1 april 2013

Krankhoofdige Lijntje Teunisse de Quartel

Op 2-11-1687 verzocht Jannigje Reijers Cranendonck, echtgenote van Gijsbert Cornelisz van Doren, de kerkeraad rekening te houden met "de staat van haaren broeder Teunis Reijerze, bezwaart met een krankhoofdige moeder en een blinde suster". Volgens haar zeggen liet die tijd van schaarste niet toe, dat Teunis zijn huisje, dat heel bouwvallig was, kon opknappen. Behalve de last van zijn moeder en zuster was Teunis ook nog bezwaard met een schuld van 100 gulden aan de diakonie vanwege het onderhoud van zijn moeder. Teunis had beloofd dit bedrag te betalen indien de diakonie haar van het beslag op haar goederen wilde ontslaan, maar hij wist niet hoe hij dit bedrag bij elkaar moest krijgen "soo hij voorgemelde persoonen nog onderhouden en sijn huijsje te regt helpen souw". Daarom vroeg Jannetje om uitstel van betaling voor Teunis.

Teunis Reijerze Cranendonck (±1655-1705) was een jongere halfbroer van Jannigje. Zijn "blinde suster" moet zijn jongste zuster Jobje zijn geweest. Zij waren kinderen uit het 2e huwelijk van Reijer Pietersz Cranendonck. Uit zijn 1e huwelijk had Reijer 2 dochters, waaronder Jannigje. Vóór 1650 hertrouwde Reijer met Lijntje Teunisse de Quartel "alias Van der Linden". Zij was een dochter van Teunis Dircksz de Quartel en zijn vrouw Jobje Jorisdr. Lijntje had een broer Dirck en een zuster Lena, gehuwd met Aert Ceuijsmeuijs. 
Lijntje baarde haar echtgenoot minimaal 5 kinderen: Kors, Teunis, Gerrit, Pieter en Jobje. In de periode 1649-82 werd Lijntje regelmatig vermeld als koopster op veilingen te 's-Gravendeel, waar zij huisraad, kleding en enige levende have (2 paarden en 1 kalf) kocht. Eind 1687 werd Lijntje als "krankhoofdig" omschreven. De datum van haar overlijden is onbekend, maar na haar overlijden bleven haar ongehuwde kinderen Teunis en Jobje in het ouderlijk huis wonen.

Op 18-11-1705 compareerden voor notaris Willem de Voogd om een testament op te maken: Teunis Reijers Cranendonck, ziek, en Jobje Reijers Cranendonck, bejaarden ongehuwde broeder en zuster, "tesamen bij den anderen inwonende" te 's-Gravendeel. Zij benoemden elkaar tot erfgenaam en op de tweede plaats de kinderen van Gerrit en Pieter Reijersz. Cranendonck, hun broeders. Reeds op 26-11-1705 gaf Jobje het overlijden van haar broer Teunis aan te 's-Gravendeel.

Na het overlijden van Teunis ging Jobje op 5-12-1706 te 's-Gravendeel in ondertrouw met Jan Teunisz van Ginkel, een glazenmaker en vlasser. Jan was te Puttershoek gedoopt op 1-11-1671 en was waarschijnlijk jonger dan Jobje. Jobje werd op 18-8-1731 in 's-Gravendeel begraven en Jan 2 maanden later op 27-10-1731.

's-Gravendeel

Bron: C. Sigmond & K.J. Slijkerman: De Geslachten Cranendonck in Holland ca. 1400-1700, Rotterdam, 1992.

3 opmerkingen:

  1. Het onderste plaatje is niet 's-Gravendeel maar Maasland!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dat plaatje komt me ook helemaal niet bekend voor en i.d.d. zie ik geen Kreekkant, dus het is i.e.g. geen 's-Gravendeel. Daar moet ik iets verwisseld hebben. Ik haal het gauw weg!

    BeantwoordenVerwijderen