8 juli 2014

De pest in Gouda in 1673

In de periode 1573-1575 was Gouda al door de pest getroffen, maar dankzij immigratie uit met name de Zuidelijke Nederlanden was het inwonertal in de periode 1595-1622 weer toegenomen. In 1625 en 1636 werd Gouda echter opnieuw door pestepidemieën getroffen. Na een korte economische bloeiperiode vanaf 1665, werd Gouda in 1673 getroffen door een zeer zware pestepidemie, waaraan bijna 3000 mensen stierven, ca. 20% van de bevolking.  

Ook de schilder Jan Daemesz de Veth was een slachtoffer: "Hy hadde voor het plaatsnijden te leeren, doch wierde in 't jaar 1625 oud ontrent dertig jaaren, van eene besmettelijke ziekte aangetast, en overwonnen.", zo vermeldde de stadshistoricus Ignatius Walvis (1653-1714). 

Gouda in 1674

Tijdens pestepidemieën trof het stadsbestuur allerlei maatregelen om verspreiding van de ziekte tegen te gaan: besmette huizen werden gesloten, bedstro en huisvuil moesten buiten de stad worden verbrand en pestlijders werden verplicht tot het dragen van een witte stok om daarmee goederen aan te wijzen die zij wilden kopen. 

Ten gevolge van de pestepidemieën volgde tot ca. 1700 een economische terugval, die ook de pijpenindustrie in Gouda trof.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen