Posts tonen met het label zo vader zo zoon. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zo vader zo zoon. Alle posts tonen

6 november 2025

Krankzinnigheid in de familie Lehmkuhl in Kampen

De Duitser Johann Wilke Lehmkuhl begon in 1826 in Kampen een sigarenfabriek vanwege het grote potentieel aan goedkope arbeidskrachten. Uit Duitsland had hij 4 knechten meegebracht om hem te assisteren. Sigaren maken was arbeidsintensief, maar wel relatief gemakkelijk te leren. In het midden van de 19e eeuw maakten in zijn fabriek 61 volwassenen en 26 kinderen jaarlijks 5 miljoen sigaren.

Johann Wilke Lehmkuhl was geboren aan het einde van de 18e eeuw in de omgeving van Bremen in Duitsland als zoon van Johann Heinrich Lehmkuhl en Anna Magdalena Baars. Johann Wilke was getrouwd met Catharina Margaretha Meijer en zij hadden kinderen Johan Heinrich, Anna Magdalena en Johan Christoph.

Johann Wilke's dochter Anna Magdalena Lehmkuhl is geboren in Bremen op 25 februari 1821. Zij trouwde op 23 april 1840 in Kampen met koopman Vincent van Hulst, geboren op 30 juli 1811 in Norden bij Hannover in Duitsland. Vincent van Hulst is overleden in Kampen op 24 maart 1872, 60 jaar oud. Anna Magdalena Lehmkuhl was 70 jaar oud toen zij overleed op 24 augustus 1891 in Kampen.

Op 7 oktober 1840 werd Johann Wilke Lehmkuhl bij vonnis van de arrondissementsrechtbank van Zwolle - op verzoek van zijn echtgenote Catharina Margaretha Meijer - uit hoofde van krankzinnigheid onder curatele gesteld. Hij zou last hebben gehad van een halfzijdige verlamming en "een zwak denkvermogen".

Overijsselsche Courant, 13-10-1840

Catharina Margaretha Meijer is op 64-jarige leeftijd overleden op 26 oktober 1855 in Kampen. Haar weduwnaar, Johan Wilke Lehmkuhl, was 81 jaar oud, toen hij overleed op 11 januari 1880 in Deventer.

Nieuwe Rotterdamsche Courant, 7 juli 1855

13 december 2021

Gijsbrecht Lambrechts Cruijck en "De Porceleyne Schotel"

Zakenman Lambrecht Gijsbertsz. Cruijck kocht in 1640 in Delft plateelfabriek “De Dissel” aan de Molslaan. Een plateelfabriek is een aardewerk fabriek waar keramiek wordt geproduceerd. Lambrecht en andere Delftse plateel fabrikanten hadden genoeg geld om experimenten aan te moedigen en innovaties te stimuleren. Daardoor waren de Delftse plateelfabrieken in staat om uitzonderlijke meesterwerken in grote hoeveelheden te produceren. Zo werd Delft één van de toonaangevende keramische centra in Europa.

De oude kerk van Delft

Lambrecht woonde in de Molslaan in Delft met zijn tweede vrouw Annetje Arents en zijn zoon en 3 dochters uit een eerder huwelijk. Lambrecht is overleden op 11-11-1644. Zijn weduwe hertrouwde op 3-5-1646 met weduwnaar Jop Pietersz. Oosterlaan, wiens zoon Pieter daarna met één van haar stiefdochters trouwde.
Een tweede dochter van Lambrecht, Christijna Cruijck (†1677), is in 1643 getrouwd met Wouter van Eenhoorn, die aandelen bezat in plateelfabriek “De Porceleyne Fles”. Een derde dochter trouwde in 1646 met Willem Cleffius (ook: Klestius), afkomstig uit Keulen en wonend in Amsterdam, die ook in plateelfabrieken investeerde.
Lambrecht's enige zoon Gijsbrecht werd meester plateelbakker op 23 oktober 1645. Zijn werk werd al gauw geroemd om de vakkundig gemodelleerde vormen, de elegantie en het licht bleke decor dat afstak tegen een lichte, azuurblauwe achtergrond.

Op 1-7-1646 in Delft werden huwelijkse voorwaarden opgemaakt tussen Gijsbrecht Lambrechts Kruijck, wonend binnen deze stad, en geassisteerd met zijn zwager Wouter van Eenhoorn en zijn oom Harmen Willems Braije, ter eenre, en Annetgen Wouters van Lit, geassisteerd met haar vader Wouter Claess van Lit, ter andere zijde. Het stel trouwde op de 22e.
Kinderen van Gijsbrecht Kruijck werden begraven in Delft op 16-1-1648, 21-12-1648, 16-10-1651, 19-7-1656, 17-11-1657 en 3-4-1663 en een zoon van hem ald. op 2-12-1670. Hoogstwaarschijnlijk zijn Lambertus, Hendrick en Judith, die wèl de volwassen leeftijd bereikten, ook kinderen van Gijsbrecht. In een testament van 24-10-1670 heeft Lambertus Cruijck het over "Gijsbregt Cruijck sijnen vader".

Het eigendom van de in 1651 opgerichte plateelfabriek “De Paauw” aan de Koornmarkt was aanvankelijk onder meerdere mensen verdeeld. In 1663 waren Willem Cleffius, Gijsbrecht Lambrechtsz Cruijck, Wouter van Eenhoorn en Leendert van der Let eigenaren. In 1677 was Gijsbrecht echter geen eigenaar meer.
Gijsbrecht Lambrechtsz. Kruijck betaalde in 1667-68 ƒ1 kadegeld voor "cum socijs voor de plateelbackerie van de Pauw". Ook werd hij aangeslagen voor 3 huizen ("tsedert 1680 nog als plat 12 st").
Behalve van “De Paauw” en “De Dissel” is Gijsbrecht ook nog (mede)eigenaar geweest van plateelfabrieken genaamd “De Witte Ster” en “De Proceleyne Schotel”. De laatste had hij in de 1640-er jaren gekocht van Dirck Hieronimusz van Kessel. Die fabriek was inmiddels uitgegroeid tot een hele rij huizen, schuren en erven. Het bedrijf had ook 2 molens en een eigen kleiwasserij, die aan de oostkant van de stad was gevestigd.
Op 5-10-1671 werd Gijsbrecht Kruijck samen met Pieter Kam door de magistraat afgevaardigd om toezicht te houden op de registratie van contracten tussen meesters en hun leerlingen bij aardewerk fabricage.

27 mei 2021

Dirk de Kreek (31) en zijn zwangere, 16-jarige bruid

De Dirk de Kreek in dit verhaal is geboren op 29-9-1828 in 's-Gravendeel. Hij had een oudere broer Bastiaan de Kreek (1826-1907). Beiden zijn zonen van Annigje Troost en Cornelis de Kreek. Hun grootouders van vader's zijde zijn Bastiaan Pietersz. de Kreek (1742-1813) en Adriaantje van der Giessen (±1763-1857). Adriaantje is een dochter van Arij Arijens van der Giessen (±1730-1799) en Maaijke Stam (±1738-1808). Maaike Stam is een dochter van mijn oudbetovergrootvader Teunis Cornelisse Stam (±1697-1782). Zij woonden allen in 's-Gravendeel.

Dirk's vader Cornelis de Kreek is al op 26-jarige leeftijd overleden op 30-1-1829 in 's-Gravendeel, toen Dirk 4 jaar oud was. Zijn weduwe Annigje Troost is op 15-6-1830 in 's-Gravendeel hertrouwd met Gerrit de Best (1800-1878). Dat huwelijk bleef kinderloos. Annigje is als weduwe overleden op 15-11-1888 in 's-Gravendeel, 86 jaar oud.

Nieuwe Vlaardingsche Courant, 17-11-1888

Dirk's oudere broer Bastiaan trouwde op 31-jarige leeftijd op 4-3-1858 in 's-Gravendeel met Eva van der Giessen (1833-1893). Vijf maanden na hun huwelijk werd hun oudste kind geboren. Daarna volgden nog vijf kinderen. Alle zes kinderen van Bastiaan zouden de volwassen leeftijd bereiken.

Dirk de Kreek was 31 jaar oud toen hij op 6-10-1859 in 's-Gravendeel trouwde met de zwangere, nog maar 16-jarige Elisabeth Reedijk. Elisabeth is geboren op 17-12-1842 in 's-Gravendeel als oudste dochter van Hendrik Reedijk (1815-1886) en Willemijntje van Ham (1817-1893), die 11 overlevende kinderen hadden uit zeker 16 zwangerschappen.
Elisabeth Reedijk, inmiddels 17 jaar oud oud, beviel na 4½ maand huwelijk op 28-2-1860 in 's-Gravendeel van een zoon Cornelis, vernoemd naar Dirk's jong overleden vader. Toen Elisabeth haar 20e verjaardag vierde had ze al 3 kinderen. In totaal heeft Elisabeth Reedijk 12 kinderen gekregen, waarvan er 8 de volwassen leeftijd bereikten en 7 zijn getrouwd.

18 mei 2021

De verdwenen vaders van Wilhelmina Storm en Pieter van der Stolk

Pieter van der Stolk is in augustus 1868 als stuurman naar Napels vertrokken op het brikschip Hermina en is niet meer teruggekeerd. Hetzelfde lot was zijn vader en schoonvader ook overkomen.


Pieter van der Stolk is geboren op 26-2-1827 in Maassluis als zoon van Maria Margaretha de Bruijn (1795-1849) en Cornelis Stolk (die géén tussenvoegsel gebruikte). Cornelis was de oudste zoon van Jan Cornelisz. Stolk (1769-1817) en Cornelia van der Velden (1780-1847) en werd geboren op 9-4-1801en gedoopt op de 15e in Maassluis met getuige Neeltje Stigter. Behalve Pieter had Cornelis ook een zoon Johannes, geboren op 19-9-1824 in Maassluis, en een jong gestorven dochter Kornelia (1829-1832).
Hun vader, Cornelis Stolk, is in 1832 naar IJsland vertrokken ter kabeljauw visserij op een schip genaamd “Algemeen Belang” en daarvan is hij nooit teruggekeerd. Pieter was toen ongeveer 5 jaar oud.

Pieter's oudere broer Johannes van der Stolk is op 14-6-1848 in Maassluis getrouwd met Maartje de Boom (1821-1909). Na een miskraam kregen zij een enige zoon Cornelis Stolk (1850-1902), die zelf 11 kinderen zou krijgen.
Drie jaar later, op 4-12-1851 in Maassluis, is Pieter van der Stolk getrouwd met Wilhelmina Storm. Wilhelmina is geboren op 12-10-1826 in Maassluis als jongere dochter van Aaltje van den Berg en Leendert Storm. Leendert Storm is in 1838 als kapitein uitgevaren naar Nantes (Fr) en niet meer teruggekeerd. Hij is rond de 50 jaar oud geworden.

Huwelijksacte
De huwelijksacte van Pieter van der Stolk en Willemina Storm
vermeldt dat hun beider vaders op zee verdwenen zijn.


24 augustus 2020

Kort Huwelijk: Johanna Goudswaard (1821-52) en Jan Leeflang (1824-96)

Johanna Goudswaard werd geboren op 28-12-1821 in Hellevoetsluis als dochter van Baltum Goudswaard (1800-1864) en diens eerste vrouw Sara Jacoba Kleijn (1798-1837), wier vader Maarten Kleijn sluiswachter der marine was. Baltum Goudswaard werkte als huistimmerman op 's lands werf. Van zijn kinderen was er, naast Johanna, slechts één die ook de volwassen leeftijd bereikte: Sara Margarieta Goudswaard (1833-1871). 
Na het overlijden van zijn eerste vrouw is Baltum Goudswaard op 7-9-1838 in Hellevoetsluis hertrouwd met Jannetje Vroom (1811-1860) uit Medemblik, wier vader Jacob Vroom bij de marinewerf werkte als boekhouder. 

Johanna Goudswaard trouwde op 20-6-1851 in Hellevoetsluis met de 3-jaar-jongere klerk Jan Leeflang jr. Hij kwam uit een gezin van 12 kinderen en is geboren op 7-7-1824 in Hellevoetsluis als zoon van loods Jan Leeflang (1781-1841) uit Middelharnis en zijn vrouw Cornelia Baggerman (±1787-1868) uit Middelburg, die op 7-3-1808 in Hellevoetsluis waren getrouwd.

Na 6 maanden huwelijk is Johanna Goudswaard op 30-jarige leeftijd kinderloos overleden op 7-2-1852 rond 5:00 in Hellevoetsluis. 

Overlijdensacte van Johanna Goudswaard.

31 januari 2020

Dingeman en Gerrit Ardon en de watersnoodramp van 1953

Jan Ardon, gepensioneerd opzichter van Tiengemeten, ging op Nieuwjaarsdag 1951 naar buiten om te roken. Hij werd pas een jaar later terug gevonden in het water bij Stad aan 't Haringvliet. Weer een jaar later zouden ook zijn zonen Gerrit en Dingeman Ardon verdrinken.

Dingeman Ardon
(1921-1953)
Jan Ardon was geboren op 9-2-1881 als zoon van Marijn Ardon (1847-1921) en Willempje Bomgaards. Marijn stamt in mannelijke lijn af van mijn voorouder Jan Dingmans Mathijsen (1612-±1690), die woonde in Lage Zwaluwe en 3 maal trouwde. Marijn Ardon was in dienst als opzichter van Tiengemeten tot 1905, toen zijn zoon Jan de functie overnam.
Jan Ardon is getrouwd op 14-5-1909 in Goudwaard met Maria Schilperoord. Zij is aldaar geboren op 9-1-1888 als dochter van Gerrit Schilperoord en Cornelia Poldervaart. Jan en Maria kregen 7 kinderen, waaronder de zonen Gerrit, geboren op 10-9-1919 in Goudwaard, en Dingeman, aldaar geboren op 28-11-1921.
Gerrit Ardon ging werken als polderwerker en trouwde met Cornelia Helena van den Berg. Dingeman Ardon nam in 1946 de functie van opzichter van Tiengemeten over van zijn vader Jan. Hij trouwde met Cornelia Petronella (“Corrie”) Kooijman en kreeg 2 kinderen, waaronder een zoon Jan.

Algemeen Handelsblad, 30-4-1953
In de nacht van 1 februari 1953 werd ook het eiland Tiengemeten zwaar getroffen door de Watersnoodramp. De gebroeders Ardon verlieten hun gezinnen in de Nieuwe Polder, hen veilig achterlatend in het hoog gelegen dijkhuis van Dingeman. De - aanvankelijk als dijkinspectie bedoelde - tocht over het eiland veranderde al snel in een reddingsactie. De veel te hoge waterstand en de stormwind deden de broers beseffen dat snelle actie noodzakelijk was. 
De arbeiderswoningen op het eiland konden niet telefonisch worden bereikt en dus trokken de mannen bonzend op de deuren door de polder, waarna de gewekte gezinnen werd duidelijk gemaakt om huis en haard zo spoedig mogelijk te verlaten en naar hoger gelegen gebied te vluchten.

De boerderij van Hage in de Oude Polder was de laatste plek waar de gebroeders Ardon levend werden gezien. De mannen besloten daar om de tocht terug te maken naar hun gezinnen in de Nieuwe Polder.
Enkele dagen na de ramp, op vrijdag 6 februari, werd het lichaam van Gerrit gevonden midden op het eiland Tiengemeten, ondersteboven in een sloot. Het lichaam van Dingeman Ardon werd 2 dagen daarna gevonden.
Veel bewoners van Tiengemeten waren het erover eens dat ze de ramp zonder Dingeman en Gerrit Ardon niet zouden hebben overleefd. Van de 22 arbeiderswoningen waren er 20 verdwenen en van de 10 boerderijen waren er 2 vernield.

De Tijd, 28-2-1953

De weduwe van Dingeman Ardon zou een hoge leeftijd bereiken en ook hun zoon Jan Ardon werd ouder dan zijn vader. Het eiland Tiengemeten is tegenwoordig een natuurgebied.

Bronnen: Algemeen Dagblad, Delpher.nl, WieWasWie.nl, WestBrabantsArchief.nl.

15 januari 2020

Maurits Konings (1866-81) verongelukte in een wak

Maurits Konings IV werd geboren op 14-9-1834 in Capelle (NB). Hij was een zoon van Maurits Konings III (1804-1895) en dienst tweede echtgenote, Johanna Dolk (1807-1858). Hij was een kleinzoon van Maurits Konings II en Helena Dolk. De eerste Maurits in deze familie Konings werd gedoopt op 14-2-1723 in Raamsdonk - tijdens de Tachtigjarige Oorlog - en zal dus zijn vernoemd naar Prins Maurits van Oranje (1567–1625).

Maurits IV is op 15-6-1681 in Capelle getrouwd met zijn volle nicht Jenneke Koenen. Jenneke was geboren op 24-11-1838 in Capelle als één van de 13 kinderen van Huibert Koenen en Josijna Konings (1796-1851), een dochter van Maurits Konings II. Jenneke was eerder op 6-8-1859 in Capelle getrouwd met de 24-jarige Johannes Frederik Koenen, die aldaar reeds op 7-3-1860 was overleden. Dat huwelijk van 7 maanden was kinderloos gebleven.

Met Maurits IV kreeg Jenneke Koenen in de periode 1862-1878 maar liefst 14 kinderen. Toen Jenneke overleed in Capelle op 10-12-1880, 42 jaar oud, waren uit hun grote gezin nog slechts 5 kinderen in leven: Johanna, Josijna, Maurits V, Huibert en Lena.

Op 9-1-1881 ging zoon de 14-jarige Maurits V schaatsen samen met 5 andere tieners. Zij reden met hun zessen achter elkaar, toen de tweede in de rij viel en door het ijs zakte. De vier daar achter schaatsende tieners zakten eveneens door het broze ijs. Toegesnelde volwassenen konden niets meer doen. Alleen de tiener die voorop schaatste was goed weggekomen.

Vliegend Blaadje, 14-1-1881

26 december 2018

Zoutzieder Johannes de Bondt (1796-1871)

Johannes de Bondt werd geboren op 6-1-1796 en in Zwijndrecht gedoopt op de 13e als oudste kind van Kornelis de Bondt (1762-1812) en Maaike van Nugteren (1772-1849). Hij stamt af van mijn voorouders Joost Cornelisse de Bondt (±1680-1753) en Thomas Brullee. Hij kreeg 4 zussen en 2 broers, waaronder Cornelis de Bondt (1801-1873). Vader Kornelis de Bondt werd in de zomer van 1790 keetbaas en zoutmeter op een zoutkeet met vier pannen van de weduwe van Elias van Attenhoven.

Handtekening van Johannes de Bondt
Johannes was 16 jaar oud toen zijn vader op 49-jarige leeftijd overleed op 7-8-1812. Johannes de Bondt had een ovaal aangezigt, rond voorhoofd en rode kin. Zijn ogen waren blauw en zijn haar en wenkbrauwen waren lichtbruin. Hij werd uitgeloot van dienst bij de nationale militie. 

Op 27-4-1821 in Hendrik-Ido-Ambacht is Johannes de Bondt getrouwd met Jannetje de Jong. Zij was aldaar geboren op 17-11-1797 als dochter van de schoolmeester, Cornelis Teunisse de Jong, en diens vrouw Neeltje Elderts Pluim. Johannes' oudste zoon werd geboren op 13-7-1821 in Hendrik-Ido-Ambacht en werd met de naam Cornelis vernoemd naar zijn beide grootvaders. Een zoon Johannes volgde in Hendrik-Ido-Ambacht op 16-9-1822 rond 5 uur 's avonds. De volgende dag, bij de aangifte, werd bij Johannes de Bondt vermeld dat hij "zonder beroep" was. 

Opregte Haarlemsche Courant, 1-7-1823

Een zoutkeet van 4 pannen met 8 kuipen, 3 woestbakken, een waterbak, acht dennen, turfhokken en wat eenigzins verder tot een zoutziederij behoort, genaamd “Nooit Gedacht” staande en gelegen op het dorp Zwijndrecht aan de Westkeets-Haven met de Slijmput daarachter gelegen, werd in de zomer van 1823 te koop aangeboden. Daarbij werd nog vermeld dat na de koop de overdracht half augustus plaats zou kunnen vinden. Johannes de Bondt heeft deze zoutziederij gekocht. 
Op 27-7-1824, bij de aangifte van de geboorte op de 25e rond 4 uur 's nachts van zijn zoon Teunis, wordt Johannes vermeld als zoutzieder. Ook bij de geboorte van zijn dochter Neeltje op 17-11-1826 in Hendrik-Ido-Ambacht wordt Johannes vermeld als zoutzieder. In 1829 was ook nog een als baby overleden zoontje Pieter. 
Op 21-8-1841 in Zwijndrecht is Jannetje de Jong overleden, waarbij Johannes achterbleef als weduwnaar met 4 kinderen in de leeftijd van 14 tot 20 jaar oud. 

26 september 2018

De veroordeling van grutter Cornelis de Bondt (1801-73)

De Cornelis de Bondt in dit verhaal werd geboren op 24-5-1801 en gedoopt op de 31e in Zwijndrecht. Zijn ouders zijn zoutweger Kornelis de Bondt (1762-1812) en zijn vrouw Maaike van Nugteren (1772-1849). Hij stamt af van mijn voorouders Joost Cornelisse de Bondt (±1680-1753) en Thomas Brullee. Hij had een oudere broer Johannes en 4 zussen. Zijn jongste broertje is waarschijnlijk jong gestorven. Cornelis' gelijknamige vader is overleden op 7-8-1812, 49 jaar oud. De jonge Cornelis was toen 11 jaar oud.

Cornelis' broer en zussen waren inmiddels allemaal getrouwd, toen Cornelis zelf op 1-5-1829 in Kralingen trouwde met Neeltje Dura. Neeltje was geboren op 5-4-1808 in Katendrecht en gedoopt op de 10e in Charlois. Haar ouders zijn Job Dura (1775-1818) en Heiltje Oosthoek (1778-1851).
Met Neeltje Dura kreeg Cornelis 5 kinderen: Cornelis (1830-1910), Job (1832-1876), Johannes (1833-1843), Heiltje (1835-1927) en nakomer Johannes (1849-1903).

De Dordrechtsche Courant, 21-11-1843

Cornelis de Bondt, grutter, winkelier en koopman te Zwijndrecht, ging eind 1856 failliet. Daarom werden zijn crediteuren opgeroepen zich te melden met bewijzen van hun vorderingen. In maart 1857 werd een publieke verkoop georganiseerd, waarbij zijn grutterswaren, winkelgereedschap en meubelen zouden worden verkocht. Ook te koop waren een hooischelf en een wit paard van het vrouwelijk geslacht.

De Dordrechtsche Courant, 1-1-1857

28 januari 2014

Willem van der Koogh en molen "De Nachtegaal"

Op 28-1-1751 kocht Willem van der Koogh in Dordrecht het molenerf van de in 1747 afgebrande houtzaagmolen "Het Fortuin". Willem bouwde daarop achtkant bovenkruierzaagmolen "De Nagtegaal", een volmolen uit Leiden, die in 1752 naar Dordrecht werd overgebracht. Willem bouwde de molen om tot een houtzaagmolen, maar bleef wel de oude molennaam gebruiken. 

Willem was al molenaar op de volmolen "Het Varken", die hij in 1707 van zijn vader had geërfd.  In 1709 was Willem met molenaarsdochter Jacomina van Duijnen (±1689-1758). Deze familie had de paltrokzaagmolen "De Duijnen" in bezit, die nabij molen "Het Varken" stond. Willem's jongste zoon Nicolaas zou de molen "De Nagtegaal" erven. Tot in 1860 bleef de molen in bezit van de familie Van der Koogh. Vanaf 1918 werd de molen aan een houtzagerij verhuurd en raakte door achterstallig onderhoud in verval. In 1930 werd de molen grotendeels gesloopt en het laatste restant werd in 1965 gesloopt.

Molen "De Nachtegaal" lag in Dordrecht aan de Noordendijk

27 november 2012

Jacobus van der Koog en molen "De Goudvink"

Nadat paltrokzaagmolen "De Goudvink" in 1671 was gebouwd aan de Lijnbaan in Dordrecht, veranderde die verschillende keren van eigenaar. In 1758 kocht Jacobus van der Koogh (1710-93) de hele molen, het molenaarshuis, de loodsen, het balkgat en de gereedschappen voor ƒ1650,-. 

De "Blauwe Molen" (links) en "De Goudvink" (rechts) omstreeks 1869.

Jacobus was de oudste zoon van het molenaarsechtpaar Willem van der Koogh (1689-1762) en Jacomina van Duijnen (±1689-1758). Jacobus van der Koogh, j.m. van Dordregt, wonend op de Noordendijk, bij mondelingh consent van Willem van der Koogh, zijn vader, was op 13-12-1733 in Dordrecht getrouwd met Margrita Kleijn (1707-93), j.d. van Dordregt, wonend bij de Beurs, geassisteerd met Marijke van Immerseel, haer moeder, eerst weduwe van Hendrik Kleijn en nu huijsvrouw van Mattijs Struijkmans. Jacobus en Margrita kregen 8 kinderen. 

Op 16-2-1740 verkochten Jacobus van der Koog, zaagmolenaar, en Grietje Klijn, een object in de omgeving van de beurs aan de Wijnstraat aan Ariaan Meulemans, kleermaker, voor ƒ1460. Het betrof een object van de erflaters Maria van Immerseel en Matthijs Struijckmans, beiden overleden. Jacobus van der Koogh bezat tevens diverse huizen aan en in de omgeving van de Noordendijk. 

Jacobus' oudste zoon, Willem van der Koogh (1734-1809), erfde paltrokzaagmolen "De Goudvink". Willem van der Koogh, j.m., geboren te Dordrecht, wonend op den Noordendijk, met schriftelijk consent van sijn vader, Jacobus van der Koogh, trouwde op 10-6-1781 in Dordrecht met Sijgje Brant, j.d., geboren te Giessendam, wonend op den Hallingendijk. Sijgje's broer Jacob Jillisse Brand (1743-96) was molenaar op een molen in de polder Wieldrecht. 

Willem van der Koogh stelde "De Goudvink" verschillende keren als onderpand bij een lening tussen 1798-1801. Uiteindelijk verkocht Willem de molen in 1804 om zijn schuld af te lossen. 
In de nacht van 29 op 30 november 1872 ontstond brand in de kap van "De Goudvink". De molen brandde geheel af en werd niet meer opgebouwd. 

Bron: J. Zondervan-Van Heck: "Molens en de familie Van der Koogh te Dordrecht" in Gens Nostra, Jaargang 62, Nummer 10, Oktober 2007, Molens en Genealogie.