21 maart 2017

Landloper Jan Booij (1841-1908)

Jan Booij uit Gouda was smid van beroep en ongehuwd. Hij had de militaire dienst vervuld als militair in het 4e regiment der infanterie. Ook was Jan al een keer eerder veroordeeld wegens bedelarij “met opzet”, toen hij opnieuw werd gevonnist voor landloperij. Zo werd Jan Booij op 20-12-1898 opgenomen in het gesticht in Veenhuizen in Drenthe.

Jan Booij was toen 156½ cm lang met een bovenlijf van 84½ cm. Zijn rechteroor was 6,7 cm lang. Bij zijn neus was het middenschot zichtbaar. Hij had een gerimpeld voorhoofd, kale schedel, een knevel (snor) en een geplooide onderkin.
Jan Booij (1841-1908)
Op zijn voorhoofd had Jan een litteken van 1,5 cm breed door zijn linker wenkbrauw. Bij zijn linker hand had hij achter zijn middelvinger een wond, waardoor deze vinger stijf naar binnen groeide. Aan zijn rechterhand had hij een kruisvormige snijwond. Ook had Jan een zwerende wond op zijn rug en een moedervlak op zijn borst.

Jan Booij was geboren op 9-8-1841 in Gouda als zoon van Fop Booij en diens 2e vrouw Christina Agatha Hornes (1813-1874). Veel van Jan's broertjes en zusjes waren jong gestorven, maar zijn zussen Maria Agatha (1840-1863) en Christina Agatha en zijn broer Aart bereikten wèl de volwassen leeftijd. Aart werd sergeant in het leger en trouwde 2 maal. Hun vader, Fop Booij, was op 28-7-1875 in Gouda voor de 3e maal getrouw met Alida Emmerentia van Reede (1823-1894), die zelf ook al 2 maal eerder getrouwd was geweest en 3 kinderen meebracht uit haar 1e huwelijk. 

Aart Booij (1765-1842) uit Gouda was de grootvader van Jan en zelf weer een zoon van Fop Abrahams Booij, die een zoon is van mijn voorouders Abraham Booij en Neeltje Claasse Snoeij (1696-1755).

Jan Booij is ongehuwd overleden op 14-4-1908 in Rotterdam. 

Het gesticht bij Veenhuizen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen