31 mei 2015

Het rampjaar 1315

Vanaf mei 1315 bleef het ca. 10 maanden vrijwel ononderbroken regenen, terwijl de temperatuur laag bleef. Daardoor kon het graan op de akkers niet rijpen. Door het natte weer kon ook geen zout worden gewonnen, waardoor vlees niet kon worden gepekeld om het langer goed te houden. 
Ook in het voorjaar van 1316 bleef het doorgaan met regenen. Een grote hongersnood volgde, die in grote delen van Noordwest-Europa meer dan 2 jaar aanhield. Het hoogtepunt van de hongersnood kwam in 1317, toen ook in de lente van dat jaar het natte weer aanhield. 

Ziektes als longontsteking, bronchitis, tyfus en tuberculose sloegen toe. Gewone mensen schuwden geen enkel middel om aan een beetje voedsel te komen. De nood was zo hoog, dat in oude kronieken zelfs over kannibalisme en kindermoord werd geschreven. Mogelijk zou 10-15% van de bevolking zijn overleden.


De Franse koning, Lodewijk X de Woelzieke (1289-1316), probeerde Vlaanderen binnen te vallen, maar zijn leger kwam vast te zitten in de modder en moesten zich terugtrekken. In de Vlaamse steden Brugge en Ieper respectievelijk werden in 1315 zo'n 2000 en 2800 lijken op stadskosten van de straten opgeraapt en in massagraven geworpen. 

Lodewijk X de Woelzieke van Frankrijk (1289-1316)

Rond dezelfde tijd werd aan de hemel een komeet waargenomen en dat werd als een teken van onheil gezien. Ook de Pinatubo Vulkaan barstte uit in 1315, maar het is niet bekend of in dit geval aswolken de oorzaak waren van het slechte weer.

Tot aan 1330 waren er telkens weer een aantal jarenlange perioden van extreem weer met strenge winters en regenachtige zomers. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen