28 januari 2014

Willem v/d Koogh en molen "De Nachtegaal"

Op 28-1-1751 kocht Willem van der Koogh in Dordrecht het molenerf van de in 1747 afgebrande houtzaagmolen "Het Fortuin". Willem bouwde daarop achtkant bovenkruierzaagmolen "De Nagtegaal", een volmolen uit Leiden, die in 1752 naar Dordrecht werd overgebracht. Willem bouwde de molen om tot een houtzaagmolen, maar bleef wel de oude molennaam gebruiken. 

Willem was al molenaar op de volmolen "Het Varken", die hij in 1707 van zijn vader had geërfd.  In 1709 was Willem met molenaarsdochter Jacomina van Duijnen (±1689-1758). Deze familie had de paltrokzaagmolen "De Duijnen" in bezit, die nabij molen "Het Varken" stond. Willem's jongste zoon Nicolaas zou de molen "De Nagtegaal" erven. Tot in 1860 bleef de molen in bezit van de familie Van der Koogh. Vanaf 1918 werd de molen aan een houtzagerij verhuurd en raakte door achterstallig onderhoud in verval. In 1930 werd de molen grotendeels gesloopt en het laatste restant werd in 1965 gesloopt.

Molen "De Nachtegaal" lag in Dordrecht aan de Noordendijk


22 januari 2014

De kwaadwillige verlating van Jan Stolk, varende

Jan Stolk werd op 3-12-1864 in Schiedam geboren als zoon van Anthonij Stolk en Neeltje Huiswaard. Veel van zijn broertjes en zusjes overleden jong, maar Jan bereikte de volwassen leeftijd. Op 16-9-1897 trouwde hij in Dordrecht met Antje Agatha Behrens, een dochter van Albert Behrens uit Amsterdam en Henrietta Künegonda van den Bergh uit Dordrecht. Zij kregen 3 zoons en rond 1904 ook nog een dochter.

Het is niet duidelijk wanneer Jan Stolk zijn gezin voorgoed verliet, maar een scheidingsprocedure kon alleen gestart worden na minimal 5 jaar "kwaadwillige verlating".
In 1921 startte Antje Agatha Behrens een echtscheidingsprocedure, waarna een advertentie verscheen waarin "Jan Stolk, thans varende" werd opgeroepen op 9-1-1922 voor de arrondissments rechtbank in Rotterdam te verschijnen. Kennelijk is hij niet verschenen, want die rechtbank gaf op 23-1-1922 een akte van echtscheiding af.

Nieuwe Rotterdamsche Courant, 29-10-1921