30 december 2012

Pleuntje van Brakel's buitenechtelijke kleinkinderen

Op 6-10-1775 gaf Pleuntje van Brakel in Wieldrecht aan dat zij in ’s-Gravendeel pro deo wilde gaan trouwen met Hendrik Gerritsz de Ruijter (±1748-1811). Hij was een zoon van mijn voorouders Gerrit Hendrixs de Ruijter (±1719-1800) en Lijsje Pouwlis Geervliet (±1718-1796). Pleuntje werd op 21-9-1755 in Dordrecht gedoopt als dochter van Gerrit Gijsbrechts van Brakel en Adriana Verkuijlen. Pleuntje was vernoemd naar haar grootmoeder Pleuntje Gerrits Paauw (†1772). 
Hendrik de Ruijter en Pleuntje van Brakel, zijn vrouw, verkregen op 20-12-1776 attestatie van ’s-Gravendeel naar Strijen. Daar werd op 16-3-1777 hun dochter Adriaantje geboren. Hun oudste dochter Elisabeth was op 18-2-1776 in Dordrecht gedoopt. In Strijen zouden vervolgens nog 14 kinderen volgen. De jongste, Teuntje, werd op 1-10-1795 in Strijen geboren. Twee jaar later woonde het gezin in de polder Nieuw-Bonaventura nabij de Mookhoek. 
Op 20-5-1800 verkregen Hendrik en Pleuntje attestatie om terug te keren naar ’s-Gravendeel met hun nog in leven zijnde kinderen Adriana, Gerrit, Gijsbert, Bastiaan, Adriaan, Lijntje, Paulus, Jacob, Anna, Plonia en Teuntje. Dochter Elisabeth was toen inmiddels getrouwd, maar verhuisde rond die tijd ook naar 's-Gravendeel. 
 
Hendrik de Ruijter overleed in augustus 1803. Pleuntje bleef als weduwe achter met de bovengenoemde 11 kinderen, waarvan de oudste, Adriaantje, toen 26 was en de jongste, Teuntje, 8 jaar oud. Op 9-4-1808 in 's-Gravendeel was de weduwe van Hendrik de Ruijter pachter van land van Maria Adriana Gevaerts. Zo probeerde Pleuntje in hun onderhoud te voorzien. Haar zonen Gerrit en Bastiaan en haar dochter Lijntje trouwden rond 1810 en alles leek goed te gaan. 

Enkele jaren later ging het echter helemaal mis met Pleuntje’s gezin. Haar jongste dochter Teuntje (1795-1875) bracht toen schande over de familie door op 17-jarige leeftijd op 15-4-1813 te bevallen van een zoontje Gerrit, waarvan haar oudste broer Gerrit aangifte deed in ’s-Gravendeel. Daarmee was het hek van de dam. Op 5-10-1814 beviel de 21-jarige Johanna, ook “Anna” en “Antje” genoemd, van een buitenechtelijke zoon Andries, die binnen 3 maanden overleed. Op 29-7-1815 trouwde zij in Sliedrecht met Arij Pieters Bakker (1791-1855) en kreeg met hem nog 10 kinderen. Haar eer was daarmee enigszins gered. 

22 december 2012

Wie waren de grootouders van Oetje Munter?

Van Pieter Bastiaansz Munter, wiens begrafenis werd aangegeven op den 16e Julij 1748 in De Mijl op het Eiland van Dordrecht, zoek ik de ouders en daarmee de aansluiting met de rest van de familie Munter. 
Pieter Bastiaansz was op 12-5-1720 in Dubbeldam gehuwd met Teuntje Anthonisse Duijser en kreeg de volgende kinderen: Oetje, Bastiaan (2x), Anthonij, Aart, Trijntje, Jannetje en Lena. Teuntje was gedoopt op 13-1-1691 in Dordrecht als dochter van Anthonie Michielse Duijser (1658-1736) en Leena Dirxe Sevenhuijsen. Pieter's oudste dochter Oetje zou dus naar zijn moeder vernoemd kunnen zijn. 
De kerk van Dubbeldam
Mogelijk is Bastiaan Andriesz Munter (1670-1713), die in 1703 in Dubbeldam trouwde met Maaijke Jurriens Bijsterveld (±1678-1753), eerder gehuwd geweest en was Pieter een voorzoon. Echter, ook in Charlois en Rhoon komen Munters voor met de voornamen Pieter en Bastiaan. Zo werd in Charlois op 12-4-1676 een Pieter Bastiaans Munter gedoopt, die in 1702 in Heenvliet trouwde met Zijtje Bastiaanse en met haar de kinderen Bastiaan en Elisabeth liet dopen in 1708 en 1714, die beiden rond 1750 in Charlois trouwden. 

Heeft iemand aanvullende informatie gevonden die kan wijzen in de richting van de voorouders van deze Pieter Munter?
Zie ook mijn blogpost over Bastiaan Pieters Munter.

14 december 2012

Overstromingen en herbedijkingen in Zuid-Holland

In de middeleeuwen werd Zuid-Holland vaak geteisterd door overstromingen, zoals op 14 december 1287 en 5 februari 1288, toen de bedijkte Groote Waard deels onder liep. In 1357 werd door Hughe Duykinc begonnen met de bedijking van de St. Antoniepolder, ook "Heer Huijgenland" genoemd. Hoewel de Groote of Zuid-Hollandse Waard door een ringdijk was omsloten, vonden er in 1404, 1411 en 1413 toch overstromingen plaats door een combinatie van een stormvloed en hoog rivierwater. 


In de nacht van 17 op 18 november 1421 vonden opnieuw diverse dijkdoorbraken en overstromingen plaats in Zuid-Holland en Noord-Brabant, die bekend werden als "de Sint-Elisabethsvloed". De Groote Waard en de Heerlijkheid Strijen werden overstroomd. Door hoog water in de rivieren in december brak ook de Merwededijk bij Werkendam. In 1422 volgde een nieuwe dijkdoorbraak. 


Mede door de burgeroorlog tussen de gravin van Holland, Jacoba van Beieren, en haar oom en neef, werden de dijken níet meer hersteld. Plaatsen als Broeck, Weede, Poelwijck, Leijderambacht, Wieldrecht en Dubbelmonde verdwenen voorgoed onder water. De Biesbosch en het Hollands Diep ontstonden, waardoor de latere Hoekse Waard los kwam te liggen van Brabant, terwijl de binnenstad van Dordrecht een eiland was geworden, omgeven door water.



Het begin van de Hoeksche Waard
Pas begin 1436 kwam Jacob van Gaasbeek, heer van Strijen, met een aantal welgestelde ingezetenen van Dordrecht, Strijen, Geervliet en Poortugaal overeen het Oudeland van Strijen weer te bedijken. De nieuwe dijken werden Doolaerdsdijk (thans Boompjesstraat-Weelssedijk) en Westdijk (thans Oude dijk) genoemd. Reeds in 1440 ontstond er een geschil tussen Jacob van Gaasbeek als heer van Strijen en de andere bedijkers en “goede luijden” over de hem toekomende “raepthienden”, die zij moesten betalen over raapzaad. 

De noordwestelijke zeedijk bij Houcke (Hoeksedijk, Maasdamsedijk, Schouteneinde en Schorredijk) had weinig schade opgelopen bij de overstromingen. Daarom volgde in 1439 de inpoldering met winterdijken van het Oudeland van Maasdam en Puttershoek en van Mijnsheerenland van Moerkerken. Waar de dijk eerste een scherpe afbuiging naar het oosten had gemaakt, maakt die sindsdien een scherpe afbuiging naar het westen, zodat de naam “Hoecke” toepasselijk bleef.  







13 december 2012

Kalenders in Nederland

Bij genealogisch onderzoek in de Franse Tijd stuit je niet alleen op Franstalige acten, maar ook op andere benamingen voor de maanden van het jaar. Hier vind je een klein overzicht. 

Maanden


nu1808-181018e eeuw
januarilouwmaand
februarisprokkelmaand
maartlentemaand
aprilgrasmaand
meibloeimaand
junizomermaand
julihooimaand
augustusoogstmaand
septemberherstmaand7ber / VIIbris
oktoberwijnmaand  8ber / VIIIber  
novemberslachtmaand9ber / IXber
decemberwintermaand10ber / Xber


Overgang van de Juliaanse naar de Gregoriaanse kalender 


ProvinciesOvergang
Noord- en Zuid-Holland1582-1583
Zeeland
Noord-Brabant
Limburg
Utrecht1700-1701
Gelderland
Overijssel
Drente
Groningen
Friesland


N.B. Holland werd pas in 1840 in Noord- en Zuid-Holland gesplitst, terwijl het noordwesten van Noord-Brabant aanvankelijk ook bij Holland hoorde. Het Land van Heusden, bijvoorbeeld, hoorde van 1357 tot 1815 bij Holland.


Converteren


Deze Duitse website kan datums voor je converteren. Van de Juliaanse kalender, de moslimkalender, de joodse kalender, de oud-Romeinse kalender of de kalender van de Franse revolutie - naar de huidige, Gregoriaanse kalender.

Umwandlung von Daten anderer Kalender


1 december 2012

Cornelis Cente Bos (1813-88) van Cillaarshoek

De gezamenlijke voorouder van alle takken van de familie Bos van Cillaarshoek is Cornelis Cente Bos. Hij werd op 8-11-1813 in Cillaarshoek geboren als tweede zoon van Cent Leenderts Bos (1788-1869) en Barbara van der Giessen (±1787-±1854). Op 28-4-1811 was er voor Barbera een acte van indemniteit van 's-Gravendeel naar Cillaarshoek geweest. Daar werden haar kinderen geboren en gedoopt. Haar man Cent kwam van Numansdorp. 


De kerk van het gehucht Cillaarshoek

Cornelis Cente Bos werd fusilier in het leger in de 1ste compagnie, bataillon der 2den regiment der infanterie. Hij behoorde tot de lichting van 1838. Cornelis' lengte was "1 el, 3 palm, 2 duim, 0 streep". Zijn ogen waren blauw, zijn neus was klein, zijn mond breed en zijn kin rond. Zijn haar en wenkbrauwen waren licht bruin. 
De commandant in Bergen-op-Zoom gaf toestemming tot verlof voor Cornelis' eerste huwelijk op 7-12-1842 met Kommertje Hoek (1812-1859). Kommertje had, 29 jaar oud, op 16-4-1841 in Strijen een buitenechtelijk zoontje gebaard, waarvan de vader niet bekend is. Desondanks is Cornelis Bos met haar getrouwd. 


27 november 2012

Jacobus v/d Koog en molen "De Goudvink"

Nadat paltrokzaagmolen "De Goudvink" in 1671 was gebouwd aan de Lijnbaan in Dordrecht, veranderde die verschillende keren van eigenaar. In 1758 kocht Jacobus van der Koogh (1710-93) de hele molen, het molenaarshuis, de loodsen, het balkgat en de gereedschappen voor ƒ1650,-. 

De "Blauwe Molen" (links) en "De Goudvink" (rechts) omstreeks 1869.
Jacobus was de oudste zoon van het molenaarsechtpaar Willem van der Koogh (1689-1762) en Jacomina van Duijnen (±1689-1758). Jacobus van der Koogh, j.m. van Dordregt, wonend op de Noordendijk, bij mondelingh consent van Willem van der Koogh, zijn vader, was op 13-12-1733 in Dordrecht getrouwd met Margrita Kleijn (1707-93), j.d. van Dordregt, wonend bij de Beurs, geassisteerd met Marijke van Immerseel, haer moeder, eerst weduwe van Hendrik Kleijn en nu huijsvrouw van Mattijs Struijkmans. Jacobus en Margrita kregen 8 kinderen. 

Op 16-2-1740 verkochten Jacobus van der Koog, zaagmolenaar, en Grietje Klijn, een object in de omgeving van de beurs aan de Wijnstraat aan Ariaan Meulemans, kleermaker, voor ƒ1460. Het betrof een object van de erflaters Maria van Immerseel en Matthijs Struijckmans, beiden overleden. Jacobus van der Koogh bezat tevens diverse huizen aan en in de omgeving van de Noordendijk. 

Jacobus' oudste zoon, Willem van der Koogh (1734-1809), erfde paltrokzaagmolen "De Goudvink". Willem van der Koogh, j.m., geboren te Dordrecht, wonend op den Noordendijk, met schriftelijk consent van sijn vader, Jacobus van der Koogh, trouwde op 10-6-1781 in Dordrecht met Sijgje Brant, j.d., geboren te Giessendam, wonend op den Hallingendijk. Sijgje's broer Jacob Jillisse Brand (1743-96) was molenaar op een molen in de polder Wieldrecht. 

Willem van der Koogh stelde "De Goudvink" verschillende keren als onderpand bij een lening tussen 1798-1801. Uiteindelijk verkocht Willem de molen in 1804 om zijn schuld af te lossen. 
In de nacht van 29 op 30 november 1872 ontstond brand in de kap van "De Goudvink". De molen brandde geheel af en werd niet meer opgebouwd. 

Bron: J. Zondervan-Van Heck: "Molens en de familie Van der Koogh te Dordrecht" in Gens Nostra, Jaargang 62, Nummer 10, Oktober 2007, Molens en Genealogie.

23 november 2012

Het Octrooi Serviel van Dordrecht

Van 1520 dateert het Octrooi Serviel, dat dorpelingen uit de wijde omgeving van Dordrecht verplichtte om hun agrarische producten op de Dortse markten te verkopen. Dordrecht kon zijn stadskas vullen met de extra accijnsopbrengsten, maar door het Dortse monopolie kregen de plattelanders niet de 'rechte waerde' voor hun producten en moesten zij vaak onnodig ver met hun producten reizen.
Voor Lekkerkerkers was de reis naar Dordt extra lastig, omdat zij eerst met eb de Lek af moesten zakken en dan op de vloed moesten wachten om naar Dordt te kunnen varen, terwijl zij binnen 2 uur naar Schoonhoven konden roeien.
In 1553 verklaarde een vrouw uit IJsselmonde, dat zij 4 jaar eerder, toen zij een keer op weg was naar Rotterdam met boter, kaas, eieren en hoenders, Dortse controleurs aan boord van haar schuit waren gekomen en al haar handel verbeurd hadden verklaard. Soms werden de overtreders zelfs door de controleurs mishandeld.
Pas in 1589 werd het Octrooi Serviel voorgoed afgeschaft. Wel had Dordrecht enkele jaren eerder nog een 'octrooi van de halve mijl' weten te verwerven, dat Dordrecht het recht gaf om een bier- en wijnaccijn in de omliggende dorpen te heffen. Dat recht bleef tot de Bataafse omwenteling van 1795 van kracht. 


Zicht op de Oude Maas bij Dordrecht, 
geschilderd door Jan van Goyen in 1651
http://www.dordrechtsmuseum.nl/

17 november 2012

Lampje Helder en Jan Zootjes (†1826)

In Blokzijl in Overijssel werd omstreeks 1750 een meisje geboren met de voornaam Lampje en de achternaam Helder. Zij trouwde met Jan Zootjes uit Muggenbeet. 


De trouwinschrijving van Jan Zootjes en Lampje Helder in 1776.

Lampje Hendriks Helder is geboren omstreeks 1750 in Blokzijl (Ov) [bron: GVeldman]. Lampje is overleden op 23-10-1826 in Blokzijl (Ov) [bron: GenLias]. 
Lampje trouwde op 08-12-1776 in Blokzijl (Ov) [bron: TB-Blokzijl] met Jan Wichers Zootjes, nadat zij op 03-11-1776 in Blokzijl (Ov) in ondertrouw zijn gegaan [bron: HCO-Zwolle]. 
Jan is geboren rond 1747 in Muggenbeet, waarschijnlijk als zoon van Wicher Wichers Zootjes en Geesje Bastiaans. Jan is overleden op 30-08-1826 in Blokzijl (Ov), 79 jaar oud. [bron: GenLias]. Notitie bij Jan: Jan Wichers Sootjes was veehouder. 

Kinderen van Lampje en Jan:
  1. Wiecher Zootjes, geboren omstreeks 1778 in Steenwijkerwold. Wiecher is overleden op 03-03-1855 in Blokzijl (Ov). Wiecher trouwde, ongeveer 22 jaar oud, op 24-04-1800 in Blokzijl (Ov) [bron: HCO-Zwolle] met Jantje Lens/Lenzen, ongeveer 30 jaar oud, nadat zij op 13-04-1800 in Blokzijl (Ov) in ondertrouw zijn gegaan [bron: HCO-Zwolle]. Zij hadden 6 kinderen. 
  2. Hendrik Jans Zootjes, geboren omstreeks 1782 in Blokzijl (Ov)Hendrik is overleden op 18-08-1817 in Blokzijl (Ov), ongeveer 35 jaar oud [bron: GenLias]. Hendrik trouwde vóór 1808 met Annigje Berends Zephat. Annigje is geboren in 1783 in Kalenberg, Oldemarkt, Duitsland. Annigje is overleden op 23-08-1849 in Blokzijl (Ov). Zij hadden 5 kinderen. 
  3. Sijtje Janse Zootjes, geboren omstreeks 1792 in Blokzijl (Ov)Sijtje is overleden op 22-08-1875 in Blokzijl (Ov), ongeveer 83 jaar oud [bron: GenLias]. Sijtje trouwde op 15-01-1814 in Blokzijl (Ov) [bron: HCOv] met IJzebrand Janse Engelsman. IJzebrand is geboren omstreeks 1787 in Blokzijl (Ov) [bron: GenLias], zoon van Jan Engelsman en Aaltje Dekker. IJzebrand is overleden op 17-09-1869 in Blokzijl (Ov). Zij hadden 7 kinderen. 


 

15 november 2012

Geschiedenis van Cillaarshoek

Cillaarshoek is een gehucht in Zuid-Holland. Het bestaat uit lintbebouwing langs de Keizersdijk. Bij een verbreding in het noorden liggen de kerk, de begraafplaats en het verenigingsgebouw. In de 20e eeuw stond daar ook een school, maar die is rond 1980 naar Maasdam verplaatst. Het zuiden, waar de Molenweg en het Molenwegje op de Keizersdijk aansluiten, wordt "'t Meulenend" genoemd. 

Gemeentewapen van de voormalige gemeente Cillaarshoek
Gemeentewapen van de voormalige gemeente Cillaarshoek

Tot 1832 vormde Cillaarshoek een eigen gemeente. Het gemeentewapen is van goud, beladen met zes leliën van keel, in de volgorde drie, twee, één. Het is afgeleid van het wapen van Weeda, een plaats, die in de St. Elizabethsvloed van 1421 is verdwenen. De middeleeuwse heren van Weeda zouden een groot kasteel hebben bezeten in Nieuw-Bonaventura nabij de huidige Kromme Elleboog. 
In de periode 1813-1818 was Cillaarshoek al bij de toenmalige Maasdam ingedeeld geweest en in 1832 werd die indeling herhaald. Sinds 1984 maakt Cillaarshoek deel uit van de gemeente Strijen. 


Bij archeologisch onderzoek zijn in Cillaarshoek stenen funderingen en aardewerk uit de 14e eeuw aangetroffen. In de omliggende polders, het Oudeland van Strijen en polder Oud-Bonaventura, zijn resten uit de Middeleeuwen en zelfs de Romeinse tijd teruggevonden. 
Hoewel er reeds in 1331 een tolwacht was ter plaatse van het latere Cillaarshoek, is de gemeente waarschijnlijk pas aan het einde van de 15e eeuw ontstaan. Volgens een legende zouden inwoners van Weeda tijdens de St. Elizabethsvloed van 1421 naar de oude ringdijk zijn gevlucht, waar tegenwoordig Cillaarshoek ligt. Cillaarshoek zou zijn afgeleid van "Zielaardshoek", een hoek op de aarde, waar bij de vloed levende zielen waren. 
De Keizersdijk is vernoemd naar keizer Karel V en was eeuwenlang onderdeel van de doorgaande route van Amsterdam naar Parijs. 

In oktober 1788 hebben Cillaarshoekenaars de belastinggaarder, Johannes Jacobus de Roy, die tevens koster en schoolmeester was, mishandeld en het dorp uit gejaagd. De Staten van Holland en West-Friesland meenden dat Cillaarshoek "bijna tot eene geheele regeeringsloosheid is vervallen". Zij gelastten de bevolking "zich voortaan stil, vreedzaam en met behoorlijk respect voor, en gehoorzaamheid aan de hooge justitie, mitsgaders, schout en schepenen" te gedragen en "zich te onthouden van samenspanningen, poogingen, bedreigingen en feitelijkheden, ingericht om deszelven het toestaan van hunne begeertens of verzoeken af te perssen". De Roy werd door de drost en schout en schepenen in zijn ambten hersteld. 


In 1731 werd Cillaarshoek door de Staten van Holland en West-Friesland als ambachtsheerlijkheid verkocht aan Sarah de Jongh te Amsterdam voor een bedrag van ƒ 1950,-. Zij was "een seer brave koopvrouw, die een seer groot comptoor van seer sware negotie selfs als een man dirigeerde" en overleed op 5-4-1763. De heerlijkheid werd in 1782 geërfd door de familie De Quesne


De kerk en pastorie van Cillaarshoek
In de periode 1923-1959 was Cillaarshoek eigendom van jonkvrouwe Johanna Henriette Beelaerts van Emmichoven, geboren op 31-1-1879 in Gouda en overleden op 12-4-1959 in 's-Gravenhage. Zij was persoonlijk begaan met het wel en wee van haar pachters en schonk de gebrandschilderde ramen aan de kerk van Cillaarshoek.
 

13 november 2012

Coomenijhouder, Cruijdenier en Grutter

Vroeger waren er verschillende soorten winkeliers voor verschillende soorten etenswaren. 


Coomenijhouder

De coomenijhouder werd ook wel kooman, koomen, coman of comen genoemd. Hij hield een winkel met voornamelijk eetwaren en huishoudelijke artikelen. Verkocht werden vette waren als spek, ham, boter en kaarsen, maar ook bier. Later ging de coomenijhouder ook grutterswaren verkopen, zoals peulvruchten, gort en meel.

Cruijdenier

Een cruijdenier verkocht oorspronkelijk kruiden en specerijen, zowel voor geneeskundiggebruik als voor gebruik in de keuken. Later ging de cruijdenier ook koloniale waren verkopen. In de loop der tijd breidde zijn assortiment steeds verder uit.

Grutter

Grutten zijn de gepelde zaden van boekweit, dat in de zomer op schrale zandgronden werd geteeld. De grutten konden tot meel worden gemalen, dat vermengd werd met meel van granen, omdat het zelf geen gluten bevat. Ook werd dikke pap gemaakt van grutten en karnemelk. De bij het grutten overgebleven doppen werden soms als vulsel in kinderbedjes gebruikt. De naam 'grutter' werd gebruikt voor zowel de molenaar van de grutmolen, die de zaadkorrels tot meel vermaalde, als de winkelier, die droge grutterswaren verkocht; behalve grutten waren dat ook peulvruchten, vogelzaad en meel.



12 november 2012

Hoeksche Waards dialect

Er bestaat in de Hoekse Waard een duidelijk verschil tussen de dialecten, die in het westen en in het oosten worden gesproken en in het oosten is 's-Gravendeels weer een uitzondering. Tussen de Oost-Hoekschewaardse dialecten van Puttershoek, Maasdam, Cillaarshoek en Strijen is onderling weinig verschil. 


Dit zijn opvallendste kenmerken van het Oost-Hoekschewaardse dialect: 

·   woorden als merrege (morgen), zummer (zomer), jaot (ja), uur (uier), mis (mest) en dêêmsteg (tussen mistig en heiig)
·   het werkwoord binne (zijn): ik bin geweest en heulie binne geweest
·   het voorvoegsel er voor ar: verreke (varken), errempie (armpje) en errebaaier (arbeider)
·   de ae klank, die klinkt in militair en het Engelse there: haest (haast), 's aeves ('s avonds), taefel (tafel), kaerssie (kaarsje), paechie (paadje), schaep (schaap), gaere (garen) en een laeg hekke (een laag hek)
·   de ao klank: slaon (slaan), taort (taart), haogel (hagel), de waereld is geschaope (de wereld is geschapen), de aerrepels binne gaer (de aardappels zijn gaar) en een laochie schuim (een laagje schuim)
·   de êê voor ee komt vaak voor: allêên, mêêster, brêêd, êêuw, vêê, twêê, zêêp en dat staot al een week in de wêêk (dat staat al een week in de week)
·   ôô voor oo komt regelmatig voor: brôôd, stôôm, hôôp, bôôs, stêênkool en blomkôôl, ôôge (ogen), ôôs (ons) en strôôp ie mouw op, want d'r zit stroop op (stroop je mouw op, want er zit stroop op)
·   o en oo voor oe komt af en toe voor: blom (bloem), motte (moeten), genog (genoeg), sloog (sloeg) en vroog (vroeg)
·   aai voor de korte ei: aaiers (eieren), maaid (meid) en gaait (geit)
·   de korte ij wordt soms als ie uitgesproken, terwijl de ie soms juist als een ij wordt uitgesproken: Strien (Strijen) en wije (wieden)
·   de eu voor oo of ee komt af en toe voor: zeun (zoon), meule (molen), veul (veel) en speule (spelen)
·   ááns voor ans: gááns (gans) en dáánse (dansen)
·   vr voor wr: vraok en vrat
·   verkleinwoorden met -ie, vooral (e)chie en tjie: mannechie (mannetje), weegchie (wegje), mouwchie, weuninkie (woninkje), mondjie, gehaaimpie (geheimpje), bôômpie, kannechie (kannetje) en vellechie (velletje)
 

Bronnen:
 - Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard: Hoekschewaards Woordenboek, De Boektant, 2006
 - "Cillaarshoek" in de serie "Strijen in Historisch Perspectief"
 - Berg, C. v.d.: Etymologie Cillaarshoek, Geneal. tijdschrift "Ons Voorgeslacht" ,1946
 - Nederland's Patriciaat, 1972

5 november 2012

Maria Swart's echtscheiding in Loon op Zand

In vroegere tijden was het niet eenvoudig om een echtscheiding te verkrijgen. Toch verkreeg Maria (de) Swart (1704-62) op 17-11-1739 in Loon op Zand een echtscheiding "wegens malversatie en overspel, door haar voorgaande man gepleegt". Deze man, haar eerste echtgenoot, was de aldaar op 10-12-1699 gedoopte Migghiel Valentijn. Het paar was als j.m. en j.d. op 28-1-1725 in Loon op Zand getrouwd. 

De schepenbank van Loon op Zand had op 15-8-1733 een "Verklaring van goed gedrag" afgegeven voor Maria de Swart, vrouw van Migghiel Valentijn. Op 14-9-1733 verleende Maria de Swart, gehuwd met Migghiel Valentijn, volmacht aan de heer Jacobus Vermeulen, procureur, om haar bij de schepenbank te vertegenwoordigen in haar zaak tegen haar man, die een overspelig leven leidde met Catharina Dominicus. 


Maria was op 21-09-1704 in Loon op Zand gedoopt als dochter van Jan Anthonisse Swart en Huibertje Chiele de Haan. Maria hertrouwde aldaar op 28-2-1740 met Peeter Janse de Jong (een zoon van één van mijn voorouders). Peeter Jansz de Jongh, ziek te bed, en Maria de Swart maakten een testament op de langstlevende echtgenoot op 2-4-1742 in Loon op Zand. Enkele dagen later was Maria weduwe: Maria de Swart, ziek te bed, weduwe van Peeter Jansz de Jongh, maakte een testament op 5-4-1742 met een legaat aan haar dochter Jenneke de Jongh. Erfgenamen waren Maaijke Valentijn, Jacobus van Tiel en Jenneke de Jongh. Als voogden werden aangesteld: broer Gerrit de Swart, wonende in Vrijhoeve-Capelle, en zwager Nicolaas Mouthaan, wonende te Loon op Zand. Later dat jaar beviel Maria van Peter's posthume zoon, die zij naar hem vernoemde.  

O7-8-1746 - eveneens in Loon op Zand - hertrouwde Maria Swart met Jacobus de Haan, j.m., geb. in Loon op Zand. Over hem zou ik graag meer te weten willen komen en of - en zo ja, hoe - zij aan elkaar verwant waren. 

Maria had kinderen uit alle 3 haar huwelijken: 


 1 Maike Valentijn, gedoopt op 01-01-1726 in Loon op Zand.

 2 Jenneke Peters de Jong, gedoopt op 15-01-1741 in Loon op Zand.
 3 Peter Peters de Jong, gedoopt op 01-12-1742 in Loon op Zand, postuum geboren.
 4 Adrieaen de Haan, gedoopt op 29-10-1747 in Loon op Zand.
 5 Jan de Haan, geboren op 31-07-1749. Hij is gedoopt op 03-08-1749 in Loon op Zand.

Op 2-12-1747 werd Maria Swart met haar broers en zussen genoemd bij de boedelscheiding van haar ouders in Loon op Zand. Zij werd begraven te Capelle (NB) op 21-6-1762. 


4 november 2012

Geertruijd Jongelincx is wel eenichsints engh aenden inganck van haer schamelheijt…..

Op de Weblog Regionaal Archief Tilburg werd recentelijk door Ans gewezen op de volgende curieuze tekst: 

Schepenbank van Alphen en Chaam, 9-1-1708, Inv.nr. 110, folio 55:
"Hendrina Moede, huijsvrouwe van Thomas van der Hulst, vroet=vrouwe tot Baerle Nassau, ende heeft op haeren eede verklaard als dat sij deponente heden alhier gevisiteert hebbende Geertruijd Jongelincx, huijsvrouwe van Laurens Wood, voster ende mr. chirurgijn alhier, bevonden heeft dat de selve Geertruijd Jongelincx wel eenichsints engh is aenden inganck van haer schamelheijt ende dat sij van binnen aenden rechteren [of achteren] kant naer achteren toe hardicheijt heeft als twee clieren maer dat sij die bevonden heeft niet vast en bij haer deponente eenichsints beweeght en van haer plaets verschovn te hebben, dar voorts de voorss. Geertruijd Jongelincx gestelt is als een andere vrouw aen haer schamelheijt ende naer haer deponente oordeel haer oerdeel sufficant genoch is om gebruijckt te konnen werden, eijndende daer mede haere verclaeringe."

3 november 2012

De molens van het Moleneind

De korenmolen van Strijen stond op de grens met Cillaarshoek tegenover het Molenwegje en werd veel gebruikt door Cillaarshoekenaars. In 1833 werd de vervallen molen afgebroken. 

In het Oudeland van Strijen nabij Cillaarshoek stond een grote watermolen aan de Hoekseweg en er stond een kleine molen tussen de Hoekseweg en de Molenweg. Later zijn nog molens gebouwd aan de Molenweg, de Walenweg en de Bovenweg. 

De molen aan de Hoekseweg werd de "benedenmolen" genoemd en die aan de Bovenweg de "bovenmolen". De molen aan de Molenweg stond bekend als de "dikke molen" (zie foto). 


De "dikke molen" aan de Molenweg in het Oudeland van Strijen

Aan het Molenwegje in Oud-Bonaventura stond een wipwatermolen, die in 1676 is gebouwd en bemand werd door leden van de familie Bouwman. In 1910 is Kees, de oudste zoon van Henk Bouwman, op 16-jarige leeftijd door een klap van een molenwiek dodelijk verongelukt. Afwijkend aan die molen was de wiekvorm met 4 zoomlatten. 


In 1878 werd besloten een stoomgemaal te bouwen. De molens werden in de jaren 1937-1938 gesloopt. 

Foto: Molens van Zuid-Holland in oude ansichten deel 2.



2 november 2012

Oorsprong van de familie Den Boef

Het is mogelijk, gezien de namen van zijn kinderen, dat Klaas Willemse de Boef (†1788), die in Numansdorp en Princenland woonde, een zoon is van Willem Clase Boef uit Almkerk en diens echtgenote Ariaentje Chielen Verschoor. 

Graag zou ik bronnen op het spoor komen, die ondersteunend bewijs geven voor deze theorie - of de theorie ontkrachten. 
Hieronder de gegevens van Klaas Willemse de Boef: 

Claas Willems (de) Boef, "Claas Boeve". Op 25-2-1764 vertrok hij met vrouw en kinderen van Numansdorp naar Princenland. Klaas Willemse trouwde op 30-07-1752 in Numansdorp [bron: FamOfSH] met Cornelia (Knelia Pieterse) van Sint-Maartensdijk, 19 jaar oud. Cornelia is geboren in 1733, dochter van Pieter Willems van Sint-Maartensdijk en Sijgje Gerrits van Brugge. Zij is gedoopt op 12-09-1733 in Strijen [bron: FamOfSH]
Notitie bij overlijden van Knelia Pieterse: Mogelijk op 9-5-1792 in Dinteloord overleden.

Kinderen van Klaas Willemse en Knelia Pieterse:
Adriana (Ariaantje) den Boef, geboren in 1752. Zij is gedoopt op 20-08-1752 in Numansdorp [bron: Streekmuseum]. Ariaantje is overleden op 17-05-1790 in Dinteloord, 38 jaar oud [bron: ISIS-BOZ]. Ariaantje trouwde:
(1) 23 jaar oud, op 07-03-1775 in Dinteloord [bron: ISIS-BOZ] met [waarschijnlijk] Arij van Bruggen, nadat zij op 18-02-1775 in Dinteloord in ondertrouw zijn gegaan [bron: ISIS-BOZ]. Notitie bij het huwelijk: Kinderen: Heijme en Cornelis (2x).
(2) 35 jaar oud, in 1787 met [waarschijnlijk] Michiel Pieterse Griekspoor, nadat zij op 31-08-1787 in Dinteloord in ondertrouw zijn gegaan [bron: ISIS-BOZ]. Michiel Pieterse is overleden op 15-02-1808 in Dinteloord [bron: BHIC.nl].
2 Pieter den Boef, geboren in 1753 in Numansdorp, Buitensluis. Van hem zijn meer gegevens bekend. 

1 november 2012

Genealogie in de Hoeksche Waard

Een goede website voor genealogische informatie met betrekking tot de Hoeksche Waard is de website van de familie Molema: http://home.hccnet.nl/p.molema/hwweb.htm.

Ten eerste bevat deze website een aantal voorouderreeksen, o.a. van de families BarendrechtKleinjan Stam en Van Ham


Verder bevat de website allerlei links naar en opsommingen van interessante bronnen voor genealogen met voorouders in de Hoeksche Waard. 

Ook zijn een aantal bronbewerkingen op de website opgenomen, zoals de doopboeken van Cillaarshoek en de Sint-Anthoniepolder en het rechterlijk archief van Maasdam

Verder bevat de website een overzicht van Nederlandse archieven per provincie met adressen en openingstijden, zoals die in Zuid-Holland en Noord-Brabant. Ook voor informatie over het Streekmuseum Hoeksche Waard kun je op deze site terecht. Zo is er een lijst met genealogische bronnen die in de studiezaal van het streekmuseum kunnen worden ingezien.



Studiezaal van het Streekmuseum Hoeksche Waard


30 oktober 2012

De familie Bos van Cillaarshoek

Op deze nieuwe blog wil ik schrijven over mijn genealogisch onderzoek naar de familie Bos in de Hoeksche Waard en aanverwante families in o.a. IJsselmonde, het Eiland van Dordrecht, de Alblasserwaard en de Langstraat in Brabant.

Er zijn veel families Bos in Nederland, maar mijn familie heeft altijd in de Hoeksche Waard gewoond. De verste voorouder - voor zover bekend - is Gijsbert Gerrits Bosch die rond 1600 trouwde met Centje Cente, waardoor de typische naam Cent in de familie kwam en voor eeuwen zou blijven. Rond 1717 trouwden twee van Gijsbert en Centje's waarschijnlijke nakomelingen met elkaar: Leendert Cornelisse Bos (1693-±1725) en Pleuntje Cente Bosman (1692-1767).
  Deze familie Bos woonde aanvankelijk in Puttershoek, maar was na de inpoldering van Numansdorp verhuisd naar Middelsluis bij Numansdorp in het zuiden van de Hoeksche Waard. De mannen van de familie Bos trouwden vaak met meisjes van dat eiland of van IJsselmonde of het eiland van Dordrecht. 

De kerk en pastorie van Cillaarshoek

Cent Leenderts Bos (1788-1869) en Barbara van der Giessen (±1787-±1854) was het paar dat uiteindelijk naar het gehucht Cillaarshoek verhuisde. Zij zijn de stamouders van de familie Bos van Cillaarshoek, maar ook van de takken in Poortugaal en Hillegom.

In 1949 trouwde mijn tante Maaike Bos met haar achterneef Cornelis Bos, die tot een oudere tak van de familie Bos behoorde. In die tak kwam de voornaam Cent toen nog steeds voor. De jongste telg van de familie is mijn neefje Thomas Pieter (Thom) Bos, die eerder dit jaar werd geboren.