29 januari 2017

Matroos Caspar Woutersz Diepenhuijzen (1696-1742) uit Dordrecht

Caspar Woutersz. Diepenhuijzen voer op 21-5-1717 vanaf het Zuid-Hollandse eiland Goeree als matroos uit op het schip de “Neptunus”, een 858-tonner met een lengte van 145 voet, die onder leiding stond van schipper Jan Ringelenberg. Aan boord waren 155 zeelieden, 100 soldaten en 1 passagier. Ze voeren voor de Kamer van Rotterdam van de Verenigde Oostindische Compagnie (V.O.C.).
Een verre, lange reis, waarbij een schip meerdere maanden achtereen op zee bleef, bracht gevaren met zich mee voor de gezondheid van de bemanning. Gedurende de eerste 2 of 3 maanden van de reis, bijvoorbeeld, liepen nieuwelingen vaak al scheurbuik op door een tekort aan vitamine C. Bovendien kon rond de evenaar langdurig windstilte optreden, waardoor een reis wel meer dan 30 weken kon duren. De “Neptunus” deed er ruim 5 maanden over om Kaap de Goede Hoop in Zuid-Afrika te bereiken. Het schip bleef daar van 30 oktober tot 13 december liggen. 

Kaap de Goede Hoop
Caspar Diepenhuijzen kwam op 8-3-1718 aan in Batavia (tegenwoordig Jakarta in Indonesië) en verbleef vervolgens ruim 3 jaar in Azië. Op 1-12-1719 vertrok Caspar uit Azië met weer hetzelfde schip en dezelfde schipper. Deze keer waren er 80 zeelieden, 20 soldaten, 2 werklieden en 1 passagier aan boord. Ook was er sprake van 10 "impotenten". Dat waren personen die om verschillende redenen uit de actieve dienst van de V.O.C. waren gezet en naar Europa werden teruggestuurd. Tijdens deze reis werd de Kaap aangedaan van 20 februari tot 19 april en kwam het schip op 6-8-1720 aan op het eiland Goeree.

Caspar Wouterse van Diepenhuijzen voer op 23-2-1721 opnieuw uit, dit keer als bosschieter, d.w.z. een ervaren matroos die ook belast is met het afvuren van een kanon. Het schip was opnieuw de “Neptunus”, die dit keer onder leiding stond van schipper Jakob Bogaard. Aan boord waren 153 zeelieden, 92 soldaten, 1 werkman en 1 passagier.  Het schip deed na 4½ maand de Kaap aan van 9 juli tot 5 augustus en kwam op 24-10-1721 aan in Batavia. Dit was de laatste grote reis van de “Neptunus”, die in 1704 was gebouwd op de V.O.C. werf van Amsterdam. Uiteindelijk zou dit schip in maart 1730 in Batavia uit de vaart worden genomen.

Een fluitschip
Caspar vertrok alweer op 17-12-1721 uit Azië voor de kamer van Enkhuizen op het fluitschip “Strijkebolle”, een 540-tonner onder leiding van schipper Michiel de Reus (†1734). Er waren 70 zeelieden, 10 soldatien, 2 werklieden, 2 passagiers en 6 "impotenten" aan boord. Zij deden de Kaap aan van 1 maart tot 10 april en kwamen aan op Vlieland op 6-8-1722.

Het lijkt erop dat Caspar Wouterse van Diepenhuijzen na zijn terugkeer in Nederland is getrouwd met Lijsbeth Buijtendijck, want in de periode 1723-26 lieten zij 3 kinderen dopen in Dordrecht. Het overlijden van de vrouw van Caspar werd reeds op 22-12-1728 in Dordrecht aangegeven. Hij woonde in Dordrecht “Op de Hill” ten westen van het Bagijnhof, toen hij op 24-4-1729 hertrouwde met Elisabeth de Hart, jonge dochter, wonend in het Toornstraetje.

Caspar was op 22-8-1696 in Dordrecht gedoopt als zoon van Wouter Stevenssen Metselaer en Caetje Caspers Boerendonck, die aldaar op 27-8-1690 zijn getrouwd. Caspar had een zuster Anna, die in 1717 trouwde met Cornelis Arisse van Sluijsdam en met hem o.a. een dochter Caetje liet dopen. Uit Caspar's tweede huwelijk zijn mij geen kinderen bekend. 

Op 14-5-1732 vertrok Caspar van Diepenhuijzen opnieuw als bosschieter vanaf Goeree. Hij voer op de 650-tonner “Hofwegen” onder leiding van de Friese schipper Jan Krielaard met aan boord 104 zeelieden, 50 soldaten en 5 werklieden. Het schip deed de kaap aan van 4 tot 19 september en kwam op 14-1-1732 in Batavia aan. De terugreis maakte Caspar op het fluitschip “Krooswijk” onder leiding van schipper Adriaan de Wit. Er waren 69 zeelieden, 16 soldaten, 1 passagier en 5 "impotenten" aan boord en de lading was bestemd voor de kamers van Delft en Rotterdam. “Krooswijk” deed behoorlijk lang  de Kaap aan van 14-12-1734 tot 3-3-1735. Pas op 11-7-1735 kwam het fluitschip op Goeree aan.

Zicht op Dordrecht
Pas op 6-5-1741 vertrok Caspar van Diepenhuijzen weer als matroos vanaf Goeree. Er waren 107 zeelieden en 52 soldaten aan boord van het schip “Vrijheid” en de schipper was Jakob Pols. De Kaap werd aangedaan van 15 september tot 8 oktober, waarna het schip op 9-1-1742 in Batavia aankwam. Daar is Caspar Diepenhuijzen op 12-12-1742 overleden. Als begunstigde van zijn inkomsten stond zijn vrouw Elisabeth de Hart vermeld. 

Bron: VOC opvarendenVOCsite.nl, regionaalarchiefdordrecht.nlhuygens.knawA.E. Leuftink: Harde Heelmeesters (Zeelieden en hun dokters in de 18e eeuw).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen