10 mei 2018

Bastiaen Ariensz Roobol overleed na een steek met een rapier

Mijn aandacht werd getrokken door een bericht over een verzoening tussen de familie van enerzijds Peeter Potters en anderzijds Bastiaen Ariensz Roobol van Zwijndrecht, beiden ruiters te paard in het leger. Zij hadden ruzie gekregen in het buitengebied van Emmerich (net over de grens in Duitsland), waarbij Potters zijn rapier (een dun, scherp zwaard) had getrokken en daarmee Roobol zodanig had verwond dat die ten gevolge daarvan was overleden.

Op 19 mei 1667 in Dordrecht comp. voor not. G. de With: 

Sijgjen Ariens, weduwe van Arien Cornelisz. Roobol wonende in Zwijndrecht, geassisteerd met Daniël Ariensz. Huijser en Anneken Ariensdr. Roobol, haar schoonzoon en dochter, mede wonende in Zwijndrecht, enerzijds, en Theunisken van Hedichuijsen, vrouw van Cornelis Adriaensz. Potter, schout van Dussen-Muylkerk, anderzijds, te kennen gevende, dat Bastiaen Ariensz. Roobol van Zwijndrecht en Peeter Potters, hun resp. zoons, zich als ruiters in de "compagnie peerden" van ritmeester Villers begeven hebben en in 1666 in garnizoen gelegen hebben te Emmerich en dat in april 1666 beide mannen in een dorp buiten Emmerich geweest zijn en daar met elkaar woorden gekregen hebben, waarbij Potter zijn rapier getrokken heeft en Roobol zodanig heeft verwond, dat hij overleden is. Comparanten hebben besloten zich met elkaar te verzoenen.

Bastiaen Roobol was een zoon van wijlen Arijen Cornelisz. Roobol en diens tweede vrouw Sijchgen Ariens, die in Alblasserdam waren getrouwd.

Alblasserdam 23 mei 1632 (ondertrouw):
Arijen Cornelisz. weduwnaar [van Anneke Jan Willemsdr.] van Rijsoord en Sijchgen Arien Cornelisdr., van Alblasserdam, beiden wonende buiten Dordrecht. 
Bastiaen Roobol had een zus Anneken Ariens, die als j.dr. van Dubbeldam op 2-2-1659 in Dordrecht was getrouwd met Daniël Ariensz. Huijsert. Zij hadden i.e.g. een zoon Arijen, die 2 maal trouwde en een zoon Daniel liet dopen in Hendrik-Ido-Ambacht. Bastiaen's grootouders van moeder's zijde waren Arien Cornelissen Crijgsman/Crijger (zoon van mijn voorouder Cornelis Adriaensz. Crijgsman) en diens eerste vrouw, Sebastiaentge Crijnen.

Dit was echter níet het eerste drama in het gezin van Arijen Cornelisz. Roobol. Uit Arijen's eerste huwelijk met Anneke Jan Willemsdr. uit Almkerk, dat voltrokken was op 28-8-1616 in Dordrecht, had Arijen nog vier zonen: Cornelis, Jan, Pieter en Willem. Ook Cornelis was per ongeluk door doodslag om het leven gekomen. Die keer was de dader Arijen Arijensz. Bramen, man van Ingentgen Dircxdr., en zoon van Arijen Abrahamsz. Bramen. Arijen jr. kreeg een soort straatverbod opgelegd en moesten zowel de begrafenis betalen als 10 gulden aan de diaconie van Dubbeldam. 

Te Dordrecht op 4 mrt. 1644 comp. 
Arijen Cornelisz. Roobol, als vader van Cornelis Arijensz. Roobol, aan wie Arijen Arijensz. Bramen door ongeluk en bij toeval manslag heeft begaan, Jan Arijensz. Roobol en Willem Arijensz. Roobol, broeders van de overledene, Frans Cornelisz., Cornelis Cornelisz., Bastiaen Cornelisz., Pieter Cornelisz., Cuijnder Schoutten, Willem Schoutten, allen ooms en behuwde ooms van de overledene, Pieter Pietersz. Besteman, oudoom van de overledene [..], allen naaste bloedverwanten van Cornelis Arijensz. Roobol, voor henzelf en vervangende andere, absente of onmondige bloedverwanten van voornoemde Roobol. Zij verklaren overeengekomen te zijn met Arijen Abrahamsz. Bramen, als vader en Ingentgen Dircxsdr., de vrouw van Arijen Arijensz. Bramen, dat - aangezien de manslag door ongeluk en bij toeval is geschied - zij Bramen uit de grond van hun hart hebben vergeven, belovende hem daarover niet meer te zullen "moeijen noch molesteren", op voorwaarde, dat Arijen Arijensz. Braemen gehouden zal zijn alle naaste verwanten van de overledene "den wech te schouwen ende in geene gelagen te comen daer, de selve sijn, wijders dat sijluijden sullen betaelen aen de Armen van Dubbeldam de somme van thijen gulden alsmede alle de costen van de begraefenisse." Aldus gedaan in tegenwoordigheid van Damis van Slingelant, schout van Dubbeldam en Claes Cornelisz. Fles, koopman te Dordrecht, als getuigen.
Bron: A. den Haan: Huwelijken van militairen in DordrechtA. den Haan: Roobol.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten