
De uitbarsting van de Tambora zorgde voor een grote toename van fijn stof in de atmosfeer. Daardoor werden de rest van het jaar overal ter wereld bijzonder kleurrijke zonsop- en ondergangen gemeld, terwijl in Hongarije begin 1816 bruine en roze sneeuw viel.
Het stof veroorzaakte ook een wereldwijde afkoeling. Op het noordelijk halfrond was de temperatuur in 1816 gemiddeld ongeveer 0,3 graden lager dan normaal en het voorjaar en de zomer waren koud. Op veel plaatsen in Europa vroor en sneeuwde het al in augustus, waardoor vele oogsten verloren gingen. Er was hongersnood in Engeland, Ierland, Frankrijk en Zwitserland. Ook was er dat jaar abnormaal zware regenval, met als gevolg dat rivieren als de Rijn overstroomden. De hongersnood en overstromingen veroorzaakten epidemieën van tyfus en cholera, in de hand gewerkt door een verzwakte weerstand, onhygiënische omstandigheden en het rondtrekken op zoek naar voedsel. De hongersnood en voedselrellen duurden voort tot in 1817.
Tienduizenden mensen uit Zuid-Duitsland kwamen naar Nederland in de hoop daar een overtocht naar Amerika te kunnen krijgen. Amsterdam raakte overvol en de Nederlandse regering trachtte de Duitsers tevergeefs al bij de grens tegen te houden.
Verder lezen:
- De uitbarsting van de Tambora en het jaar zonder zomer
- Natuurverschijnselen: De uitbarsting van de vulkaan Tambora
- Wikipedia: Jaar Zonder Zomer
English version: 1816, "The Year Without a Summer".
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Heb je aanvullingen of opmerkingen?