21 oktober 2014

Kapitein Jan van Sprang uit Dordrecht en het slavenschip "De Zanggodin"

Op 21-10-1770 vertrok schipper Jan van Sprang met het snauwschip "De Zanggodin" voor een driehoeksreis Middelburg-Guinee-Engeland-Suriname-Middelburg voor de Middelburgsche Commercie Compagnie (MCC). Bij deze zgn. driehoekshandel werden handelsgoederen naar Afrika vervoerd, slaven uit Afrika naar Midden-Amerika gebracht en werden vervolgens plantage-producten naar de Republiek vervoerd.   

Het schip de "Zanggodin" was een snauw, een 17e- en 18e-eeuws zeilschip, eigenlijk een brik met een extra mastje direct achter de bezaansmast, genaamd de snauwmast. Snauwschepen varieerden in gewicht van 48 tot 96 last (een scheepslast was 2000 kg). De helft van de bemanning op de schepen van de MCC werd uit Zeeland gerecruteerd, 15% uit andere delen van het land en 35% uit het buitenland. 

Een snauwschip

Van de slaven die werden vervoerd door Nederlandse - meest Zeeuwse - schepen was 2/3 deel afkomstig uit Guinee, zoals ook de slaven op "De Zanggodin". De reis van Middelburg naar Guinee kon 6 tot 12 weken duren. De oversteek met de slaven over de oceaan duurde gemiddeld 9 weken. 

Op de schepen werden citroenen meegenomen tegen scheurbuik, maar als het niet was gelukt om genoeg citroenen in te kopen, dan vreesde men dat "melancholie" scheurbuik verergerde. Daarom werden soms pogingen gedaan de slaven op te vrolijken, maar vanzelfsprekend lukte dat niet echt. De slaven bleven "altoos zeer gemelijk, quaataardig, stoens, knorrig, ongemakkelijk en seer droefgeestig". 

Over de chirurgijns op het snauwschip "De Zanggodin" schreef kapitein Jan van Sprang in 1771 in een brief aan de directeuren van de MCC: "Wij hebben laast een geval gehad van een manslaaf die al overleeden was, wanneer mijn beide meesters zijn gekoomen en aan het doode lichaam aan elk been een Spaanse vlieg [=blaartrekkende stof] legden. Nadat de onderstuurman hen had geattendeerd op het feit dat de zwarte reeds gepasseerd was, borgen zij hun vliegen weer op, waar uijt UEdele Aghtbare kunt begrijpen wat bekwame meesters wij hebben, alwaar wij onse lichaamen, benevens haar Edle Aghtbaren cappitaal [=slaven] aan moeten toevertrouwen."


Bronnen: http://www.zeeuwengezocht.nl/, A.E. Euftink: Harde Heelmeesters, Zeelieden en hun dokters in de 18e eeuw, Walburg Pers

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen