17 september 2018

Johannes Casteleijn (1788-1853) werd krankzinnig

Schoenmaker Johannes Casteleijn was op 8-5-1788 geboren en op de 13e in Middelburg gedoopt als zoon van Johannes sr. en Josina Mortier (†1808). Johannes trouwde op 28-jarige leeftijd op 1-5-1817 in Middelburg met de 21-jarige naaister Catharina Pieternella Kaul. Zij is in Middelburg op 11-8-1795 gedoopt als dochter van Quirinus Kaul (†1808) en schoolhouderes Barbara Verbiest. Josina’s moeder was bij hun huwelijk aanwezig. Johannes verklaarde de verblijfplaats of laatste woonplaats van zijn vader níet te kennen. Johannes had nog wel een oudere broer, tabakswerker Maarten Casteleijn (1785-1856). 

Johannes en Catharina Pieternella kregen 6 kinderen, waarvan er 4 vóór hun 4e verjaardag zijn overleden. Twee zoons, Johannes jr. en Leendert, bleven in leven. Hun moeder, de vrouw van Johannes, is overleden op 2-4-1828 in Middelburg, 7 dagen na de geboorte van haar jongste zoontje, dat een dag na haar stierf. Catharina Pieternella werd 32 jaar oud. Haar moeder, Barbara Verbiest, is pas op 10-11-1845 overleden, 78 jaar oud.

Op 20 juni 1849 werd Johannes Casteleijn wegens krankzinnigheid opgesloten in het “Geneeskundig Gesticht voor Krankzinnigen” aan de Lindegracht in Dordrecht. Er werd vermeld dat het tijdelijk” was, maar hij blijkt daar de rest van zijn leven te hebben verbleven.

Middelburgsche Courant, 26-6-1849

De Meuseumstraat heette
vroeger Lindegracht.
Zoon Leendert, geboren op 13-5-1824 in Middelburg, is op de Noorder-Atlantische Oceaan overleden op 28-4-1851 aan boord van het fregatschip “Phoenix”. Hij was 26 jaar oud. 
Zoon Johannes jr., geboren op 11-11-1821 in Middelburg, werkte als koperslagersknecht. Hij trouwde in 1846, maar is reeds op 30-jarige leeftijd overleden op 20-4-1852 in Middelburg. Hij liet een dochter na, genaamd Johanna Pieternella Castelijn.

Johannes Casteleijn is overleden in Dordrecht op 18-11-1853 rond 5 uur ’s middags in het huis N° 1046 op de Lindegracht. Eén van de aangevers was huismeester Pieter van der Wal. Het overlijden van Johannes werd zowel in Dordrecht als in Middelburg geregistreerd.

Bronnen: WieWasWie.nlDelpher.nl, FamilySearch.org.

10 september 2018

In 1878 bleef Jan Bravenboer op zee

Jan Bravenboer werd geboren op 6-9-1853 rond 8 uur 's morgens in Vierpolders op het eiland Voorne-Putten, als jongste zoon van Geen Bravenboer (1811-1885) en zijn eerste vrouw Dirkje Luijendijk (1813-1855). Jan had broers Arij (1840-96), Willem (1842-81) en Geen Bravenboer (1850-1932). Toen Jan 2 jaar oud was, is zijn vader hertrouwd met Geertje van den Handel (1815-1880).
Jan verhuisde naar nabij gelegen Zwartewaal waar hij trouwde op 20-4-1877 met Pieternella de Kloe. Zij was aldaar geboren op 22-3-1855 rond 7 uur 's morgens als dochter van Jan de Kloe en Maartje Verhoeven. Bij de bruiloft waren zijn vader, haar moeder en haar broer Klaas de Kloe aanwezig.
Jan en Pieternella kregen samen 4 kinderen, waarvan alleen dochter Lena Bravenboer de volwassen leeftijd zou bereiken en zou trouwen.

Jan Bravenboer is in september 1878 als matroos uitgevaren op de Noordzee op het loggerschip “Johanna Catharina” met schipper Jan van der Wind. Het schip is nooit teruggekeerd en dus vermoedelijk in volle zee vergaan. Daarna is er nooit meer iets van de opvarenden vernomen.

In 1882 en 1883 werden in de Nederlandsche Staatscourant oproepen geplaatst uit naam van Pieternella de Kloe dat "Jan Bravenboer, gewoond hebbende te Zwartewaal, nu afwezig" diende te verschijnen op een terechtzitting van de arrondissements-rechtbank te Rotterdam.

Nederlandsche Staatscourant, 26-3-1883

Vanzelfsprekend heeft de verdronken Jan Bravenboer zich nooit kunnen melden, waarna bij vonnis van deze rechtbank van 29-10-1883 werd verklaard dat er rechtsvermoeden van overlijden bestaat van haar echtgenoot "Jan Bravenboer, in leven matroos ter visscherij, wonende te Zwartewaal". Aan de eiseres werd verlof verleend om een nieuw huwelijk aan te gaan.

Nederlandsche Staatscourant, 22-1-1884

6 september 2018

Margjen Spanjaert (1832-1915) trouwde met 2 broers

Margjen Spanjaert werd geboren op 8-11-1832 in Groningen als één van de vele kinderen van  schoenmaker Gerardus Spanjaert en wolnaaister Margjen Boomgaard, die beiden ook in Groningen waren geboren. Later werkte Gerardus als commies (grensbeambte). Na 1847 verhuisde Gerardus Spanjaert met zijn gezin naar Leiden. 

Margjen Spanjaert was 30 jaar oud toen zij in Leiden op 12-8-1863 trouwde met de 29-jarige Johan Beatus Mader. Hij was ca. 1,60 m. lang en had blond haar en blauwe ogen. Johan Beatus is geboren op 26-6-1834 als middelste zoon van zijn gelijknamige vader, een Zwitser, die in 1842 zijn gezin in de steek had gelaten. Daarop was de moeder van Johan Beätus, Jansje Verhoog (1810-1884), met een echtscheidingsprocedure begonnen, waarna in 1851 de echtscheiding werd uitgesproken. 

Margjen Spanjaart en Johan Beatus Mader jr. woonden aan de Levendaal in het centrum van Leiden en kregen daar 9 kinderen uit 8 zwangerschappen. De meeste van hun kinderen, waaronder de tweeling, stierven jong. Hun jongste zoon, Abraham, werd op 29-2-1872 geboren. Acht maanden later, op 2-11-1872, is Johan Beatus Mader gestorven. 

Behalve een weduwe liet Johan Beatus Mader jr. een moeder en 2 broers achter. Zijn jongste broer, Abraham Mader, was in Leiden geboren op 8-12-1838. Hij was daar op 21-8-1861 getrouwd met Mina Montie, die 2 dagen voor haar man was geboren, eveneens in Leiden. In Leiden kregen Mina Montie en Abraham Mader 7 kinderen, waarvan er 3 in leven bleven. Een jaar na de geboorte van haar jaar jongste kind is Mina Montie overleden op 13-4-1877 in Leiden.


Leidsch Dagblad, 17-1-1874

Margjen Spanjaart is op 44-jarige leeftijd op 26-9-1877 in Leiden hertrouwd met haar 6-jaar-jongere zwager Abraham Mader. Hij was ca. 1,54 m. lang en had ook blond haar en blauwe ogen. Margjen's tweede huwelijk duurde nog korter dan haar eerste. Reeds op 4-3-1885 is Abraham Mader overleden, 46 jaar oud. Twee jaar later werd hij gevolgd door zijn zoon Andries (1864-1887) uit zijn eerste huwelijk. 


Leydse Courant, 27-9-1877

Margjen's derde zoon, Adrianus Mader (1866-1900), werd in 1886 als loteling in de militieregisters vermeld. In 1890 zijn Margjen's tweede zoon Gerardus (1865-1898) en haar jongste zoon Abraham (1872-1945) getrouwd. Van haar stiefkinderen waren toen alleen nog Jannetje (1866-1907) en Susanna Mader in leven.

31 augustus 2018

Beurtschipper Johannes Booij is in 1932 te water geraakt en verdronken

De 53-jarige beurtschipper Johannes Booij is op 1 september 1932 in Amsterdam aan de Oosterdoksteiger in het donker te water geraakt en verdronken. 

Haagsche Courant, 3-9-1932

Johannes Booij werd geboren op 7-10-1878 op De Slood in Hoogeveen als jongere zoon van schipper Jan Booij (1847-1921) en zijn vrouw Albertje Eshuis (1849-1920), die in 1869 in Hoogeveen waren getrouwd. Johannes is vernoemd naar zijn grootvader van moeder's zijde. Zijn grootvader van vader's zijde, schipper Albert Booij (1822-1891), was een zoon van Harm Alberts Booij (1797-1837) uit Hoogeveen en diens vrouw Grietje Alberts Hofman uit Dwingelo.

24 augustus 2018

Landloper Cornelis Lanser (1856-1899) uit Sliedrecht

Cornelis Lanser in 1896
Cornelis Lanser werd op 19-12-1856 in Sliedrecht geboren als jongste kind van Jan Lanser (1807-1882) en diens eerste vrouw, Pietertje van Dongen, die 5 dagen na Cornelis' geboorte in het kraambed is overleden. Cornelis was nog geen 5 jaar oud, toen zijn vader hertrouwde met Maria van de Graaf (1808-1885), weduwe van Dirk Florisse Vonk.

Cornelis is op 26-8-1882 in Sliedrecht getrouwd met zijn achternicht Adriana Lanser (1858-1891). Zij hebben gezamenlijke voorouders in Pieter Teunisse Lanser (1761-1847) en zijn vrouw Jannigje Jacobs Teeuw (1763-1836). 
Cornelis en Adriana kregen 3 kinderen, Pietje, Lijntje en Aart. Adriana is vervolgens overleden op 26-3-1891 en haar oudste dochter Pietje is overleden op 27-9-1892. Daarna ging het bergafwaarts met Cornelis Lanser (foto rechts). 

Na zijn tweede veroordeling wegens landloperij werd Cornelis Lanser op 21-8-1896 opgenomen in Veenhuizen in Drenthe. Cornelis Lanser was toen 39 jaar oud en 1,655 m. lang met een bovenlijf van 87 cm. lang. Op zijn ene onderarm had hij een litteken van een messteek. De huid van zijn gezicht was rood. In Veenhuizen is Cornelis Lanser is op 15-6-1899 overleden. 


Cornelis Lanser en zijn vrouw hebben een gezamenlijke voorvader in Pieter Lanser.

Bonnen: WieWasWie.nl en AlleDrenten.nl.

17 augustus 2018

Nicolaas Huizer (1834-1886) miste zijn onderbeen

De 38-jarige Nicolaas Huizer, wonend in Heinkenszand (Zld), werd op 24-8-1874 opgesloten in de strafgevangenis te Goes wegens "onwillige verwonding" en wanbetaling van een geldboete. Hij was op 29 juni veroordeeld door de arrondissements rechtbank te Goes tot 6 dagen eenzame opsluiting. Hij was niet eerder veroordeeld geweest. Zijn gedrag in de gevangenis was goed. Op 30 augustus werd Nicolaas ontslagen. Extra pikant is dat Nicolaas eerder werkzaam was als rijksveldwachter.

Nicolaas Huizer was geboren op 13-12-1834 in Bruinisse (Zld) als zoon van Bastiaan Huizer en diens eerste vrouw, Kaatje Kister. Nicolaas' aangezicht was vol, zijn voorhoofd breed, zijn mond groot en zijn ronde kin was geschoren.. Hij had blauwe ogen en zijn wenkbrauwen en haar waren bruin. Het meest opvallende, echter, was dat hij zijn rechter onderbeen miste.

Signalement en handtekening van Nicolaas Huizer

Nikolaas Huizer was 24 jaar oud en - net als zijn vader - "opziener der Jagt en Visschery" toen hij op 21-10-1859 in Heinkenszand trouwde met de 27-jarige naaister Adriana Cornelia Kloosterman. Zij was geboren in Goes op 13-10-1832 als dochter van kroeghouder Jan Kloosterman en zijn vrouw Adriana Karelse. 
Nikolaas en zijn vrouw kregen op 3-3-1861 in Heinkenszand een dochter Kaatje Adriana, vernoemd naar haar beide grootmoeders. Een zoon Jan Nicolaas, vernoemd naar zijn beide grootvaders, werd geboren op 11-7-1863 in Heinkenszand. Nicolaas en zijn vader Bastiaan werkten rond die tijd beiden als rijksveldwachter.

10 augustus 2018

Hendrik Kruithof (1823-89) was krankzinnig

De Nederlandsche Staatscourant van 1-2-1867 vermeld dat Hendrik Kruithof, wonende te Mijnsheerenland, onder curatele is gesteld vanwege krankzinnigheid. Dit betreft hoogstwaarschijnlijk de op 12-8-1823 in Mijnsheerenland geboren Hendrik, zoon van Pieter Kruithof (1797-1855) en Hilligje van Lughtenburg (1798-1873). Die Hendrik is ook op 22-4-1889 in Mijnsheerenland overleden.

Nederlandsche Staatscourant, 1-2-1867

Hendrik Pieterse Kruithof had wèl een gelijknamige neef. Dat was Hendrik Kruijthoff, die op 16-4-1838 in Mijnsheerenland werd geboren als zoon van Johannis Kruithof en Trijntje de Jong. Die Hendrik Kruijthof is echter in 1860 in 's-Gravendeel getrouwd met Jannigje den Boer uit 's-Gravendeel en liet vervolgens kinderen dopen in 's-Gravendeel en Strijen in de periode 1861-1882. Daarna is die Hendrik Kruijthoff op 18-2-1910 in Strijen overleden. Beide Hendriken zijn vernoemd naar hun grootvader Hendrik Kruithof (1756-1832), man van IJda van der Sijde. 

2 augustus 2018

Maaijke Nederveen's 3 huwelijken in Klaaswaal

Maaijke Nederveen is drie maal getrouwd in Klaaswaal in de Hoeksche Waard en heeft uit al haar huwelijken minimaal één kind gekregen dat de volwassen leeftijd heeft bereikt en is getrouwd.
Zelf werd Maaijke geboren in Werkendam, waar ze op 6-2-1774 werd gedoopt met als doopgetuigen haar tantes Maaijke Bastiaanse de Fonkert en Johanna Nederveen. Maaike's ouders zijn Jacob Jacobse Nederveen (1744-1796) uit Werkendam en Geertruij Bastiaans de Fonkert (±1748-1782) uit Strijen. Haar grootouders zijn Jacob Nederveen (†1774) uit 's-Gravenmoer, Aagtje de Geus (1716-1776) uit Werkendam, Bastiaan Pieters de Fonkert uit Strijen en Neeltje Jacobs Meijboom, wier ouders afkomstig waren uit Dubbeldam.

Diverse van Maaike's broers en zussen zijn jong gestorven, maar haar oudere zus Aagtje Nederveen (1772-1868) trouwde in 1788 met Huijbrecht Schot en verhuisde met hem naar Bergen op Zoom. Haar broer Jacob (1778-1842) en zus Neeltje (1775-1844) verhuisden naar Bergen op Zoom, waar zij beiden twee maal zouden trouwen. Hun jongste overlevende zus Bastiana Nederveen (1779-1834) verhuisde naar Strijen in de Hoeksche Waard, waar zij eind 1799 trouwde met Arnoldus de Man.

Klaaswaal
Klaaswaal
Maaijke Nederveen trouwde op 8-5-1791 in Klaaswaal met Pieter Pietersen Middelhoek. Zijn ouders zijn Pieter Pieters Middelhoek (1726-1778) uit Kralingen en Lijntje Jans Roodbol* en zij lieten Pieter dopen op 4-5-1755 in Klaaswaal. Met Pieter kreeg Maaijke Nederveen twee zonen: Jacob (1796-1855) en Jan (1801-1867). Op 22-7-1805 in Klaaswaal werd het lijk van Pieter Middelhoek aangegeven.

Maaijke Nederveen trouwde op 17-3-1806 in Klaaswaal met Bastiaan Leenderts van Erkel (1772-1806), weduwnaar van Anna Leenheer met wie hij een dochter Alida had. Bastiaan was gedoopt op 6-9-1772 in Klaaswaal als zoon van Leendert van Erkel (±1733-1806) en Alida Joppe van Dongen (±1742-1809). Toen Maaijke op 4-12-1806 in Klaaswaal beviel van hun dochter Bastiaantje (1806-1837), was zij reeds weduwe. Het lijk van Bastiaan van Erkel was aangegeven op 2-8-1806 in Klaaswaal.

Maaijke Nederveen trouwde op 31-5-1807 in Klaaswaal met Gerrit Barendregt (±1770-1827) uit de Sint Anthoniepolder. Zijn ouders zijn Jan Bastiaansz. Barendregt (±1735-1778) en diens tweede echtgenote Maaike Gerrits Smits (†1817). Deze familie Barendregt stamt - net als ik - van ene Pieter Hendricksz, die aan het begin van de 17e eeuw van Barendrecht naar de Sint Anthoniepolder verhuisde. Uit Maaike's derde huwelijk werden in Klaaswaal in de periode 1808-1816 zes kinderen geboren: Jan (2x), Geertruij, Maaike, Aagje en Sija Barendregt.

26 juli 2018

Hendrika Dekkers (1883-1967) was 44½ jaar weduwe

Hendrika Dekkers was 84 jaar oud, toen zij is overleden op 22-11-1967 in 's-Gravenmoer (NB). Zij was toen al 44½ jaar weduwe. Haar man, Jan Rosenbrand, was maar 44½ jaar oud geworden. Het paar was getrouwd in 's-Gravenmoer op 28-11-1901. Hendrika Dekkers was geboren op 18-3-1883 in 's-Gravenmoer als dochter van Hermanus Cornelisz. Dekkers en Antonia Wouters Blom.

Gereformeerd Gezinsblad, 25-11-1967

Jan Rosenbrand was geboren op 19-9-1878 in 's-Gravenmoer als zoon van Gerrit Rosenbrand (1833-1886) en zijn tweede echtgenote, Johanna van Loon (1843-1913), die in 1895 was hertrouwd met Nikolaas Heijblom (1849-1922). Jan Gerritsz. Rosenbrand stamt - net als ik - af van de 17e-eeuwse Jan Claesz. Rosenbrand. Jan Gerritsz. Rosenbrand is overleden op 10-3-1923 in 's-Gravenmoer.

16 juli 2018

Kort huwelijk: Cornelis Stam & Maaijke de Ruijter in 's-Gravendeel

Al vaker heb ik geschreven over de vernietigde doopboeken van 's-Gravendeel en de problemen die dat geeft bij het zoeken naar voorouders. Ook voor de Maaijke Gerrits de Ruijter in dit verhaal geldt dat om die reden níet met zekerheid valt te zeggen wie haar ouders waren.
Maaijke de Ruijter trouwde, als jonge dochter van 's-Gravendeel, op 22-8-1795 aldaar met Cornelis Stam, die op 16-7-1766 in Strijen was geboren als zoon van Cornelis Teunisse Stam en Soetje Jacobs van Ham (±1740-1789). Zijn grootvader van vader's zijde, Teunis Cornelisse Stam (±1697-1782), is ook een voorouder van mij.

Op 9-8-1796 in 's-Gravendeel beviel Maaijke de Ruijter van een zoon Cornelis. Hij werd aldaar gedoopt op 14-8-1796 met als getuige Jannigje Abrahamse de Vlaming (1748-1829). Jannigje was de echtgenote van Gerrit Pieters de Ruijter (±1744-1821) en zij zijn dus hoogstwaarschijnlijk de ouders van de Maaijke de Ruijter in dit verhaal. Wanneer Maaijke rond haar 22e is getrouwd, dan zal zij rond 1773 zijn geboren als één van de oudste kinderen van haar ouders. Zij zal zijn vernoemd naar haar grootmoeder van vader's zijde, een eerdere Maaijke Gerrits de Ruijter.
De aangifte van het overlijden van de jonge Maaijke Gerrits de Ruijter was op 4-10-1797 in 's-Gravendeel. Zij was “onvermogend”, dus arm. Haar weduwnaar, Cornelis Stam, is in juni 1800 overleden in Wissekerke op Zuid-Beveland in Zeeland. Hun enige kind, Cornelis Stam jr., is zo al op 3-jarige leeftijd wees geworden. Het huwelijk van zijn ouders had slechts 2 jaar geduurd.


Cornelis Stam jr. trouwde op 15-11-1821 in Strijen met Jannigje Bezemer (1796-1857) uit Strijen en erkende bij het huwelijk een dochter Maaike, geboren op 13-10-1821 in Strijen. Behalve deze Maaike (1821-1882) zouden ook hun dochters Neeltje (1828-1881), Cornelia (1835-1858) en Jannigje (1839-1923) de volwassen leeftijd bereiken. Ook was er een zoon Arij Stam, die weer een zoon Cornelis kreeg. Cornelis Stam, de zoon uit het korte huwelijk, is overleden op 19-9-1859 in Strijen, 63 jaar oud.

13 juli 2018

Voorvaderen van wielrenner Schalk Verhoef (1935-97)

In het kwartaalbericht van het Streekarchief Eiland IJsselmonde staat een artikel en de kwartierstaat van wielrenner, softbalcoach en frisdrankleverancier Schalk Verhoef (1935-1997). In 1955 werd de ca. 2 meter lange Schalk nationaal amateur-kampioen op de weg en won hij de Ronde van Zeeland. In 1957 werd hij derde op het wereldkampioenschap. In de periode 1958-61 reed Schalk als prof wielrenner en won hij o.a. een etappe in de Ronde van Nederland.

De kwartierstaat in het blad toont de voorouders van Schalk Verhoef tot en met Willem Pietersz. Verhoef (1811-1895) met vermelding van de namen van diens ouders. Ik heb daarop verder teruggezocht in de mannelijke lijn en toen bleek deze Schalk Verhoef een directe mannelijke afstammeling te zijn van mijn voorouder Pieter Willemse Verhoeven (†1768) uit Hendrik-Ido-Ambacht.

Hier volgt de naamreeks Verhoef/Verhoeven:
  1. Schalk Verhoef, geboren op 5-8-1935 in Rotterdam, overleden aldaar op 18-1-1997.
  2. Jacob Verhoef, geboren  in Rhoon op 10-1-1913, overleden op 26-7-1994 in Rotterdam.
  3. Schalk Verhoef, geboren in Rhoon op 26-7-1874, overleden aldaar op 31-1-1959.
  4. Gerrit Verhoef, geboren in Rhoon op 27-12-1841, overleden aldaar op 1-3-1915.
  5. Willem Verhoef, geboren in Rhoon op 3-5-1811, overleden op 6-3-1895 in Heinenoord. Willem trouwde Maria Kroes (1811-1872) en Kaatje Snijders (1821-1910).
  6. Pieter Verhoef, gedoopt op 23-7-1786 in Hendrik-Ido-Ambacht, overleden in Charlois op 23-3-1822. Zijn weduwe, Neeltje Pieters Molenaar (1789-1859), is hertrouwd met Gerrit Bestebreur (1791-1831).
  7. Willem Verhoeven, geboren rond 1755, overleden op 1-12-1820 in Heerjansdam. Hij trouwde Lijntje Elderts Groenendijk (1758-1842).
  8. Pieter Verhoeven was rond 1750 getrouwd met Jannigie Willems Penning(s) uit Rijsoord.
  9. Pieter Verhoeven/van der Hoeve, gedoopt op 18-1-1702 in Hendrik-Ido-Ambacht, overleden in 1768, was getrouwd met Annetie Pieters Huijser, maar het is níet zeker of zij de moeder is van zoon Pieter.
  10. Willem van der Hoeven, overleden rond 1703, gehuwd met Willempje Nijsse en Aeghjen Jans van der Leck (1662-1705), die de moeder is van zoon Pieter.
  11. Wouter Willemsz. en Joostie Cornelis, die op 24-6-1646 in Hendrik-Ido-Ambacht zijn getrouwd.

Bronnen:
  • "Bekend op IJsselmonde: Wielrenner Schalk Verhoef" door Marcel Verhoef in: Kwartaalbericht Streekarchief Eiland IJsselmonde, Jaargang 33, nummer 2, zomer 2018
  • "Een geslacht verhoeven met een tak Verhoef(f) op het eiland IJsselmonde" door C.J. Verhoeven in: Ons Voorgeslacht, Jaargang 66, 2011
  • de.wikipedia.org
  • www.stadsarchief.rotterdam.nl

9 juli 2018

Slechts 4 dagen getrouwd: Adriana Petronella Koomans

Op 26-7-1866 in Abcoude-Baambrugge trouwden Cornelis Wouter Hoogendijk en Adriana Petronella Koomans. Adriana Petronella werd geboren op 24-11-1842 in de gemeente Fijnaart en Heijningen in Noord-Brabant. Haar ouders waren Willem Koomans (1818-1917), die 99 jaar oud zou worden, en zijn eerste vrouw Aagje Fontijn. Op 6-jarige leeftijd verloor Adriana Petronella haar moeder en 2 jaar later is haar vader hertrouwd. Het gezin woonde toen inmiddels in Abcoude-Baambrugge.

Opregte Haarlemsche Courant, 27-7-1866

Cornelis Wouter Hoogendijk was geboren op 22-10-1840 rond 10 uur 's-avonds in Zwammerdam als zoon van koopman Adrianus Hoogendijk en zijn vrouw Neeltje Anna van Rossen. Cornelis Wouter Hoogendijk is overleden op 30-7-1866 's nachs rond 2 uur in huis nr. 49 op de markt in Zutphen. Hij was slechts 4 dagen getrouwd.

3 juli 2018

Soldaat Christiaan Stam uit 's-Gravendeel in het leger van Napoleon

Mijn voorouders Corstiaan Aarts van Driel (†1797) en Cornelia Lammerts Grandia (±1720-1803) woonden in 's-Gravendeel in de Hoeksche Waard. Van die plaats zijn de doop- en trouwboeken vernietigd, wat reconstructie van hun gezin enorm bemoeilijkt. Het is waarschijnlijk dat Aart Korsz van Driel (±1744-1828) en Lambert van Driel (†1810) hun - naar hun grootvaders vernoemde - zonen waren. Wat ik wèl zeker weet is dat Corstiaan en Cornelia de ouders zijn van Jaapje Corsse van Driel (±1755-1825) en Neeltje Korsse van Driel (±1752-1835). Neeltje trouwde met Leendert Stam (±1752-1819) en van hen heb ik 4 kinderen gevonden: Cornelia (1785-1861), Arij (1787-1829), Anna (1797-1849) en Christiaan

Christiaan Stam werd geboren op 3-7-1791 in 's-Gravendeel in de Hoeksche Waard. Tijdens de Franse Tijd ging hij in dienst bij het leger van Napoleon. De opleiding van een soldaat in het Franse leger duurde ongeveer 3 maanden, waarna de recruit werd ingedeeld bij een compagnie. Christiaan werd - met stamboeknummer 4645 - ingedeeld in het 124e Regiment Infanterie van Linie, dat aanvankelijk was gelegerd in Abbéville in het noorden van Frankrijk.
Het 123e, 124e en 125e linieregiment infanterie, het 33e regiment lichte infanterie, het 3e regiment grenadiers van de Keizerlijke Garde en het 2e regiment lansiers van de Keizerlijke Garde vochten zonder uitzondering in Rusland en leden daar zware verliezen. Ook de terugtocht uit Rusland ging gepaard met vreselijke ontberingen. Hierdoor was het dodental onder de soldaten uit de Hollandse departementen relatief gezien hoog. Zelfs van al 
Napoleon's oorspronkelijke manschappen was minder dan 1/6 over, toen zijn legers eind 1812 de Russische grensrivier de Njemen overstaken. 

Het ligt voor de hand dat ook Christiaan Stam is omgekomen, want er zijn verder geen gegevens van hem te vinden.

Bronnen: Archieven.nl, WieWasWie.nl, Reconstructie van het 's-Gravendeelse dooboek op basis van Huwelijkse Bijlagen, Historisch Nieuwsblad: De Nederlandse soldaten van Napoleon.

29 juni 2018

Elisabertus (1888-1919), de gebeten Bos

Bij de zitting van de arrondissements-rechtbank te Dordrecht van woensdag 21 juli 1909 werd 2 weken gevangenisstraf gevorderd tegen de arbeider Leendert L. te Klaaswaal, omdat hij in de nacht van 18 op 19 mei in een herberg aldaar Elisabertus Bos had mishandeld door hem opzettelijk van een stoel te trekken, op de grond te gooien en hem te slaan en te bijten.

Dordrechtsche Courant, 22-7-1909

Elizabertus Bos was geboren op 4-2-1888 in Westmaas als vierde van de dertien kinderen van Wouter Bos (1838-1920) en Neeltje Noordhoek (1857-1926). Hij zal zijn vernoemd naar zijn grootmoeder van vader's zijde, Elisabeth Schutter (1815-1883). Via haar stamt Elizabertus af van mijn voorouder Paulus Jansz Hartigh (1683-1713) uit Strijen. Van vader's zijde behoort Elizabertus tot een familie Bos die in de 18e eeuw van Tricht via Oud-Alblas naar de Hoeksche Waard verhuisde.  
Elizabertus Bos was arbeider van beroep. Hij is op 28-3-1913 in Numansdorp getrouwd met Dirkje Lena Boer. Zij werd geboren in Numansdorp op 24-4-1892 als dochter van Pieter Boer en Lena van Bergen. Elizabertus Bos is overleden op 22-9-1919 in Willemstad, 31 jaar oud. Zijn overlijden werd in Klaaswaal aangegeven op de 27e. 

Bronnen: Delpher.nlWieWasWie.nl.

21 juni 2018

Andries Niemantsverdriet (1819-70) uit Klaaswaal was krankzinnig

Bastiaan Niemantsverdriet (1793-1859) behoort tot de Klaaswaalse familie Niemantsverdriet, die afstamt van Bastiaen Cornelisse Niemantsverdriet en Lijntje Bastiaans van Es, die aldaar in 1702 zijn getrouwd. Bastiaan is aldaar geboren op 24-2-1793 als zoon van Andries Niemantsverdriet (1743-1817) en Lijsbeth Harthals. Bastiaan is zelf op 2-11-1813 in Maasdam getrouwd met Grietje Pieters Barendrecht (1795-1829) uit de Sint Anthoniepolder. Haar ouders zijn Pieter Huijge Barendrecht en Annetje Jans Barendrecht. Met haar kreeg Bastiaan 8 kinderen, waaronder Elisabeth, Pieter en Andries.

Klaaswaal
De Andries Niemantsverdriet uit dit verhaal werd geboren op 21-4-1819 in Numansdorp. Zijn moeder, Grietje Barendrecht, is overleden op 31-10-1829 in Klaaswaal, 34 jaar oud. Andries was dus 10 jaar oud, toen hij zijn moeder verloor. Andries was reeds 21 jaar oud, toen zijn vader, Bastiaan, is hertrouwd op 18-12-1840 in Klaaswaal met Aagje de Winter (1807-1889). Met haar kreeg Bastiaan nog 5 kinderen. 

De oudere zus van Andries, Elisabeth Niemantsverdriet (1816-1868), trouwde eerst in 1835 en vervolgens in 1857, waarna zij naar Westmaas verhuisde. De jongste volle broer van Andries, Pieter Niemantsverdriet (1828-1872), is pas op 31-3-1869 in Klaaswaal getrouwd en kreeg toen nog zonen Bastiaan en Cornelis, die beiden de volwassen leeftijd zouden bereiken. Andries Niemantsverdriet is echter nooit getrouwd. Hij werd onder curatele gesteld bij vonnis van de arrondissementsrechtbank te Dordrecht op 20-12-1869 wegens krankzinnigheid.

Nederlandsche Staatscourant, 30-12-1869

Op 51-jarige leeftijd is Andries Niemantsverdriet overleden op 24-11-1870 rond 5 uur 's morgens in het “Stads Krankzinnig- en Beterhuis” op N° 1046 aan de Lindegracht in Dodrecht. Zijn vader Bastiaan was reeds overleden op 28-5-1859 in Klaaswaal. Zijn broer Pieter is aldaar overleden op 23-2-1872, 43 jaar oud. Hun stiefmoeder, Aagje de Winter, en 2 halfbroers en een halfzus waren toen nog in leven.

Bronnen: WieWasWie.nl, Delpher.nlFamilySearch.org, Families of South-Holland CD ("Klappers").

17 juni 2018

Johannes Barends uit Rotterdam deserteerde in 1810

In de Franse Tijd werden door het Ministerie Van Oorlog in de Koninklijke Courant uitgebreide beschrijvingen geplaatst van deserteurs. Eén daarvan was de 20-jarige huzaar Johannes Barends uit Rotterdam. Hij was ven beroep witloodmaker. Zijn lengte was 5 voet en 5 duim. Hij had blond haar en wenkbrauwen, blauwe ogen, een dikke neus, gewone mond, ronde kin en een blozend en pokdalig gezicht. Op 28-1-1810 is Johannes gedeserteerd uit het 2de regiment huzaren. 

Koninklijke Courant, 16-1-1810

Johannes Barends was een zoon van Gerrit Barends. Gerrit was, als jongeman van Rekel, op 11-5-1788 in Rotterdam getrouwd met Catharina Peereboom, jongedochter van Leeuwarden. Het paar woonde op de Schiekade onder Cool en kreeg een zoon Johannes. Catharina werd op 12-5-1795 pro deo begraven in Cool. Zij was 30 jaar oud en liet 1 onmondig kind na, Johannes.

12 juni 2018

Een drieling in de familie De Bondt in Zwijndrecht in 1892

Op 20-5-1892 in Zwijndrecht rond half 5 's middags beviel Anna van Wingerden (1855-1926), vrouw van glasblazer Joost de Bondt, van een zoontje dat de naam Cornelis kreeg. Een half uur later volgde Arie en om half 6 volgde Corstiaan. De volgende morgen ging Joost samen met zijn zwager Cornelis van Wingerden (1841-1911) de geboorte van zijn drieling aangeven bij de burgelijke stand in Zwijndrecht.

Joost de Bondt en Anna van Wingerden waren op 7-9-1876 in Zwijndrecht getrouwd. Bij de huwelijkvoltrekking waren o.a. zijn ouders, haar moeder en haar broer Cornelis aanwezig. Broer Cornelis van Wingerden was 4 jaar eerder op 3-10-1872 in Zwijndrecht getrouwd met de zus van Joost, Josina de Bondt (1850-1943). Josina en Joost waren kinderen van de blonde, blauwogige Anthonie (“Thomas”) de Bondt (1822-1891) en zijn vrouw Pietertje den Hollander (1923-1915). Anna en Cornelis van Wingerden waren kinderen van Klaas van Wingerden en zijn vrouw Jaapje Wensveen.

Van de drieling is de oudste, Cornelis, na 2 dagen overleden. De andere 2 kinderen stierven de dag daarop. In het gezin van Joost de Bondt en Anna van Wingerden was verder sprake van een doodgeboren zoontje en een dochtertje dat slechts 2 maanden oud werd. Uiteindelijk bereikten 5 van hun kinderen de volwassen leeftijd: de oudste kinderen, Anthonie en Jaapje, de middelste kinderen Pietertje Adriana en Wiekert Gijsbert en jongste zoon Nicolaas Cornelis de Bondt (1893-1935). Zij zijn allen getrouwd in de periode 1901-1920.

Molen “Welgelegen” in Zwijndrecht met zicht op Dordrecht

Eén van de gezamenlijke voorouders van Joost de Bondt en mij is walvisvaarder Thomas Brullee, die leefde rond 1700. Een andere gemeenschappelijke voorouder is Joost Cornelisse de Bondt (±1680-1753). 

Bronnen: WieWasWie.nlFamilySearch.org, RegionaalArchiefDordrecht.nl/.

7 juni 2018

Plateelschilder Sijmon de Koningh (1669-1700) uit Delft

Plateelschilder Sijmon de Koningh was gedoopt op 3-3-1669 in Delft als zoon van Willem de Koningh en Catarina Sijmons van Gent. Sijmon was een jongeman, wonend aan het Achterom, toen hij op 8-12-1691 in Delft in ondertrouw ging met Neeltge van Troijen, weduwe van Claes van Kooten, wonend in Rotterdam. Zij zijn getrouwd op 26-12-1691 in Rotterdam. Neeltge was eerder, als jongedochter van Rotterdam, op 7-6-1683 in Rotterdam getrouwd met Nicolaes van Kooten, jongeman van Rotterdam.

Sijmon en Neeltge lieten op 28-9-1692 in Delft een dochter Catharina dopen met getuigen Krijn van Troyen en Jannitje de Koning. Op 26-9-1695 lieten zij aldaar een zoon Gillis dopen met getuigen Gillis van Troije en Stijntje van Troije. Een zoon Willem lieten zij aldaar dopen op 3-11-1697 met getuigen Jan de Koningh en Francijntje de Koning.


Sijmon de Koning, wonend in het Midden van de Dirklangensteeg, is begraven op 10-8-1700 bij de Oude Kerk van Delft. Zijn weduwe liet vervolgens op 21-9-1700 in Delft nog een kind dopen met de naam Sijmetje. Getuigen bij de doop waren zijn broer en zus Eduward de Koning (1675-1721) en Jannetje de Koning. Een armkind van Sijmon de Kooning uit het midden van de Dirklangesteeg is begraven bij de Oude kerk op 3-12-1700. Zijn overige kinderen werden ingeschreven bij de weeskamer in Delft op 28-5-1701.

De Nieuwe Kerk van Delft
op een Delfts Blauwe tegel.
Neeltge van Troijen, weduwe van Sijmon de Koningh en wonend in de Dircklangensteeg, ging op 21-1-1702 in Delft in ondertrouw met Anthonis (“Theunis”) Gillisz. de Man, weduwnaar wonend in de Pieterstraat. Zij zijn vervolgens getrouwd op 5 februari. Zij lieten op 15-10-1702 in Delft een zoon Johannis dopen met getuigen Hillegont van Troje, Edewaart de Koning en Jannetje Louweris. Teunis de Man en Neeltge van Troijen waren op 20-5-1674 in Delft getuige bij de doop van Willem, zoon van Eduwart de Koningh en Jannetie Louris Kloeck. Op 8-3-1705 in Delft lieten Theunis de Man en Neeltge van Trooijen een dochter Stijntie dopen met getuigen Jellis van Trooijen en Stijntie van Trooijen. Een kind van Theunis de Man in de Pieterstraat is begraven op 26-7-1705 bij de Nieuwe Kerk in Delft.

Theunis de Man, wonend in de Pieterstraat, is begraven op 7-4-1714 bij de Oude kerk in Delft. Theunis was als jongeman wonend in de Vest bij de Bagijnesteeg, op 13-12-1699 in Delft getrouwd met Maria Claes de Bruijn, jongedochter wonend in de Bagijnesteeg. Marijtje Claas, huisvrouw van Theunis de Man, wonend in de Pieterstraat bij de Kruisstraat, was begraven op 13-3-1701 in Delft.

30 mei 2018

Kort Huwelijk: Anna Oerlemans & Johannes Timmermans

De Anna Oerlemans van dit verhaal is een dochter van Frans Adriaans Oerlemans en Anna Vaagt, die op 27-5-1729 in Wijk (NB) zijn getrouwd. Anna was hun jongste van 5 kinderen en werd gedoopt op 5-11-1741 in ’s-Grevelduin-Capelle. Anna's oudste broer Gerrit Oerlemans (1735-57) voer als matroos naar Indonesië, waar hij begin 1757 is overleden. Anna's zuster Lucretia (1733-1815) trouwde in 1759 en verhuisde naar Nederhemert. Hun oudste zuster Cornelia trouwde in 1769 met een Belg en verhuisde naar Woudrichem. 

Anna en haar jongste broer Adriaan Oerlemans (1737-1815) verhuisden naar Rotterdam. Anna woonde daar in de Molensteeg nabij Blaak, toen zij op 30-5-1770 trouwde met Johannes (Jan) Timmermans. Zij waren j.m. en j.d., beiden geboren in “Capelle in de Langstraat”. Nauwelijks 2 jaar later, op 15-5-1772, werd de 30-jarige Anna Oerlemans, wonend in de Molensteeg, begraven in Rotterdam. Slechts 7 maanden later, op 19-12-1772, werd haar weduwnaar, Johannes Timmermans, nog steeds wonend in de Molensteeg, begraven in Rotterdam.

Zicht op Rotterdam rond 1770.
Bronnen: Salha.nl, BHIC.nlWieWasWie.nl, F. de Jonge: Oerlemans, A.C.M. Gouverneur: Capelle huwelijken 1610-1811.

24 mei 2018

Diefstal door Pieter van Kooten (1858-1909) in Dordrecht

Pieter van Kooten, 29 jaar oud, ongehuwd, arbeider van beroep en van het protestantse geloof, werd op 17-8-1887 uit de strafgevangenis te Breda ontslagen en heeft zich "ter ontvangst zijner uitgaanskas" naar Dordrecht begeven.
Pieter was 1,68 m. lang met blond haar en wenkbrauwen, een laag voorhoofd, blauwe ogen, een ronde kin bij een rond en vol aangezicht met een gezonde kleur. Pieter van Kooten had laatst gewoond in Dordrecht en was daar ook geboren op 4-7-1858 als zoon van de - toen nog - ongehuwde Pieternella Jacoba van Soessem (1829-1866). Pieter werd erkend bij het huwelijk van zijn moeder op 23-9-1863 in Dordrecht met Pieter van Kooten (1829-1909). Zijn moeder is overleden toen Pieter 8 jaar oud was.

Pieter van Kooten jr. werd op 16 juli 1886 door de rechtbank te Dordrecht veroordeeld tot 1 jaar celstraf wegens diefstal. Eerder was hij al door dezelfde rechtbank en die te Den Haag wegens diefstal veroordeeld tot resp. een celstraf van 1 jaar en een gevangenisstraf van 183 dagen.
Zijn gedrag in de gevangenis was goed, maar hij wordt als "zeer onverschillig" omschreven. Hij hield zich daar bezig met het maken van lucifersdoosjes en het breien van knopen van netten. Hij kon schrijven.

Geheim Register van Ontslagen Gevangenen

Op 30-11-1893 in Dordrecht is Pieter van Kooten alsnog op 35-jarige leeftijd getrouwd met de 21-jarige Maaike de Waard. Zij werd geboren op 30-6-1872 in Dordrecht als dochter van Willem de Waard en Johanna de Rek. Met Maaike kreeg Pieter 9 kinderen, waarvan er 5 jong zijn overleden. De kinderen Willem, Johanna Maria, Pieternella Cornelia en Maria Pieternella bereikten wèl de volwassen leeftijd. Pieter van Kooten is overleden in Dordrecht op 12-2-1909. Zijn jongste overlevende dochter was toen 6 jaar oud.

16 mei 2018

Beatrix Ram onterfde haar vader in 1647

In 1633 kocht Adriaen Ram het kasteel van Schalkwijk. In 1647 kocht hij daarbij de ambachtsheerlijkheid Schalkwijk van de heren van Culemborg. Adriaen Ram van Schalckwijk hielp de overwegend katholiek gebleven bevolking van Schalkwijk, door de ronde toren van zijn kasteel in te richten als schuilkapel.

Beatrix Ram maakte op 16-5-1647 in Utrecht een testament op. Beatrix benoemde haar moeder, Margareta Pauw, tot haar erfgename. De testatrice onterfde haar vader, Adriaen Ram, die haar moeder en haar heeft verlaten, niet naar hen heeft omgezien en de testatrice uitmaakte voor onechte dochter.
Bij deze onterving mocht het, ook na te voeren processen, niet "mogelyk blykt zal" dat Adriaen Ram zijn legitieme portie zou ontvangen.

In 1651 werd Adriaan Ram gevangen genomen door Johan Strick van Linschoten, maarschalk van het Sticht. De ronde toren van zijn kasteel werd tot de grond toe afgebroken. Adriaan verloor zijn rechten van ambachtsheer en hij en zijn gezin werden voor tien jaar verbannen uit het Sticht. Hij ging in Vianen wonen en verkocht in 1653 zijn kasteel aan Frederik van Renesse van Elderen.

Op 22-3-1652 werd Beatrix Bartha Ram in staat gesteld om de kooppenningen van een verkochte party land omtrent Leusden in de Woeststeygen te ontvangen. Diezelfde dag maakten Beatrix Barta Ram van Schalckwyck en haar echtgenoot Anthonis van Wynbergen, wonend aan de Nieuwegrachte ontrent den Plompentoorn in Utrecht, een gezamelijk testament voor notaris N. de Cruyff. Zij benoemden de langstlevende als erfgenaam, alsmede Wichman van Wynbergen, zijn broer, en Margareta Pauw, haar moeder.
Op 15-11-1655 was het echtpaar opnieuw bij deze notaris, waarbij Jordaen Poeyt, naast Margareta Pauw, werd aangesteld als voogd over hun na te laten onmondige kinderen. Hun kinderen heetten Johanna, Barbara en Wichman (†1669).

Barta Ram, weduwe van Antonis van Wynbergen, kocht op 20-7-1667 "huysingen ende hoffstede ende 15 mergen 1 hont 51 roeden landts soo boomgaerden, griendinge, wtterweert als weylanden" van Gysbrecht van Nyenroode.


Utrechts Archief, o.a. inventarisnrs U035a002 en U034a003 .

10 mei 2018

Bastiaen Ariensz Roobol overleed na een steek met een rapier

Mijn aandacht werd getrokken door een bericht over een verzoening tussen de familie van enerzijds Peeter Potters en anderzijds Bastiaen Ariensz Roobol van Zwijndrecht, beiden ruiters te paard in het leger. Zij hadden ruzie gekregen in het buitengebied van Emmerich (net over de grens in Duitsland), waarbij Potters zijn rapier (een dun, scherp zwaard) had getrokken en daarmee Roobol zodanig had verwond dat die ten gevolge daarvan was overleden.

Op 19 mei 1667 in Dordrecht comp. voor not. G. de With: 

Sijgjen Ariens, weduwe van Arien Cornelisz. Roobol wonende in Zwijndrecht, geassisteerd met Daniël Ariensz. Huijser en Anneken Ariensdr. Roobol, haar schoonzoon en dochter, mede wonende in Zwijndrecht, enerzijds, en Theunisken van Hedichuijsen, vrouw van Cornelis Adriaensz. Potter, schout van Dussen-Muylkerk, anderzijds, te kennen gevende, dat Bastiaen Ariensz. Roobol van Zwijndrecht en Peeter Potters, hun resp. zoons, zich als ruiters in de "compagnie peerden" van ritmeester Villers begeven hebben en in 1666 in garnizoen gelegen hebben te Emmerich en dat in april 1666 beide mannen in een dorp buiten Emmerich geweest zijn en daar met elkaar woorden gekregen hebben, waarbij Potter zijn rapier getrokken heeft en Roobol zodanig heeft verwond, dat hij overleden is. Comparanten hebben besloten zich met elkaar te verzoenen.

Bastiaen Roobol was een zoon van wijlen Arijen Cornelisz. Roobol en diens tweede vrouw Sijchgen Ariens, die in Alblasserdam waren getrouwd.

Alblasserdam 23 mei 1632 (ondertrouw):
Arijen Cornelisz. weduwnaar [van Anneke Jan Willemsdr.] van Rijsoord en Sijchgen Arien Cornelisdr., van Alblasserdam, beiden wonende buiten Dordrecht. 
Bastiaen Roobol had een zus Anneken Ariens, die als j.dr. van Dubbeldam op 2-2-1659 in Dordrecht was getrouwd met Daniël Ariensz. Huijsert. Zij hadden i.e.g. een zoon Arijen, die 2 maal trouwde en een zoon Daniel liet dopen in Hendrik-Ido-Ambacht. Bastiaen's grootouders van moeder's zijde waren Arien Cornelissen Crijgsman/Crijger (zoon van mijn voorouder Cornelis Adriaensz. Crijgsman) en diens eerste vrouw, Sebastiaentge Crijnen.

Dit was echter níet het eerste drama in het gezin van Arijen Cornelisz. Roobol. Uit Arijen's eerste huwelijk met Anneke Jan Willemsdr. uit Almkerk, dat voltrokken was op 28-8-1616 in Dordrecht, had Arijen nog vier zonen: Cornelis, Jan, Pieter en Willem. Ook Cornelis was per ongeluk door doodslag om het leven gekomen. Die keer was de dader Arijen Arijensz. Bramen, man van Ingentgen Dircxdr., en zoon van Arijen Abrahamsz. Bramen. Arijen jr. kreeg een soort straatverbod opgelegd en moesten zowel de begrafenis betalen als 10 gulden aan de diaconie van Dubbeldam. 

Te Dordrecht op 4 mrt. 1644 comp. 
Arijen Cornelisz. Roobol, als vader van Cornelis Arijensz. Roobol, aan wie Arijen Arijensz. Bramen door ongeluk en bij toeval manslag heeft begaan, Jan Arijensz. Roobol en Willem Arijensz. Roobol, broeders van de overledene, Frans Cornelisz., Cornelis Cornelisz., Bastiaen Cornelisz., Pieter Cornelisz., Cuijnder Schoutten, Willem Schoutten, allen ooms en behuwde ooms van de overledene, Pieter Pietersz. Besteman, oudoom van de overledene [..], allen naaste bloedverwanten van Cornelis Arijensz. Roobol, voor henzelf en vervangende andere, absente of onmondige bloedverwanten van voornoemde Roobol. Zij verklaren overeengekomen te zijn met Arijen Abrahamsz. Bramen, als vader en Ingentgen Dircxsdr., de vrouw van Arijen Arijensz. Bramen, dat - aangezien de manslag door ongeluk en bij toeval is geschied - zij Bramen uit de grond van hun hart hebben vergeven, belovende hem daarover niet meer te zullen "moeijen noch molesteren", op voorwaarde, dat Arijen Arijensz. Braemen gehouden zal zijn alle naaste verwanten van de overledene "den wech te schouwen ende in geene gelagen te comen daer, de selve sijn, wijders dat sijluijden sullen betaelen aen de Armen van Dubbeldam de somme van thijen gulden alsmede alle de costen van de begraefenisse." Aldus gedaan in tegenwoordigheid van Damis van Slingelant, schout van Dubbeldam en Claes Cornelisz. Fles, koopman te Dordrecht, als getuigen.
Bron: A. den Haan: Huwelijken van militairen in DordrechtA. den Haan: Roobol.

4 mei 2018

"Op den 4e May 1764 des Vrijdags S'avonds om Agt Uuren"

"Op den 4e May 1764 des Vrijdags S'avonds om Agt Uuren is mijn Zuster Christina Van Nulck na Eene Korte Ziekte van wijnige Dagen met Verkoudheid en Eene Invlamatie op de borst overleeden in de Jeugdige Ouderdom van 8 dagen minder als Drie Jaaren, Zijnde den 9e May ter Aarde besteld in de Zuyder Kerk."

Amsterdamse Zuyderkerk
Christina van Nulk was een dochter van Amsterdamse zilversmid Dirk van Nulck (1720-1809) en zijn vrouw Antje Rosier (1722-1802) en werd in Amsterdam geboren op 11-5-1761: 

"Op den 1e May 1761, des Maandags zijnde Tweede Pinksterdag 's Morgens om half Vier Uuren, is mijn moder in de Kraam bevallen van Een Dochter welke gedoopt is den 13 May 1761 in de Noorderkerk door Do. Genet. Genaamt Christina. Getuigen Cornelis Schuyling, Oom & Christina Zaagmans, Tante." 

Bron:  Familieaantekeningen "Van Nulck" door B. Noordbeek in Gens Nostra 1963 en 1964.

30 april 2018

Barent Aldoot (†1715) had zijn naam niet mee

Een fluitschip
Barend Aldood is op 2-10-1705 als matroos uitgevaren op het fluitschip "Belois" voor de kamer van Zeeland onder kapitein Cent van Dongen. Zij deden de kaap aan van 6 febr. tot 1 maart en kwamen aan in Ceylon op 28-8-1706. Als begunstigde had Barend zijn moeder Marritie Barends (±1650-1706) opgegeven. Zijn vader was Cornelis Geerits Aldoot, die afkomstig was uit Zuidland en op 30-4-1673 in Rotterdam was getrouwd. Barend had o.a. een broer Johannes.

Barend Aldood is niet meer naar Rotterdam teruggekeerd en op 30-4-1715 in Azië overleden. Het fluitschip "Belois" werd op 16-11-1716 in Batavia in Indonesië uit de vaart genomen en onttakeld.

Bronnen: V.O.C. opvarenden bij het nationaal archiefhuygens.knawrotterdam.digitalestamboom.nl.

20 april 2018

Dit echtpaar stierf in dezelfde week

In 's-Gravendeel werd op 21-4-1731 het lijk van Cornelis Willems Vogelaar aangegeven om te worden begraven. Slechts 2 dagen later werd ook het lijkt van zijn weduwe, Hadeweij Aartse Groenewout, aangegeven. In haar geval was de aangever een broer van haar man, Schilleman Willemsz. Vogelaar (1686-1735) uit Maasdam. Mogelijk stierven zij beiden ten gevolge van een besmettelijke ziekte.

Aangifte van begraven van 2 echtelieden 2 dagen na elkaar

Schilleman en Cornelis Vogelaar waren zonen van Willem Bastiaansz. Vogelaar (1644-1698) en zijn vrouw Annetje Cornelisse van Vliet (1645-1719), die op 9-12-1676 in Puttershoek zijn getrouwd. Een ander kind uit dat gezin was Grietje Willems Vogelaar, die op 17-5-1716 in Maasdam getuige was bij de doop van Annigje, dochter van bovengenoemde Cornelis Willems Vogelaar en Hadewei Aarts Groenewoud. De getuige bij de doop van hun zoon Willem Vogelaar (1727-1780) was Arjaantje Gelderblom, de vrouw van Pleun Willemsz. Vogelaar (1684-1728). Cornelis en Hadewei lieten nog een 3e kind dopen op 1-8-1723 in Maasdam met de naam Aart.

17 april 2018

De 2 huwelijken van Jacoba van Nulck (1747-1803)

De Amsterdammer Jan van Nulck (1766-1834) noteerde:  

"Op den 19 April 1793 des Vrijdags Morgen Ca 2½ Uuren is mijn Zuster Jacoba Van Nulck, Weduwe van Jacobus van Eijl, in de Kraam bevallen van Een Zoon welke des Avonds circa 9½ Uuren Overleeden is, en den 26 April 1793 begraaven is des Morgens om 8½ Uuren in de Oude Kerk.

Oude Kerk,  Amsterdam
Jacoba van Nulck was geboren op 18-6-1747 in Amsterdam als dochter van zilversmid Dirk van Nulck (1720-1809) en zijn vrouw Antje Rozier (1722-1802). Op 25-6-1766 had Jacoba haar belijdenis gedaan. Over Jacoba's eerste huwelijk noteerde Jan: 

"Op den 30 May 1775 is mijn Zuster Jacoba van Nulck in den Echtenstaat getreden met Hermanus Zwartenhoff. Zijnde getrouwt door Do. Wilhelmus van den Broek op dinsdag Morgen om Elf Uuren in de Nieuwe Kerk."

Hermanus Zwartenhof was een zoon van Jacob Swartenhof en Elisabeth Cornelisse en gedoopt op 23-6-1751 te Amsterdam. Zijn huwelijk met Jacoba van Nulck duurde slechts 5 jaar: 

"Op den 31e October 1780 des Dinsdagsmorgen Om half Agt Uuren is mijn Broeder Hermanus Zwartenhoff overleden, in den Ouderdom van 29 Jaaren & 4 Maanden en op Maandag den 6e November ter Aarde besteld in de Westerkerk.

11 april 2018

Willem van Walkom (1762-91) werd geëxecuteerd in Utrecht

Willem van Walkom, 29 jaar oud en geboren in Utrecht, werd veroordeeld wegens diefstal, beroving en geweldpleging. Hij moest de proceskosten betalen en zou worden opgehangen en daarna tentoongesteld. In "De Navorscher" van 1873 schrijft C. Kramm:
Bij eene sententie van het Hof Provinciaal van Utrecht van 29 januarij 1791 werd omtrent den ter dood veroordeelden Willem van Wankom bepaald, dat nadat hij gehangen zou zijn, volgens de sententie, "het doode ligchaam van den gevangen zal worden gebragt naar het Zeijsterand om daar gehangene te worden aan de galg, andere ten afschrik en exempel".
Willem van Walkom was gedoopt op 11-4-1762 in Utrecht als zoon van Willem van Wankom sr. en zijn vrouw Johanna Godvree (±1730-1803). Willem jr. trouwde op 2-7-1782 in Utrecht met Adriana Pot (±1758-1836). Zij lieten aldaar op 2-4-1783 een dochter Johanna dopen. 

Vijf jaar na de executie van Willem van Walkom, op 16-8-1796 in Utrecht, is Adriana Pot hertrouwd met Cornelis van der Sluijs (±1750-1833), die weduwnaar was van Lena van Wankum. Cornelis was metselaar en woonde in Utrecht buiten de Weerdpoort. Hij had zes kinderen uit zijn eerste huwelijk, waaronder een gelijknamige zoon Cornelis Verluijs (1785-1871), die een voorouders is van mijn neefjes Thom en Perre Bos. Met Adriana Pot kreeg Cornelis van der Sluijs nog 3 kinderen: Jacobus, Jannigje en Abraham van der Sluijs. 

Zicht op de voormalige Weerdpoort van Utrecht.

Bronnen: Archieven.nl, De Navorscher


5 april 2018

2 x 3 huwelijken: Simon Nieuwenhuijsen & Helena van der Wou

Simon Jansen Nieuwenhuijsen en zijn 3e vrouw, Helena van der Wou, zijn allebei 3 maal getrouwd, terwijl Helena ook nog met één van Simon's schoonzoons is getrouwd. Vervolgens trouwde Simon's kleinzoon Abraham Quist in 1723 met Helena's kleindochter Helena Stoffelsen Precijs. Dit speelde zich allemaal af in de omgeving van Nieuw-Vossemeer en Steenbergen.

Steenbergen rond 1740

Simon Jansen Nieuwenhuijsen

De 3 vrouwen van Simon Jansen van Nieuwenhuijsen zijn
  1. Catalijntjen Piersen Scheij, getrouwd rond 1665. Zij is overleden tussen begin 1687 en de zomer van 1692.
  2. Catharina Dircks van der Schee, ondertrouwd op 15-7-1692 in Nieuw-Vossemeer. Zij was weduwe van Reijnier Pieterse van Hulst en had waarschijnlijk o.a. een dochter Maria uit haar eerste huwelijk, die zou trouwen met Stoffel Precijs. Catharina van der Schee is overleden vóór de zomer van 1692.
  3. Helena van der Wou, getrouwd op 26-6-1707 in Nieuw-Vossemeer. Zij was toen weduwe van Matthijs Precijs.
Simon Jansen van Nieuwenhuijsen was getuige bij de volgende dopen:
  • Op 18-08-1697 bij de doop van Katharina Pieters Nieuwenhuijsen [grootvader vaderszijde].
  • Op 03-08-1698 bij de doop van Sijmon Antonisse Quist [grootvader moederszijde].
  • Op 27-08-1702 bij de doop van Catharina Stoffels Precijs (jong overl.) [stiefvader van vader].
  • Op 15-10-1705 bij de doop van Catharina Antonisse Quist [grootvader moederszijde].
  • Op 22-01-1708 bij de doop van Catharijna Stoffelse Precijs [stiefvader van vader].
  • Op 17-06-1708  bij de doop van Helena Leenderts Precijs [stiefvader van vader].

27 maart 2018

Pieter Breur (1808-1848) uit Rotterdam wou niet deugen

Pieter Breur was in mei 1834 wegens diefstal met bezwarende omstandigheden veroordeeld tot te pronkstelling en 7-jarige tuchthuisstraf. Bij een tepronkstelling werd de delinquent met een ijzeren halsband of ring en met kettingen vastgeklonken en werd vervolgens overgelaten aan de spot van het volk die hem met vuil, rotte eieren, modder, appelen en dergelijke bekogelden. Daarna werd Pieter gedetineerd in Gouda.
Het tuchthuis van Gouda
In het tuchthuis van Gouda kreeg Pieter Breur op 22-4-1837 een meningsverschil met medegevangene Goedel over 70 centen, die Breur nog meende te goed te hebben van Goedel. Na een opmerking van Goedel, vloog Breur hem aan en stak hem met een mes in zijn buik, waarop Goedel in elkaar zakte. Achttien gevangenen op de slaapzaal waren getuige van de steekpartij. De toestand van Goedel verergerde zich tot hij op 28 april overleed. Bij de lijkschouwing bleek dat de gapende wond in de darmstreek een grootte had van ruim 3/4 duim.

Vissingsche Courant, 19-12-1837

Pieter Breur werd tot "de straffe des doods" veroordeeld wegens moedwillige manslag in het Huis van Detentie te Gouda gepleegd. De koning van Nederland heeft deze veroordeling vervolgens om laten zetten in de straf van geseling en brandmerk met de strop om de hals en nog 20 jaar opsluiting.