23 januari 2015

Pieter Jacobsz Ketting (1651-1700) uit Strijen vertrok naar Batavia

Pieter Jacobsz Ketting was in 1651 geboren binnen het dorp Strijen, als zoon van Jacob Cornelisz Ketting van Strijen en Geertgen Adriaans van Abeel van Langerak in het Sticht Utrecht. Pieter had broers Cornelis, die kinderloos overleed, en Adriaen, die in Rotterdam woonde. Pieter's vader overleed tussen 1651 en 1655 en zijn moeder hertrouwde met winkelier Willem Willemsz van Hasselt met wie zij nog een dochter Anneken kreeg. Rond 1659 was ook Pieter's moeder overleden.

In 1674 begon Pieter zijn werk als assistent van de VOC. In 1682 was hij gezworen klerk ter secretarie van het college van de heren schepenen van Batavia. Vanaf 1695 was Pieter expres commissaris en directeur van Souratta aan de kust van het huidige India.

Batavia

In Batavia trouwde Pieter op 13-12-1674 met de 16-jarige Jennette Harnack. Getuigen bij het huwelijk waren predikant ds. Petrus Weijtens en Johan de Koning, winkelier des kasteels ald., beneffens hun respectieve huisvrouwen. Jennette was gedoopt op 2-2-1659 binnen de stad Steenbergen met als getuige Jan Harnack, Wilhem Kruijdekoeckx, Jacomijntje Kruidekoeckx en Maijken Kruidekoeckx. Zij was een dochter van Jan Harnack  van Steenbergen en Neeltje Kruidekoeckx van Antwerpen.
Jennette beviel op 31-8-1675 in Batavia van een dochter die "in het midden harer geboorte is overleden" en "nog dienselven avond ongedoopt en zonder naam begraven". Ook hun daaropvolgende kinderen Geertruyd (1678-1681), Anna Cornelia (1681) en Johannes (1679-1688) overleden allen jong. Jennette overleed zelf op 16-1-1685 in Batavia en werd ald. op het Nederlandse kerkhof begraven.

Pieter hertrouwde op 27-5-1688 in Batavia met Maria van den Broecke. Getuigen bij Pieter's tweede huwelijk waren Servatius Clavius en Emanuel Bornezee, opperkoopman dezes kasteels, en hunne respectieve huisvrouwen. Maria was op 13-4-1656 in Middelburg geboren als dochter van Marius van den Broecke en Sara de Camps van Middelburg.
Maria was bij haar huwelijk met Pieter weduwe. Maria's eerste echtgenoot was Johannes Abrahamsz Wilsens, geboren op 14-10-1648 in Sint Anna ter Muiden, beroepen als predikant naar Oost-Indië en overleden op een reis naar Ceylon op het schip “Roemerswale” op 8-4-1675 en "het dode lichaam de see bevolen". Uit haar eerste huwelijk had Maria een zoon genaamd Johannes, geboren op 13-4-1675 op de reis naar Ceylon en gedoopt op Kaap de Goede Hoop binnen het kasteel op 27-5-1675. Hij is overleden op 6-4-1685 in Batavia. Maria's tweede echtgenoot was Michiel de Geus van Enkhuizen met wie zij op 16-10-1678 binnen de fortresse van Jaffanapatamam op het eiland Ceylon was getrouwd. Michiel overleed op 40-jarige leeftijd op 23-5-1684 op het eiland Paulo Chinko gelegen aan de westkust van Sumatra.
Op 30-4-1589 kregen Pieter en Maria een dochter Sara Geertruyd Ketting, die op 5 mei in de Hollandse kerk in Batavia werd gedoopt. Zij zou trouwen en 3 kinderen laten dopen, waarna het gezin repatrieerde naar Holland en ze in Leiden een zoon Petrus Camper (1722-1789) kregen, die later hoogleraar anatomie, chirurgie en natuurfilosofie werd te Franeker, Amsterdam en Groningen. Sara overleed op 17-12-1748 in Leiden. Sara's tweelingbroer Jacobus Marinus Ketting (1689-1693) overleed aan de kinderpokken. Op 31-1-1691 beviel Maria opnieuw van een tweeling. De zoon werd echter doodgeboren, terwijl de dochter, Anna Cornelia, eveneens in 1693 aan de kinderpokken overleed.

Pieter Jacobsz Ketting overleed op 23 januari 1700 des nachts omtrent 1 uur in Suratte, 48 jaar en 8 maanden oud. Maria van den Broecke overleed op 30-12-1714 in Leiden en werd aldaar begraven.

Bron: J.F. Wendte: Kettingh te Den Haag en in Oost-Indië en hun afkomst uit de Hoeksche Waard (Strijen) ca. 1540-1700, Ons Voorgeslacht, Jaargang 66, februari 2011, blz. 48-52.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen