3 november 2014

De Dordtse Hadewij Willems de Haen (1668-1741)

In 1712 speelde er in Dordrecht een conflict tussen Hadewij de Haen en Matthijs Baerthout de Stercke, die Hadewij uitschold voor hoer, teef en beest. Hij vertelde dat hij haar vroeger, toen ze sneepen gingen venten in de rivier de Noort, voor een  dubbeltje 'afnaaide'. Hij had haar vervolgens onbetamelijk aangevat, haar rokken opgelicht en gezegd: "Wilt gij niet nogmaals zeggen, likt mijn gat, likt mijn etc.". Daarna had hij haar tot bloedens toe geslagen.
 
Later had De Stercke gezegd: "Heb je van dat leven tusschen Cornelis in den Hemel en Hadewijchje in de Hel niet gehoord?". Hij had daarbij gesuggereerd dat Hadewij na een vechtpartij van haar man met een zakje geld bij de officier was gaan "krijten en kermen".

Dordrecht, geschilderd door Aelbert Cuyp (1620-1691)


Hadewij Willems de Haan (1668-1741) is - via haar eerste huwelijk in 1690 met Cornelis Janse Baars en haar dochter Ida Baars (1708-1786) - een voorouder van mij. Degene die Hadewij uitschold, Matthijs Baerthout de Stercke, was op 19-12-1670 in Dordrecht gedoopt als een zoon van mijn voorouders Baerthout Thijssen de Sterke (1640-1712) en Maria Gijsberts Vlijm (±1645-1721).

In 1724 werd Hadewij's zoon Jan (1699-1752) uitgescholden door een onbekende vrouw. Hij zou zijn vader aan zijn haren door het huis slepen en hem met een mes bedreigen. Toen Cornelis en Hadewij probeerden hun zoon mee te nemen, gooide de vrouw hen een stoof na, die Hadewij en Jan trof, waarna een vechtpartij ontstond, waarbij velen betrokken raakten en "kop over staart overhoop vielen".

Bronnen: B. van Dooren, Nieuwe Kwartieren van Hendrik Bisschop, Gens Nostra 1992, en Archieven.nl.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten