19 februari 2017

Molenaar Jacobus Conijn (1823-89) uit Egmond aan Zee

Jacobus Conijn werd geboren op 26-10-1823 in Egmond aan Zee als zoon van Engelbertus ("Engel") Conijn en Aaltje Jans Conijn. Hij was nog maar 8 jaar oud, toen zijn vader in 1832 hoge koorts kreeg en na 10 dagen lijden overleed, 39 jaar en 8 maanden oud. Engel was gedoopt op 13-1-1793 in Egmond aan Zee als zoon van IJsbrant Cornelisz Conijn (1745-1813) en Neeltje Wulberts Groot (1763-1806). Aaltje Conijn, die op 27-8-1815 met Engel was getrouwd, bleef achter met 8 kinderen, waarvan de jongste, IJsbrand (1831-1886), nog een baby was. Zij verdiende vervolgens de kost als broodbakster.

Opregte Haarlemsche Courant, 18-8-1832

Jacobus verkreeg op 11-4-1843 in Alkmaar toestemming om het beroep van korenmolenaar uit te oefenen. Hij was toen 19 jaar oud. Zijn moeder, Aaltje Conijn, is op 70-jarige leeftijd - "na een langdurige ongesteldheid" - overleden op 9-4-1865 in Egmond aan Zee. Zij was aldaar gedoopt op 6-9-1794 als dochter van Jan Jacobsz Conijn (1751-1798) en Aagje Jans Gouda. Aaltje en haar man Engel stammen beiden af van de 17e-eeuwse Jan Gerritsz Conijn en zijn vrouw Lijsbeth IJsbrantsdr.

16 februari 2017

Smokkelende tieners Meerten Harms en Harm Eltjes

Meerten Harms en Harm Eltjes, alias Harm Haijes, van Siddeburen, beide 17 jaar oud, hebben 2 vaatjes brandewijn en tabak vanuit de Pekel gesmokkeld. Daarbij zijn zij betrapt door de provinciale bode Abraham Scholtens en de pachter Hendrik Lussink van Siddeburen of Eelshuis. Ze hebben deze heren tot in Hellum vervolgd met schelden en het gooien van stokken.
Het vonnis werd uitgesproken op 16-2-1719. Zij werden "gebannen in het provinciale tuchthuis om aldaar met hun handen te arbeiden en de kost te verdienen".

De vrienden van Harm Elties dienden vervolgens een verzoek tot gratie in. Op 21-4-1719 verleenden de gedeputeerden hem alsnog een soort van gratie; Harm werd uit het tuchthuis ontslagen, maar wel voor 3 jaar uit de provincie verbannen.

Bron: Criminele Sententies van Civiele Personen van de Gedeputeerde Staten van Stad en Landen, inventarisnummer 1350, transcriptie bij de NGV.

12 februari 2017

2x Jacob Cleijsz de Jong in 18e-eeuws Wieldrecht

In de 2e helft van de 18e eeuw komen in Wieldrecht twee mannen voor die Jacob heten en tevens een zoon zijn van een Cleijs de Jong. 

Jacob Cleijsz. de Jong sr. is op 12-7-1711 in Dubbeldam gedoopt als zoon van mijn voorouders Cleijs Jacobs de Jong (†1738) en Leijsbeth Claesse Vermeulen (1686-1758). Deze Jacob ging op 3-5-1737 in Wieldrecht in ondertrouw met Lijsbeth van Ham uit 's-Gravendeel en had tenminste 8 kinderen: Cleijs, Arie, Soetje, Leijsje, Lena, Adriaantje en Teuntje. 

Jacob Cleijsz. de Jong jr. is op 24-2-1782 in Strijen gedoopt als zoon van Cleijs Jacobs de Jong (±1745-1783) en zijn vrouw Soetje Teunisse Stooker (±1753-1799), die ook een voorouder van mij is. Deze Jacob Cleijsz. de Jong jr. is een kleinzoon van bovengenoemde Jacob Cleijsz. de Jong sr. 

In de gaarder van Wieldrecht wordt 2 maal een overlijden aangegeven van een Jacob Cleijsz. de Jong: 
  1. Op den 9e april 1788 in Wieldrecht "geeft Hendrik Stam aan het Lijk van Jacob Cleijsz. de Jong in de vierde classe" dus ontfangen ƒ3,-.
  2. Op den 2e Nov. 1789 in Wieldrecht "geeft Arij de Jong het lijk van zijn vader genaamt Jacob de Jong in de derde classe" dus ontf. ƒ6,-. Op 5-11-1789 werd Jacob Klijsze de Jong, die was overleden in Wieldrecht, begraven in 's-Gravendeel.
Aangezien Arij de Jong aangifte deed na het overlijden van zijn vader Jacob de Jong en Jacob Cleijsz. de Jong jr. pas in 1782 is geboren, is het dus Jacob Cleijsz. de Jong sr. die in 1789 is overleden, 78 jaar oud. Dan is Jacob Cleijsz. de Jong jr. dus reeds in 1788 overleden, slechts 6 jaar oud. 

Doopinschrijving van Soetje Teunisse Stooker van 20-1-1754 in Strijen.

29 januari 2017

Matroos Caspar Woutersz Diepenhuijzen (1696-1742) uit Dordrecht

Caspar Woutersz. Diepenhuijzen voer op 21-5-1717 vanaf het Zuid-Hollandse eiland Goeree als matroos uit op het schip de “Neptunus”, een 858-tonner met een lengte van 145 voet, die onder leiding stond van schipper Jan Ringelenberg. Aan boord waren 155 zeelieden, 100 soldaten en 1 passagier. Ze voeren voor de Kamer van Rotterdam van de Verenigde Oostindische Compagnie (V.O.C.).
Een verre, lange reis, waarbij een schip meerdere maanden achtereen op zee bleef, bracht gevaren met zich mee voor de gezondheid van de bemanning. Gedurende de eerste 2 of 3 maanden van de reis, bijvoorbeeld, liepen nieuwelingen vaak al scheurbuik op door een tekort aan vitamine C. Bovendien kon rond de evenaar langdurig windstilte optreden, waardoor een reis wel meer dan 30 weken kon duren. De “Neptunus” deed er ruim 5 maanden over om Kaap de Goede Hoop in Zuid-Afrika te bereiken. Het schip bleef daar van 30 oktober tot 13 december liggen. 

Kaap de Goede Hoop
Caspar Diepenhuijzen kwam op 8-3-1718 aan in Batavia (tegenwoordig Jakarta in Indonesië) en verbleef vervolgens ruim 3 jaar in Azië. Op 1-12-1719 vertrok Caspar uit Azië met weer hetzelfde schip en dezelfde schipper. Deze keer waren er 80 zeelieden, 20 soldaten, 2 werklieden en 1 passagier aan boord. Ook was er sprake van 10 "impotenten". Dat waren personen die om verschillende redenen uit de actieve dienst van de V.O.C. waren gezet en naar Europa werden teruggestuurd. Tijdens deze reis werd de Kaap aangedaan van 20 februari tot 19 april en kwam het schip op 6-8-1720 aan op het eiland Goeree.

Caspar Wouterse van Diepenhuijzen voer op 23-2-1721 opnieuw uit, dit keer als bosschieter, d.w.z. een ervaren matroos die ook belast is met het afvuren van een kanon. Het schip was opnieuw de “Neptunus”, die dit keer onder leiding stond van schipper Jakob Bogaard. Aan boord waren 153 zeelieden, 92 soldaten, 1 werkman en 1 passagier.  Het schip deed na 4½ maand de Kaap aan van 9 juli tot 5 augustus en kwam op 24-10-1721 aan in Batavia. Dit was de laatste grote reis van de “Neptunus”, die in 1704 was gebouwd op de V.O.C. werf van Amsterdam. Uiteindelijk zou dit schip in maart 1730 in Batavia uit de vaart worden genomen.

Een fluitschip
Caspar vertrok alweer op 17-12-1721 uit Azië voor de kamer van Enkhuizen op het fluitschip “Strijkebolle”, een 540-tonner onder leiding van schipper Michiel de Reus (†1734). Er waren 70 zeelieden, 10 soldatien, 2 werklieden, 2 passagiers en 6 "impotenten" aan boord. Zij deden de Kaap aan van 1 maart tot 10 april en kwamen aan op Vlieland op 6-8-1722.

Het lijkt erop dat Caspar Wouterse van Diepenhuijzen na zijn terugkeer in Nederland is getrouwd met Lijsbeth Buijtendijck, want in de periode 1723-26 lieten zij 3 kinderen dopen in Dordrecht. Het overlijden van de vrouw van Caspar werd reeds op 22-12-1728 in Dordrecht aangegeven. Hij woonde in Dordrecht “Op de Hill” ten westen van het Bagijnhof, toen hij op 24-4-1729 hertrouwde met Elisabeth de Hart, jonge dochter, wonend in het Toornstraetje.

Caspar was op 22-8-1696 in Dordrecht gedoopt als zoon van Wouter Stevenssen Metselaer en Caetje Caspers Boerendonck, die aldaar op 27-8-1690 zijn getrouwd. Caspar had een zuster Anna, die in 1717 trouwde met Cornelis Arisse van Sluijsdam en met hem o.a. een dochter Caetje liet dopen. Uit Caspar's tweede huwelijk zijn mij geen kinderen bekend. 

26 januari 2017

Pietertie Teeuwe Barendregt uit de Sint Anthoniepolder

Veel van mijn voorouders van mijn vader's kant komen uit de omgeving van Cillaarshoek, de Sint Anthoniepolder en 's-Gravendeel. Omdat van de laatste twee plaatsen de doopboeken grotendeels verdwenen - respectievelijk vernietigd - zijn, spaar ik in mijn bestand veel families uit die plaatsen, omdat je nooit weet wanneer je weer ergens een connectie kunt maken. 

Zo heb ik van ene Maarten van der Wilt uit de Sint Anthoniepolder 2 dochters in mijn Aldfaer bestand: Maartje en Teuntje van der Wilt, die beiden hun oudste dochter Pietertje hebben genoemd. Het lag dus voor de hand dat de vrouw van Maarten van der Wilt Pietertje heette. 
Bij het doorbladeren van de gaarders van Strijen ontdekte ik dat Maarten van der Wilt, wonende in de Sint Anthoniepolder, weduwnaar was van Pietertie Teeuwe Barendregt, toen hij op 30-9-1752 in ondertrouw ging met Lijsbeth Ariense Kool, weduwe van Claas Pieterse Kruijthof: 

Maarten van der Wilt was weduwnaar van Pietertie Teeuwe Barendregt, toen hij in 1752 hertrouwde met Lijsbet Kool.

17 januari 2017

Zeeman Jan Hendricx Tromp (1648-1707)

Zeeman Jan Hendricx Tromp was géén familie van de beroemde Nederlandse zeeheld Maarten Harpertszoon Tromp (1598-1653). Jan werd namelijk op 1-11-1648 in Alblasserdam gedoopt als jongste zoon van Heijndrick Leendert Wouterssen, die geen achternaam gebruikte, en zijn vrouw Berber Jans Stout*. Zeeman Jan Hendricx gebruikte later de achternaam van zijn moeder, Stout, maar stond ook bekend als Jan Hendricx Tromp.

Jan was waarschijnlijk nog jong toen zijn vader is overleden. Rond 1663 werd het huis van zijn moeder bij executie door de Heilige Geestmeesters verkocht, waarna Barber Stout door hen werd bedeeld. In 1674-5 was zij zowel bij haar dochter Cuniertgen als bij haar zoon Jan in de kost. In 1677 is Barber Stout overleden.

Kralingen ligt rechts op de kaart
Jan Hendricx Tromp is op 19-12-1668 in Alblasserdam getrouwd met zijn schoonzuster Willempgie Daene, die afkomstig was uit Kralingen nabij Rotterdam.  Op 10-5-1665 aldaar was Willempgie's broer Cornelis Danielsz getrouwd met Jan's zuster Marij Hendricx. Bij de doop van hun dochter Ariaantje op 1-1-1668 in Delfshaven waren als getuigen Jan's zuster Cuniertgen Heijndricks en Jan's toekomstige bruid Willemtje Daniels. In Alblasserdam lieten Willemtje Daniels en Jan Hendricx Tromp de kinderen Ariaentje, Leendert (2x) en Hendrick (3x) dopen. Eind 1674 woonden zij nabij de herberg “Den Baers” aan de Kinderdijk.

Op 7-9-1676 in Alblasserdam compareerde  Leendert Cornelisz Baes, veerman, wonend aan de Kinderdijk (ca. 34 jr) en Meyndert Hillebrantsz, wonend aan de Kinderdijk (ca. 43 jr), omdat Jan Hendricksz Tromp, schipper, clandestien twee passagiers (de rivier) had overgezet. Mogelijk is dat de aanleiding geweest voor Jan om op zee te gaan varen.

Op 12-8-1676 ontvingen de armmeesters van Alblasserdam “van de gagie van Jan Hendricx Tromp tot restitutie van de uytrustingh op sijn reys naer Oostindien gedaen”: ƒ24.0.0. In 1681-2 werd “nogh van twee maenden gagie van Jan Hendricxe Tromp sijnde in Oost Indie, de somme van” ƒ24.0.0. Het jaar erop werd “ontfangen over 4 maenden gagie van Jan Henderickse Tromp, sijnde naer Oost Indie, dese armen alle jaere 2 maende gemaeckt ende sulcx voor de 4 jaer”: ƒ48.0.0.

Op 18-5-1705 heeft de diaconie van Alblasserdam betaald “voor Jan Heindricxsz Tromp over eene gul. weeckgelt van 25 jan 1705 tot 14 jun. 1705, als oock een ¼ jaer huijs huijr van 1 feb. 1705 tot 1 meij 1705 volgens gesloten liquidatie met den kerckenraet van Cappelle op den IJssel”: ƒ 22.0.0. Op 5-12-1707 werd betaald “aen den domene van Kappelle en des selfs dyaken de laetste 24 weeken hougelt en des selfs dootschult van Jan Heinderickse Tromp”: ƒ35.17.0. Jan was toen dus overleden.

Jan's dochter, Ariaentje Tromp, bereikte de volwassen leeftijd en is in 1698 getrouwd met Arij Twigt. Jan's jongste zoon Hendrick Tromp trouwde op IJsselmonde met Marijgje Pieters Bras en liet daar kinderen dopen.

* Barber Jans Stout is een kleindochter van mijn voorouder Pieter Cornelissen Stout.
Bronnen: Ouweneel CD Alblasserdam, digitale stamboom rotterdam.

8 januari 2017

Schipper Arij Janse Verduijn (1694-1728) uit Delfshaven

Schipper Arij Janse Verduijn (1694-1728) voer voor de Verenigde Oostindische Compagnie (V.O.C.) naar Batavia (tegenwoordig Jakarta in Indonesië). Hij werd gedoopt op 10-9-1694 in Delfshaven als zoon van Jan Ariense Verduijn (†1736) en Maertje Pieters van Pavie (1660-1744). Arij Verduijn's eerste reis naar Indonesië - die ik heb kunnen vinden - was in 1712, toen hij 17 jaar oud was. Hij was toen bosschieter ofwel soldaat. Voor Arij kan het een geruststelling zijn geweest dat plaatsgenoot Jakob Verduijn schipper ofwel kapitein was bij deze reis met een schip genaamd "Wassenaar". Er waren 148 zeelieden en 18 soldaten aan boord. Onderweg bleek er bovendien sprake van een verstekeling.

Kaap de Goede Hoop
Een verre, lange reis, waarbij een schip meerdere maanden achtereen op zee bleef, bracht gevaren met zich mee voor de gezondheid van de bemanning. Gedurende de eerste 2 of 3 maanden van de reis liepen nieuwelingen vaak al scheurbuik op door een tekort aan vitamine C. Bovendien kon rond de evenaar langdurig windstilte optreden, waardoor een reis wel meer dan 30 weken kon duren. Het schip "Wassenaar" deed er ook ruim een half jaar over om de Kaap De Goede Hoop te bereiken.

De "Wassenaar" met Arij Janse Verduijn aan boord bleef 24 dagen bij de Kaap, waarna het verder reisde naar Batavia op Java in Indonesië. Tijdens de terugweg reisde Arij met het schip "Voorburg" voor de kamer van Amsterdam vanaf Ceylon naar Texel, waar het schip op 13-9-1714 aan kwam.

Reeds in december reisde Arij Janse Verduijn opnieuw af. Dit keer reisde Jan als "derdewaak" (3e stuurman) voor de kamer van Delft met het in 1708 gebouwde fluitschip "Nederhoven", dat een lengte van 130 voet had en een laadvermogen van 600 ton. Na een verblijf aan de Kaap in mei 1715, kwam het schip op 28-7-1715 in Batavia aan. Arij vertrok weer uit Batavia op 30-10-1715 met het schip "Voorburg". Na een lang verblijf aan de Kaap van 11 januari t/m 1 april 1716, arriveerde de "Voorburg" met Arij aan boord op 8 juli op het eiland Goeree in het zuiden van Zuid-Holland. Als begunstigden van zijn salaris worden zijn ouders genoemd: Jan Arensz Verduijn en Maertje van Pavije.

Reis
Schip
Kamer
Funktie
Vertrek datum
Kaap
Aankomst
Heen
Wassenaar
Delft
bosschieter 
10-5-1712
19-11-1712 tot 13-12-1712
18-2-1713
Terug
Voorburg
Amsterdam

1-3-1714
13-4-1714 tot 10-6-1714
13-9-1714
Heen
Nederhoven
Delft
derdewaak
23-12-1714
30-4-1715 tot 24-5-1715
28-7-1715
Terug
Voorburg
Delft

30-10-1715
11-1-1716 tot 1-4-1716
8-7-1716
Heen
Den Dam
Delft
schipper
24-5-1723
7-9-1723 tot 24-9-1723
18-12-1723
Terug
Den Dam
Delft
schipper
24-10-1725
22-1-1726 tot 28-2-1726
28-6-1726
Heen
Alblasserdam
Delft
schipper
4-4-1727
5-8-1727 tot 22-8-1727
25-10-1727

Arij Jans Verduijn is op 5-11-1719 in Rotterdam getrouwd met Jacoba Borstius. Zij was op 22-6-1698 in Rotterdam gedoopt als dochter van Wijna van Riel en de toen reeds overleden Jacob Borstius. Haar moeder was hertrouwd met Abraham Hovendaal en Jacoba zou later doopgetuige zijn bij kinderen van haar halfzus Anthonia Hovendaal. Arij en Jacoba lieten hun zoon Jan op 4-8-1720 in Delfshaven dopen met als getuigen Jannetje en Ariaantje Verduijn. Hun dochter Wijna werd op 3-10-1723 in Delfshaven gedoopt met als getuigen Willem van Riel, Jan Verduijn en Cornelia Haasbroek.

Een fluitschip
In mei van dat jaar was Arij Jans Verduijn vanaf Goeree uitgevaren als kapitein van het schip "Den Dam". Dit fluitschip was in 1716 gebouwd voor de kamer van Delft op de V.O.C.-werf in Delfshaven. Een fluitschip heeft een vlakke bodem, een rond achterschip en 3 masten. "Den Dam" had een lengte van 130 voet en een laadvermogen van 600 ton. Aan boord waren 104 zeelieden en 47 soldaten. Na een verblijf van 17 dagen aan de Kaap in september kwam "Den Dam" op 18 december aan in Batavia. Bij deze reis wordt Arij's vrouw, Jacoba Borstius, genoemd als begunstigde.

De laatste reis van kapitein Arij Jans Verduijn begon op 4-4-1727 op Goeree met het schip "Alblasserdam", dat eveneens een laadvermogen van 600 ton had. Er waren 94 zeelieden en 39 soldaten aan boord. Na weer een verblijf van 17 dagen aan de Kaap kwam Arij op 25 oktober op Batavia aan. Hij is in vervolgens Azië overleden op 8-1-1728, 33 jaar oud.