevallen. Bij de schouw wordt geconcludeerd dat hij was verdronken.
 


21 mei 2017

Jan Willems Soos trouwde 3 maal in Rotterdam

Johannes (Jan Willems) Soos is een zoon van Willem Jansz Soos en Aaltje Joosten Verhekel. Hij is gedoopt op 13-6-1700 in Rotterdam met Claes Willemse Port als getuige. Jan's moeder, Aaltje, is op 6-12-1705 in Rotterdam hertrouwd met Frans Willemsz. van der Heij, jongeman. Beiden woonden toen bij de de Roode Brug. 

Jan Soos woonde in Rotterdam
Jan Willems Soos trouwde 3 maal: 
1) op 21-5-1720 in Rotterdam met Annetje Ariens van der Buijk, nadat zij op 5-5-1720 in Rotterdam in ondertrouw zijn gegaan. Jan Willemsz Soos, jongeman, won. Groenendaal, en Annetje Ariens van der Buijk, jongedochter, won. Lombertstraat. Annetje is gedoopt op 5-5-1693 in Rotterdam als kind van Arij Leenderse Buck en Geertruij Jans inde Langelijnstraet met getuigen Jan Leenderse Buck en Cornelis Leenderse. Annetje is overleden omstreeks 1724, ongeveer 31 jaar oud.
2) op 27-11-1725 in Rotterdam met Pieternelletje Leenderts van Aerde, nadat zij op de 11e in Rotterdam in ondertrouw waren gegaan. Jan Willems Soos, wed. van Rotterdam, won. Haegseveer, en Pieternelletje Leenderts van Aerde, jongedochter van Rotterdam, won. Haegseveer. Pieternelletje Leenderts van Aarde was op 31-7-1731 in Rotterdam getuige bij de doop van Jan, zoon van Jan Gilhuijse sr. en Jannitie Jansz. Kragt, won. in de Zwaanesteeg. Jan Leenders van Aarde, jongeman van Rotterdam, won. Haagsefeer, trouwde op 10-4-1730 in Rotterdam met Pieternelletje Barens, jongedochter van Rotterdam, eveneens won. Haagsefeer. Jan van Aarden en Pieternel Baron, won. in de Kickersteeg, lieten op 24-9-1730 in Rotterdam een zoon Leendert dopen, waarbij Pieternel van Aarden getuige was. Pieternella van Aarden is begraven op 5-12-1740 in Rotterdam. 
3) op 11-4-1741 in Rotterdam met Johanna (Anna Jans) Eijckhout, 31 of 32 jaar oud, nadat zij op 26-3-1741 in Rotterdam in ondertrouw zijn gegaan; Jan Willemse Soos, weduwnaar van Rotterdam, won. Kikkersteeg, met Anna Eijkhout, weduwe van Rotterdam, wonend Aan de Delfse Poort. Anna Jans is een dochter van Jan Jans Eijckhout en Lijsbet Robberts Ros, wonend in de Peperstraet. Anna is gedoopt op 11-8-1709 in Rotterdam met getuige Gieltie Jans van der Hoeve, de vrouw van Claes Janse Eijckhout. Anna Jans was weduwe van Philip Philippesse (Flip Flipse) Monne/Monij (±1708-1739) met wie zij op 12-11-1726 in Rotterdam was getrouwd en enkele kinderen had. Een Anna Eijkhoud in ’t Loosje is op 21-10-1757 in Rotterdam begraven.

15 mei 2017

Adriana Griekspoor's buitenechtelijke kind Bastiaantje (1795-1827)

Bij het dopen van een buitenechtelijk kind van een moeder met een veel voorkomende voornaam is het vaak moeilijk na te gaan wie nou precies de moeder was. Adriana Griekspoor, weduwe van Aart Nugteren, echter, komt op dezelfde - slecht leesbare - gezinskaart voor als Bastiaantje Griekspoor en o.a. Coenraad Kooimans, Anna Catharina Kooimans en Pieter Eldert Kooimans. De genoemde personen zijn haar buitenechtelijke dochter, schoonzoon en twee van haar kleinkinderen.

Adriana Griekspoor werd op 5-5-1760 geboren in Lage Zwaluwe en op de 11e gedoopt als dochter van mijn voorouders Johannes Griekspoor (1733-1802) en Alijda Janze van Drunen (1731-1787). Getuige bij haar doop was haar grootmoeder van vader's zijde, Adriana Nelemans (1712-1784).
Adriana had een jongere zus Saartje Griekspoor (1765-1845), die in 1791 trouwde met Jacob van Ham, geboren in 's-Gravendeel en wonend in Wieldrecht; van hun dochter Alida stam ik af. De 5-jaar-oudere Adriana was toen nog steeds vrijgezel.

Inschrijving van de doop van Adriana's dochter Bastiaantje in het doopboek van Zwaluwe.

Op 19-9-1795 in Hooge en Lage Zwaluwe beviel de 35-jarige Adriana Griekspoor van een dochter Bastiaantje. Bij de doop op 25 oktober door dominee Rijsoord van Klundert werd als vader Bastiaan Vogel vermeld. Bastiaan Vogel was hoogstwaarschijnlijk geboren op 27-1-1771 en op 3-2-1771 gedoopt in Zwaluwe en in dat geval dus bijna 11 jaar jonger dan de moeder van zijn kind.
Bastiaan Vogel is echter nooit met Adriana Griekspoor getrouwd. Vanaf mei 1800 liet hij samen met Clara Willems van Drimmelen kinderen dopen in Zwaluwe, dus zal hij rond 1798-1799 met Clara zijn getrouwd. Op 19-5-1846 in Zwaluwe is Bastiaan Vogel overleden.

9 mei 2017

Matroos Cornelis Mugh (1680-1706)

Cornelis Mugh uit Dordrecht vertrok op 9-5-1704 vanaf Goeree met het fluitschip “Huis Overrijp” voor de kamer van Rotterdam onder leiding van schipper Wessel van Neerkassel. “Huis Overrijp” was gebouwd in 1693 voor de Kamer van Hoorn op een werf in Hoorn. Het had een lengte van 130 voet en een laadvermogen van 436 ton. Een fluitschip is schip met een vlakke bodem, een rond achterschip en 3 masten. Zo'n schip had doorgaans slechts enkele stukken geschut, gewoonlijk op het overloopdek. Cornelis was bosschieter, d.w.z. een ervaren matroos die ook belast kan worden met het afvuren van een kanon.

Een Fluitschip
Een reis, waarbij een schip meerdere maanden achtereen op zee bleef,  bracht bijzondere gevaren mee voor de gezondheid van de bemanning. Gedurende de eerste 2 of 3 maanden van de reis liepen nieuwelingen vaak al schuurbuik en tering (tuberculose) op, waardoor ze rond liepen met bleke gezichten, blauwe lippen en gezwollen benen. Ook reumatische klachten kwamen veel voor door de koude en vochtige omgeving.

Het schip "Huis Overrijp" kwam op 12-9-1704 in Kaap de Goede Hoop aan. Cornelis reisde echter niet verder met dit schip, maar verbleef enige tijd op de Kaap. Waarschijnlijk was Cornelis ziek en moest hij eerst weer aansterken. De Kaap had een ziekenhuis, maar het was er doorgaans onhygiënisch en er was een flinke stank.

Kaap De Goede Hoop
Op 13-1-1705 ging Cornelis Mugh op de Kaap aan boord van het schip “Gent” voor de kamer van Enkhuizen. Dit schip was in 1693 gebouwd voor de Kamer van Enkhuizen op de V.O.C.-werf in Enkhuizen. Het had een lengte van 145 voet en een laadvermogen van 816 ton. De bemanning kon uit 200 tot 250 ‘koppen’ bestaan. De schipper op deze reis was Willem Knol. Op 14-5-1705 kwam het schip “Gent” in Batavia (tegenwoordig Jakarta) in Indonesië aan.

Het schip "Gent" is op 12-9-1705 opnieuw vertrokken naar Goa in India. Cornelis Mugh is in Azië overleden op 16-6-1706. Zijn begunstigde was zijn vrouw Pieternella Offermans. Cornelis en Pieternella waren op 9-4-1702 in Dordrecht in ondertrouw gegaan. Op 19-1-1703 aldaar hadden zij een zoon Johannes laten dopen en op 5-11-1705 in Dordrecht liet Pieternella een zoontje met de naam Cornelis dopen. Cornelis Mugh was zelf gedoopt op 27-5-1680 in Dordrecht als jongere zoon van Johan Mugge en Henrica van Herff. Een connectie met mijn voorouders Mugh in Zwijndrecht heb ik (nog) niet kunnen vinden.

Bronnen: Het Nationaal Archief, De VOC Site, A.E. Leuftink: Regionaal Archief Dordrecht, Harde Heelmeesters (Zeelieden en hun dokters in de 18e eeuw), Maritiem Digitaal.

4 mei 2017

“Mijn geliefde vader Roos Roos”

In Delpher viel mijn oog op een bericht in de “Nieuwe Rotterdamsche Courant” betreffende een man die - heel apart - Roos Roos heette:

Krantenbericht uit 1849
Nieuwe Rotterdamsche Courant, 24-7-1849

Roos Roos werd gedoopt op 26-4-1795 in Ridderkerk als oudste zoon van Johannes Roosze Roos (1764-1819) en Adriana Janse Oudijn (1763-1833). Daarbij werd Roos vernoemd naar zijn grootvader, Roos Jansz. Roos, die in 1761 in Ridderkerk was getrouwd met Bastiaantje Jans Roos. Roos' overgrootvaders in de familie Roos waren Jan Jansz. Roos en Jan Arends Roos. 

Roos Roos is op 29-5-1818 in Ridderkerk getrouwd met Pieternella Kranendonk (1796-1832) en zij werden de ouders van Paulus en Johannes. Paulus stierf jong, maar zijn broer Johannes Roos (1820-1899) trouwde op 16-12-1842 in Ridderkerk met Niesje Kranendonk (1822-1891). Niesje Kranendonk en haar schoonmoeder Pieternella Kranendonk stammen beiden van Arien Pauwelsz. Cranendonck (1646-1708) en zijn vrouw Neeltje Leenderts Mijnlief (1650-1725) uit Ridderkerk. 

Johannes Rz. Roos was weer de vader van een ongehuwd gebleven Roos Roos (1855-1932). Met hem lijkt de mannelijke voornaam Roos binnen deze familie Roos te eindigen.

Bronnen: WieWasWie.nl, Digitale Stamboom Rotterdam, Delpher.nlFamilies Of South-Holland CD (de "Klappers"), ir. C. Sigmond en K.J. Slijkerman: De Geslachten Cranendonck in Holland ca. 1400-1700, Rotterdam, 1992.

25 april 2017

Het bewogen leven van Adrianus Hoogvliet (1856-1928) van Cillaarshoek

Op oudjaarsdag 1856 verscheen tapper Hendrik Hoogvliet (1799-1871), wonende te Cillaarshoek in huis nummer 1, bij de burgelijke stand in Maasdam om aangifte te doen van de geboorte - de dag daarvoor 's middags rond 2 uur - van zijn kleinzoon Adrianus Hoogvliet. De moeder van Adrianus was de nog ongehuwde Pleuntje Hoogvliet, die op 1-8-1835 in Mijnsheerenland was geboren als dochter van Hendrik en zijn vrouw Adriaantje Kaptein.
Pleuntje Hoogvliet is toch nog getrouwd en wel op 4-5-1860 in Westmaas met Gerrit Rijsdijk (1833-1909) uit Maasdam. Vervolgens werd zij nog 13 keer zwanger, maar van al Pleuntje's wettige kinderen bereikten alleen Tobias en Lena Rijsdijk de volwassen leeftijd. 

Adrianus Hoogvliet trouwde op 19-3-1881 in 's-Gravendeel met Teuna van 't Hof, die aldaar op 10-10-1853 was geboren als dochter van Jan van 't Hof (1824-1884) en Elisabeth Kleinjan. Bij hun ondertrouw op de 5e gaf Teuna's vader toestemming voor het huwelijk. Adrianus had ook toestemming verkregen, want hij vervulde rond die tijd zijn dienstplicht bij het derde regiment infanterie. De bruid verklaarde níet te kunnen schrijven, zelfs niet haar naam. Adrianus zette zijn naam wèl onder de trouwakte.
Beschrijving van
Adrianus Hoogvliet.
Uit het huwelijk van Adrianus Hoogvliet werd in 's-Gravendeel 2 maal een dochter met de naam Pleuntje geboren, maar beide baby's werden slechts 3 maanden oud. In de winter van '85-'86 verhuisde Adrianus met zijn gezin naar Rotterdam. Uiteindelijk is Teuna van 12 kinderen bevallen: Pleuntje (2x), Jan (2x), Pleun, Gerrit (3x), Bastiaan en Elisabeth (3x). Teuna is in het kraambed overleden op 24-10-1897 in Rotterdam, 19 dagen na de geboorte van haar jongste kind, dat wèl bleef leven.
Op 23-10-1898 in 's-Gravendeel is ook Adrianus' moeder Pleuntje overleden. In 1902 is Adrianus' halfzus Lena Rijsdijk getrouwd met Arij van Steensel uit Maasdam.

Bij het kantongerecht in Haarlem werd Adrianus Hoogvliet op 13-6-1906 wegens herhaaldelijke dronkenschap veroordeeld tot een jaar detentie in de gevangenis van Hoorn. Hij werd daar op 18-9-1906 opgesloten. Hij was toen 1,75 m. lang, had bruin haar en bruine ogen. Zijn voorhoofd was laag, zijn aangezicht ovaal en rood. Zijn neus was breed, zijn mond gewoon, zijn kind rond en hij had een knevel (snor). Adrianus had lager onderwijs genoten en behoorde tot de Nederlands Hervormde geloofsgemeente. Zijn gedrag in de gevangenis was goed, dus kwam hij op 18-9-1907 weer op vrije voeten.

Op 27-07-1917 verhuisde Adrianus Hoogvliet vanuit de Haarlemmermeer naar de Clarensteeg 21 in Leiden. Daar is hij op 14-6-1928 overleden. Jan, de oudste overlevende zoon van Adrianus Hoogvliet, trouwde op 31-10-1928 in Rotterdam met zijn volle nicht Elizabeth van 't Hof met wie hij zijn grootouders Jan van 't Hof en Elisabeth Kleinjan gemeen had. 

Bronnen: FamilySearch actenWieWasWie.nlNoord-HollandsArchief.nl.

19 april 2017

Pleuntje Kruithof bleef kinderen krijgen nadat haar man in 1859 op zee was gebleven

Visser Leendert Verschoor werd op 26-2-1823 in Pernis geboren als jongere zoon van Leendert Verschoor en Maaike Verheij, die waren getrouwd op 16-12-1819 in Poortugaal. Diverse van hun kinderen stierven jong, maar Leendert jr. bereikte de volwassen leeftijd. Hij is op 26-9-1846 in Pernis getrouwd met Pleuntje Kruithof (20), die geboren is op 25-11-1825 in Charlois als buitenechtelijke dochter van Annigje Korsse Kruithof (1808-1889). Ook uit hun gezin zijn twee zoontjes met de naam Maarten jong gestorven, maar eveneens Leendert Verschoor (1846-95) geheten zoon zou wèl de volwassen leeftijd bereiken.

In augustus 1851 voer Leendert Verschoor vanuit Pernis naar zee met de vissersboot "Ons Genoegen". Schip en bemanning zijn nooit teruggekeerd en daarom wordt aangenomen dat het met man en muis is vergaan. Dat werd 7 jaar later, op 30-9-1858, ook officieel vastgelegd. Een jaar daarna wilde Leendert's weduwe, Pleuntje Kruithof, hertrouwen, waarna op 13-9-1859 een oproep verscheen in de Nederlandsche Staats Courant.

Nederlandsche Staats Courant, 13-9-1859

Ondertussen was Pleuntje zeker níet eenzaam achtergebleven. Reeds op 24-8-1852 - dus een jaar na Leendert's verdwijning - beviel zij van een zoontje genaamd Korstiaan, dat 2 maanden later is overleden. Vervolgens werd zij 5 keer moeder van een jong gestorven zoontje genaamd Jacob. Haar laatste buitenechtelijke kind, Maria, werd op 3-11-1860 in Pernis geboren en is aldaar op 1-10-1861 overleden. De aangifte van Maria's geboorte werd gedaan door arbeider Huig de Jong.

13 april 2017

Jan Willem Keesmaat (1852-1923) uit Alblasserdam

Gerrit Keesmaat (1821-1880) kreeg met zijn 1e vrouw, Adriana van Lit, o.a. de kinderen Andries, Anna-Cornelia, Annigje, Jan Willem en Jozeph. Van de zonen uit dit huwelijk bleef alleen Jan Willem in leven. Hij was geboren op 2-10-1852 in Alblasserdam en was 8 jaar oud, toen zijn moeder overleed op 27-4-1861 in Alblasserdam. Zij was toen 35 jaar oud en 14½ jaar getrouwd.
Weduwnaar Gerrit Keesmaat hertrouwde op 7-9-1861 in Nieuw-Lekkerland met Francina Adriana Zeltenrijch (1821-1914). Samen kregen zij nog een zoon Andries Keesmaat (1865-1921).

Jan Willem Keesmaat
Jan Willem Keesmaat (foto rechts) trouwde op 18-12-1874 in Nieuwpoort met Jozina Heijkoop, die aldaar is geboren op 24-3-1855 als dochter van Jan Heijkoop. Zij verhuisden diverse keren en kregen de volgende kinderen:  
1 Adriana Keesmaat is geboren op 3-2-1876 in Nieuw-Lekkerland en is aldaar overleden op 6-7-1876.
2 Gerrit Keesmaat is geboren op 19-2-1877 in Nieuw-Lekkerland. Hij is in 1913 in Rotterdam getrouwd met Agnes Margaretha Schoneman. Gerrit is overleden op 22-5-1952 te Poortugaal, 75 jaar oud.
3 Johannis Keesmaat is geboren op 18-1-1880 in Alblasserdam. Hij is in 1903 in Rotterdam getrouwd met Martina Dominica Kapsenberg. Johannis is overleden op 5-1-1923 in Rotterdam, 42 jaar oud.
4 Jan Keesmaat is geboren op 27-10-1882 in Vlissingen. Jan trouwde met Sophia Elizabeth Cras. Hij is overleden op 12-3-1945 in Rotterdam. 
5 Aart Keesmaat is geboren op 15-7-1884 in Middelburg en overleden in Rotterdam op 10-7-1887, 2 jaar oud.
6 Josina Keesmaat is geboren op 15-7-1888 in Rotterdam. Josina trouwde in 1909 in Nieuw-Lekkerland met de aldaar geboren Arie van Vliet. 
7 Aart Keesmaat is geboren op 10-4-1891 in Rotterdam en aldaar overleden op 12-8-1891, 4 maanden oud. 

In Vlissingen werd Jan Willem Keesmaat als werkman vermeld. Zijn jongste kinderen zijn in Rotterdam geboren, waar zijn zus Anna Cornelia (1849-1908) al eerder met haar man naartoe was verhuisd. 
Josina Heijkoop is overleden op 14-7-1892 in Rotterdam, 37 jaar oud. Kennelijk is het daarna mis gegaan met haar weduwnaar. Jan Willem Keesmaat werd namelijk veroordeeld voor landlooperij in 's-Hage en vervolgens op 34 april 1896 opgenomen in Veenhuizen. 

Jan Willem Keesmaat was 1,618 m. lang en zijn bovenlijf had een lengte van 89,5 cm. Zijn linkeroog was blauw. Hij had toen een lichtbruine knevelbaard en blond haar. Zijn gelaat was doorschijnend met weinig kleur en een litteken op zijn rechterwang. Hij had afhangende schouders en een wrat schuin onder zijn rechter tepel. 

Zicht op het derde gesticht bij Veenhuizen.

Jan Willem Keesmaat heeft Veenhuizen ook weer verlaten. Uiteindelijk is hij overleden op 23-11-1923 in Rotterdam. Hij is een ver familielid van mij, want zijn grootvader, Andries Keesmaat (1776-1834) uit Alblasserdam, is een broer van Anna Keesmaat (1778-1850), die een voorouder is van mij via mijn moeder.

Bonnen: WieWasWie.nl, rotterdam.digitalestamboom.nl en AlleDrenten.nl.

6 april 2017

Albertus Hendrikus Oerlemans (1850-1906) uit Zutphen

Albertus Hendrikus Oerlemans werd op 7-4-1850 in Zutphen geboren als zoon van schoenmaker Jan Oerlemans (1824-1896). Jan was, als jongeman van Sprang, op 2-6-1847 in Zutphen getrouwd met Hanna ter Schegget (1819-1859), jongedochter van Lochem. Albertus Hendrikus was 9 jaar oud, toen zijn moeder overleed. Zijn vader hertrouwde 2 jaar later met Geertruida Koster. Albertus Hendrikus had nog een oudere broer, slagersgezel Arnoldus Johannes Oerlemans (1848-1887), die ongehuwd is overleden. Hun grootmoeder van vader's zijde, Jentje Nijland, was 93 jaar oud, toen zij op 24-1-1891 in Zutphen overleed. 

Albertus Hendrikus Oerlemans
Albertus Hendrikus was bij de arrondissementsrechtbank in Zutphen al 2 maal veroordeeld wegens diefstal tot respectievelijk 45 dagen en 4 maanden gevangenisstraf. Bij de arrondissementsrechtbank in Rotterdam werd hij daarna veroordeeld wegens “bedelarij en landloperij met opzet”. 

Albertus Hendrikus was toendertijd een werkman zonder vaste woonplaats. Hij was 1,78 m. lang met een bovenlijf van 93 cm. Hij had een gerimpeld voorhoofd, zijn knevel was lichtbruin en zijn haar donkerbruin met grijs. De tint van zijn huid was een ongezond geel doorschijnend. Op zijn linkerborst had Albertus Hendrikus Oerlemans een bloedrood wratje. 

Zodoende werd Albertus Hendrikus Oerlemans op 13-5-1896 opgenomen in de Ommerschans. Dit was een oud fort in Overijssel waar bedelaars - vrijwillig of gedwongen - onder streng toezicht werden opgeleid tot boerenknecht. Van 11-12-1903 tot 13-12-1904 zat hij opgesloten in de gevangenis van Breda wegens diefstal. 
In 1905 moest Albertus Hendrikus Oerlemans voor de rechtbank van Amsterdam verschijnen. Dit keer werd hij opgenomen in Veenhuizen bij Norg, de andere strafkolonie voor bedelaars. Daar is Albertus Hendrikus Oerlemans op 7-11-1906 overleden. 

27 maart 2017

Hermen van den Bogerd & molen "De Meerkoet"

Arij van den Bogerd, j.m., geboren in Moerkapelle, wonend onder Rijswijk, trouwde op 18-11-1798 in Delft met Clazina van Mourik, j.d., geboren onder Rijswijk, wonend in de Gasthuislaan. Arij van den Bogerd werd gedoopt op 28-10-1770 in Moerkapelle als zoon van Johannis (Hannis) van den Bogerd en Anna (Antje) van den Berg. Clazina van Mourik is gedoopt op 12-1-1766 in Rijswijk (ZH) als dochter van Hermen van Mourik en Maria Dingena Montenaken. Herman van Maurik, wonend bij de Trasmolen, is begraven in de Oude Kerk van Delft op 23-4-1793. Maria Dingena Montenake, wonend in de Gasthuislaan, weduwe van Herman van Mourik, is begraven bij de Oude Kerk van Delft op 21-12-1798.

Molen De Meerkoet
Eén ongedoopt overleden kind terzijde, lieten Arij van den Bogerd en Clazina van Mourik in Rotterdam de kinderen Johannes (1799-1800), Maria Catharina (1801-1849), Anna Adriana (1802-1869), Hermen, Neeltje (1806-1867) en Arij (1811-1847) dopen. Bij het overlijden van hun zoontje Johannes werd vermeld dat zijn ouders woonden te Jaffa op 't Snuyfmole. Die molen lag waarschijnlijk ten zuidwesten van de Kralingse Plas in Rotterdam. 

In 1827 kocht Arie van den Bogerd de snuif- en specerijenmolen De Meerkoet (foto rechts) in Kralingen. Deze 18e-eeuwse molen was gelegen aan het Veenpad nabij de Spiegelnisserweg ten noorden van de Kralingse Plas. Arie bleef molenaar op deze molen totdat hij, ruim 72 jaar oud, een hevige borstziekte kreeg en binnen enkele dagen - op Tweede Kerstdag 1842 - is overleden. Zij weduwe, Klasina van Mourik, overleed een week later op Nieuwjaarsdag 1843. 

21 maart 2017

Landloper Jan Booij (1841-1908)

Jan Booij uit Gouda was smid van beroep en ongehuwd. Hij had de militaire dienst vervuld als militair in het 4e regiment der infanterie. Ook was Jan al een keer eerder veroordeeld wegens bedelarij “met opzet”, toen hij opnieuw werd gevonnist voor landloperij. Zo werd Jan Booij op 20-12-1898 opgenomen in het gesticht in Veenhuizen in Drenthe.

Jan Booij was toen 156½ cm lang met een bovenlijf van 84½ cm. Zijn rechteroor was 6,7 cm lang. Bij zijn neus was het middenschot zichtbaar. Hij had een gerimpeld voorhoofd, kale schedel, een knevel (snor) en een geplooide onderkin.
Jan Booij (1841-1908)
Op zijn voorhoofd had Jan een litteken van 1,5 cm breed door zijn linker wenkbrauw. Bij zijn linker hand had hij achter zijn middelvinger een wond, waardoor deze vinger stijf naar binnen groeide. Aan zijn rechterhand had hij een kruisvormige snijwond. Ook had Jan een zwerende wond op zijn rug en een moedervlak op zijn borst.

Jan Booij was geboren op 9-8-1841 in Gouda als zoon van Fop Booij en diens 2e vrouw Christina Agatha Hornes (1813-1874). Veel van Jan's broertjes en zusjes waren jong gestorven, maar zijn zussen Maria Agatha (1840-1863) en Christina Agatha en zijn broer Aart bereikten wèl de volwassen leeftijd. Aart werd sergeant in het leger en trouwde 2 maal. Hun vader, Fop Booij, was op 28-7-1875 in Gouda voor de 3e maal getrouw met Alida Emmerentia van Reede (1823-1894), die zelf ook al 2 maal eerder getrouwd was geweest en 3 kinderen meebracht uit haar 1e huwelijk. 

10 maart 2017

Willemijntje Pieters Louter (1764-1833) trouwde 3 maal

Willemijntje Louter zou tegenwoordig een “cougar” worden genoemd, want haar 3e echtgenoot, Klaas Arijsz. van der Park, was maar liefst 19 jaar jonger dan zij. Klaas was net 3 jaar ouder dan Willemijntje's oudste zoon, Barent van der Horst (1787-1815). 

Charlois
Willemijntje Louter werd op 26-8-1764 gedoopt in Charlois (nu in Rotterdam) als jongere dochter van Pieter Karsse Louter (1729-1807) en Lijsbet Jacobs Meulendijk (1729-1802). Haar oudste broer Jacob trouwde in 1785 met een weduwe uit Streefkerk.

Willemijntje ging op 17-2-1786 in Charlois in ondertrouw met Pieter Barentse van der Horst. Hij was gedoopt op 20-6-1757 in Charlois als zoon van Barend van der Horst en diens tweede echtgenote, Bastiaantje Groenendijk. Pieter's vader was in 1767 als weduwnaar hertrouwd met Berber Zevenbergen, jongedochter van Charlois, die daarmee Pieter's stiefmoeder werd.

Willemijntje Louter en Pieter van der Horst kregen in de periode 1787-1793 de kinderen: Barent, Elisabeth, Pieter en Bastiaan. Bij twee van de dopen was Arijaantje Louter (1758-1840) de getuige. Pieter en Willemijntje waren net geen 10 jaar getrouwd, toen het lijk van Pieter Barentsz van der Horst op 2-1-1796 in Charlois werd aangegeven om te worden begraven.

Op 1-12-1797 in Charlois ging Willemijntje Louter in ondertrouw met Corstiaan Bastiaansz. Glesuur, die op 27-8-1759 in Charlois was gedoopt als zoon van Bastiaan Jans Glesuur (1715-1789) en diens tweede vrouw Arijaentie Corstiaense Parsman (±1730-1801). Zij lieten in 1798 en 1800 resp. de kinderen Arjaantje en Bastiaan dopen. Corstiaan is in de periode 1799-1802 overleden en Willemijntje bleef dus weer alleen achter.

Willemijntje Louter was 38 jaar oud, toen zij op 11-3-1803 in Charlois in ondertrouw ging met de 19-jarige Klaas Arijsz. van der Park. Hij was op 28-10-1783 geboren en op 2 november in Charlois gedoopt als zoon van Arie van der Park en Jannigje Dirkse Westerveld. 

Willemijntje overleefde haar zuster Maria Louter (1760-1819) en haar broer Jacob Louter (1757-1828). Na het overlijden van Willemijntje Louter op 68-jarige leeftijd op 9-1-1833 in Charlois is haar weduwnaar níet meer hertrouwd. Klaas van der Park is op 13-4-1860 in Charlois overleden, 76 jaar oud. 

2 maart 2017

Cornelis Nekeman is in 1717 in Kopenhagen overleden

Cornelis Cornelisz. Nekeman werd rond 1660 werd hij geboren als zoon van Cornelis Cornelisz. Nekeman sr. en diens vrouw Aaltje Aalders. Hij trouwde rond 1690 met Neeltje (±1670-1739), die een dochter is van Abel Kerstensz. en Annetje Cornelis, die ook op het eiland Vlieland woonden. Zij kregen in elk geval de kinderen Grietje, Cornelis, Abel en Claas.

Cornelis Nekeman jr. was zeeman. Zo vertrok hij op 29-6-1704 van Amsterdam naar Dantzig (tegenwoordig Gdansk in Polen). Op 16-12-1705 is Cornelis uitgevaren als schipper op de "Paarl", een schip van 100 last (200 ton). Op 15-4-1706 en 9-4-1710 voer hij opnieuw uit als schipper op de "Paarl".

Cornelis Nekeman behoorde tot de doopsgezinde gemeente van Oost-Vlieland. De doopsgezinden - ook wel mennonieten genoemd - waren volgelingen van de Nederlandse kerkhervormer Menno Simons (1496-1561). In plaats van kinderen te laten dopen, erkenden zij slechts de volwassen doop op vrijwillige basis. Doopsgezinde schippers, zoals Cornelis Nekeman, hadden een voorkeur voor de Oostzeevaart, omdat zij - vanwege hun geloof - geen wapens mochten dragen en het níet gebruikelijk was de koopvaarders naar het Oostzeegebied te bewapenen.

Op 2-3-1717 is Cornelis Nekeman in Kopenhagen in Denemarken overleden aan "een ongesondt lichaam".

Copenhagen, Denmark, in 1728

28 februari 2017

Latijnse Term - Consanguineus


atijnse termen kom je zo af en toe tegen, wanneer je genealogisch onderzoek doet. Eeuwenlang verzorgden kerken dopen en begrafenissen en sinds de 6e eeuw wordt Latijn veel in katholieke kerk gebruikt. Maar ook in oud-rechterlijke archieven kom je nog wel eens een Latijnse term tegen. 


De Latijnse term consanguineus betekent bloedverwant en wordt in de roomskatholieke kerk gebruikt bij het geven van huwelijksdispensaties tussen bloedverwanten. Een dispensatie is een ontheffing van een kerkelijk verbod om te trouwen met een naaste bloedverwant. Bloedverwanten zijn mensen met een gemeenschappelijke voorouder. 

19 februari 2017

Molenaar Jacobus Conijn (1823-89) uit Egmond aan Zee

Jacobus Conijn werd geboren op 26-10-1823 in Egmond aan Zee als zoon van Engelbertus ("Engel") Conijn en Aaltje Jans Conijn. Hij was nog maar 8 jaar oud, toen zijn vader in 1832 hoge koorts kreeg en na 10 dagen lijden overleed, 39 jaar en 8 maanden oud. Engel was gedoopt op 13-1-1793 in Egmond aan Zee als zoon van IJsbrant Cornelisz Conijn (1745-1813) en Neeltje Wulberts Groot (1763-1806). Aaltje Conijn, die op 27-8-1815 met Engel was getrouwd, bleef achter met 8 kinderen, waarvan de jongste, IJsbrand (1831-1886), nog een baby was. Zij verdiende vervolgens de kost als broodbakster.

Opregte Haarlemsche Courant, 18-8-1832

Jacobus verkreeg op 11-4-1843 in Alkmaar toestemming om het beroep van korenmolenaar uit te oefenen. Hij was toen 19 jaar oud. Zijn moeder, Aaltje Conijn, is op 70-jarige leeftijd - "na een langdurige ongesteldheid" - overleden op 9-4-1865 in Egmond aan Zee. Zij was aldaar gedoopt op 6-9-1794 als dochter van Jan Jacobsz Conijn (1751-1798) en Aagje Jans Gouda. Aaltje en haar man Engel stammen beiden af van de 17e-eeuwse Jan Gerritsz Conijn en zijn vrouw Lijsbeth IJsbrantsdr.

16 februari 2017

Smokkelende tieners Meerten Harms en Harm Eltjes

Meerten Harms en Harm Eltjes, alias Harm Haijes, van Siddeburen, beide 17 jaar oud, hebben 2 vaatjes brandewijn en tabak vanuit de Pekel gesmokkeld. Daarbij zijn zij betrapt door de provinciale bode Abraham Scholtens en de pachter Hendrik Lussink van Siddeburen of Eelshuis. Ze hebben deze heren tot in Hellum vervolgd met schelden en het gooien van stokken.
Het vonnis werd uitgesproken op 16-2-1719. Zij werden "gebannen in het provinciale tuchthuis om aldaar met hun handen te arbeiden en de kost te verdienen".

De vrienden van Harm Elties dienden vervolgens een verzoek tot gratie in. Op 21-4-1719 verleenden de gedeputeerden hem alsnog een soort van gratie; Harm werd uit het tuchthuis ontslagen, maar wel voor 3 jaar uit de provincie verbannen.

Bron: Criminele Sententies van Civiele Personen van de Gedeputeerde Staten van Stad en Landen, inventarisnummer 1350, transcriptie bij de NGV.

12 februari 2017

2x Jacob Cleijsz de Jong in 18e-eeuws Wieldrecht

In de 2e helft van de 18e eeuw komen in Wieldrecht twee mannen voor die Jacob heten en tevens een zoon zijn van een Cleijs de Jong. 

Jacob Cleijsz. de Jong sr. is op 12-7-1711 in Dubbeldam gedoopt als zoon van mijn voorouders Cleijs Jacobs de Jong (†1738) en Leijsbeth Claesse Vermeulen (1686-1758). Deze Jacob ging op 3-5-1737 in Wieldrecht in ondertrouw met Lijsbeth van Ham uit 's-Gravendeel en had tenminste 8 kinderen: Cleijs, Arie, Soetje, Leijsje, Lena, Adriaantje en Teuntje. 

Jacob Cleijsz. de Jong jr. is op 24-2-1782 in Strijen gedoopt als zoon van Cleijs Jacobs de Jong (±1745-1783) en zijn vrouw Soetje Teunisse Stooker (±1753-1799), die ook een voorouder van mij is. Deze Jacob Cleijsz. de Jong jr. is een kleinzoon van bovengenoemde Jacob Cleijsz. de Jong sr. 

In de gaarder van Wieldrecht wordt 2 maal een overlijden aangegeven van een Jacob Cleijsz. de Jong: 
  1. Op den 9e april 1788 in Wieldrecht "geeft Hendrik Stam aan het Lijk van Jacob Cleijsz. de Jong in de vierde classe" dus ontfangen ƒ3,-.
  2. Op den 2e Nov. 1789 in Wieldrecht "geeft Arij de Jong het lijk van zijn vader genaamt Jacob de Jong in de derde classe" dus ontf. ƒ6,-. Op 5-11-1789 werd Jacob Klijsze de Jong, die was overleden in Wieldrecht, begraven in 's-Gravendeel.
Aangezien Arij de Jong aangifte deed na het overlijden van zijn vader Jacob de Jong en Jacob Cleijsz. de Jong jr. pas in 1782 is geboren, is het dus Jacob Cleijsz. de Jong sr. die in 1789 is overleden, 78 jaar oud. Dan is Jacob Cleijsz. de Jong jr. dus reeds in 1788 overleden, slechts 6 jaar oud. 

Doopinschrijving van Soetje Teunisse Stooker van 20-1-1754 in Strijen.

29 januari 2017

Matroos Caspar Woutersz Diepenhuijzen (1696-1742) uit Dordrecht

Caspar Woutersz. Diepenhuijzen voer op 21-5-1717 vanaf het Zuid-Hollandse eiland Goeree als matroos uit op het schip de “Neptunus”, een 858-tonner met een lengte van 145 voet, die onder leiding stond van schipper Jan Ringelenberg. Aan boord waren 155 zeelieden, 100 soldaten en 1 passagier. Ze voeren voor de Kamer van Rotterdam van de Verenigde Oostindische Compagnie (V.O.C.).
Een verre, lange reis, waarbij een schip meerdere maanden achtereen op zee bleef, bracht gevaren met zich mee voor de gezondheid van de bemanning. Gedurende de eerste 2 of 3 maanden van de reis, bijvoorbeeld, liepen nieuwelingen vaak al scheurbuik op door een tekort aan vitamine C. Bovendien kon rond de evenaar langdurig windstilte optreden, waardoor een reis wel meer dan 30 weken kon duren. De “Neptunus” deed er ruim 5 maanden over om Kaap de Goede Hoop in Zuid-Afrika te bereiken. Het schip bleef daar van 30 oktober tot 13 december liggen. 

Kaap de Goede Hoop
Caspar Diepenhuijzen kwam op 8-3-1718 aan in Batavia (tegenwoordig Jakarta in Indonesië) en verbleef vervolgens ruim 3 jaar in Azië. Op 1-12-1719 vertrok Caspar uit Azië met weer hetzelfde schip en dezelfde schipper. Deze keer waren er 80 zeelieden, 20 soldaten, 2 werklieden en 1 passagier aan boord. Ook was er sprake van 10 "impotenten". Dat waren personen die om verschillende redenen uit de actieve dienst van de V.O.C. waren gezet en naar Europa werden teruggestuurd. Tijdens deze reis werd de Kaap aangedaan van 20 februari tot 19 april en kwam het schip op 6-8-1720 aan op het eiland Goeree.

Caspar Wouterse van Diepenhuijzen voer op 23-2-1721 opnieuw uit, dit keer als bosschieter, d.w.z. een ervaren matroos die ook belast is met het afvuren van een kanon. Het schip was opnieuw de “Neptunus”, die dit keer onder leiding stond van schipper Jakob Bogaard. Aan boord waren 153 zeelieden, 92 soldaten, 1 werkman en 1 passagier.  Het schip deed na 4½ maand de Kaap aan van 9 juli tot 5 augustus en kwam op 24-10-1721 aan in Batavia. Dit was de laatste grote reis van de “Neptunus”, die in 1704 was gebouwd op de V.O.C. werf van Amsterdam. Uiteindelijk zou dit schip in maart 1730 in Batavia uit de vaart worden genomen.

Een fluitschip
Caspar vertrok alweer op 17-12-1721 uit Azië voor de kamer van Enkhuizen op het fluitschip “Strijkebolle”, een 540-tonner onder leiding van schipper Michiel de Reus (†1734). Er waren 70 zeelieden, 10 soldatien, 2 werklieden, 2 passagiers en 6 "impotenten" aan boord. Zij deden de Kaap aan van 1 maart tot 10 april en kwamen aan op Vlieland op 6-8-1722.

Het lijkt erop dat Caspar Wouterse van Diepenhuijzen na zijn terugkeer in Nederland is getrouwd met Lijsbeth Buijtendijck, want in de periode 1723-26 lieten zij 3 kinderen dopen in Dordrecht. Het overlijden van de vrouw van Caspar werd reeds op 22-12-1728 in Dordrecht aangegeven. Hij woonde in Dordrecht “Op de Hill” ten westen van het Bagijnhof, toen hij op 24-4-1729 hertrouwde met Elisabeth de Hart, jonge dochter, wonend in het Toornstraetje.

Caspar was op 22-8-1696 in Dordrecht gedoopt als zoon van Wouter Stevenssen Metselaer en Caetje Caspers Boerendonck, die aldaar op 27-8-1690 zijn getrouwd. Caspar had een zuster Anna, die in 1717 trouwde met Cornelis Arisse van Sluijsdam en met hem o.a. een dochter Caetje liet dopen. Uit Caspar's tweede huwelijk zijn mij geen kinderen bekend. 

26 januari 2017

Pietertie Teeuwe Barendregt uit de Sint Anthoniepolder

Veel van mijn voorouders van mijn vader's kant komen uit de omgeving van Cillaarshoek, de Sint Anthoniepolder en 's-Gravendeel. Omdat van de laatste twee plaatsen de doopboeken grotendeels verdwenen - respectievelijk vernietigd - zijn, spaar ik in mijn bestand veel families uit die plaatsen, omdat je nooit weet wanneer je weer ergens een connectie kunt maken. 

Zo heb ik van ene Maarten van der Wilt uit de Sint Anthoniepolder 2 dochters in mijn Aldfaer bestand: Maartje en Teuntje van der Wilt, die beiden hun oudste dochter Pietertje hebben genoemd. Het lag dus voor de hand dat de vrouw van Maarten van der Wilt Pietertje heette. 
Bij het doorbladeren van de gaarders van Strijen ontdekte ik dat Maarten van der Wilt, wonende in de Sint Anthoniepolder, weduwnaar was van Pietertie Teeuwe Barendregt, toen hij op 30-9-1752 in ondertrouw ging met Lijsbeth Ariense Kool, weduwe van Claas Pieterse Kruijthof: 

Maarten van der Wilt was weduwnaar van Pietertie Teeuwe Barendregt, toen hij in 1752 hertrouwde met Lijsbet Kool.

17 januari 2017

Zeeman Jan Hendricx Tromp (1648-1707)

Zeeman Jan Hendricx Tromp was géén familie van de beroemde Nederlandse zeeheld Maarten Harpertszoon Tromp (1598-1653). Jan werd namelijk op 1-11-1648 in Alblasserdam gedoopt als jongste zoon van Heijndrick Leendert Wouterssen, die geen achternaam gebruikte, en zijn vrouw Berber Jans Stout*. Zeeman Jan Hendricx gebruikte later de achternaam van zijn moeder, Stout, maar stond ook bekend als Jan Hendricx Tromp.

Jan was waarschijnlijk nog jong toen zijn vader is overleden. Rond 1663 werd het huis van zijn moeder bij executie door de Heilige Geestmeesters verkocht, waarna Barber Stout door hen werd bedeeld. In 1674-5 was zij zowel bij haar dochter Cuniertgen als bij haar zoon Jan in de kost. In 1677 is Barber Stout overleden.

Kralingen ligt rechts op de kaart
Jan Hendricx Tromp is op 19-12-1668 in Alblasserdam getrouwd met zijn schoonzuster Willempgie Daene, die afkomstig was uit Kralingen nabij Rotterdam.  Op 10-5-1665 aldaar was Willempgie's broer Cornelis Danielsz getrouwd met Jan's zuster Marij Hendricx. Bij de doop van hun dochter Ariaantje op 1-1-1668 in Delfshaven waren als getuigen Jan's zuster Cuniertgen Heijndricks en Jan's toekomstige bruid Willemtje Daniels. In Alblasserdam lieten Willemtje Daniels en Jan Hendricx Tromp de kinderen Ariaentje, Leendert (2x) en Hendrick (3x) dopen. Eind 1674 woonden zij nabij de herberg “Den Baers” aan de Kinderdijk.

Op 7-9-1676 in Alblasserdam compareerde  Leendert Cornelisz Baes, veerman, wonend aan de Kinderdijk (ca. 34 jr) en Meyndert Hillebrantsz, wonend aan de Kinderdijk (ca. 43 jr), omdat Jan Hendricksz Tromp, schipper, clandestien twee passagiers (de rivier) had overgezet. Mogelijk is dat de aanleiding geweest voor Jan om op zee te gaan varen.

Op 12-8-1676 ontvingen de armmeesters van Alblasserdam “van de gagie van Jan Hendricx Tromp tot restitutie van de uytrustingh op sijn reys naer Oostindien gedaen”: ƒ24.0.0. In 1681-2 werd “nogh van twee maenden gagie van Jan Hendricxe Tromp sijnde in Oost Indie, de somme van” ƒ24.0.0. Het jaar erop werd “ontfangen over 4 maenden gagie van Jan Henderickse Tromp, sijnde naer Oost Indie, dese armen alle jaere 2 maende gemaeckt ende sulcx voor de 4 jaer”: ƒ48.0.0.

Op 18-5-1705 heeft de diaconie van Alblasserdam betaald “voor Jan Heindricxsz Tromp over eene gul. weeckgelt van 25 jan 1705 tot 14 jun. 1705, als oock een ¼ jaer huijs huijr van 1 feb. 1705 tot 1 meij 1705 volgens gesloten liquidatie met den kerckenraet van Cappelle op den IJssel”: ƒ 22.0.0. Op 5-12-1707 werd betaald “aen den domene van Kappelle en des selfs dyaken de laetste 24 weeken hougelt en des selfs dootschult van Jan Heinderickse Tromp”: ƒ35.17.0. Jan was toen dus overleden.

Jan's dochter, Ariaentje Tromp, bereikte de volwassen leeftijd en is in 1698 getrouwd met Arij Twigt. Jan's jongste zoon Hendrick Tromp trouwde op IJsselmonde met Marijgje Pieters Bras en liet daar kinderen dopen.

* Barber Jans Stout is een kleindochter van mijn voorouder Pieter Cornelissen Stout.
Bronnen: Ouweneel CD Alblasserdam, digitale stamboom rotterdam.