13 september 2013

De eerste Nederlandse acte van echtscheiding van 15-9-1794

Tot 1580 was het in Nederland níet mogelijk een huwelijk officieel te beëindigen. Daarna werd echtscheiding, volledig ontbinding van een huwelijk door de rechter, alleen toegestaan bij aantoonbaar overspel – dikwijls kwam dat erop neer dat één van de partners een kind met een ander kreeg. Op den duur werd ook een scheiding toegestaan na ‘kwaadwillige verlating’, dat wil zeggen dat een van beide partners de ander in de steek liet en ook na aandringen van de verlatene niet terugkwam. Zo was er ook sprake van overspel en verlating van haar eerste echtgenoot bij de echtscheiding van Maria Swart (1704-1762).
Veel vaker echter wees de rechter een separatie toe, een scheiding van tafel en bed. Het stel hoefde dan niet meer onder één dak te leven – wat voor gehuwden verplicht was – en kon de bezittingen onderling verdelen. Maar het huwelijk bleef bestaan, de partners werden geacht celibatair te leven en hertrouwen met een ander was níet mogelijk.

Op 20-9-1792, de dag dat de wet op de Burgerlijke Stand werd goedgekeurd, werd door de Franse Assemblée Nationale ook de wet op de echtscheiding vastgesteld. Echtscheiding zou voortaan mogelijk zijn door wederzijdse instemming, of simpelweg op grond van de bewering van onverenigbaarheid van karakter door één der echtgenoten. Nadat Nederland per 1 oktober 1795 door Frankrijk werd geannexeerd, werd ook hier de Franse wet op de echtscheiding ingevoerd, en op 12-7-1796 in Maastricht afgekondigd.

Het eerste koppel dat van de nieuwe mogelijkheid gebruik maakte was het echtpaar Henricus Wilhelmus Meers en Agatha Lenaerts. De echtelieden waren op 26-11-1775 getrouwd in de Sint-Jacobkerk te Maastricht. Aanvankelijk ging alles nog redelijk goed, hetgeen blijkt uit het feit dat er 6 kinderen geboren werden, waarvan er 2 als baby stierven. Echter, na verloop van enige jaren steeg de onenigheid tussen de echtelieden. Het jongste kind was nog geen 7, toen de kerkelijke rechter, de officiaal van de aartsdiaken van Haspengouw te Maastricht, op 19-9-1794 scheiding van tafel, bed en samenwoning uitsprak. Dat betekende dus dat de huishoudens van beide echtelieden werden gescheiden, maar dat ze niet mochten hertrouwen.
Twee jaar later maakte het echtpaar gebruik van de nieuwe mogelijkheid tot echtscheiding die de burgerlijke Franse wetgeving bood. Agatha in elk geval, die van haar man af wilde, want haar man kwam niet opdagen. De ambtenaar van de Burgerlijke Stand van Maastricht, Jean-Abraham Mamin, schreef op 29 Fructidor van het jaar 4 (15-9-1796) hun akte van echtscheiding in, die daarmee de eerste echtscheiding in Nederland is. Toen Henricus Wilhelmus Meers op 2-5-1821 in Maastricht stierf, stond in zijn overlijdensakte echter toch weer “Echtgenoot van Agatha Lenaerts”. Daarna ging Agatha zich zijn weduwe noemen. Zij werd uiteindelijk 84 jaar oud en overleed in Maastricht op 18-3-1833.

De ruime mogelijkheid tot echtscheiding was overigens slechts van korte duur. Met de komst van Napoleon werd in 1803 de Code Civil  ingevoerd. Daarin werden de mogelijkheden met betrekking tot de echtscheiding weer ingeperkt, hoewel Napoleon zelf in 1809 nog wel scheidde van zijn echtgenote Joséphine. Elf jaar later, in 1814, werd de wet zelfs helemaal ingetrokken.

Koninklijke Courant, 24-4-1809

In Nederland was echtscheiden in de 19e en begin 20e eeuw nog echt een schande. Sinds het Burgerlijk Wetboek van 1838 kende Nederland slechts 4 gronden voor echtscheiding: overspel, kwaadwillige verlating, veroordeling tot onterende straffen en zware verwondingen. De Hoge Raad kwam de ongelukkigen in 1883 tegemoet door te bepalen dat een scheiding ook kon worden doorgezet als een van beiden overspel bekende – diegene hoefde dus niet meer te worden betrapt. Een ruimere regeling omtrent echtscheiding kwam er in Nederland pas in 1971.


Bronnen: rhcl.nlisgeschiedenis.nlhistorischnieuwsblad.nl, wiewaswie.nl, kranten.kb.nl.

1 opmerking: