Posts tonen met het label executie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label executie. Alle posts tonen

19 augustus 2022

Het Rampjaar 1672

Scherprechter (beul) Johannes Andriessen Kellenaer (1642-76) noteerde in het rampjaar 1672:

"Anno 1672. Den 19den Augustus heb ick mr. Johannes binnen Campen 13 fransoosen gehangen aen twee gerigten op de nieuwe marck, snademiddag om 5 uren begon ick ende twee uren daer na, omtrent 's avonts ten 7 uren had ick all gedaen in 't verwonderen van veel duijsen mensen".

Het rampjaar werd omschreven als "het volk redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos", omdat we in het voorjaar van 1672 tegelijkertijd werden aangevallen door Frankrijk, Engeland, Münster en Keulen. Stadhouder Willem III, de latere Engelse koning, stelde - door het doorsteken van dijken - de Hollandse Waterlinie in werking om Amsterdam te beschermen, waardoor de Franse opmars in juli tot staan werd gebracht. De Franse manschappen hebben toen helaas wel vele Nederlandse kastelen geplunderd en vernield.

In augustus werden de gebroeders De Wit door een woedende, door orangistische partijgangers opgezweepte menigte op gruwelijke wijze vermoord. In de herfst haalden de Keulse en Münsterse bisschoppen hun troepen terug, omdat de keurvorst van Brandenburg troepen verzamelde om de Nederlanden te steunen en de bisschoppen bang waren in de rug te worden aangevallen. Pas een jaar later behaalde het leger van de Republiek der Nederlanden de overwinning op de Fransen.

"Franse Tiranny gepleeght op de Hollandtse Dorpen"

Bronnen: "Het Dordtse Scherprechtersgeslacht Kellenaer" van C.R.H. Snijder in "Ons Voorgeslacht", jaargang 70, februari 2015; Geschiedenis van de Lage Landen, Complete Editie, van J. ter Haar; http://rampjaar.blogspot.nl/; Wikipedia.

11 april 2018

Willem van Walkom (1762-91) werd geëxecuteerd in Utrecht

Willem van Walkom, 29 jaar oud en geboren in Utrecht, werd veroordeeld wegens diefstal, beroving en geweldpleging. Hij moest de proceskosten betalen en zou worden opgehangen en daarna tentoongesteld. In "De Navorscher" van 1873 schrijft C. Kramm:
Bij eene sententie van het Hof Provinciaal van Utrecht van 29 januarij 1791 werd omtrent den ter dood veroordeelden Willem van Wankom bepaald, dat nadat hij gehangen zou zijn, volgens de sententie, "het doode ligchaam van den gevangen zal worden gebragt naar het Zeijsterand om daar gehangene te worden aan de galg, andere ten afschrik en exempel".
Willem van Walkom was gedoopt op 11-4-1762 in Utrecht als zoon van Willem van Wankom sr. en zijn vrouw Johanna Godvree (±1730-1803). Willem jr. trouwde op 2-7-1782 in Utrecht met Adriana Pot (±1758-1836). Zij lieten aldaar op 2-4-1783 een dochter Johanna dopen. 

Vijf jaar na de executie van Willem van Walkom, op 16-8-1796 in Utrecht, is Adriana Pot hertrouwd met Cornelis van der Sluijs (±1750-1833), die weduwnaar was van Lena van Wankum. Cornelis was metselaar en woonde in Utrecht buiten de Weerdpoort. Hij had zes kinderen uit zijn eerste huwelijk, waaronder een gelijknamige zoon Cornelis Verluijs (1785-1871), die een voorouders is van de kinderen van mijn broer. Met Adriana Pot kreeg Cornelis van der Sluijs nog 3 kinderen: Jacobus, Jannigje en Abraham van der Sluijs. 

Zicht op de voormalige Weerdpoort van Utrecht.

Bronnen: Archieven.nl, De Navorscher. 


12 juni 2017

Wegens sodomie de doodstraf voor Cornelis Wassenaar op 12-6-1730

Op 12 Juni 1730 werd Cornelis Wassenaar door Het Hof van Holland wegens sodomie "gecondemneerd om met de koorde gestraft, en immediaat daarna
deszelfs dood ligchaam op een kar geworpen
en in zee gesmeeten te worden".
 

18 april 2014

Soldaat Claes Geroensz was intiem met zijn schoonmoeder

Claes Geroensz was soldaat in het leger van de Nassaus. Hij trouwde op 9-1-1613 in Delft met jongedochter Neeltgen Simons, die aldaar aan de Oude Langendijk woonde. Neeltje's vader, Simon Jansz, was op 21-4-1591 in Delft getrouwd met Wijve Jans. Hij was toen  koperslager. Het paar had - voor zover bekend - 2 dochters.  

Twee jaar later, toen Claes Geroensz inmiddels was overleden, stonden zijn schoonzus en zijn ca. 60-jarige schoonmoeder terecht wegens overspel met hem. Wijve en haar tweede, ongehuwde dochter hadden namelijk ook seks met Claes gehad. De ongehuwde dochter werd "slechts" voor 25 jaar verbannen uit het gewest Holland. Wijve Jans werd echter door de Delftse Schepenbank ter dood veroordeeld en in 1615 op het schavot gewurgd. Haar geraamte bevond zich later nog in de snijkamer van Delft. 

De Oude Kerk in Delft, geschilderd door Jan van der Heyden
Bronnen:
  • Roodenburg, H.: Een verfoeilijke misdaad; Incest in het gewest Holland tijdens de 17e en 18e eeuw, Historisch Tijdschrift Holland, 15e jg. nr. 2, april 1993
  • http://delft.digitalestamboom.nl

20 februari 2013

De 18e eeuwse "Bende van de Witte Veer"

In de 20-er jaren van de 18e eeuw opereerde vanuit de moerassen tussen ’s-Gravenmoer-Capelle, Loon en Waspik een roversbende, die bekend werd als de “Bende van de Witte Veer”. Enkele voorouders van de familie De Jong waren als helers bij de bende betrokken.


Achtergrond

Omstreeks 1720 werden zigeuners vanuit Holland en Gelre opgedreven en waren velen van hen naar het zuiden gevlucht. Een groep zigeuners, 'heidenen' genoemd, streek neer in het oostelijk deel van het Ravensbos, nabij het gehucht Zandschel. Dit lastig toegankelijke, moerassige gebied lag deels in 's-Gravenmoer-Capelle, dat toen nog tot Holland behoorde, en deels in Loon op Zand in Brabant. De zigeuners vermengden zich waarschijnlijk met de daar ophoudende criminelen. Zij werden bekend als de "Bende van de Witte Veer" en ondernamen vooral in de periode 1722-1726 strooptochten, voornamelijk naar Holland.

De bendeleden

De toenmalige drossaard van Loon, Otto Juijn, maakte zich sterk voor de vervolging van de roversbende. Op zaterdagochtend 2 maart 1724 werd met hulp van het leger een veldtocht gehouden tegen de "Bende van de Witte Veer". Hoewel de zigeuners waren gewaarschuwd, werden er toch 66 opgepakt, inclusief één der bendeleiders, Pieter Willemse alias Swarte Johannes.
Swarte Johannes was ca. 40 jaar oud en geboren in Elspeet. Hij bekende op de pijnbank meer dan 60 misdaden. Hem werd landloperij, bendevorming, diefstal en roverij ten laste gelegd. In de aanklacht stond:"Lid van een bende 'heijdenen, Egyptenaren en Lantloopers'. De bende is gewapend en maakt het platteland onveilig en steelt vee en goederen. Hun werkterrein ligt ook buiten Brabant." Op 19 september 1726 werd Swarte Johannes ter dood veroordeeld. Zijn lijk werd, om ontvreemding te voorkomen, door een militair escorte vervoerd naar de Galgenberg aan het Galgeneind in de Moer. Andere beruchte leden van de bende waren o.a. Lucretia de Heydinne, die in Breda werd opgehangen, Wendelij Meijerse, die werd opgehangen, Blommerandje de vrouw van Swarte Johannes en een zus van de capiteyn van de troep. Gijsbert Adr. van Hoven en Adriaen Pitiou* werden in 1729 vervolgd wegens geweldpleging en lidmaatschap van een misdadige bende.

Op 3 april 1732 werd Hendrik van Emmerik alias Heijn de Ruijter gearresteerd. Hij werd beschuldigd van dieverij van goederen en veldvruchten, bedelen en landlopen. Al eerder, op 16 november 1730, was hij in Breda voor dezelfde vergrijpen “strengelijk gegeseld”. Met zijn cornuiten en bijzit, die onder Teteringen woonden, was hij daarna op oude voet verder gegaan. Zo hadden ze in Oosterhout op de heide Philip Broda zijn snaphaan afgenomen en hem ernstig met messen en stokken verwond. Zijn bijzit had dit geweer naderhand voor ƒ 12,- en nog wat stuivers in Breda verkocht. Heijn had “goedwillig sonder pijn of banden” bekend. Desalniettemin hadden twee geconsulteerde rechtsdeskundigen geadviseerd dat het beter was om hem maar op te knopen om een voorbeeld te stellen. Zo werd Heijn de Ruijter op 28 april 1732 opgehangen. 


De helers

De bendeleden onderhielden contacten met de plaatselijke bevolking, die de gestolen waar (ver)kocht, en, in geval van gevaar, vaak de bendeleden waarschuwde. De schout van Waspik, Adriaan Zeijlmans, werd in 1722 wegens betrokkenheid uit zijn ambt ontheven. Willem van Diemen alias de Ruijter en zijn vrouw, Geertruij de Haan, op de Loonsche Dijk, werden opgehangen omdat zij als helers bij de roversbende betrokken zouden zijn geweest. Ook Jan Petersz de Jongh alias Horeman en diens vrouw, Jenneke van Oosterhout, werden van heling verdacht. 

Het moeras en de heide bij Loon op Zand