27 augustus 2015

Matroos Cent Geerense Bosman (†1781)

"Cent Geerense Bosman uit Strien" trad op 27-8-1780 als matroos in dienst bij de V.O.C. voor de kamer van Zeeland op het schip "Slot ter Hoge", dat in 1776 in dienst was genomen. Dit zeilschip had een lengte van 150 voet en een laadvermogen van 575 last (1150 ton). De uitvaart was op bovengenoemde datum vanaf Fort Rammekens aan de Westerschelde op enkele kilometers ten oosten van Vlissingen. Lambert Arnout Halfman had als schipper de leiding over het schip. 

Het VOC-schip 'Slot ter Hoge' bij de Rede van Rammekens. 

De nieuw aan boord gekomen manschappen moesten zich bij vertrek een plaats aan boord zoeken en daarbij ging het er weinig zachtzinnig aan toe. Tierende en vloekende dekofficieren deelden met kwistige hand of een stuk touw "kwartiermeestersvermaningen" uit. Kisten werden 's nachts open gebroken. Een broek, kousen of schoenen konden tijdens de slaap 'verdwijnen'. En "door versuijm van sich te reynigen raaken ook veele besmet met ongediertens", schreef in 1729 Roelof de Witt, oppermeester van het schip de "Cornelia".

Een verre en lange reis, waarbij een schip meerdere maanden achtereen op zee bleef, bracht bijzondere gevaren mee voor de gezondheid van de bemanning. Een schip dat in augustus vertrok kon gebruik maken van oostenwinden om snel door het Kanaal te varen. Echter, rond de evenaar kon windstilte de reis enorm vertragen, waardoor een reis meer dan 30 weken kon duren. De "Slot ter Hoge" deed er maar 18 weken over om bij de Kaap aan te komen. 
Gedurende de eerste 2 of 3 maanden van de reis liepen nieuwelingen vaak al schuurbuik en tering (tuberculose) op, waardoor ze rond liepen met bleke gezichten, blauwe lippen en gezwollen benen. Ook reumatische klachten kwamen veel voor door de koude en vochtige omgeving. 

Het schip 'Slot ter Hoge' kwam op 31-12-1780 aan op Kaap de Goede Hoop. Cent Bosman zal daar opgenomen zijn in het ziekenhuis. Daar waren dag en nacht tenminste drie slaven en drie slavinnen aanwezig voor de verpleging van de zieken. Bijzonder toezicht werd gehouden op ijlende koortslijders en krankzinnigen. 's-Morgens werd een ronde gedaan door één van de twee opperchirurgijns samen met de ondermeesters.
Johan Stavorius, Kapitein ter Zee bij de Zeeuwse Admiraliteit, bezocht het ziekenhuis op de Kaap in 1768 en schreef dat het er enorm stonk en dat "het ongelukkige scheepsvolk" de kans liep "in deze stinkende verblijfplaats in levensgevaar te raken of hun gezondheid voor goed te zullen verliezen". Datzelfde jaar schreef een commissie van doctoren in chirurgijns dat "de slechte bediening van het volk maakten dat de zieken niet herstelden".

Ook Cent Bosman zou niet herstellen. Hij overleed op de Kaap op 17-2-1781. Het schip "Slot ter Hoge" was reeds op 30-1-1781 verder gevaren. Het zou nog enkele reizen maken en uiteindelijk op 6-3-1790 tussen Batavia en Kaap de Goede Hoop vergaan. 

Cent Gerritse Bosman werd op 15-3-1750 in Oud-Beijerland gedoopt als zoon van de uit Strijen afkomstige Gerrit Cente Bosman (1705-±1778) en zijn 2de vrouw, Magteltje Leenderts Mastenbroek. Doopgetuige was zijn grootmoeder Maaike Gerrits Steen, 2e vrouw van mijn voorouder Cent Cornelisse Bosman (1666-1756). 

Bronnen: A.E. Leuftink: Harde Heelmeesters (Zeelieden en hun dokters in de 18e eeuw)De VOC SiteHet Nationaal Archief, Maritiem Digitaal, Wrecksite.eu.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten