21 juni 2013

Nationale Militie

In 1811 werd door Napoleon de dienstplicht ingevoerd, omdat hij in Frankrijk alleen niet genoeg manschappen kon verwerven. In het jaar, waarin een jongeman 19 werd, moest hij zich melden bij de gemeente om zich in te laten schrijven, waarbij zijn gegevens en een signalement werden genoteerd. 


Nationale Militie Certificaat van Pieter Bos (1827-92) van Cillaarshoek

In de Napoleontische tijd trachtten veel mannen zich aan de dienstplicht te onttrekken; er werd ondergedoken of gedeserteerd. Ook zijn veel Nederlandse mannen tijdens de Napoleontische veldtochten gesneuveld. 

Na het vertrek van de Fransen bleef de opkomstplicht voor mannen in Nederland gehandhaafd. Ieder jaar werd door de plaatselijke burgenmeester een lotingdag gehouden, waarbij een laag nummer dienstplicht betekende en een hoog nummer vrijstelling. Ook kon vrijstelling worden verkregen wegens lichaamsgebreken of broederdienst (wanneer één of meer broers in het gezin al eerder in actieve dienst hebben gediend). Verder kon de dienstplicht door rijke mannen worden afgekocht door te betalen voor een plaatsvervanger ('remplaçant' of 'nummerwisselaar'). Mannen werden ingedeeld in regimenten in de provincie, waar ze woonden. Officieel duurde de dienstplicht 7 jaar, maar in de praktijk was dat meestal 1 jaar plus een aantal herhalingsoefeningen. Pas in 1923 is het lotingsysteem afgeschaft. Sinds 1997 is de opkomstplicht officieel opgeschort. 

Zie: MilitieRegisters.nl.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten