1 mei 2014

Jacob Claesz Lem de Jongste verongelukte in 1627 met paard en wagen

Dit is het verhaal van de verongelukte Jacob Claesz. Lem de Jongste van Cillaarshoek.

Jacob Claesz. Lem de Jongste verklaart op 6-5-1620 dat Adriaen Claesz. Lem, zijn broer, en zijn zwager Adriaen Claesz. Snaeijers, wonende op Cillaarshoek, zich als borg gesteld hebben voor de som van 1000 Carolusgulden ten bate van Bastiaen Crijnen te Dordrecht. Tot waarborg stelt Jacob in handen van bovengenoemde personen 7 morgen en 457 roeden bouwland in het Oudeland van Moerkercken. Het bouwland grenst in het oosten aan de erfgenamen van Jan en Lenert Cornelisz. te Alblas, in het zuiden aan de Achterweg, in het westen aan de broers Joris en Cornelis Adriaensz. van Driel en in noorden aan de garing van Heinenoord.

Jacob Claesz. Lem de Jongste bekent op 9-5-1623 schuldig te zijn aan Jacob Jorisz., wagenmaker te Puttershoek, de som van 339 gulden en 15 stuivers hoofdgeld, spruitende van een obligatie houdende aan hoofdsom 300 gulden. Als borgen over deze som stellen zich Adriaen Claesz. Snaeijers op Cillaarshoek en Adriaen Claesz. Lem alsmede Cornelis Claesz. Lem, zijn broeders.

Op 25-1-1624 wordt Jacob Claesz. Lem de Jongste vermeld als 'nasaet' van Wouter Pleunenz., de zwager van Anna Cornelis Meeusdr. Op 9-2-1617 machtigde Johan van Wesel Jacob Claesz. Lem de Jonge, nasaet van Wouter Pleunenz., om te mogen compareren voor de Wet in Alblas in de Overwaard om recht te spreken en scheiding te doen van de nagelaten goederen van Adriaen Pleunenz. te Alblas. 

Op 1-5-1627 is sprake van de weduwe van zaliger Jacob Claesz. Lem de Jongste en zijn dode lichaam nadat deze
op zijn rechte slaap weinig of zeer luttel gekwetst oftewel blauw was, welke kwetsuur hij opgelopen had toen hij 's-morgens om ca. 8 uur rijdende met paard en wagen van de dijk is gevallen, doordat een hond de paarden verschrikt had. Dit ongeluk gebeurde nabij de Bouwensweg. 

Marichge Laurisdochter, weduwe van Jacob Claesz. Lem de Jongste, verkoopt 2 morgen en 25 cijnsland, gelegen in het Oudeland van Moerkercken op 10-7-1627 aan Lijntge Dirck Cors Pietersdochter, weduwe van Pleun Huijgensz. De weduwe had een maand eerder verklaard dat haar boedel met zeer grote schulden belast is en dat zij en haar kinderen zich nauwelijks kunnen redden.

De oudste generatie van de familie Lem

Claes Jacobsz Lem was boer. Ook was hij schepen van Strijen en hoogheemraad van het Land van Strijen. Claes Jacobsz was getrouwd met Neelken Jacops. Neelken is begraven in Westmaas: "Hier leijt begrave Neelken Jacopsdochter, huijsvrou van Claes Jacobsz Lem. Sij sterft den 6 April 1696".
Kinderen van Claes Jacobsz en Neelken:
  1. Jacob Claesz. Lem de Oudste is overleden ná oktober 1617 [bron: OV2010/Slijkerman]. Jacob de Oudste was boer en schepen in Westmaas. Hij trouwde omstreeks 1601 met Mariken Pietersdr. (Marrigen Pietersdr.). Marrigen was weduwe van IJeman Mathijsz (ovl. ±1598), met wie zij trouwde vóór 1590 [bron: OV2010/Slijkerman]. In juni 1621 was er in het Munnikenland sprake van de weduwe van Jacob Claesz. Lem.  
  2. Jacob Claesz. Lem de Jongste is verongelukt op 1-5-1627. Hij was gehuwd met Marichge Laurisdr., een dochter van Anna Cornelis Meeusdr. Marichje was "op den 12en octobris 1625 op een sondach smorgens ontrent 8 vuijren" iets aan het wassen in de sloot.
  3. Adriaen Claesz. Lem. Hij was gehuwd met Cornelia Adriaensdr. van Driel en daarmee was hij een zwager van Joris en Aert Adriaensz. van Driel. 
  4. Cornelis Claesz. Lem.
  5. Leentje Claesse Lem trouwde omstreeks 1615 met Adriaen Claesz Snaeijers, zoon van Claes Cornelisz Snaeijer. Adriaen is overleden in 1645. Van Leentje en haar man Adriaen stam ik af.  

Geen opmerkingen:

Een reactie posten