31 juli 2014

Ziektes in de 19e eeuw

In de 19e eeuw veel voorkomende ziektes waren tuberculose, pokken, syphilis en cholera. Meer informatie over deze ziektes vind je hier.

In de westerse wereld was tuberculose een endemische ziekte in de 19e eeuw, wat wil zeggen dat de ziekte hardnekkig bleef heersen. Tuberculose eiste jaarlijks meer dodelijke slachtoffers dan de toen optredende grote cholera- en pokkenepidemieën samen. Bij de Europese bevolking is de sterfte aan tuberculose aan het eind van de 19e eeuw gaan dalen.
Tante Nel (1917-60)
Mijn tante Pieternella (Nel) de Jong (1917-60) heeft de ziekte als tiener opgelopen, toen ze zorgde voor een boerenvrouw, die de ziekte had. Zij heeft daarna altijd een zwakke gezondheid gehouden. Voor mijn geboorte was zij al overleden en met mijn tweede naam ben ik naar haar vernoemd.

Aan pokken stierven in Nederland in de 19e eeuw jaarlijks enkele honderden mensen, voornamelijk in de grote steden. Er werd toen al op grote schaal ingeënt en het aantal pokkenslachtoffers daalde sterk, maar de ziekte was nog niet verdwenen. In  juli 1870 brak een oorlog uit tussen Frankrijk en Pruisen. Zowel in Frankrijk als in Duitsland had deze verplaatsing van mensen en een grote pokken epidemie tot gevolg. In Nederland eiste de pokken epidemie 706 slachtoffers in 1870. In het jaar daarop was het aantal gestegen tot 15.787 doden. In 1872 daalde hetaantal tot 3731 en bereikte in 1874 het gebruikelijk peil van enkele honderden. Het waren vooral kinderen die het slachtoffer waren van die epidemie. Na deze epidemie werd de vaccinatie in Europa voortvarend aangepakt. Het aantal sterfgevallen door pokken daalde dramatisch in de twintigste eeuw.

27 juli 2014

"Zij was eerder met een Den Boef getrouwd"

Al sinds in 1975 mijn tante met haar oom trouwde ben ik bevriend met Trea den Boef. Op een gegeven moment leek het me wel interessant om ook eens naar haar voorouders te speuren en vroeg haar om informatie. In haar familie ging het verhaal dat er een Margrita Johanna was geweest, die was getrouwd met een Pietjouw "en uit een eerder huwelijk met een Den Boef nog een zoon Nicolaas had".
 
Toen ik in 2003 begon te zoeken in het archief in de citadel in 's-Hertogenbosch, bleek dat het verhaal toch iets anders in elkaar zat dan de familie dacht. Adriaan Pietjouw (1848-1892) was, als weduwnaar van Huiberdina Molendijk (1840-1876), op 29-6-1876 getrouwd met Margrita Johanna den Boef.
 
Margarita Johanna den Boef was geboren op 22-2-1852 in Dinteloord als tweede dochter van Nicolaas den Boef (1822-1867) en Johanna de Pender. Op 27-7-1873 in Dinteloord had zij als ongehuwde moeder een zoon gekregen, die zij naar haar vader Nicolaas had genoemd. De geboorte werd de volgende dag aangegeven door de vroedvrouw, Adriana Louisa Rust.

Geboorteinschrijving van Nicolaas den Boef op 28-7-1873 in Dinteloord

In haar huwelijk, dat 3 jaar later plaats had, baarde Margarita Johanna den Boef nog 6 kinderen, waarvan alleen haar dochters Cornelia en Johanna de volwassen leeftijd bereikten. Cornelia Pietjouw (1878-1965) huwde een ver familielid, Hermanus de Pender (1877-1965). Johanna Pietjouw trouwde Jan van Sabben (±1879-1946) en kreeg 3 kinderen, waaronder Margaretha Johanna van Sabben (1913-1999), die rond 1950 met de weduwnaar Nicolaas den Boef zou trouwen.
 
De in 1873 als buitenechtelijk kind geboren Nicolaas den Boef was op 15-8-1879 getrouwd met Adriana Wilhelmina "Naantje" Provilij. Zij kregen 5 kinderen. De jongste was Nicolaas den Boef (1905-1971), die in 1934 trouwde met Trijntje van den Burght (1896-1942) en rond 1950 met zijn halfnicht Margaretha Johanna van Sabben. Zij schijnt een typisch voorbeeld van een "boze stiefmoeder" te zijn geweest voor zijn enig kind uit zijn eerste huwelijk. Dat kind is de vader van mijn vriendin Trea.

22 juli 2014

Klaartje Maartens Kluifhoofd, weduwe van Pieter Bos

Klaartje Maartens Kluifhoofd, weduwe van Pieter Bos te Nieuwenhoorn, bekent - t.b.v. haar nog minderjarige zoon Aalbrecht Bos - aan de weduwe en de voogden in de boedel van Jan Keiser een schuld van ƒ 500. Dat geld zal worden aangewend voor de koop van een huis met bakkerij te Klaaswaal t.b.v. genoemde zoon. Klaartje verbindt hiervoor al haar goederen.

Nieuwenhoorn in 1712
Borgen zijn Pieter Maartens Kluifhoofd, schepen van Nieuw Helvoet, Hugo Bos schoolmeester aldaar, en Grietje Jans van de Polder, weduwe van Maarten Laurens Kluifhoofd, wonend te Nieuwenhoorn, en Kornelis Hoogwerf wonend onder Nieuwenhoorn. Getuige is Arie Groeneveld.
Deze schuldbrief werd op 22-7-1742 opgemaakt door notaris Pieter de Graeff Isaaksz.  

Klaartje Kluifhoofd was op 11-8-1697 in Nieuwenhoorn gedoopt als jongere dochter van Maarten Lauwerens Kluifhoofd en Grietje Jans van de Polder. Op 20-8-1721 in Klaaswaal is zij getrouwd met Pieter Aelbregtsz Bos. Pieter was op 13-4-1698 in Nieuwenhoorn gedoopt als zoon van mr. Aalbregt Pietersz Bos(ch) en Maertje Willems van Dobbe. Pieter had een jongere broer Hugo en zowel Pieter als Hugo lieten een zoon dopen met de naam  Aalbregt. Bovengenoemde Aalbregt Bos werd gedoopt op 1-11-1722 in Klaaswaal en was dus nog net geen 20 jaar oud, toen zijn moeder een bakkerij te Klaaswaal voor hem kocht. 

Aalbregt Bos trouwde op 16-10-1746 in Klaaswaal met een 3½-jaar-jongere plaatsgenote, Jaapje Dirks Roobol. Zij lieten 2 zoons en 2 dochters dopen. 

Bovenstaande personen zijn geen familie. Bronnen: Archieven.nl, FamOfSH CD.

8 juli 2014

De pest in Gouda in 1673

In de periode 1573-1575 was Gouda al door de pest getroffen, maar dankzij immigratie uit met name de Zuidelijke Nederlanden was het inwonertal in de periode 1595-1622 weer toegenomen. In 1625 en 1636 werd Gouda echter opnieuw door pestepidemieën getroffen. Na een korte economische bloeiperiode vanaf 1665, werd Gouda in 1673 getroffen door een zeer zware pestepidemie, waaraan bijna 3000 mensen stierven, ca. 20% van de bevolking.  

Ook de schilder Jan Daemesz de Veth was een slachtoffer: "Hy hadde voor het plaatsnijden te leeren, doch wierde in 't jaar 1625 oud ontrent dertig jaaren, van eene besmettelijke ziekte aangetast, en overwonnen.", zo vermeldde de stadshistoricus Ignatius Walvis (1653-1714). 

Gouda in 1674