25 april 2017

Het bewogen leven van Adrianus Hoogvliet (1856-1928) van Cillaarshoek

Op oudjaarsdag 1856 verscheen tapper Hendrik Hoogvliet (1799-1871), wonende te Cillaarshoek in huis nummer 1, bij de burgelijke stand in Maasdam om aangifte te doen van de geboorte - de dag daarvoor 's middags rond 2 uur - van zijn kleinzoon Adrianus Hoogvliet. De moeder van Adrianus was de nog ongehuwde Pleuntje Hoogvliet, die op 1-8-1835 in Mijnsheerenland was geboren als dochter van Hendrik en zijn vrouw Adriaantje Kaptein.
Pleuntje Hoogvliet is toch nog getrouwd en wel op 4-5-1860 in Westmaas met Gerrit Rijsdijk (1833-1909) uit Maasdam. Vervolgens werd zij nog 13 keer zwanger, maar van al Pleuntje's wettige kinderen bereikten alleen Tobias en Lena Rijsdijk de volwassen leeftijd. 

Adrianus Hoogvliet trouwde op 19-3-1881 in 's-Gravendeel met Teuna van 't Hof, die aldaar op 10-10-1853 was geboren als dochter van Jan van 't Hof (1824-1884) en Elisabeth Kleinjan. Bij hun ondertrouw op de 5e gaf Teuna's vader toestemming voor het huwelijk. Adrianus had ook toestemming verkregen, want hij vervulde rond die tijd zijn dienstplicht bij het derde regiment infanterie. De bruid verklaarde níet te kunnen schrijven, zelfs niet haar naam. Adrianus zette zijn naam wèl onder de trouwakte.
Beschrijving van
Adrianus Hoogvliet.
Uit het huwelijk van Adrianus Hoogvliet werd in 's-Gravendeel 2 maal een dochter met de naam Pleuntje geboren, maar beide baby's werden slechts 3 maanden oud. In de winter van '85-'86 verhuisde Adrianus met zijn gezin naar Rotterdam. Uiteindelijk is Teuna van 12 kinderen bevallen: Pleuntje (2x), Jan (2x), Pleun, Gerrit (3x), Bastiaan en Elisabeth (3x). Teuna is in het kraambed overleden op 24-10-1897 in Rotterdam, 19 dagen na de geboorte van haar jongste kind, dat wèl bleef leven.
Op 23-10-1898 in 's-Gravendeel is ook Adrianus' moeder Pleuntje overleden. In 1902 is Adrianus' halfzus Lena Rijsdijk getrouwd met Arij van Steensel uit Maasdam.

Bij het kantongerecht in Haarlem werd Adrianus Hoogvliet op 13-6-1906 wegens herhaaldelijke dronkenschap veroordeeld tot een jaar detentie in de gevangenis van Hoorn. Hij werd daar op 18-9-1906 opgesloten. Hij was toen 1,75 m. lang, had bruin haar en bruine ogen. Zijn voorhoofd was laag, zijn aangezicht ovaal en rood. Zijn neus was breed, zijn mond gewoon, zijn kind rond en hij had een knevel (snor). Adrianus had lager onderwijs genoten en behoorde tot de Nederlands Hervormde geloofsgemeente. Zijn gedrag in de gevangenis was goed, dus kwam hij op 18-9-1907 weer op vrije voeten.

Op 27-07-1917 verhuisde Adrianus Hoogvliet vanuit de Haarlemmermeer naar de Clarensteeg 21 in Leiden. Daar is hij op 14-6-1928 overleden. Jan, de oudste overlevende zoon van Adrianus Hoogvliet, trouwde op 31-10-1928 in Rotterdam met zijn volle nicht Elizabeth van 't Hof met wie hij zijn grootouders Jan van 't Hof en Elisabeth Kleinjan gemeen had. 

Bronnen: FamilySearch actenWieWasWie.nlNoord-HollandsArchief.nl.

19 april 2017

Pleuntje Kruithof bleef kinderen krijgen nadat haar man in 1859 op zee was gebleven

Visser Leendert Verschoor werd op 26-2-1823 in Pernis geboren als jongere zoon van Leendert Verschoor en Maaike Verheij, die waren getrouwd op 16-12-1819 in Poortugaal. Diverse van hun kinderen stierven jong, maar Leendert jr. bereikte de volwassen leeftijd. Hij is op 26-9-1846 in Pernis getrouwd met Pleuntje Kruithof (20), die geboren is in Charlois als buitenechtelijke dochter van Annigje Korsse Kruithof (1808-1889). Ook uit hun gezin zijn twee zoontjes met de naam Maarten jong gestorven, maar eveneens Leendert Verschoor (1846-95) geheten zoon zou wèl de volwassen leeftijd bereiken.

In augustus 1851 voer Leendert Verschoor vanuit Pernis naar zee met de vissersboot "Ons Genoegen". Schip en bemanning zijn nooit teruggekeerd en daarom wordt aangenomen dat het met man en muis is vergaan. Dat werd 7 jaar later, op 30-9-1858, ook officieel vastgelegd. Een jaar daarna wilde Leendert's weduwe, Pleuntje Kruithof, hertrouwen, waarna op 13-9-1859 een oproep verscheen in de Nederlandsche Staats Courant.

Nederlandsche Staats Courant, 13-9-1859

Ondertussen was Pleuntje zeker níet eenzaam achtergebleven. Reeds op 24-8-1852 - dus een jaar na Leendert's verdwijning - beviel zij van een zoontje genaamd Korstiaan, dat 2 maanden later is overleden. Vervolgens werd zij 5 keer moeder van een jong gestorven zoontje genaamd Jacob. Haar laatste buitenechtelijke kind, Maria, werd op 3-11-1860 in Pernis geboren en is aldaar op 1-10-1861 overleden. De aangifte van Maria's geboorte werd gedaan door arbeider Huig de Jong.

13 april 2017

Jan Willem Keesmaat (1852-1923) uit Alblasserdam

Gerrit Keesmaat (1821-1880) kreeg met zijn 1e vrouw, Adriana van Lit, o.a. de kinderen Andries, Anna-Cornelia, Annigje, Jan Willem en Jozeph. Van de zonen uit dit huwelijk bleef alleen Jan Willem in leven. Hij was geboren op 2-10-1852 in Alblasserdam en was 8 jaar oud, toen zijn moeder overleed op 27-4-1861 in Alblasserdam. Zij was toen 35 jaar oud en 14½ jaar getrouwd.
Weduwnaar Gerrit Keesmaat hertrouwde op 7-9-1861 in Nieuw-Lekkerland met Francina Adriana Zeltenrijch (1821-1914). Samen kregen zij nog een zoon Andries Keesmaat (1865-1921).

Jan Willem Keesmaat
Jan Willem Keesmaat (foto rechts) trouwde op 18-12-1874 in Nieuwpoort met Jozina Heijkoop, die aldaar is geboren op 24-3-1855 als dochter van Jan Heijkoop. Zij verhuisden diverse keren en kregen de volgende kinderen:  
1 Adriana Keesmaat is geboren op 3-2-1876 in Nieuw-Lekkerland en is aldaar overleden op 6-7-1876.
2 Gerrit Keesmaat is geboren op 19-2-1877 in Nieuw-Lekkerland. Hij is in 1913 in Rotterdam getrouwd met Agnes Margaretha Schoneman. Gerrit is overleden op 22-5-1952 te Poortugaal, 75 jaar oud.
3 Johannis Keesmaat is geboren op 18-1-1880 in Alblasserdam. Hij is in 1903 in Rotterdam getrouwd met Martina Dominica Kapsenberg. Johannis is overleden op 5-1-1923 in Rotterdam, 42 jaar oud.
4 Jan Keesmaat is geboren op 27-10-1882 in Vlissingen. Jan trouwde met Sophia Elizabeth Cras. Hij is overleden op 12-3-1945 in Rotterdam. 
5 Aart Keesmaat is geboren op 15-7-1884 in Middelburg en overleden in Rotterdam op 10-7-1887, 2 jaar oud.
6 Josina Keesmaat is geboren op 15-7-1888 in Rotterdam. Josina trouwde in 1909 in Nieuw-Lekkerland met de aldaar geboren Arie van Vliet. 
7 Aart Keesmaat is geboren op 10-4-1891 in Rotterdam en aldaar overleden op 12-8-1891, 4 maanden oud. 

In Vlissingen werd Jan Willem Keesmaat als werkman vermeld. Zijn jongste kinderen zijn in Rotterdam geboren, waar zijn zus Anna Cornelia (1849-1908) al eerder met haar man naartoe was verhuisd. 
Josina Heijkoop is overleden op 14-7-1892 in Rotterdam, 37 jaar oud. Kennelijk is het daarna mis gegaan met haar weduwnaar. Jan Willem Keesmaat werd namelijk veroordeeld voor landlooperij in 's-Hage en vervolgens op 34 april 1896 opgenomen in Veenhuizen. 

Jan Willem Keesmaat was 1,618 m. lang en zijn bovenlijf had een lengte van 89,5 cm. Zijn linkeroog was blauw. Hij had toen een lichtbruine knevelbaard en blond haar. Zijn gelaat was doorschijnend met weinig kleur en een litteken op zijn rechterwang. Hij had afhangende schouders en een wrat schuin onder zijn rechter tepel. 

Zicht op het derde gesticht bij Veenhuizen.

Jan Willem Keesmaat heeft Veenhuizen ook weer verlaten. Uiteindelijk is hij overleden op 23-11-1923 in Rotterdam. Hij is een ver familielid van mij, want zijn grootvader, Andries Keesmaat (1776-1834) uit Alblasserdam, is een broer van Anna Keesmaat (1778-1850), die een voorouder is van mij via mijn moeder.

Bonnen: WieWasWie.nl, rotterdam.digitalestamboom.nl en AlleDrenten.nl.

6 april 2017

Albertus Hendrikus Oerlemans (1850-1906) uit Zutphen

Albertus Hendrikus Oerlemans werd op 7-4-1850 in Zutphen geboren als zoon van schoenmaker Jan Oerlemans (1824-1896). Jan was, als jongeman van Sprang, op 2-6-1847 in Zutphen getrouwd met Hanna ter Schegget (1819-1859), jongedochter van Lochem. Albertus Hendrikus was 9 jaar oud, toen zijn moeder overleed. Zijn vader hertrouwde 2 jaar later met Geertruida Koster. Albertus Hendrikus had nog een oudere broer, slagersgezel Arnoldus Johannes Oerlemans (1848-1887), die ongehuwd is overleden. Hun grootmoeder van vader's zijde, Jentje Nijland, was 93 jaar oud, toen zij op 24-1-1891 in Zutphen overleed. 

Albertus Hendrikus Oerlemans
Albertus Hendrikus was bij de arrondissementsrechtbank in Zutphen al 2 maal veroordeeld wegens diefstal tot respectievelijk 45 dagen en 4 maanden gevangenisstraf. Bij de arrondissementsrechtbank in Rotterdam werd hij daarna veroordeeld wegens “bedelarij en landloperij met opzet”. 

Albertus Hendrikus was toendertijd een werkman zonder vaste woonplaats. Hij was 1,78 m. lang met een bovenlijf van 93 cm. Hij had een gerimpeld voorhoofd, zijn knevel was lichtbruin en zijn haar donkerbruin met grijs. De tint van zijn huid was een ongezond geel doorschijnend. Op zijn linkerborst had Albertus Hendrikus Oerlemans een bloedrood wratje. 

Zodoende werd Albertus Hendrikus Oerlemans op 13-5-1896 opgenomen in de Ommerschans. Dit was een oud fort in Overijssel waar bedelaars - vrijwillig of gedwongen - onder streng toezicht werden opgeleid tot boerenknecht. Van 11-12-1903 tot 13-12-1904 zat hij opgesloten in de gevangenis van Breda wegens diefstal. 
In 1905 moest Albertus Hendrikus Oerlemans voor de rechtbank van Amsterdam verschijnen. Dit keer werd hij opgenomen in Veenhuizen bij Norg, de andere strafkolonie voor bedelaars. Daar is Albertus Hendrikus Oerlemans op 7-11-1906 overleden. 

27 maart 2017

Hermen van den Bogerd & molen "De Meerkoet"

Arij van den Bogerd, j.m., geboren in Moerkapelle, wonend onder Rijswijk, trouwde op 18-11-1798 in Delft met Clazina van Mourik, j.d., geboren onder Rijswijk, wonend in de Gasthuislaan. Arij van den Bogerd werd gedoopt op 28-10-1770 in Moerkapelle als zoon van Johannis (Hannis) van den Bogerd en Anna (Antje) van den Berg. Clazina van Mourik is gedoopt op 12-1-1766 in Rijswijk (ZH) als dochter van Hermen van Mourik en Maria Dingena Montenaken. Herman van Maurik, wonend bij de Trasmolen, is begraven in de Oude Kerk van Delft op 23-4-1793. Maria Dingena Montenake, wonend in de Gasthuislaan, weduwe van Herman van Mourik, is begraven bij de Oude Kerk van Delft op 21-12-1798.

Molen De Meerkoet
Eén ongedoopt overleden kind terzijde, lieten Arij van den Bogerd en Clazina van Mourik in Rotterdam de kinderen Johannes (1799-1800), Maria Catharina (1801-1849), Anna Adriana (1802-1869), Hermen, Neeltje (1806-1867) en Arij (1811-1847) dopen. Bij het overlijden van hun zoontje Johannes werd vermeld dat zijn ouders woonden te Jaffa op 't Snuyfmole. Die molen lag waarschijnlijk ten zuidwesten van de Kralingse Plas in Rotterdam. 

In 1827 kocht Arie van den Bogerd de snuif- en specerijenmolen De Meerkoet (foto rechts) in Kralingen. Deze 18e-eeuwse molen was gelegen aan het Veenpad nabij de Spiegelnisserweg ten noorden van de Kralingse Plas. Arie bleef molenaar op deze molen totdat hij, ruim 72 jaar oud, een hevige borstziekte kreeg en binnen enkele dagen - op Tweede Kerstdag 1842 - is overleden. Zij weduwe, Klasina van Mourik, overleed een week later op Nieuwjaarsdag 1843. 

21 maart 2017

Landloper Jan Booij (1841-1908)

Jan Booij uit Gouda was smid van beroep en ongehuwd. Hij had de militaire dienst vervuld als militair in het 4e regiment der infanterie. Ook was Jan al een keer eerder veroordeeld wegens bedelarij “met opzet”, toen hij opnieuw werd gevonnist voor landloperij. Zo werd Jan Booij op 20-12-1898 opgenomen in het gesticht in Veenhuizen in Drenthe.

Jan Booij was toen 156½ cm lang met een bovenlijf van 84½ cm. Zijn rechteroor was 6,7 cm lang. Bij zijn neus was het middenschot zichtbaar. Hij had een gerimpeld voorhoofd, kale schedel, een knevel (snor) en een geplooide onderkin.
Jan Booij (1841-1908)
Op zijn voorhoofd had Jan een litteken van 1,5 cm breed door zijn linker wenkbrauw. Bij zijn linker hand had hij achter zijn middelvinger een wond, waardoor deze vinger stijf naar binnen groeide. Aan zijn rechterhand had hij een kruisvormige snijwond. Ook had Jan een zwerende wond op zijn rug en een moedervlak op zijn borst.

Jan Booij was geboren op 9-8-1841 in Gouda als zoon van Fop Booij en diens 2e vrouw Christina Agatha Hornes (1813-1874). Veel van Jan's broertjes en zusjes waren jong gestorven, maar zijn zussen Maria Agatha (1840-1863) en Christina Agatha en zijn broer Aart bereikten wèl de volwassen leeftijd. Aart werd sergeant in het leger en trouwde 2 maal. Hun vader, Fop Booij, was op 28-7-1875 in Gouda voor de 3e maal getrouw met Alida Emmerentia van Reede (1823-1894), die zelf ook al 2 maal eerder getrouwd was geweest en 3 kinderen meebracht uit haar 1e huwelijk. 

10 maart 2017

Willemijntje Pieters Louter (1764-1833) trouwde 3 maal

Willemijntje Louter zou tegenwoordig een “cougar” worden genoemd, want haar 3e echtgenoot, Klaas Arijsz. van der Park, was maar liefst 19 jaar jonger dan zij. Klaas was net 3 jaar ouder dan Willemijntje's oudste zoon, Barent van der Horst (1787-1815). 

Charlois
Willemijntje Louter werd op 26-8-1764 gedoopt in Charlois (nu in Rotterdam) als jongere dochter van Pieter Karsse Louter (1729-1807) en Lijsbet Jacobs Meulendijk (1729-1802). Haar oudste broer Jacob trouwde in 1785 met een weduwe uit Streefkerk.

Willemijntje ging op 17-2-1786 in Charlois in ondertrouw met Pieter Barentse van der Horst. Hij was gedoopt op 20-6-1757 in Charlois als zoon van Barend van der Horst en diens tweede echtgenote, Bastiaantje Groenendijk. Pieter's vader was in 1767 als weduwnaar hertrouwd met Berber Zevenbergen, jongedochter van Charlois, die daarmee Pieter's stiefmoeder werd.

Willemijntje Louter en Pieter van der Horst kregen in de periode 1787-1793 de kinderen: Barent, Elisabeth, Pieter en Bastiaan. Bij twee van de dopen was Arijaantje Louter (1758-1840) de getuige. Pieter en Willemijntje waren net geen 10 jaar getrouwd, toen het lijk van Pieter Barentsz van der Horst op 2-1-1796 in Charlois werd aangegeven om te worden begraven.

Op 1-12-1797 in Charlois ging Willemijntje Louter in ondertrouw met Corstiaan Bastiaansz. Glesuur, die op 27-8-1759 in Charlois was gedoopt als zoon van Bastiaan Jans Glesuur (1715-1789) en diens tweede vrouw Arijaentie Corstiaense Parsman (±1730-1801). Zij lieten in 1798 en 1800 resp. de kinderen Arjaantje en Bastiaan dopen. Corstiaan is in de periode 1799-1802 overleden en Willemijntje bleef dus weer alleen achter.

Willemijntje Louter was 38 jaar oud, toen zij op 11-3-1803 in Charlois in ondertrouw ging met de 19-jarige Klaas Arijsz. van der Park. Hij was op 28-10-1783 geboren en op 2 november in Charlois gedoopt als zoon van Arie van der Park en Jannigje Dirkse Westerveld. 

Willemijntje overleefde haar zuster Maria Louter (1760-1819) en haar broer Jacob Louter (1757-1828). Na het overlijden van Willemijntje Louter op 68-jarige leeftijd op 9-1-1833 in Charlois is haar weduwnaar níet meer hertrouwd. Klaas van der Park is op 13-4-1860 in Charlois overleden, 76 jaar oud. 

2 maart 2017

Cornelis Nekeman is in 1717 in Kopenhagen overleden

Cornelis Cornelisz. Nekeman werd rond 1660 werd hij geboren als zoon van Cornelis Cornelisz. Nekeman sr. en diens vrouw Aaltje Aalders. Hij trouwde rond 1690 met Neeltje (±1670-1739), die een dochter is van Abel Kerstensz. en Annetje Cornelis, die ook op het eiland Vlieland woonden. Zij kregen in elk geval de kinderen Grietje, Cornelis, Abel en Claas.

Cornelis Nekeman jr. was zeeman. Zo vertrok hij op 29-6-1704 van Amsterdam naar Dantzig (tegenwoordig Gdansk in Polen). Op 16-12-1705 is Cornelis uitgevaren als schipper op de "Paarl", een schip van 100 last (200 ton). Op 15-4-1706 en 9-4-1710 voer hij opnieuw uit als schipper op de "Paarl".

Cornelis Nekeman behoorde tot de doopsgezinde gemeente van Oost-Vlieland. De doopsgezinden - ook wel mennonieten genoemd - waren volgelingen van de Nederlandse kerkhervormer Menno Simons (1496-1561). In plaats van kinderen te laten dopen, erkenden zij slechts de volwassen doop op vrijwillige basis. Doopsgezinde schippers, zoals Cornelis Nekeman, hadden een voorkeur voor de Oostzeevaart, omdat zij - vanwege hun geloof - geen wapens mochten dragen en het níet gebruikelijk was de koopvaarders naar het Oostzeegebied te bewapenen.

Op 2-3-1717 is Cornelis Nekeman in Kopenhagen in Denemarken overleden aan "een ongesondt lichaam".

Copenhagen, Denmark, in 1728

28 februari 2017

Latijnse Term - Consanguineus


atijnse termen kom je zo af en toe tegen, wanneer je genealogisch onderzoek doet. Eeuwenlang verzorgden kerken dopen en begrafenissen en sinds de 6e eeuw wordt Latijn veel in katholieke kerk gebruikt. Maar ook in oud-rechterlijke archieven kom je nog wel eens een Latijnse term tegen. 


De Latijnse term consanguineus betekent bloedverwant en wordt in de roomskatholieke kerk gebruikt bij het geven van huwelijksdispensaties tussen bloedverwanten. Een dispensatie is een ontheffing van een kerkelijk verbod om te trouwen met een naaste bloedverwant. Bloedverwanten zijn mensen met een gemeenschappelijke voorouder. 

19 februari 2017

Molenaar Jacobus Conijn (1823-89) uit Egmond aan Zee

Jacobus Conijn werd geboren op 26-10-1823 in Egmond aan Zee als zoon van Engelbertus ("Engel") Conijn en Aaltje Jans Conijn. Hij was nog maar 8 jaar oud, toen zijn vader in 1832 hoge koorts kreeg en na 10 dagen lijden overleed, 39 jaar en 8 maanden oud. Engel was gedoopt op 13-1-1793 in Egmond aan Zee als zoon van IJsbrant Cornelisz Conijn (1745-1813) en Neeltje Wulberts Groot (1763-1806). Aaltje Conijn, die op 27-8-1815 met Engel was getrouwd, bleef achter met 8 kinderen, waarvan de jongste, IJsbrand (1831-1886), nog een baby was. Zij verdiende vervolgens de kost als broodbakster.

Opregte Haarlemsche Courant, 18-8-1832

Jacobus verkreeg op 11-4-1843 in Alkmaar toestemming om het beroep van korenmolenaar uit te oefenen. Hij was toen 19 jaar oud. Zijn moeder, Aaltje Conijn, is op 70-jarige leeftijd - "na een langdurige ongesteldheid" - overleden op 9-4-1865 in Egmond aan Zee. Zij was aldaar gedoopt op 6-9-1794 als dochter van Jan Jacobsz Conijn (1751-1798) en Aagje Jans Gouda. Aaltje en haar man Engel stammen beiden af van de 17e-eeuwse Jan Gerritsz Conijn en zijn vrouw Lijsbeth IJsbrantsdr.

16 februari 2017

Smokkelende tieners Meerten Harms en Harm Eltjes

Meerten Harms en Harm Eltjes, alias Harm Haijes, van Siddeburen, beide 17 jaar oud, hebben 2 vaatjes brandewijn en tabak vanuit de Pekel gesmokkeld. Daarbij zijn zij betrapt door de provinciale bode Abraham Scholtens en de pachter Hendrik Lussink van Siddeburen of Eelshuis. Ze hebben deze heren tot in Hellum vervolgd met schelden en het gooien van stokken.
Het vonnis werd uitgesproken op 16-2-1719. Zij werden "gebannen in het provinciale tuchthuis om aldaar met hun handen te arbeiden en de kost te verdienen".

De vrienden van Harm Elties dienden vervolgens een verzoek tot gratie in. Op 21-4-1719 verleenden de gedeputeerden hem alsnog een soort van gratie; Harm werd uit het tuchthuis ontslagen, maar wel voor 3 jaar uit de provincie verbannen.

Bron: Criminele Sententies van Civiele Personen van de Gedeputeerde Staten van Stad en Landen, inventarisnummer 1350, transcriptie bij de NGV.

12 februari 2017

2x Jacob Cleijsz de Jong in 18e-eeuws Wieldrecht

In de 2e helft van de 18e eeuw komen in Wieldrecht twee mannen voor die Jacob heten en tevens een zoon zijn van een Cleijs de Jong. 

Jacob Cleijsz. de Jong sr. is op 12-7-1711 in Dubbeldam gedoopt als zoon van mijn voorouders Cleijs Jacobs de Jong (†1738) en Leijsbeth Claesse Vermeulen (1686-1758). Deze Jacob ging op 3-5-1737 in Wieldrecht in ondertrouw met Lijsbeth van Ham uit 's-Gravendeel en had tenminste 8 kinderen: Cleijs, Arie, Soetje, Leijsje, Lena, Adriaantje en Teuntje. 

Jacob Cleijsz. de Jong jr. is op 24-2-1782 in Strijen gedoopt als zoon van Cleijs Jacobs de Jong (±1745-1783) en zijn vrouw Soetje Teunisse Stooker (±1753-1799), die ook een voorouder van mij is. Deze Jacob Cleijsz. de Jong jr. is een kleinzoon van bovengenoemde Jacob Cleijsz. de Jong sr. 

In de gaarder van Wieldrecht wordt 2 maal een overlijden aangegeven van een Jacob Cleijsz. de Jong: 
  1. Op den 9e april 1788 in Wieldrecht "geeft Hendrik Stam aan het Lijk van Jacob Cleijsz. de Jong in de vierde classe" dus ontfangen ƒ3,-.
  2. Op den 2e Nov. 1789 in Wieldrecht "geeft Arij de Jong het lijk van zijn vader genaamt Jacob de Jong in de derde classe" dus ontf. ƒ6,-. Op 5-11-1789 werd Jacob Klijsze de Jong, die was overleden in Wieldrecht, begraven in 's-Gravendeel.
Aangezien Arij de Jong aangifte deed na het overlijden van zijn vader Jacob de Jong en Jacob Cleijsz. de Jong jr. pas in 1782 is geboren, is het dus Jacob Cleijsz. de Jong sr. die in 1789 is overleden, 78 jaar oud. Dan is Jacob Cleijsz. de Jong jr. dus reeds in 1788 overleden, slechts 6 jaar oud. 

Doopinschrijving van Soetje Teunisse Stooker van 20-1-1754 in Strijen.

29 januari 2017

Matroos Caspar Woutersz Diepenhuijzen (1696-1742) uit Dordrecht

Caspar Woutersz. Diepenhuijzen voer op 21-5-1717 vanaf het Zuid-Hollandse eiland Goeree als matroos uit op het schip de “Neptunus”, een 858-tonner met een lengte van 145 voet, die onder leiding stond van schipper Jan Ringelenberg. Aan boord waren 155 zeelieden, 100 soldaten en 1 passagier. Ze voeren voor de Kamer van Rotterdam van de Verenigde Oostindische Compagnie (V.O.C.).
Een verre, lange reis, waarbij een schip meerdere maanden achtereen op zee bleef, bracht gevaren met zich mee voor de gezondheid van de bemanning. Gedurende de eerste 2 of 3 maanden van de reis, bijvoorbeeld, liepen nieuwelingen vaak al scheurbuik op door een tekort aan vitamine C. Bovendien kon rond de evenaar langdurig windstilte optreden, waardoor een reis wel meer dan 30 weken kon duren. De “Neptunus” deed er ruim 5 maanden over om Kaap de Goede Hoop in Zuid-Afrika te bereiken. Het schip bleef daar van 30 oktober tot 13 december liggen. 

Kaap de Goede Hoop
Caspar Diepenhuijzen kwam op 8-3-1718 aan in Batavia (tegenwoordig Jakarta in Indonesië) en verbleef vervolgens ruim 3 jaar in Azië. Op 1-12-1719 vertrok Caspar uit Azië met weer hetzelfde schip en dezelfde schipper. Deze keer waren er 80 zeelieden, 20 soldaten, 2 werklieden en 1 passagier aan boord. Ook was er sprake van 10 "impotenten". Dat waren personen die om verschillende redenen uit de actieve dienst van de V.O.C. waren gezet en naar Europa werden teruggestuurd. Tijdens deze reis werd de Kaap aangedaan van 20 februari tot 19 april en kwam het schip op 6-8-1720 aan op het eiland Goeree.

Caspar Wouterse van Diepenhuijzen voer op 23-2-1721 opnieuw uit, dit keer als bosschieter, d.w.z. een ervaren matroos die ook belast is met het afvuren van een kanon. Het schip was opnieuw de “Neptunus”, die dit keer onder leiding stond van schipper Jakob Bogaard. Aan boord waren 153 zeelieden, 92 soldaten, 1 werkman en 1 passagier.  Het schip deed na 4½ maand de Kaap aan van 9 juli tot 5 augustus en kwam op 24-10-1721 aan in Batavia. Dit was de laatste grote reis van de “Neptunus”, die in 1704 was gebouwd op de V.O.C. werf van Amsterdam. Uiteindelijk zou dit schip in maart 1730 in Batavia uit de vaart worden genomen.

Een fluitschip
Caspar vertrok alweer op 17-12-1721 uit Azië voor de kamer van Enkhuizen op het fluitschip “Strijkebolle”, een 540-tonner onder leiding van schipper Michiel de Reus (†1734). Er waren 70 zeelieden, 10 soldatien, 2 werklieden, 2 passagiers en 6 "impotenten" aan boord. Zij deden de Kaap aan van 1 maart tot 10 april en kwamen aan op Vlieland op 6-8-1722.

Het lijkt erop dat Caspar Wouterse van Diepenhuijzen na zijn terugkeer in Nederland is getrouwd met Lijsbeth Buijtendijck, want in de periode 1723-26 lieten zij 3 kinderen dopen in Dordrecht. Het overlijden van de vrouw van Caspar werd reeds op 22-12-1728 in Dordrecht aangegeven. Hij woonde in Dordrecht “Op de Hill” ten westen van het Bagijnhof, toen hij op 24-4-1729 hertrouwde met Elisabeth de Hart, jonge dochter, wonend in het Toornstraetje.

Caspar was op 22-8-1696 in Dordrecht gedoopt als zoon van Wouter Stevenssen Metselaer en Caetje Caspers Boerendonck, die aldaar op 27-8-1690 zijn getrouwd. Caspar had een zuster Anna, die in 1717 trouwde met Cornelis Arisse van Sluijsdam en met hem o.a. een dochter Caetje liet dopen. Uit Caspar's tweede huwelijk zijn mij geen kinderen bekend. 

26 januari 2017

Pietertie Teeuwe Barendregt uit de Sint Anthoniepolder

Veel van mijn voorouders van mijn vader's kant komen uit de omgeving van Cillaarshoek, de Sint Anthoniepolder en 's-Gravendeel. Omdat van de laatste twee plaatsen de doopboeken grotendeels verdwenen - respectievelijk vernietigd - zijn, spaar ik in mijn bestand veel families uit die plaatsen, omdat je nooit weet wanneer je weer ergens een connectie kunt maken. 

Zo heb ik van ene Maarten van der Wilt uit de Sint Anthoniepolder 2 dochters in mijn Aldfaer bestand: Maartje en Teuntje van der Wilt, die beiden hun oudste dochter Pietertje hebben genoemd. Het lag dus voor de hand dat de vrouw van Maarten van der Wilt Pietertje heette. 
Bij het doorbladeren van de gaarders van Strijen ontdekte ik dat Maarten van der Wilt, wonende in de Sint Anthoniepolder, weduwnaar was van Pietertie Teeuwe Barendregt, toen hij op 30-9-1752 in ondertrouw ging met Lijsbeth Ariense Kool, weduwe van Claas Pieterse Kruijthof: 

Maarten van der Wilt was weduwnaar van Pietertie Teeuwe Barendregt, toen hij in 1752 hertrouwde met Lijsbet Kool.

17 januari 2017

Zeeman Jan Hendricx Tromp (1648-1707)

Zeeman Jan Hendricx Tromp was géén familie van de beroemde Nederlandse zeeheld Maarten Harpertszoon Tromp (1598-1653). Jan werd namelijk op 1-11-1648 in Alblasserdam gedoopt als jongste zoon van Heijndrick Leendert Wouterssen, die geen achternaam gebruikte, en zijn vrouw Berber Jans Stout*. Zeeman Jan Hendricx gebruikte later de achternaam van zijn moeder, Stout, maar stond ook bekend als Jan Hendricx Tromp.

Jan was waarschijnlijk nog jong toen zijn vader is overleden. Rond 1663 werd het huis van zijn moeder bij executie door de Heilige Geestmeesters verkocht, waarna Barber Stout door hen werd bedeeld. In 1674-5 was zij zowel bij haar dochter Cuniertgen als bij haar zoon Jan in de kost. In 1677 is Barber Stout overleden.

Kralingen ligt rechts op de kaart
Jan Hendricx Tromp is op 19-12-1668 in Alblasserdam getrouwd met zijn schoonzuster Willempgie Daene, die afkomstig was uit Kralingen nabij Rotterdam.  Op 10-5-1665 aldaar was Willempgie's broer Cornelis Danielsz getrouwd met Jan's zuster Marij Hendricx. Bij de doop van hun dochter Ariaantje op 1-1-1668 in Delfshaven waren als getuigen Jan's zuster Cuniertgen Heijndricks en Jan's toekomstige bruid Willemtje Daniels. In Alblasserdam lieten Willemtje Daniels en Jan Hendricx Tromp de kinderen Ariaentje, Leendert (2x) en Hendrick (3x) dopen. Eind 1674 woonden zij nabij de herberg “Den Baers” aan de Kinderdijk.

Op 7-9-1676 in Alblasserdam compareerde  Leendert Cornelisz Baes, veerman, wonend aan de Kinderdijk (ca. 34 jr) en Meyndert Hillebrantsz, wonend aan de Kinderdijk (ca. 43 jr), omdat Jan Hendricksz Tromp, schipper, clandestien twee passagiers (de rivier) had overgezet. Mogelijk is dat de aanleiding geweest voor Jan om op zee te gaan varen.

Op 12-8-1676 ontvingen de armmeesters van Alblasserdam “van de gagie van Jan Hendricx Tromp tot restitutie van de uytrustingh op sijn reys naer Oostindien gedaen”: ƒ24.0.0. In 1681-2 werd “nogh van twee maenden gagie van Jan Hendricxe Tromp sijnde in Oost Indie, de somme van” ƒ24.0.0. Het jaar erop werd “ontfangen over 4 maenden gagie van Jan Henderickse Tromp, sijnde naer Oost Indie, dese armen alle jaere 2 maende gemaeckt ende sulcx voor de 4 jaer”: ƒ48.0.0.

Op 18-5-1705 heeft de diaconie van Alblasserdam betaald “voor Jan Heindricxsz Tromp over eene gul. weeckgelt van 25 jan 1705 tot 14 jun. 1705, als oock een ¼ jaer huijs huijr van 1 feb. 1705 tot 1 meij 1705 volgens gesloten liquidatie met den kerckenraet van Cappelle op den IJssel”: ƒ 22.0.0. Op 5-12-1707 werd betaald “aen den domene van Kappelle en des selfs dyaken de laetste 24 weeken hougelt en des selfs dootschult van Jan Heinderickse Tromp”: ƒ35.17.0. Jan was toen dus overleden.

Jan's dochter, Ariaentje Tromp, bereikte de volwassen leeftijd en is in 1698 getrouwd met Arij Twigt. Jan's jongste zoon Hendrick Tromp trouwde op IJsselmonde met Marijgje Pieters Bras en liet daar kinderen dopen.

* Barber Jans Stout is een kleindochter van mijn voorouder Pieter Cornelissen Stout.
Bronnen: Ouweneel CD Alblasserdam, digitale stamboom rotterdam.

8 januari 2017

Schipper Arij Janse Verduijn (1694-1728) uit Delfshaven

Schipper Arij Janse Verduijn (1694-1728) voer voor de Verenigde Oostindische Compagnie (V.O.C.) naar Batavia (tegenwoordig Jakarta in Indonesië). Hij werd gedoopt op 10-9-1694 in Delfshaven als zoon van Jan Ariense Verduijn (†1736) en Maertje Pieters van Pavie (1660-1744). Arij Verduijn's eerste reis naar Indonesië - die ik heb kunnen vinden - was in 1712, toen hij 17 jaar oud was. Hij was toen bosschieter ofwel soldaat. Voor Arij kan het een geruststelling zijn geweest dat plaatsgenoot Jakob Verduijn schipper ofwel kapitein was bij deze reis met een schip genaamd "Wassenaar". Er waren 148 zeelieden en 18 soldaten aan boord. Onderweg bleek er bovendien sprake van een verstekeling.

Kaap de Goede Hoop
Een verre, lange reis, waarbij een schip meerdere maanden achtereen op zee bleef, bracht gevaren met zich mee voor de gezondheid van de bemanning. Gedurende de eerste 2 of 3 maanden van de reis liepen nieuwelingen vaak al scheurbuik op door een tekort aan vitamine C. Bovendien kon rond de evenaar langdurig windstilte optreden, waardoor een reis wel meer dan 30 weken kon duren. Het schip "Wassenaar" deed er ook ruim een half jaar over om de Kaap De Goede Hoop te bereiken.

De "Wassenaar" met Arij Janse Verduijn aan boord bleef 24 dagen bij de Kaap, waarna het verder reisde naar Batavia op Java in Indonesië. Tijdens de terugweg reisde Arij met het schip "Voorburg" voor de kamer van Amsterdam vanaf Ceylon naar Texel, waar het schip op 13-9-1714 aan kwam.

Reeds in december reisde Arij Janse Verduijn opnieuw af. Dit keer reisde Jan als "derdewaak" (3e stuurman) voor de kamer van Delft met het in 1708 gebouwde fluitschip "Nederhoven", dat een lengte van 130 voet had en een laadvermogen van 600 ton. Na een verblijf aan de Kaap in mei 1715, kwam het schip op 28-7-1715 in Batavia aan. Arij vertrok weer uit Batavia op 30-10-1715 met het schip "Voorburg". Na een lang verblijf aan de Kaap van 11 januari t/m 1 april 1716, arriveerde de "Voorburg" met Arij aan boord op 8 juli op het eiland Goeree in het zuiden van Zuid-Holland. Als begunstigden van zijn salaris worden zijn ouders genoemd: Jan Arensz Verduijn en Maertje van Pavije.

Reis
Schip
Kamer
Funktie
Vertrek datum
Kaap
Aankomst
Heen
Wassenaar
Delft
bosschieter 
10-5-1712
19-11-1712 tot 13-12-1712
18-2-1713
Terug
Voorburg
Amsterdam

1-3-1714
13-4-1714 tot 10-6-1714
13-9-1714
Heen
Nederhoven
Delft
derdewaak
23-12-1714
30-4-1715 tot 24-5-1715
28-7-1715
Terug
Voorburg
Delft

30-10-1715
11-1-1716 tot 1-4-1716
8-7-1716
Heen
Den Dam
Delft
schipper
24-5-1723
7-9-1723 tot 24-9-1723
18-12-1723
Terug
Den Dam
Delft
schipper
24-10-1725
22-1-1726 tot 28-2-1726
28-6-1726
Heen
Alblasserdam
Delft
schipper
4-4-1727
5-8-1727 tot 22-8-1727
25-10-1727

Arij Jans Verduijn is op 5-11-1719 in Rotterdam getrouwd met Jacoba Borstius. Zij was op 22-6-1698 in Rotterdam gedoopt als dochter van Wijna van Riel en de toen reeds overleden Jacob Borstius. Haar moeder was hertrouwd met Abraham Hovendaal en Jacoba zou later doopgetuige zijn bij kinderen van haar halfzus Anthonia Hovendaal. Arij en Jacoba lieten hun zoon Jan op 4-8-1720 in Delfshaven dopen met als getuigen Jannetje en Ariaantje Verduijn. Hun dochter Wijna werd op 3-10-1723 in Delfshaven gedoopt met als getuigen Willem van Riel, Jan Verduijn en Cornelia Haasbroek.

Een fluitschip
In mei van dat jaar was Arij Jans Verduijn vanaf Goeree uitgevaren als kapitein van het schip "Den Dam". Dit fluitschip was in 1716 gebouwd voor de kamer van Delft op de V.O.C.-werf in Delfshaven. Een fluitschip heeft een vlakke bodem, een rond achterschip en 3 masten. "Den Dam" had een lengte van 130 voet en een laadvermogen van 600 ton. Aan boord waren 104 zeelieden en 47 soldaten. Na een verblijf van 17 dagen aan de Kaap in september kwam "Den Dam" op 18 december aan in Batavia. Bij deze reis wordt Arij's vrouw, Jacoba Borstius, genoemd als begunstigde.

De laatste reis van kapitein Arij Jans Verduijn begon op 4-4-1727 op Goeree met het schip "Alblasserdam", dat eveneens een laadvermogen van 600 ton had. Er waren 94 zeelieden en 39 soldaten aan boord. Na weer een verblijf van 17 dagen aan de Kaap kwam Arij op 25 oktober op Batavia aan. Hij is in vervolgens Azië overleden op 8-1-1728, 33 jaar oud.

3 januari 2017

Wie waren de ouders Willem van Wingerden? ("Brick Wall")

Willem van Wingerden is een voorouder van mijn neefje Thom Bos. Op 8-10-1790 in Sliedrecht gaf hij aan te willen trouwen met Pietertje Klein, weduwe van Jan Krouwel. Pietertje was gedoopt op Sliedrecht op 1-6-1760 als dochter van Cornelis Willem Klein en Bastiaantje Arijs Hartog. De aangifte van haar eerste huwelijk met Jan Krouwel was op 8-9-1786 in Sliedrecht; beiden woonden toen in de heerlijkheid Naaldwijk, gelegen tussen Sliedrecht en Giessendam. Jan Krouwel was weduwenaar van Jannigje Pieters Guis met wie hij kinderen had laten dopen in de periode 1766-1783.

Willem van Wijngaarden gaf op 8-10-1790 in Sliedrecht aan dat hij wilde trouwen
met Pietertje Klijn, weduwe van Jan Krouwel.

1 januari 2017

Dirkje Abelsdr. of Jansdr. Vermeulen?

Als weduwnaar van Jannigje van Rees hertrouwde Arij Maartens Barendrecht in 1760 met Dirkje Abels Vermeulen.

Arij Maartens Barendrecht uit Numansdorp (dat vroeger Buitensluis werd genoemd) trouwde, als weduwnaar van Jannigje van Rees, op 18-5-1760 in Zuid-Beijerland met Dirkje Abels Vermeulen, jongedochter geboren te Piershil. Echter, daar waar bij de dopen van zijn kinderen het patroniem van zijn vrouw wordt genoemd (en dat is met name bij enkele jongere kinderen het geval) is sprake van Dirkje Jans Vermeulen. Ook heeft Arij een jongere zoon genaamd Jan en geen enkele zoon heet Abel. Verder is bij de dopen de getuige meestal "de vader zelf".

Doopinschrijving van Jan, zoon van Arij Maartensz. Barendrecht en Dirkje Jans Vermeulen in 1767 in Zuid-Beijerland.

De vraag is dus: Met welke Dirkje Vermeulen was Arij Barendrecht nou getrouwd?