Posts tonen met het label crimineel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label crimineel. Alle posts tonen

26 maart 2026

Aart Kleinjan (1794-1848) ging het gevang in wegens mishandeling

De Aart Kleinjan in dit verhaal is geboren op 26 maart 1794 en gedoopt op 13 april in 's-Gravendeel. Zijn ouders zijn Dirk Fleuren Kleinjan en Pietertje Emonts Salders. Aart is een nakomeling van mijn 17e-eeuwse voorouder Arijen Jansz Cleijnjan.
Aart was 28 jaar oud toen hij in 's-Gravendeel op 3 november 1822 trouwde met plaatsgenote Huibje Bussum (1796-1872). Voor haar huwelijk had Huibje al 2 lovenloze kinderen gebaard en na haar huwelijk zouden er nog 6 volgen. Nadat zij in 1830 eindelijk van een levend kind beviel, overleed dat alsnog binnen een jaar. Van al haar 18 kinderen hebben alleen Jacob, Aart Dirk en Neeltje de volwassen leeftijd bereikt.

Aart Kleinjan uit 's-Gravendeel mishandelde een magistraat die zijn functie uitoefende

Arbeider Aart Dirkzoon Kleinjan, 36 jaar oud, geboren te 's-Gravendeel, werd op 17 december 1830 opgesloten in de gevangenis "De Krententuin" op een eiland bij Hoorn. Hij was veroordeeld tot 2 jaar gevangenisstraf wegens "mishandeling en belediging van een magistraat in de uitoeffening zijner functie". Op 25 december 1832 kwam Aart weer vrij.
Kort voor Aart de gevangenis in ging, beviel Huibje op 19 november 1830 rond 16:00 in 's-Gravendeel van haar eerste levende kind. Zij noemde het kind Aart naar zijn vader. De aangifte werd gedaan door de vroedvrouw, die verklaarde dat de vader zich toen in Gouda ophield. Binnen een jaar overleed Aart jr. op 15 oktober 1831.

Gevangenis "De Krententuin" op het Oostereiland bij Hoorn

Aart en Huibje kregen vervolgens zonen Jacob Kleinjan (1833-1917) en Aart Dirk Kleinjan (1834-1913), die beiden trouwden. Een zoontje genaamd David is geboren en overleden in 1836. Op 6 maart 1838 rond 14:00 in 's-Gravendeel lag Huibje weer in het kraambed. De volgende dag deed Aart aangifte van de geboorte van een zoontje met de naam Pieter. Op 17 juli 1839 in 's-Gravendeel deed Aart echter aangifte van het overlijden van zijn dochter Pietertje, overleden op de 16e rond 18:00 en 16 maanden oud.
Aart's volgende kind was Neeltje Kleinjan (1841-1924). Zij zou in 1863 trouwen met plaatsgenoot Teunis de Kreek (1839-1919). Het jongste kind van Aart heette Pieter en is geboren en overleden in 1843.

16 oktober 2025

Adriaan Kievits (1787-1842) schopte zijn kinderen

De Adriaan Kievits in dit verhaal is geboren op 9 augustus 1787 en gedoopt in Klundert op de 12e als jongere zoon van Willem de Kievit en zijn vrouw Martijntje Cornelisse Lucas (1745-1815). Martijntje is een nakomeling van mijn voorvader Neleman Claes Nelemans (±1570-±1626) die in De Zwaluwe woonde.

Adriaan Kievits is geboren op donderdag 9 augustus 1787 in Klundert

Adriaan ging werken als metselaarsknecht. Hij trouwde in Klundert op 12 november 1811 met Gerardina Harmsen. Zij is geboren op 12 november 1786 en gedoopt op de 19e in Klundert als dochter van Dirk Harmsen en Berbera van Kaam.

Adriaan en Gerardina kregen de volgende kinderen:
  1. Martijntje Kievits is geboren op 21-1-1812 in Klundert. Zij trouwde op 11-9-1839 in Vlissingen met de aldaar geboren Jacobus Frits. Martijntje is overleden op 10-4-1861 in Vlissingen, 49 jaar oud. Van haar vele kinderen bereikten slechts 3 dochters de volwassen leeftijd.
  2. Thierri (Dirk) Kievits is geboren op 26-5-1813 in Klundert. Hij trouwde met de 33-jarige Anna van de Meeberg op 6-10-1842 in Fijnaart en Heijningen. Bij dit huwelijk erkende Dirk Anna's 8-jarige dochter Cornelia en kreeg zij zijn achternaam. Dirk's huwelijk bleef kinderloos. Dirk is overleden op 24-3-1887 in Klundert, 73 jaar oud.
  3. Willem Kievits is geboren op 26-8-1814 rond 17:30 in Klundert. Hij is aldaar overleden op 27-8-1817 rond 7:30, 3 jaar oud.
  4. Berbera Kievits is geboren op 11-8-1816 in Klundert. Zij is aldaar overleden op 31-10-1816, 2 maanden oud.
  5. Berbera Kievits is geboren op 08-7-1818 in Klundert. Aldaar trouwde zij op 3-5-1844 met Leendert van Gijn, die reeds op 30-5-1845 is overleden. Pas op 28-4-1864 is Berbera hertrouwd in Numansdorp met Johannes Slings, weduwnaar van Stijntje Streefkerk. Berbera is overleden op 5-4-1896 in Rotterdam, 77 jaar oud.
  6. Cornelia Kievits is geboren op 1-8-1819 in Klundert. Zij is aldaar op 23-2-1822, 2 jaar oud.
  7. Willem Kievits is geboren op 12-1-1821 in Klundert. Aldaar is hij overleden op 15-7-1821 rond 9:00, 6 maanden oud.
  8. Cornelia Kievits is geboren op 21-8-1822 in Klundert. Zij is aldaar overleden op 28-12-1823, 1 jaar oud.

Gerardina Harmsen is overleden in Klundert op 7 oktober 1823, 36 jaar oud. Haar jongste dochter Cornelia stierf eind dat jaar. Adriaan Kievits bleef toen achter met de overgebleven kinderen Martijntje, Dirk en Berbera. Dat ging niet goed.

Adriaan Kivits schopte zijn kinderen

Op 17 december 1830 werd de 44-jarige metselaar Adriaan Kievits opgesloten in de gevangenis op het Oostereiland bij Hoorn. Hij was veroordeeld wegens "wreedaardig slaan en schoppen zijner kinderen". Daarbij werd opgemerkt dat hij al eerder 1 jaar correctioneel veroordeeld was. Dit keer moest hij 2 jaar de cel in. Pas op 19 juni 1832 kwam Adriaan Kievits weer vrij.

1 september 2025

Hendrikus van der Ros (1812-55) mishandelde zijn vrouw Dina Voorsluis

Hendrikus Christoffel (“Hendrik”) van der Ros werd geboren op 5 maart 1810 en r.k. gedoopt op de 6e in Heusden als zoon van Wilhelmina (“Gauillaumette”) van Kranenburg en Jacobus van der Ros. Hendrik had o.a. een oudere broer Frederik(us) van der Ros (1798-1884).

Hun vader, dagloner Jacobus van der Ros, deed op 2 oktober 1812 in Heusden nog aangifte van een kind. Hun grootmoeder Hendrika van Dijk, weduwe van Jan van Kranenburg, deed op 3 april 1818 in Heusden aangifte van het op die dag geboren onechte kind van haar dochter Wilhelmina van Kranenburg, genaamd Wilhelmina. Kennelijk was Jacobus toen inmiddels overleden. Wilhelmina van Kranenburg, weduwe van Jacobus van der Ros, overleed als weduwe op 7 januari 1828 in Heusden, 51 jaar oud.

Henricus Christoffel van der Ros verbleef in 1837 in de gevangenis in Hoorn wegens diefstal

Hendrikus Christoffel van der Ros was 24 jaar oud, woonde in Heusden en werkte als zadelmakersknecht, toen hij een jaar de gevangenis in moest wegens diefstal. Op 20 januari 1837 werd hij opgesloten in de gevangenis op het Oostereiland bij Hoorn (NH). Deze gevangenis was in 1829 in gebruik genomen en werd in de volksmond (“De Krententuin”) genoemd. Op 13 december 1837 was Hendrik weer een vrij man.

Gevangenis "De Krententuin" op het Oostereiland bij Hoorn

22 oktober 2024

Jan Boeser (1865-90) zat 3 dagen in de gevangenis

De Jan Boeser in deze blog is geboren in ’s-Gravenmoer op 14-2-1865, ongeveer een uur na middernacht. Hij was de oudste en enige overlevende zoon van Pieter Boeser (1818-1894) en Hendrika Konings (1839-1908). Dit echtpaar was op 4-12-1863 in 's-Gravenmoer getrouwd. Beiden waren niet eerder getrouwd geweest, de bruid was 34 jaar oud en de bruidegom was al 45 jaar oud. Jan's twee jongere broertjes en enige zusje zijn alle vóór hun 6e verjaardag overleden.

Jan was schoenmaker van beroep. Hij had een lengte van 1,46 meter, een rond aangezicht, gewone neus en een gezonde huidskleur. Zijn ogen waren grijs en zijn haar was blond. Jan had lager onderwijs genoten.
Hij was 16 jaar oud, toen hij op 18-11-1880 bij de Arrondissements Rechtbank in Breda werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie dagen wegens diefstal. Het was zijn eerste veroordeling. Jan werd op 2 maart 1881 bij de gevangenis ingeschreven en kwam op de 5e weer vrij. Jan's gedrag in de gevangenis was goed.

Jan is op 25-jarige leeftijd overleden in 's-Gravenmoer op 26-8-1890 rond 20:00 uur. Zijn vader, Pieter Boeser, overleefde zijn zoon ruim 3 jaar en is overleden op 20-6-1894, 75 jaar oud. Jan's moeder, Hendrika Konings, is 78 jaar oud geworden en overleed op 29-5-1908 in 's-Gravenmoer.

Bronnen: BHIC.nl, WieWasWie.nl, Salha.nl, RegionaalArchiefTilburg.nl .

30 oktober 2022

De Genealogie Bos Blog bestaat 10 jaar

Deze   Genealogie Bos Blog    bestaat    10 jaar ! 

Vanwege mijn interesse in koningshuizen was mijn eerste kennismaking met genealogie met boeken met daarin kant-en-klare stambomen van adellijke personen. Pas later ontdekte ik dat het ook mogelijk was om op zoek te gaan naar mijn eigen voorouders, ook al waren dat veelal arme arbeiders.

Voor voorouders Bos bezocht ik eerst het Streekmuseum Hoeksche Waard, dat ook een genealogie zaal heeft. Daar bleek iemand de Numansdorpse tak en de oudste generaties van de familie Bos al te hebben uitgezocht. Met onze Cillaarshoekse tak kon ik daar op aansluiten.
Voor voorouders De Jong in de Langstraat kreeg ik contact met Bram de Jong, die mij op weg hielp. Mijn moeder kende haar oma als “Gerdientje Boes”- dat bleek Gerdina Boeser te zijn. Omdat zij lang weduwe was geweest, kende mijn moeder níet de voornaam van haar echtgenoot, maar dat bleek dezelfde als die van mijn moeder’s oudste broer – keurig volgens het vernoemingsschema.

Het leukste vind ik het wanneer ik wat achtergrondinformatie vind over een voorouder, wat helaas niet vaak voorkomt, omdat het dus veelal arme arbeiders waren. Toch zijn er een paar voorouders, waarover ik meer informatie heb kunnen vinden. Dat betreft allemaal voorouders aan mijn moeder's zijde. Zo vocht Arie de Sterke (1796-1892) eerst in Rusland en later bij Waterloo en werd hij uiteindelijk 95 jaar oud. Mijn voorvader Jan Petersz de Jongh alias Horeman (1663-1742) was herbergier op de Zandschel bij Loon op Zand. Tegen hem werd een proces gevoerd, waarbij hij werd beschuldigd van heling. Een nakomeling van Jan, mijn overgrootvader Adriaan de Jong (1850-1899), werd als 17-jarige opgepakt "wegens het spelen met en om geld op de openbare straat". Voorvader Thomas Thomasz Brullee was commandeur op een walvisvaarder, maar keerde meermaals "schoon" terug. In Woudrichem, tenslotte, blies Neesken Worms in 1672 haar voorgenomen huwelijk af om te kunnen trouwen met mijn voorvader Pieter Romer.

En als je zo eenmaal lekker bezig bent, blijkt genealogie heel verslavend te zijn en dan ga je ook zoeken naar voorouders van je partner, je beste vriendin en je aangetrouwde tantes. Zo hou je jezelf wel bezig.

Hieronder presenteer ik gegroepeeerd wat favoriete blog posts.

Dol en dwaas

stamboom

Ondeugend

Buitenecht

19 augustus 2022

Het Rampjaar 1672

Scherprechter (beul) Johannes Andriessen Kellenaer (1642-76) noteerde in het rampjaar 1672:

"Anno 1672. Den 19den Augustus heb ick mr. Johannes binnen Campen 13 fransoosen gehangen aen twee gerigten op de nieuwe marck, snademiddag om 5 uren begon ick ende twee uren daer na, omtrent 's avonts ten 7 uren had ick all gedaen in 't verwonderen van veel duijsen mensen".

Het rampjaar werd omschreven als "het volk redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos", omdat we in het voorjaar van 1672 tegelijkertijd werden aangevallen door Frankrijk, Engeland, Münster en Keulen. Stadhouder Willem III, de latere Engelse koning, stelde - door het doorsteken van dijken - de Hollandse Waterlinie in werking om Amsterdam te beschermen, waardoor de Franse opmars in juli tot staan werd gebracht. De Franse manschappen hebben toen helaas wel vele Nederlandse kastelen geplunderd en vernield.

In augustus werden de gebroeders De Wit door een woedende, door orangistische partijgangers opgezweepte menigte op gruwelijke wijze vermoord. In de herfst haalden de Keulse en Münsterse bisschoppen hun troepen terug, omdat de keurvorst van Brandenburg troepen verzamelde om de Nederlanden te steunen en de bisschoppen bang waren in de rug te worden aangevallen. Pas een jaar later behaalde het leger van de Republiek der Nederlanden de overwinning op de Fransen.

"Franse Tiranny gepleeght op de Hollandtse Dorpen"

Bronnen: "Het Dordtse Scherprechtersgeslacht Kellenaer" van C.R.H. Snijder in "Ons Voorgeslacht", jaargang 70, februari 2015; Geschiedenis van de Lage Landen, Complete Editie, van J. ter Haar; http://rampjaar.blogspot.nl/; Wikipedia.

2 januari 2022

Barent Fredriks (1741-96) was een dronkelap die zich misdroeg

Barent Fredriks is gedoopt op 6 augustus 1741 in Aalten als zoon van Harmen Fredriks en Elsken Barents Grentink. Rond 1764 werd hij lidmaat in Amsterdam. Barent's zus Willemina woonde ook in Amsterdam, waar zij door hem werd geassisteerd, toen zij op 27-10-1769 in ondertrouw ging met Jerremias Paal uit Buren. De ouders van Willemina en Barent waren toen al overleden.
Barent Fredriks ging op 27 oktober 1769 in Amsterdam in ondertrouw ging met Harmijntje (“Harremijntje”) Banning uit Breukelen, die daarbij werd geassisteerd door haar vader Lammert Banning.

Bij de trouwinschrijving van Barent Frederiks en Harmijntje Banning op 27-10-1769 in Amsterdam
wordt de vader van de bruid vermeld.

Harmijntje Banning was gedoopt op 26 oktober 1749 in Breukelen als dochter van Lambert Bannink en Metje van Lier. Zij werd lidmaat van de Karthuizer kerk in Amsterdam op 17 mei 1764.
Barent en Harremijntje kregen in Amsterdam in de periode 1770-1787 kinderen genaamd Harmen, Lambert, Willem, Elsje, Barend jr. en Harmijntje jr. De getuigen bij de dopen waren consequent de ouders van Harmijntje. Harmijntje en Barent waren in 1772-1774 zelf 3 keer getuige bij dopen van kinderen Barent's zus Willemina.

Barent Fredriks heeft zich uiteindelijk overgegeven aan overmatig gebruik van sterke drank. Hij gebruikte dan grof geweld en vloekte en raasde, zowel thuis als op straat. Zijn vrouw Harremijntje liet daarover een attestatie met getuigenissen opmaken op 25 oktober 1790 in Amsterdam.

11 april 2020

Straatmuzikant Charel Hubert Zwakhoven (1871-1893)

Charel Hubert Zwakhoven werd geboren op op 12-9-1871 in Roermond als Carolus Hubertus Zwakhoven. Hij is een jongere zoon van paraplumaker Gerard Zwakhoven en Margaretha Stevens, die op 10-12-1851 in Roermond zijn getrouwd. De laatste was geboren op 18-11-1831 in Roermond als buitenechtelijke dochter van Catharina Stevens.
Charel Hubert was 7 jaar oud toen zijn vader, Gerard Zwakhoven, overleed op 20-6-1879 in Roermond, 56 jaar oud. Toen de moeder van Charel Hubert, Margaretha Stevens, overleed op 55-jarige leeftijd op 4-3-1887 in Roermond, was hij 15 jaar oud.

Signalement van Charel Hubert Zwakhoven

De wees geworden tiener Charel Hubert Zwakhoven probeerde wat geld te verdienen als straatmuzikant, vooral als harmonica speler. Hij had geen vaste woonplaats.
In 1889 werd Charel Hubert door de rechtbank in 's-Hertogenbosch veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf wegens diefstal en één maand gevangenisstraf wegens verduistering. Bij het kantongerecht in Roermond werd hij wegens een politieovertreding op 19-11-1889 veroordeeld tot één dag gevangenisstraf en f5,- boete.
Charel Hubert Zwakhoven was 1,63 m. lang en had bruine ogen, donkerbruin haar en zwarte wenkbrauwen. Zijn voorhoofd en kin waren breed en zijn neus was dik. Hij had een gezonde kleur.

Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant, 20-11-1890

26 december 2019

De jeugdzonde van mijn overgrootvader Adriaan de Jong (1850-99)

Adriaan de Jong was de jongste overlevende zoon van Adriaan de Jong en Maria Roosenbrand. Hij was geboren op 14 maart 1850 in Capelle (NB), waar hij ook woonde. Zijn beroep was schoenmaker. 

Op zijn 17 juni 1867 werd Adriaan door de ambtenaar van het Openbaar Ministerie voor het kanton gerecht te Waalwijk gedaagd "wegens het spelen met en om geld op de Openb. Straat". Hij had toen een gezonde kleur, blauwe ogen en zijn haar en wenkbrauwen waren blond.
Het vonnis werd uitgesproken op de 21e juni en daarbij werd Adriaan veroordeeld tot één dag gevangenisstraf. Op 22 november 's middags om kwart voor 4 ging hij het huis van bewaring in Waalwijk in. Op 23 november 1867 rond dezelfde tijd werd Adriaan weer in vrijheid gesteld.

De veroordeling van overgrootvader Adriaan de Jong

5 november 2019

Dirk Rosenbrand (1826-1895) werd gedetineerd in Hoorn

Dirk Rosenbrand werd geboren op 1-4-1826 in Capelle (NB) als jongere zoon van Dirk Gerritsz. Rosenbrand (1751-1837) en zijn vrouw Johanna Gijsberts Mes (1794-1866). De eerste gezamenlijke voorouder van mij en Dirk is de 17e-eeuwse Jan Claesz. Rosenbrand.

Dirk Rosenbrand heeft lager onderwijs genoten. Zijn oudere broers Adriaan en Gerrit en zijn zus Anna zijn allen als tiener gestorven. De oudste broer, Gijsbert (1818-47), werd ook niet oud. Dirk woonde nog steeds in Capelle en was nog vrijgezel, toen hij zich schuldig maakte aan "diefstal bij nacht".  Op 26-2-1852 werd hij veroordeeld tot 18 maanden cel. Op 3-5-1852 werd hij opgesloten in de gevangenis in Hoorn. Dirk was niet eerder veroordeeld geweest en heeft zich kennelijk goed gedragen, want op 21 juni 1853 verkreeg hij gratie en hoefde hij de laatste 4 maanden van zijn straf niet meer uit te zitten.

Gevangenis "De Krententuin" op het Oostereiland bij Hoorn

3 juli 2019

Alida Pieternella Hibbe (1845-1922) draaide door

Alida Pieternella Hibbe werd geboren op 27-7-1845 in Amersfoort als dochter van Frederik ("Frits") Hibbe en Gijsberta ("Gijsje") van Raaij. Frits Hibbe was afkomstig uit Amsterdam en is overleden als kolonist in Ommerschans op 4-6-1866. Alida Pieternella's ongehuwde broer Johannes Hendrik Christoffel Hibbe (1836-1908) verbleef in Veenhuizen. Hun zuster Alida Geertruida Hibbe (1838-1889) woonde in Amersfoort. 

Alida Pieternella verhuisde naar Rotterdam waar zij op 6-11-1872 trouwde met koetsier Gerrit Arnoldus Paar. Hij was geboren op 13-4-1849 in Kralingen als zoon van Gerrit Paar (1813-1880) en Cornelia Petit (1814-1899). In Rotterdam kregen Gerrit Arnoldus en Alida Pieternella de volgende kinderen: Gijsbertus, Cornelia (1876-1961), Gerrit (1879-1947), Wilhelmina (1880-1952), Geertruida, Gerrit Arnoldus en Abraham, die op 31-7-1887 werd geboren. 


Ondertussen ging het niet zo goed met Alida Pieternella. Zij wordt omschreven als een “zenuwlijderes”, die herhaaldelijk in zenuwachtige opgewondenheid verkeerde en onder geneeskundige behandeling was. Op 23 augustus 1892 was Alida Pieternella een nieuw broodmes gaan kopen, dat zij mee naar bed had genomen. 's Nachts had zij haar man, die in de bedstede lag te slapen, met het broodmes een meerdere sneden in zijn hals toegebracht. Het lukte haar man nog om uit bed te komen, waarna zijn vrouw hem opnieuw een snede toebracht. Hij is door bloedverlies gestorven.

Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche Courant, 27-8-1892 

7 december 2018

Misdadiger Adrianus van Woerkom (1836-1906) in Heerewaarden

Adrianus van Woerkom was 1,90 m. lang, zijn haar en wenkbrauwen waren blond, zijn ogen blauw, zijn neus klein, zijn kind rond en zijn gezicht had een gezonde kleur. Hij werd geboren op 7-12-1836 in Driel als oudste zoon van David van Woerkom (1807-1885) en Hermijna van Brakel (1813-1902). Rond 1840 verhuisde het gezin naar Heerewaarden. Daar werden Adrianus'  jongere broers geboren, waaronder steenovenbaas Gerrit van Woerkom (1850-1903), die een voorouder is van Mabel Wisse Smit, de weduwe van wijlen Prins Friso, en van hun dochters in Londen geboren dochters Luana en Zaria van Oranje-Nassau.

De eerste veroordeling van Adrianus van Woerkom vond plaats op 2-2-1865 bij de rechtbank in Tiel wegens een verwonding. Er werd hem toen tot 6 weken gevangenisstraf opgelegt. 

Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant, 2-4-1874

Na zijn onslag uit de gevangenis keerde Adrianus terug naar Heerewaarden. Op 18-1-1874 raakte hij in Wamel verzeild in een ruzie, waarbij hij Gerardus van Boom doodstak. Hij werd veroordeeld tot een tuchthuisstraf van 12 jaar. Na zijn veroordeling ging Adrianus nog in cassatie tegen het arrest van het hof van Gelderland van 31 maart, maar dit beroep werd in juni afgewezen.

De misdadige loopbaan van Adrianus van Woerkom t/m 1885.

8 november 2018

Jan Hordijk (1840-95) uit Rhoon was een dief

Jan Hordijk uit Rhoon werd meerdere malen veroordeeld wegens diefstal. Hij was geboren op 24-4-1840 in Rhoon als jongere zoon van Cornelis Hordijk (1769-1842) en Saartje Soeteman (1810-1852). Jan stamt - net als ik - af van de rond 1700 in Puttershoek wonende Jacob Hordijk.

Op 17-4-1874 in Rhoon is Jan getrouwd met plaatsgenote Ingetje Groenendijk (1844-1884), die een dochter is van Bastiaan Groenendijk en Jannetje van Gelder. Jan en Ingetje kregen op 17-3-1876 in Dordrecht een zoon Cornelis Hordijk. Vervolgens werd hun echtscheiding geregistreerd op 24-9-1880 in Rotterdam. Ingetje is binnen een jaar op 20-7-1881 in Rotterdam hertrouwd met weduwnaar Adriaan Adams (1843-1899). Zij kreeg met hem nog een jong gestorven zoontje.

Rotterdamsch Nieuwsblad, 21-7-1881

Met Jan Hordijk lijkt het daarna mis te zijn gegaan. Op 5-12-1867 werd hij vanwege diefstal door het Provinciaals gerechtshof in Zuid-Holland veroordeeld. Daarna volgden veroordeling in Rotterdam in 1871, in Utrecht in 1877 en in Dordrecht in 1878. Op 11-12-1879 werd hij door het gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens diefstal van vee in de weide. De straffen betroffen 3 en 2 jaar gevangenisstraat, ½ jaar, 9 en 3 maanden celstraf en 5 jaar tuchthuisstraf.

10 oktober 2018

Aart Bestebroer (1824-85) mishandelde de veldwachter

Aart Bestebroer werd geboren op 11-10-1824 in de Sint Anthoniepolder als oudste zoon van Willem Franse Bestebroer (1725-1867) en zijn eerste vrouw Aagje in 't Veld (1804-1840). Aart's grootouders van vader's zijde zijn Frans Bestebroer en Hadewei Kleijnendorst (1754-1831), die ook voorouders van mij zijn. Na hem volgden nog 9 kinderen. In 1842 is Willem Bestebroer hertrouwd met Jannigje Barendrecht (1809-1893). Toen was Aart inmiddels 17 jaar oud.

De kerk van de
Sint Anthoniepolder
Aart trouwde op 30-4-1851 in Maasdam met Cornelia de Regt (1823-1854), dochter van landmansknecht Klaas de Regt en diens vrouw Adriana Jabaaij uit Maasdam. Cornelia baarde een jong gestorven zoontje en een dochter Aagje (1853-1880). Slechts 17 dagen na de geboorte van Aagje is Cornelia overleden. Hun huwelijk had slechts 2 jaar en 8 maanden geduurd.

Vijf jaar later, op 7-5-1858 in Maasdam, is Aart hertrouwd met Maria Steenbergen. Zij was geboren op 14-2-1836 in Strijen als dochter van Adrianus Steenbergen en diens eerste vrouw, Anna Dolk. Maria's eerste kind, Anna Wilhelmina, werd geboren in de Sint Anthoniepolder op 13-9-1859. Haar tweede kind volgde op 28-6-1862. Tussen die 2 geboorten zat een periode van 2 jaar en 9 maanden.

Voor die kinderloze periode is een verklaring te vinden. De Sint Anthoniepolder is een gehucht gelegen langs een dijk binnen de toenmalige gemeente Maasdam in de Hoeksche Waard. Daar was rond die tijd eigenlijk maar één A. Bestebroer te vinden, namelijk Aart, die van beroep landbouwer en vlasser was. Vlasboer A. Bestebroer werd op 21 maart 1860 voor de arrondissements-rechtbank te Dordrecht gedagvaard wegens het mishandelen van C. Roos, de veldwachter van de gemeente Maasdam. De mishandeling had plaats gehad in de zwingelkeet* van de beklaagde.

Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant, 26-3-1860

26 september 2018

De veroordeling van grutter Cornelis de Bondt (1801-73)

De Cornelis de Bondt in dit verhaal werd geboren op 24-5-1801 en gedoopt op de 31e in Zwijndrecht. Zijn ouders zijn zoutweger Kornelis de Bondt (1762-1812) en zijn vrouw Maaike van Nugteren (1772-1849). Hij stamt af van mijn voorouders Joost Cornelisse de Bondt (±1680-1753) en Thomas Brullee. Hij had een oudere broer Johannes en 4 zussen. Zijn jongste broertje is waarschijnlijk jong gestorven. Cornelis' gelijknamige vader is overleden op 7-8-1812, 49 jaar oud. De jonge Cornelis was toen 11 jaar oud.

Cornelis' broer en zussen waren inmiddels allemaal getrouwd, toen Cornelis zelf op 1-5-1829 in Kralingen trouwde met Neeltje Dura. Neeltje was geboren op 5-4-1808 in Katendrecht en gedoopt op de 10e in Charlois. Haar ouders zijn Job Dura (1775-1818) en Heiltje Oosthoek (1778-1851).
Met Neeltje Dura kreeg Cornelis 5 kinderen: Cornelis (1830-1910), Job (1832-1876), Johannes (1833-1843), Heiltje (1835-1927) en nakomer Johannes (1849-1903).

De Dordrechtsche Courant, 21-11-1843

Cornelis de Bondt, grutter, winkelier en koopman te Zwijndrecht, ging eind 1856 failliet. Daarom werden zijn crediteuren opgeroepen zich te melden met bewijzen van hun vorderingen. In maart 1857 werd een publieke verkoop georganiseerd, waarbij zijn grutterswaren, winkelgereedschap en meubelen zouden worden verkocht. Ook te koop waren een hooischelf en een wit paard van het vrouwelijk geslacht.

De Dordrechtsche Courant, 1-1-1857

17 augustus 2018

Nicolaas Huizer (1834-1886) miste zijn onderbeen

De 38-jarige Nicolaas Huizer, wonend in Heinkenszand (Zld), werd op 24-8-1874 opgesloten in de strafgevangenis te Goes wegens "onwillige verwonding" en wanbetaling van een geldboete. Hij was op 29 juni veroordeeld door de arrondissements rechtbank te Goes tot 6 dagen eenzame opsluiting. Hij was niet eerder veroordeeld geweest. Zijn gedrag in de gevangenis was goed. Op 30 augustus werd Nicolaas ontslagen. Extra pikant is dat Nicolaas eerder werkzaam was als rijksveldwachter.

Nicolaas Huizer was geboren op 13-12-1834 in Bruinisse (Zld) als zoon van Bastiaan Huizer en diens eerste vrouw, Kaatje Kister. Nicolaas' aangezicht was vol, zijn voorhoofd breed, zijn mond groot en zijn ronde kin was geschoren.. Hij had blauwe ogen en zijn wenkbrauwen en haar waren bruin. Het meest opvallende, echter, was dat hij zijn rechter onderbeen miste.

Signalement en handtekening van Nicolaas Huizer

Nikolaas Huizer was 24 jaar oud en - net als zijn vader - "opziener der Jagt en Visschery" toen hij op 21-10-1859 in Heinkenszand trouwde met de 27-jarige naaister Adriana Cornelia Kloosterman. Zij was geboren in Goes op 13-10-1832 als dochter van kroeghouder Jan Kloosterman en zijn vrouw Adriana Karelse. 
Nikolaas en zijn vrouw kregen op 3-3-1861 in Heinkenszand een dochter Kaatje Adriana, vernoemd naar haar beide grootmoeders. Een zoon Jan Nicolaas, vernoemd naar zijn beide grootvaders, werd geboren op 11-7-1863 in Heinkenszand. Nicolaas en zijn vader Bastiaan werkten rond die tijd beiden als rijksveldwachter.

24 mei 2018

Diefstal door Pieter van Kooten (1858-1909) in Dordrecht

Pieter van Kooten, 29 jaar oud, ongehuwd, arbeider van beroep en van het protestantse geloof, werd op 17-8-1887 uit de strafgevangenis te Breda ontslagen en heeft zich "ter ontvangst zijner uitgaanskas" naar Dordrecht begeven.
Pieter was 1,68 m. lang met blond haar en wenkbrauwen, een laag voorhoofd, blauwe ogen, een ronde kin bij een rond en vol aangezicht met een gezonde kleur. Pieter van Kooten had laatst gewoond in Dordrecht en was daar ook geboren op 4-7-1858 als zoon van de - toen nog - ongehuwde Pieternella Jacoba van Soessem (1829-1866). Pieter werd erkend bij het huwelijk van zijn moeder op 23-9-1863 in Dordrecht met Pieter van Kooten (1829-1909). Zijn moeder is overleden toen Pieter 8 jaar oud was.

Pieter van Kooten jr. werd op 16 juli 1886 door de rechtbank te Dordrecht veroordeeld tot 1 jaar celstraf wegens diefstal. Eerder was hij al door dezelfde rechtbank en die te Den Haag wegens diefstal veroordeeld tot resp. een celstraf van 1 jaar en een gevangenisstraf van 183 dagen.
Zijn gedrag in de gevangenis was goed, maar hij wordt als "zeer onverschillig" omschreven. Hij hield zich daar bezig met het maken van lucifersdoosjes en het breien van knopen van netten. Hij kon schrijven.

Geheim Register van Ontslagen Gevangenen

Op 30-11-1893 in Dordrecht is Pieter van Kooten alsnog op 35-jarige leeftijd getrouwd met de 21-jarige Maaike de Waard. Zij werd geboren op 30-6-1872 in Dordrecht als dochter van Willem de Waard en Johanna de Rek. Met Maaike kreeg Pieter 9 kinderen, waarvan er 5 jong zijn overleden. De kinderen Willem, Johanna Maria, Pieternella Cornelia en Maria Pieternella bereikten wèl de volwassen leeftijd. Pieter van Kooten is overleden in Dordrecht op 12-2-1909. Zijn jongste overlevende dochter was toen 6 jaar oud.

10 mei 2018

Bastiaen Ariensz Roobol overleed na een steek met een rapier

Mijn aandacht werd getrokken door een bericht over een verzoening tussen de familie van enerzijds Peeter Potters en anderzijds Bastiaen Ariensz Roobol van Zwijndrecht, beiden ruiters te paard in het leger. Zij hadden ruzie gekregen in het buitengebied van Emmerich (net over de grens in Duitsland), waarbij Potters zijn rapier (een dun, scherp zwaard) had getrokken en daarmee Roobol zodanig had verwond dat die ten gevolge daarvan was overleden.

Op 19 mei 1667 in Dordrecht comp. voor not. G. de With: 

Sijgjen Ariens, weduwe van Arien Cornelisz. Roobol wonende in Zwijndrecht, geassisteerd met Daniël Ariensz. Huijser en Anneken Ariensdr. Roobol, haar schoonzoon en dochter, mede wonende in Zwijndrecht, enerzijds, en Theunisken van Hedichuijsen, vrouw van Cornelis Adriaensz. Potter, schout van Dussen-Muylkerk, anderzijds, te kennen gevende, dat Bastiaen Ariensz. Roobol van Zwijndrecht en Peeter Potters, hun resp. zoons, zich als ruiters in de "compagnie peerden" van ritmeester Villers begeven hebben en in 1666 in garnizoen gelegen hebben te Emmerich en dat in april 1666 beide mannen in een dorp buiten Emmerich geweest zijn en daar met elkaar woorden gekregen hebben, waarbij Potter zijn rapier getrokken heeft en Roobol zodanig heeft verwond, dat hij overleden is. Comparanten hebben besloten zich met elkaar te verzoenen.

Bastiaen Roobol was een zoon van wijlen Arijen Cornelisz. Roobol en diens tweede vrouw Sijchgen Ariens, die in Alblasserdam waren getrouwd.

Alblasserdam 23 mei 1632 (ondertrouw):
Arijen Cornelisz. weduwnaar [van Anneke Jan Willemsdr.] van Rijsoord en Sijchgen Arien Cornelisdr., van Alblasserdam, beiden wonende buiten Dordrecht. 
Bastiaen Roobol had een zus Anneken Ariens, die als j.dr. van Dubbeldam op 2-2-1659 in Dordrecht was getrouwd met Daniël Ariensz. Huijsert. Zij hadden i.e.g. een zoon Arijen, die 2 maal trouwde en een zoon Daniel liet dopen in Hendrik-Ido-Ambacht. Bastiaen's grootouders van moederszijde waren Arien Cornelissen Crijgsman/Crijger (zoon van mijn voorouder Cornelis Adriaensz. Crijgsman) en diens eerste vrouw, Sebastiaentge Crijnen.

Dit was echter níet het eerste drama in het gezin van Arijen Cornelisz. Roobol. Uit Arijen's eerste huwelijk met Anneke Jan Willemsdr. uit Almkerk, dat voltrokken was op 28-8-1616 in Dordrecht, had Arijen nog vier zonen: Cornelis, Jan, Pieter en Willem. Ook Cornelis was “per ongeluk” door doodslag om het leven gekomen. Die keer was de dader Arijen Arijensz. Bramen, man van Ingentgen Dircxdr., en zoon van Arijen Abrahamsz. Bramen. Arijen jr. kreeg een soort straatverbod opgelegd en moesten zowel de begrafenis betalen als 10 gulden aan de diaconie van Dubbeldam. 

Te Dordrecht op 4 mrt. 1644 comp. 
Arijen Cornelisz. Roobol, als vader van Cornelis Arijensz. Roobol, aan wie Arijen Arijensz. Bramen door ongeluk en bij toeval manslag heeft begaan, Jan Arijensz. Roobol en Willem Arijensz. Roobol, broeders van de overledene, Frans Cornelisz., Cornelis Cornelisz., Bastiaen Cornelisz., Pieter Cornelisz., Cuijnder Schoutten, Willem Schoutten, allen ooms en behuwde ooms van de overledene, Pieter Pietersz. Besteman, oudoom van de overledene [..], allen naaste bloedverwanten van Cornelis Arijensz. Roobol, voor henzelf en vervangende andere, absente of onmondige bloedverwanten van voornoemde Roobol. Zij verklaren overeengekomen te zijn met Arijen Abrahamsz. Bramen, als vader en Ingentgen Dircxsdr., de vrouw van Arijen Arijensz. Bramen, dat - aangezien de manslag door ongeluk en bij toeval is geschied - zij Bramen uit de grond van hun hart hebben vergeven, belovende hem daarover niet meer te zullen "moeijen noch molesteren", op voorwaarde, dat Arijen Arijensz. Braemen gehouden zal zijn alle naaste verwanten van de overledene "den wech te schouwen ende in geene gelagen te comen daer, de selve sijn, wijders dat sijluijden sullen betaelen aen de Armen van Dubbeldam de somme van thijen gulden alsmede alle de costen van de begraefenisse." Aldus gedaan in tegenwoordigheid van Damis van Slingelant, schout van Dubbeldam en Claes Cornelisz. Fles, koopman te Dordrecht, als getuigen.
Bron: A. den Haan: Huwelijken van militairen in Dordrecht, A. den Haan: Roobol.

11 april 2018

Willem van Walkom (1762-91) werd geëxecuteerd in Utrecht

Willem van Walkom, 29 jaar oud en geboren in Utrecht, werd veroordeeld wegens diefstal, beroving en geweldpleging. Hij moest de proceskosten betalen en zou worden opgehangen en daarna tentoongesteld. In "De Navorscher" van 1873 schrijft C. Kramm:
Bij eene sententie van het Hof Provinciaal van Utrecht van 29 januarij 1791 werd omtrent den ter dood veroordeelden Willem van Wankom bepaald, dat nadat hij gehangen zou zijn, volgens de sententie, "het doode ligchaam van den gevangen zal worden gebragt naar het Zeijsterand om daar gehangene te worden aan de galg, andere ten afschrik en exempel".
Willem van Walkom was gedoopt op 11-4-1762 in Utrecht als zoon van Willem van Wankom sr. en zijn vrouw Johanna Godvree (±1730-1803). Willem jr. trouwde op 2-7-1782 in Utrecht met Adriana Pot (±1758-1836). Zij lieten aldaar op 2-4-1783 een dochter Johanna dopen. 

Vijf jaar na de executie van Willem van Walkom, op 16-8-1796 in Utrecht, is Adriana Pot hertrouwd met Cornelis van der Sluijs (±1750-1833), die weduwnaar was van Lena van Wankum. Cornelis was metselaar en woonde in Utrecht buiten de Weerdpoort. Hij had zes kinderen uit zijn eerste huwelijk, waaronder een gelijknamige zoon Cornelis Verluijs (1785-1871), die een voorouders is van de kinderen van mijn broer. Met Adriana Pot kreeg Cornelis van der Sluijs nog 3 kinderen: Jacobus, Jannigje en Abraham van der Sluijs. 

Zicht op de voormalige Weerdpoort van Utrecht.

Bronnen: Archieven.nl, De Navorscher. 


27 maart 2018

Pieter Breur (1808-1848) uit Rotterdam wou niet deugen

Pieter Breur was in mei 1834 wegens diefstal met bezwarende omstandigheden veroordeeld tot te pronkstelling en 7-jarige tuchthuisstraf. Bij een tepronkstelling werd de delinquent met een ijzeren halsband of ring en met kettingen vastgeklonken en werd vervolgens overgelaten aan de spot van het volk die hem met vuil, rotte eieren, modder, appelen en dergelijke bekogelden. Daarna werd Pieter gedetineerd in Gouda.
Het tuchthuis van Gouda
In het tuchthuis van Gouda kreeg Pieter Breur op 22-4-1837 een meningsverschil met medegevangene Goedel over 70 centen, die Breur nog meende te goed te hebben van Goedel. Na een opmerking van Goedel, vloog Breur hem aan en stak hem met een mes in zijn buik, waarop Goedel in elkaar zakte. Achttien gevangenen op de slaapzaal waren getuige van de steekpartij. De toestand van Goedel verergerde zich tot hij op 28 april overleed. Bij de lijkschouwing bleek dat de gapende wond in de darmstreek een grootte had van ruim 3/4 duim.

Vissingsche Courant, 19-12-1837

Pieter Breur werd tot "de straffe des doods" veroordeeld wegens moedwillige manslag in het Huis van Detentie te Gouda gepleegd. De koning van Nederland heeft deze veroordeling vervolgens om laten zetten in de straf van geseling en brandmerk met de strop om de hals en nog 20 jaar opsluiting.