27 juni 2014

Genealogie Termen: Patroniemenval en Naamsomkering

De patroniemenval is de val waarin ment kán lopen wanneer uitsluitend op basis van naamsomkering een relatie tussen vader en zoon wordt gelegd. Naamsomkering is de omkering van doopnaam en patroniem, zoals Betram Joosten en Joost Bertrams: Joost Bertrams kán de vader zijn van Betram Joosten, maar zonder bewijs voor zo'n relatie, kan die relatie niet zomaar worden aangenomen, want elke Joost zou de vader kunnen zijn van Bertram Joosten. Is er geen vader-zoon relatie en neemt men toch aan dat die er wèl is, dan is men in de patroniemenval gestapt.

Bron: B. van Dooren, De Patroniemenval of Hoe Bertram de Bruijn aan zijn naam kwam, Gens Nostra 9, september 2011

19 juni 2014

De echtscheiding van Jansje Mader (1859-1949)

Jansje Mader werd op 19-8-1859 in Leiden geboren als dochter van Adrianus Mader (1830-1920) en Catharina van der Linden (1819-1905). Jansje was zwanger toen zij op 28-6-1882 in Den Haag trouwde met de aldaar geboren Johannes Nicolaas Amiabel. Een dochter Johanna werd aldaar op 6-10-1882 geboren. Daarna volgden Joahnnes (1884), Adriaan (1886), Catharina (1888) en Cornelia (1890). Johannes Nicolaas Amiabel overleed op 24-1-1894, net 58 jaar oud.

Jansje Mader verhuisde naar Rotterdam. Daar beviel zij op 12-12-1894 van een zoon George Johannes. Een dochter Bertha volgde aldaar op 13-2-1898. Op 3-8-1900 werd een tweeling geboren, Albertus en Hendrik, die dezelfde maand nog overleed. Tenslotte volgde op 4-11-1901 nog een dochter Maria. Jansje was toen inmiddels 42 jaar oud.

Volgens Corrie Verhoeff was de vader van deze kinderen een meneer Voogd, wiens vrouw niet wilde scheiden. De kinderen zouden wel bij het sterfbed van hun echte vader zijn geweest en ook nog van hem hebben geërfd. Over deze mysterieuze meneer Voogd zal ik in een latere blogpost meer schrijven.

Op 27-1-1909 trouwde Jansje in Rotterdam met Gijsbert Johannes Kriellaart (1861-1918). Bij het huwelijk werden 3 kinderen erkend: George Johannes, Bertha en Maria. Gijsbert Johannes kwam uit een aanzienlijke familie met een familiewapen. Zijn gelijknamige grootvader, Gijsbert Johannes Kriellaart (1801-1859), was in staat geweest om iemand te betalen om dienst te doen als plaatsvervanger voor de Nationale-Militie (het leger).

Huwelijksacte van G.J. Kriellaart en Jansje Mader, waarbij 3 kinderen worden erkend

Op verzoek van Jansje Mader werd haar 2e huwelijk op 28-9-1912 door echtscheiding ontbonden wegens "door genoemde Gijsbert Johannes Kriellaart gepleegd overspel". Gijsbert Johannes had daar op 9-9-1912 tevergeefs verzet tegen aangetekend.

15 juni 2014

Het dode kind van Jannigje Vermaas in 1866 in Strijen

In de editie van 15-6-1866 van de Nieuwe Rotterdamsche Courant staat het volgende artikel over een rechtzaak bij het Provinciaal Gerechtshof in Zuid-Holland, waarin de 21-jarige, ongehuwde Jannigje Vermaas, geboren en wonende te Strijen, werd beschuldigd van het vermoorden van haar baby:


Op 8-2-1866 's morgens rond half 4 was Jannigje Vermaas in Strijen "ten huize van haar meester en meesteres" bevallen van een zoontje, waarvan onbekend is of het dood ter wereld kwam of nog even heeft geleegd. Jannigje had het kind namelijk vervolgens in een nabije sloot gegooid. Jacob Adrianus Quartel, melkboer, vond het babylijk in een bij zijn woning gelegen sloot. Toen hij zijn dienstmeid Jannigje ondervroeg, erkende zij die morgen te zijn bevallen en haar kind in de sloot te hebben geworpen. De aangifte van de levenloze baby werd op 9-2-1866 in Strijen gedaan door Quartel samen met de locale veldwachter. 

Bij de rechtzaak werden 7 getuigen gehoord, waaronder 2 deskundigen. De deskundigen verklaarden (1) dat het kind niet geheel voldragen was, maar wel levensvatbaar, (2) dat het lijkje geen uitwendige tekenen van verwonding vertoonde en (3) dat de baby levend in het water was geworpen en daarna "nog krachtige pogingen tot ademhaling" had gedaan. Er werd een tuchthuisstraf voor Jannigje geëist van minstens 5 en hoogstens 20 jaren. Jannigje's advocaat had echter betoogd dat het volstrekt onbewezen was dat het kind na de geboorte had geleefd.

8 juni 2014

De Capelsche bootramp van Tweede Pinksterdag 1860

Op Tweede Pinksterdag 1860 kon je een pleziervaart à ƒ1 p.p. met de Capelse stoomboot maken heen en terug naar Rotterdam. Om half 2 vertrok de Capelse boot naar Rotterdam.  

De dag tevoren was er een noordwester storm, maar ’s avonds was het wat stiller geworden. Echter, om 11 uur stak een fikse storm op uit het Westen. Te Rotterdam bleven van de Capelse boot vele personen achter, toen deze weer richting de Kil naar het zuiden voer. Nabij Hooge Zwaluwe brak de stag der fok, die noodzakelijks was om het vaartuig in de storm te besturen. 

Toen de kajuit begon vol te lopen waren de meeste mensen naar boven gegaan. Daar sloeg de zee of golfslag spoedig verscheidene weg, anderen sprongen zelf overboord. De hofmeester J. Verhoeven, die een goed zwemmer was en reeds het land genaderd was, had zich kunnen redden, als hij niet geprobeerd had zijn dienstmeid te redden. Hij had haar een touw toegereikt en bracht haar herhaalde malen uit de diepte boven water, waarna hij zelf, uitgeput, met haar in de diepte wegzonk. 

Rotterdamsche Courant, 31-5-1860

Een tiental mensen zaten in de mast en zagen de anderen één voor één van de radarkasten slaan en in de golven verdwijnen. De overlevenden hingen in de mast van ’s avonds half 6 tot de volgende morgen 6 uur, toen een andere boot langs kwam. Men kon nog 9 verkleumde personen van de boot redden. 

5 juni 2014

Huwelijksvoorwaarden van Adriaen Dircxz. Cranendonck en Nelken Pleune van 5-6-1670 te Puttershoek

Adriaen Dircxz. Cranendonck, wonende in Bonaventura, jonge man, en Neeltge Pleunsdr. van der Swaen, jonge dochter, geassisteerd met Pleun Arijensz. van der Swaen, haar vader en voogd in dezen, maakten op 5-6-1670 te Puttershoek voor de notaris uit Mijnsheerland een akte van huwelijkse voorwaarden. De bruidegom bracht al zijn goederen in; de bruid de goederen die zij van haar moeder geërfd had en haar vader beloofde haar ca. 3 morgen land in Nieuw-Bonaventura op grond van Puttershoek, hetwelk aan de noordzijde werd beland door 'den nieuwen boesem'. Bij zijn kinderloos overlijden zou Neeltje de helft der boedel behouden; bij haar kinderloos overlijden zou haar weduwnaar de gehele boedel behouden, behalve haar ingebrachte goederen, kleding en lichaamssieraden, die naar haar erfgenamen zouden gaan. De bruid tekende als 'nelken pleune dochter' en haar vader als 'pluen arese van der swaen'.

Neeltge Pleunsdr. was gedoopt op 22-4-1646 in Puttershoek als dochter van Maergie Leendertsdr. van Driel (±1604-±1653) en haar 3e echtgenoot Pleun Adriaensz. van der Swaen alias Swaene Ghat (†1704). Adriaen Dircxz. Cranendonck was geboren in Charlois of Katendrecht (tegenwoordig in Rotterdam) als zoon van Maritge Gerrits Cranendonck en Dirk Adriaen Jorisz (1649). Adriaen behoorde tot een select groepje 'hele kapitalisten' met een vermogen van meer dan 2000 gulden. Adriaen en Neeltge trouwden in Puttershoek op 22-6-1670.

Adriaen Dircxz.  kocht op een openbare verkoping in 1677 voor ƒ210 een stuk land van 4 mr. 437 roe in Nieuw-Bonaventura "op den houck van den Kruijswegh en den Langendam". Op Adriaen's verzoek werd op 18-9-1678 een verklaring afgelegd dat hij het gehele jaar 1674 de zaken van zijn broeder Gerrit had waargenomen daar deze "sijne sinnen onmachtig is geweest".

Adriaen Dircxz. en Neeltge Pleunsdr. kregen 2 kinderen, waarna Neeltge Pleunsdr. rond 1680 overleed. Haar weduwnaar maakte op 9-2-1683 huwelijkse voorwaarden op met Maeijcke Jansdr. van Strijen. Op 18-12-1679 compareerde Adriaen Dircxz. Cranendonck, ziek, won. te 's-Gravendeel. Tot universele erfgenamen benoemde hij zijn 2 onmondige kinderen in echt verwekt bij Neeltie Pleune. Die kinderen waren Dirck (1711), die ongehuwd overleed, en Lena (†1723), die in 1712 trouwde met wedunaar Jacob Aertsz. Snaeijer, die binnen 4 jaar na hun trouwen overleed. Er waren geen kleinkinderen.

Kaart van de dijkage van Bonaventura met de polders de Mijl, Mookhoek en Trekdam
Een oude kaart van Nieuw Bonaventura. Het noorden is links op de kaart.

Bronnen:
  • ir. C. Sigmond en K.J. Slijkerman: "De Geslachten Cranendonck in Holland ca. 1400-1700", Rotterdam, 1992
  • K.J. Slijkerman: "Het geslacht met de taken Van der Swaen en Oudeklem uit Sint Anthoniepolder" in "Ons Voorgeslacht" jaargang 64, februari 2009
  • GaHetNa.nl

1 juni 2014

Leidekker Dirk Houweling viel van de toren

Dirk Houweling was leidekker en woonde in Schoonhoven. In 1753, tijdens werkzaamheden aan de torenspits in Lekkerkerk, brak het kruis af, waardoor Dirk van het dak viel en via de omloop op straat terecht kwam.
Bij de schouw op 31-5-1753 te Lekkerkerk bleek o.a. dat zijn achterhoofd gebroken was. Te Lekkerkerk werd hij begraven. De aangifte werd gedaan op 1-6-1753 door Huijgh Janse de Jongh van Lekkerkerk. Huijgh was getrouwd met Reimpje Jorisse Prins. Of en, zo ja, hoe Dirk Houweling verwant is aan mijn voorouders Houweling in die regio is mij helaas níet bekend.