30 mei 2018

Kort Huwelijk: Anna Oerlemans & Johannes Timmermans

De Anna Oerlemans van dit verhaal is een dochter van Frans Adriaans Oerlemans en Anna Vaagt, die op 27-5-1729 in Wijk (NB) zijn getrouwd. Anna was hun jongste van 5 kinderen en werd gedoopt op 5-11-1741 in ’s-Grevelduin-Capelle. Anna's oudste broer Gerrit Oerlemans (1735-57) voer als matroos naar Indonesië, waar hij begin 1757 is overleden. Anna's zuster Lucretia (1733-1815) trouwde in 1759 en verhuisde naar Nederhemert. Hun oudste zuster Cornelia trouwde in 1769 met een Belg en verhuisde naar Woudrichem. 

Anna en haar jongste broer Adriaan Oerlemans (1737-1815) verhuisden naar Rotterdam. Anna woonde daar in de Molensteeg nabij Blaak, toen zij op 30-5-1770 trouwde met Johannes (Jan) Timmermans. Zij waren j.m. en j.d., beiden geboren in “Capelle in de Langstraat”. Nauwelijks 2 jaar later, op 15-5-1772, werd de 30-jarige Anna Oerlemans, wonend in de Molensteeg, begraven in Rotterdam. Slechts 7 maanden later, op 19-12-1772, werd haar weduwnaar, Johannes Timmermans, nog steeds wonend in de Molensteeg, begraven in Rotterdam.

Zicht op Rotterdam rond 1770.
Bronnen: Salha.nl, BHIC.nlWieWasWie.nl, F. de Jonge: Oerlemans, A.C.M. Gouverneur: Capelle huwelijken 1610-1811.

24 mei 2018

Diefstal door Pieter van Kooten (1858-1909) in Dordrecht

Pieter van Kooten, 29 jaar oud, ongehuwd, arbeider van beroep en van het protestantse geloof, werd op 17-8-1887 uit de strafgevangenis te Breda ontslagen en heeft zich "ter ontvangst zijner uitgaanskas" naar Dordrecht begeven.
Pieter was 1,68 m. lang met blond haar en wenkbrauwen, een laag voorhoofd, blauwe ogen, een ronde kin bij een rond en vol aangezicht met een gezonde kleur. Pieter van Kooten had laatst gewoond in Dordrecht en was daar ook geboren op 4-7-1858 als zoon van de - toen nog - ongehuwde Pieternella Jacoba van Soessem (1829-1866). Pieter werd erkend bij het huwelijk van zijn moeder op 23-9-1863 in Dordrecht met Pieter van Kooten (1829-1909). Zijn moeder is overleden toen Pieter 8 jaar oud was.

Pieter van Kooten jr. werd op 16 juli 1886 door de rechtbank te Dordrecht veroordeeld tot 1 jaar celstraf wegens diefstal. Eerder was hij al door dezelfde rechtbank en die te Den Haag wegens diefstal veroordeeld tot resp. een celstraf van 1 jaar en een gevangenisstraf van 183 dagen.
Zijn gedrag in de gevangenis was goed, maar hij wordt als "zeer onverschillig" omschreven. Hij hield zich daar bezig met het maken van lucifersdoosjes en het breien van knopen van netten. Hij kon schrijven.

Geheim Register van Ontslagen Gevangenen

Op 30-11-1893 in Dordrecht is Pieter van Kooten alsnog op 35-jarige leeftijd getrouwd met de 21-jarige Maaike de Waard. Zij werd geboren op 30-6-1872 in Dordrecht als dochter van Willem de Waard en Johanna de Rek. Met Maaike kreeg Pieter 9 kinderen, waarvan er 5 jong zijn overleden. De kinderen Willem, Johanna Maria, Pieternella Cornelia en Maria Pieternella bereikten wèl de volwassen leeftijd. Pieter van Kooten is overleden in Dordrecht op 12-2-1909. Zijn jongste overlevende dochter was toen 6 jaar oud.

16 mei 2018

Beatrix Ram onterfde haar vader in 1647

In 1633 kocht Adriaen Ram het kasteel van Schalkwijk. In 1647 kocht hij daarbij de ambachtsheerlijkheid Schalkwijk van de heren van Culemborg. Adriaen Ram van Schalckwijk hielp de overwegend katholiek gebleven bevolking van Schalkwijk, door de ronde toren van zijn kasteel in te richten als schuilkapel.

Beatrix Ram maakte op 16-5-1647 in Utrecht een testament op. Beatrix benoemde haar moeder, Margareta Pauw, tot haar erfgename. De testatrice onterfde haar vader, Adriaen Ram, die haar moeder en haar heeft verlaten, niet naar hen heeft omgezien en de testatrice uitmaakte voor onechte dochter.
Bij deze onterving mocht het, ook na te voeren processen, niet "mogelyk blykt zal" dat Adriaen Ram zijn legitieme portie zou ontvangen.

In 1651 werd Adriaan Ram gevangen genomen door Johan Strick van Linschoten, maarschalk van het Sticht. De ronde toren van zijn kasteel werd tot de grond toe afgebroken. Adriaan verloor zijn rechten van ambachtsheer en hij en zijn gezin werden voor tien jaar verbannen uit het Sticht. Hij ging in Vianen wonen en verkocht in 1653 zijn kasteel aan Frederik van Renesse van Elderen.

Op 22-3-1652 werd Beatrix Bartha Ram in staat gesteld om de kooppenningen van een verkochte party land omtrent Leusden in de Woeststeygen te ontvangen. Diezelfde dag maakten Beatrix Barta Ram van Schalckwyck en haar echtgenoot Anthonis van Wynbergen, wonend aan de Nieuwegrachte ontrent den Plompentoorn in Utrecht, een gezamelijk testament voor notaris N. de Cruyff. Zij benoemden de langstlevende als erfgenaam, alsmede Wichman van Wynbergen, zijn broer, en Margareta Pauw, haar moeder.
Op 15-11-1655 was het echtpaar opnieuw bij deze notaris, waarbij Jordaen Poeyt, naast Margareta Pauw, werd aangesteld als voogd over hun na te laten onmondige kinderen. Hun kinderen heetten Johanna, Barbara en Wichman (†1669).

Barta Ram, weduwe van Antonis van Wynbergen, kocht op 20-7-1667 "huysingen ende hoffstede ende 15 mergen 1 hont 51 roeden landts soo boomgaerden, griendinge, wtterweert als weylanden" van Gysbrecht van Nyenroode.


Utrechts Archief, o.a. inventarisnrs U035a002 en U034a003 .

10 mei 2018

Bastiaen Ariensz Roobol overleed na een steek met een rapier

Mijn aandacht werd getrokken door een bericht over een verzoening tussen de familie van enerzijds Peeter Potters en anderzijds Bastiaen Ariensz Roobol van Zwijndrecht, beiden ruiters te paard in het leger. Zij hadden ruzie gekregen in het buitengebied van Emmerich (net over de grens in Duitsland), waarbij Potters zijn rapier (een dun, scherp zwaard) had getrokken en daarmee Roobol zodanig had verwond dat die ten gevolge daarvan was overleden.

Op 19 mei 1667 in Dordrecht comp. voor not. G. de With: 

Sijgjen Ariens, weduwe van Arien Cornelisz. Roobol wonende in Zwijndrecht, geassisteerd met Daniël Ariensz. Huijser en Anneken Ariensdr. Roobol, haar schoonzoon en dochter, mede wonende in Zwijndrecht, enerzijds, en Theunisken van Hedichuijsen, vrouw van Cornelis Adriaensz. Potter, schout van Dussen-Muylkerk, anderzijds, te kennen gevende, dat Bastiaen Ariensz. Roobol van Zwijndrecht en Peeter Potters, hun resp. zoons, zich als ruiters in de "compagnie peerden" van ritmeester Villers begeven hebben en in 1666 in garnizoen gelegen hebben te Emmerich en dat in april 1666 beide mannen in een dorp buiten Emmerich geweest zijn en daar met elkaar woorden gekregen hebben, waarbij Potter zijn rapier getrokken heeft en Roobol zodanig heeft verwond, dat hij overleden is. Comparanten hebben besloten zich met elkaar te verzoenen.

Bastiaen Roobol was een zoon van wijlen Arijen Cornelisz. Roobol en diens tweede vrouw Sijchgen Ariens, die in Alblasserdam waren getrouwd.

Alblasserdam 23 mei 1632 (ondertrouw):
Arijen Cornelisz. weduwnaar [van Anneke Jan Willemsdr.] van Rijsoord en Sijchgen Arien Cornelisdr., van Alblasserdam, beiden wonende buiten Dordrecht. 
Bastiaen Roobol had een zus Anneken Ariens, die als j.dr. van Dubbeldam op 2-2-1659 in Dordrecht was getrouwd met Daniël Ariensz. Huijsert. Zij hadden i.e.g. een zoon Arijen, die 2 maal trouwde en een zoon Daniel liet dopen in Hendrik-Ido-Ambacht. Bastiaen's grootouders van moeder's zijde waren Arien Cornelissen Crijgsman/Crijger (zoon van mijn voorouder Cornelis Adriaensz. Crijgsman) en diens eerste vrouw, Sebastiaentge Crijnen.

Dit was echter níet het eerste drama in het gezin van Arijen Cornelisz. Roobol. Uit Arijen's eerste huwelijk met Anneke Jan Willemsdr. uit Almkerk, dat voltrokken was op 28-8-1616 in Dordrecht, had Arijen nog vier zonen: Cornelis, Jan, Pieter en Willem. Ook Cornelis was per ongeluk door doodslag om het leven gekomen. Die keer was de dader Arijen Arijensz. Bramen, man van Ingentgen Dircxdr., en zoon van Arijen Abrahamsz. Bramen. Arijen jr. kreeg een soort straatverbod opgelegd en moesten zowel de begrafenis betalen als 10 gulden aan de diaconie van Dubbeldam. 

Te Dordrecht op 4 mrt. 1644 comp. 
Arijen Cornelisz. Roobol, als vader van Cornelis Arijensz. Roobol, aan wie Arijen Arijensz. Bramen door ongeluk en bij toeval manslag heeft begaan, Jan Arijensz. Roobol en Willem Arijensz. Roobol, broeders van de overledene, Frans Cornelisz., Cornelis Cornelisz., Bastiaen Cornelisz., Pieter Cornelisz., Cuijnder Schoutten, Willem Schoutten, allen ooms en behuwde ooms van de overledene, Pieter Pietersz. Besteman, oudoom van de overledene [..], allen naaste bloedverwanten van Cornelis Arijensz. Roobol, voor henzelf en vervangende andere, absente of onmondige bloedverwanten van voornoemde Roobol. Zij verklaren overeengekomen te zijn met Arijen Abrahamsz. Bramen, als vader en Ingentgen Dircxsdr., de vrouw van Arijen Arijensz. Bramen, dat - aangezien de manslag door ongeluk en bij toeval is geschied - zij Bramen uit de grond van hun hart hebben vergeven, belovende hem daarover niet meer te zullen "moeijen noch molesteren", op voorwaarde, dat Arijen Arijensz. Braemen gehouden zal zijn alle naaste verwanten van de overledene "den wech te schouwen ende in geene gelagen te comen daer, de selve sijn, wijders dat sijluijden sullen betaelen aen de Armen van Dubbeldam de somme van thijen gulden alsmede alle de costen van de begraefenisse." Aldus gedaan in tegenwoordigheid van Damis van Slingelant, schout van Dubbeldam en Claes Cornelisz. Fles, koopman te Dordrecht, als getuigen.
Bron: A. den Haan: Huwelijken van militairen in DordrechtA. den Haan: Roobol.

4 mei 2018

"Op den 4e May 1764 des Vrijdags S'avonds om Agt Uuren"

"Op den 4e May 1764 des Vrijdags S'avonds om Agt Uuren is mijn Zuster Christina Van Nulck na Eene Korte Ziekte van wijnige Dagen met Verkoudheid en Eene Invlamatie op de borst overleeden in de Jeugdige Ouderdom van 8 dagen minder als Drie Jaaren, Zijnde den 9e May ter Aarde besteld in de Zuyder Kerk."

Amsterdamse Zuyderkerk
Christina van Nulk was een dochter van Amsterdamse zilversmid Dirk van Nulck (1720-1809) en zijn vrouw Antje Rosier (1722-1802) en werd in Amsterdam geboren op 11-5-1761: 

"Op den 1e May 1761, des Maandags zijnde Tweede Pinksterdag 's Morgens om half Vier Uuren, is mijn moder in de Kraam bevallen van Een Dochter welke gedoopt is den 13 May 1761 in de Noorderkerk door Do. Genet. Genaamt Christina. Getuigen Cornelis Schuyling, Oom & Christina Zaagmans, Tante." 

Bron:  Familieaantekeningen "Van Nulck" door B. Noordbeek in Gens Nostra 1963 en 1964.