Posts tonen met het label overspel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label overspel. Alle posts tonen

17 september 2026

Rudolphus Marinus werd in 1781 verbannen wegens sodomie

Koopman en arbeider Rudolphus Marinus was een zoon van Egbert Marinus (1708-1787) en behoorde tot een familie van muntmeesters. Na een proces in 1781 werd Rudolphus uit Groningen verbannen wegens sodomie - waarmee toen doorgaans homofilie werd bedoeld.

     


Het wapen van de familie Marinus
is een zeemeerman
gewapend met helm, rondas en sabel.
Nieuwsblad van het Noorden, 15-6-1983  

Rudolf had een zoon Egbert Marinus (1777-1832) die "sjouwer" was van beroep en in armoede leefde. Hij woonde o.a. op de Galgenweg in Groningen en later op het Boterdiep. In 1822 kwam Egbert in de bedelaarskolonie te Frederiksoord terecht. Zijn kleinzoon Geert Marinus (1852-1934) trouwde in op 18 september 1874 te Vledder in Drenthe met Marianne der Nederlanden (1850-1930), wier vader Willem een buitenechtelijke zoon zou zijn van de Nederlandse koning Willem II, verwekt bij de tiener Marianne von Evers van Aldendriel.


Huwelijksakte van Marianne der Nederlanden en Geert Marinus

Het geslacht Marinus was oorspronkelijk afkomstig uit de Hanzestad Doesburg, waar ze rond 1560 werden vermeld. Zij waren rijk geworden in de handel op de Oostzeelanden. Zo was een Egbertus Marinus in de periode 1690-'94 muntmeester van de Groninger Stadsmunt.

Bronnen o.a. kranten.kb.nl (Nieuwsblad van het Noorden, 15-6-1983), H. de Iongh: Oranjebastaarden, een vademecum, Uitgeverij Apekt 2001, nl.wikipedia.org, drentsarchief.nl.

6 september 2021

De minnaar van Jansje Mader (1859-1949)

Al eerder heb ik geschreven over Jansje Mader (1859-1949) en haar 3 echtgenoten en diverse kinderen. Van haar 5 buitenechtelijke kinderen werden de 3 overlevende kinderen erkend bij haar huwelijk met Gijsbert Johannes Kriellaart (1861-1918) en kregen zij zijn achternaam. Echter, hij zou níet de vader van die kinderen zijn geweest, zo berichtte Corrie Verhoeff mij. De echte vader van de kinderen zou Voogd hebben geheten en zijn vrouw zou niet van hem hebben willen scheiden.

Hoogstwaarschijnlijk was hij Georgius Johannes (“Georg”) Voogd, geboren op 16-8-1853 in Loosduinen als buitenechtelijke zoon van werkster Maria (“Mietje”) Voogt. 

Aanvankelijk woonde Georg in Den Haag, waar hij op 12-11-1873 trouwde met dienstbode Gerritje Arends, dochter van schoenmaker Gerhardus Arends en zijn vrouw Evertje Buijter. Zij kregen 1 zoon en 4 dochters. Gerritje Arends is op 70-jarige leeftijd op 2-3-1917 in Den Haag overleden en zal dus in Den Haag zijn blijven wonen. In haar overlijdensakte staat vermeld dat de woonplaats van haar echtgenoot onbekend is.

In de overlijdensacte van Gerritje Arends staat dat de woonplaats van haar man onbekend is.

In 1894, bij het huwelijk van zijn gelijknamige zoon, was Georg Johannes Voogd tuinman van beroep. Eind 1895 bij het eerste huwelijk van zijn 16-jarige dochter Maartje Maria was George Johannes Voogd níet aanwezig. Zij is later gescheiden. Ook het huwelijk Georg's dochter Maria Kriellaart (1901-1965) eindigde in echtscheiding. Toen Georg's 18-jarige dochter Everdina Hendrina Voogt (1881-1945)  in 1899 trouwde, had Georg via een notariële akte zijn toestemming gegeven, terwijl haar moeder wèl bij haar huwelijk aanwezig was.

De moeder van Georg, Mietje Voogt, is geboren op 28-8-1830 in Naaldwijk als dochter van Hendrik Voogt (1779-1844) en Maartje Solleveld (1785-1860).
Zo'n 2½ jaar na de geboorte van Georg trouwde Mietje met Evert Meijer (1828-1872), weduwnaar van Cornelia van Beek en zoon van Harmen Rudolph Meijer en Neeltje van der Hoeven. Evert had uit zijn eerste huwelijk een overlevende zoon Martin Meijer (1852-1929). Met Mietje kreeg Evert nog een zoon Hendrik, die ook volwassen zou worden, en Maarten, die 11 jaar oud werd. Evert is overleden op 19-11-1872 in Loosduinen.
Mietje is op 4-10-1873 in Loosduinen hertrouwd met Willem Olderik Heggie (1821-1908). Slechts 4 dagen na de bruiloft vond te Loosduinen de erkenning plaats door de moeder van het kind geboren te Den Haag op 16-9-1853, zijnde Georgius Johannes Voogd.
Willem Olderik Heggie was weduwnaar van Everdina Adriana Valk en een zoon van Jacob Heggie en Josina van der Valk. Willem had een overlevende dochter Josina Wilhelmina Heggie.

20 maart 2019

De echtscheiding van Lena Verhagen (1870-1913) uit Capelle

Lena Verhagen werd geboren op 2-12-1870 in Capelle (NB) als het derde, maar eerste overlevende kind van schoenmaker Adriaan Verhagen (1843-1899) en zijn vrouw Berbera Spierings (1844-1910). Haar ouders zouden in totaal 13 kinderen krijgen. Lena's broer Marcelis Verhagen (1883-1899) werd 16 jaar oud. Verder zouden alleen Lena, Adriaan en Leendert de volwassen leeftijd bereiken.
In augustus 1878 verhuisde de familie naar Kralingen (nu Rotterdam), waar Lena's grootvader Adriaan Verhagen sr. op 14-10-1878 is overleden, 58 jaar oud. Hij was eveneens schoenmaker van beroep en was al in november 1876 naar Rotterdam verhuisd met zijn vrouw Johanna van Zelst (1820-1904) en hun dochters Adriana en Dirkje.

De Lena Verhagen uit dit verhaal trouwde op 27-jarige leeftijd op 6-7-1898 in Rotterdam met de 24-jarige Antoon Theodorus Koster. Hij was geboren op 10-3-1874 in Leiden als zoon van slager Abraham Isaac Koster en zijn vrouw Johanna Maria Wijsman. Antoon Theodorus werkte in Rotterdam aanvankelijk ook als beenhouwer.

Na 4½ jaar huwelijk werd op 28-1-1903 de echtscheiding van Antoon Theodorus Koster en Lena Verhagen geregisteerd in Rotterdam vanwege “door gemelde Lena Verhagen gepleegd overspel”. Antoon Theodorus is, 37 jaar oud, op 2-8-1911 in Rotterdam hertrouwd met de 24-jarige rooms katholieke Elizabeth Simon (1887-1957). Zij is een dochter van Johannes Baptist Lambertus Simon en Janna Willemina Paans (1855-1925) uit de Sleeuwijkse tak van die familie en daarmee een nakomeling van mijn voorouder Anthonis Geldens Paans (±1580-1650). Antoon Theodorus is kinderloos overleden op 26-3-1949 in Rotterdam.

Echtscheiding wegens door Lena Verhagen gepleegd overspel.

Na haar echtscheiding heeft Lena Verhagen korte tijd in Antwerpen gewoond, maar zij keerde eind 1905 weer terug naar Rotterdam. Lena Verhagen was 38 jaar oud toen zij opnieuw trouwde op 3-6-1908 in Rotterdam met de 23-jarige Franciscus Anthonius Westhuis. Hij was geboren op 7-6-1884 in Schiedam als zoon van Gerardus Henricus Westhuis en Christina Schuurmans. Lena's tweede huwelijk heeft ook maar 4½ jaar geduurd, want Lena Verhagen is kinderloos overleden op 5-2-1913 in Rotterdam, 42 jaar oud. Van al haar broers en zussen was toen alleen Leendert Verhagen nog in leven.

1 oktober 2018

Bigamist Nicolaas Hendrik de Heer (1811-95) uit Rotterdam

Nadat de echtgenote van Nicolaas Hendrik de Heer naar het buitenland was vertrokken, besloot hij een nieuw huwelijk aan te gaan. Al snel daarna moest hij terecht staan wegens bigamie.

Nicolaas Hendrik de Heer werd geboren op 20-12-1811 in Rotterdam. Zijn ouders zijn beurtschipper Matthijs Hendrik de Heer en (Joh)Anna Cat(ha)rina Leopold, die op 8-5-1804 in Rotterdam waren getrouwd. Nicolaas Hendrik had diverse broers en zussen.
Rond 1830 wordt Nicolaas Hendrik omschreven als hebbende een ovaal gezicht, een ronde kin en een brede neus. Zijn ogen waren blauw en zijn haar en wenkbrauwen lichtbruin van kleur. Hij was schipper van beroep.

Gegevens van Nicolaas Hendrik de Heer bij de afdeling Militaire Zaken in Rotterdam

Nicolaas Hendrik was 31 jaar oud toen hij op 20-12-1843 in Rotterdam trouwde met de 27-jarige Elizabeth Overgaauw en bij dit huwelijk een zoon erkende. Elizabeth was geboren op 23-9-1816 in Rotterdam als dochter van Leendert Overgaauw (1811-1895) en Jannetje Elizabeth de Later (1793-1854). Met haar kreeg Nicolaas Hendrik in totaal 6 kinderen, waarvan er 5 zijn overleden vóór ze kleuter waren. Elizabeth is op 37-jarige leeftijd overleden op 10-6-1854 in Rotterdam.

Op 26-7-1855 in Amsterdam is de 43-jarige Nicolaas Hendrik de Heer hertrouwd met de 31-jarige Rijkje van Barneveld. Zij was geboren in Veenendaal op 16-12-1823 als dochter van Jacob van Barneveld en Frederika van Heemsbergen. Haar eerste man was een Duitser, suikerbakker Friedrich Wilhelm Horst uit Neuenkirchen in Hannover. Hij was overleden op 29-9-1854 in Rotterdam. Dit tweede huwelijk van beiden was niet gelukkig. Op een gegeven moment is Rijkje vertrokken naar Hamburg.

8 juni 2017

Het opgehouden huwelijk van Bastiaan Jans Glesuur (1715-98)

Bastiaan Jans Glesuur werd gedoopt op 10-2-1715 in Charlois (nu in Rotterdam) als tweede zoon van Jan Jansen Lasuer en Pietertje Jacobs Parre (±1690-1773). Zijn vader was afkomstig uit “Gelekercke” en hun buitenlandse achternaam wordt op diverse verschillende wijzen gespeld.
Jan Jansen Lasuer is rond 1715 overleden, want op 7-3-1717 in Charlois hertrouwde Pietertje Parre met Jacobus Pluijmer (1695-1759) uit Strijen, die een zoon is van mijn voorouder Claas Jacobs Pluijmer. Zodoende kreeg Bastiaan Glesuur er in de periode 1718-1735 nog 8 halfzusjes en -broertjes, waarvan Ingetje, Alijda, Neeltje, Klaas en Jacob de volwassen leeftijd bereikten, net als Bastiaan's oudere broer Jan Jansen Glesuur (1713-95).

Bastiaan Jans Glesuur ging op 24-6-1735 in Charlois in ondertrouw met zijn plaatsgenote Lijsbeth Leenderts den Besten. Zij is een dochter van Leendert Dirckse den Besten en Willemtje Leenders van Luijck. De geboden voor hen huwelijk werden op 1 juli opgehouden door Cornelis Horeweg, bode van Charlois, uit naam van Jannetje Cornelis van Gelder[en] uit Pernis, die voorgaf een kind van Bastiaan Glesuur te hebben gekregen.
De ongehuwde Jannetje Cornelis van Gelderen (1714-78) was bevallen van een buitenechtelijk kind, dat zij op 13-1-1734 in Pernis had laten dopen met de naam Bastiaan. Zij hield vol dat Bastiaan Jans “Clasuur” de vader was. Daarom werd Bastiaan's voorgenomen huwelijk enige maanden opgehouden. Uiteindelijk gaf de substituut schout van Pernis toch toestemming om het huwelijk door te gaan. Zo is Bastiaan Glesuur op 30-10-1735 in Charlois alsnog met Lijsbet den Besten getrouwd.

De ondertrouw inschrijving van Bastiaan Glesuur in 1735 in Charlois.

12 juni 2016

In 1608 had de vrouw van Goosse Jacobsz een gebroken been

Dirck Pietersz, de zoon van Pieter Dircxsz Verschoor, had het gebroken been van de vrouw van Goosse Jacobsz veroorzaakt, zoals bleek op de rechtdag in IJsselmonde van 12 juni 1608:

Goosse Jacobsz, eijsscher contra Pieter Dircxsz Verschoor, verweerder. D'eijsscher eijscht indempnatie vande alsulcke veertich guldens als schoudt ende heemraden rechtelijk hebben belooft aen meester Jan Aelbrechtsz, cherugijn vuer het curereren zijnder huijsvrouwe gebroocken been alsoo t zelve faict door Dirck Pietersz zijn zoon is te werck gebrocht, concludeert daer op tot condempnatie cum expensis.
Heemraden ijsen dat partijen bijden anderen sullen compareren op hope van goet accoordt ende soo niet acoorderen sullen heemraden ter naester vierschaer wijsen ofte slagen als recht is. 



Goosse Jacobz benadrukte zijn eis nogmaals op de rechtdag op den thienden julius anno XVIC acht. De heemraden "condempneren den gedaagde inden eijs des aenleggers cum expensis". Pieter Dircxsz Verschoor moest dus betalen. 

7 juni 2015

Caatje van Polanen werd in 1736 verbannen wegens overspel

Vaandoekwerker Frans van der Linden en Catrina ("Caatje") van Polanen gingen op 3-1-1755 in Leiden in ondertrouw. Frans had als getuige zijn vader Jacobus mee gebracht. De familie Van der Linden woonde in de Ruijme Concientiestraat. Caatje had als getuige haar moeder meegenomen, Susanna Hoornvelt/Hoorensvelt, wonende in de Bolwerkstraat.

Willemijntje van der Linden werd gedoopt op 10-12-1755 in Leiden

Frans van der Linden en Caatje van Polanen lieten in Leiden de volgende kinderen dopen:
  • Willemijntje, gedoopt op 10-12-1755 in de Pieterskerk met als getuige Jacobus van der Linden, waarschijnlijk jong overleden,
  • Frans, gedoopt op 24-7-1757 in de Hooglandsche kerk met als getuige zijn grootmoeder Susanna van Hoornvelt,
  • Willemijntje, gedoopt op 11-5-1760 in de Hooglandsche kerk met als getuigen Johannes van der Linden en Johanna Korenhof,
  • Feijtje, gedoopt op 21-2-1764 in de Hooglandsche kerk met als getuigen Pieter de Bruijn en Feijtje Delfos.

Op 25-2-1767 in de Pieterskerk in Leiden waren Frans van der Linden en Catie van Polanen nog getuige bij de doop van Frans, zoon van Abraham Dieneth en Anna Clement. Op 23 juli van datzelfde jaar was er in Leiden sprake van een verzoek tot echtscheiding tussen Frans van der Linden en Caatje van Polanen. Op 7-6-1768 werd de 32-jarige spinster Catharina van Polanen, gehuwd met Frans van der Linden, veroordeeld tot 50 jaar verbanning uit Holland en West-Friesland wegens overspel met Paulus Pikaar en Isaac Paradijs.

28 april 2015

Lidewij in't Veld had "de zonden van overspel" begaan

De kerk van Goudswaard
In 1743 bekende Lidewij in't Veld, echtgenote van Dirk Maertense van Es, dat zij verscheidene malen "de zonden van overspel, soo met getrouwde als ongetrouwde personen" had begaan. 
Lidewij was gedoopt op 8-2-1700 in Goudswaard in de Hoeksche Waard als dochter van Cornelis Simons in 't Veld en Hester Opperel.
Zij was gehuwd met Dirk Maertense van Es. Hij is gedoopt op 31-12-1690 in Nieuwe Tonge als zoon van Maerten Jansz van Esch en diens eerste vrouw Jacomina Cornelisse Hondertjaer, die op Goeree-Overflakkee woonden. Maerten is op 13-6-1706 in Dirksland hertrouwd met Pieternella Frans, weduwe van Cornelis Willemsz Trommel.


Dirk van Es en Lidewij in't Velt lieten in Middelharnis de volgende kinderen dopen:
  1. Cornelis op 9-9-1724 met get. Cornelis Maartense van Es & Maatje Maartense van Es;
  2. Abram op 6-10-1727 met get. Francijntje Andries;
  3. Jacomeintie op 12-12-1736 met get. Adriaantie Janze Berkhof.
Doopinschrijving van dochter Jacomeintie op 12-12-1736 in Middelharnis.
Bron: Jan Both, Criminaliteit en rechtspraak in de hoge heerlijkheid Middelharnis 1621-1811, Cor Coene Genealogie Site, 17e Eeuwse Dopen in Middelharnis van Leo Akershoek, Families of South-Holland CD-Rom, FamilySearch.

18 april 2014

Soldaat Claes Geroensz was intiem met zijn schoonmoeder

Claes Geroensz was soldaat in het leger van de Nassaus. Hij trouwde op 9-1-1613 in Delft met jongedochter Neeltgen Simons, die aldaar aan de Oude Langendijk woonde. Neeltje's vader, Simon Jansz, was op 21-4-1591 in Delft getrouwd met Wijve Jans. Hij was toen  koperslager. Het paar had - voor zover bekend - 2 dochters.  

Twee jaar later, toen Claes Geroensz inmiddels was overleden, stonden zijn schoonzus en zijn ca. 60-jarige schoonmoeder terecht wegens overspel met hem. Wijve en haar tweede, ongehuwde dochter hadden namelijk ook seks met Claes gehad. De ongehuwde dochter werd "slechts" voor 25 jaar verbannen uit het gewest Holland. Wijve Jans werd echter door de Delftse Schepenbank ter dood veroordeeld en in 1615 op het schavot gewurgd. Haar geraamte bevond zich later nog in de snijkamer van Delft. 

De Oude Kerk in Delft, geschilderd door Jan van der Heyden
Bronnen:
  • Roodenburg, H.: Een verfoeilijke misdaad; Incest in het gewest Holland tijdens de 17e en 18e eeuw, Historisch Tijdschrift Holland, 15e jg. nr. 2, april 1993
  • http://delft.digitalestamboom.nl

20 december 2013

Sophia van der Maa (±1636-1710) werd tot levenslang veroordeeld wegens een zedenmisdrijf

Sophia van Noortwijck
Sophia van der Maa (±1636-1710), weduwe van IJsbrant van Noortwijck (1625-1679), en moeder van 7 kinderen, werd tot levenslang veroordeeld. Zij werd ervan beschuldigd haar dochter, Sophia van Noortwijck (1673-1710, afbeelding rechts), tot ongeoorloofd gedrag te hebben aangezet, maar Sophia sr. weigerde te bekennen. Haar dochter, daarentegen, bekende meteen alles wat haar ten laste werd gelegd, al ontkende zij stellig dat haar moeder daarbij een rol had gespeeld.

In december 1700 werd Sophia van der Maa op last van het Hof overgeplaatst naar het tuchthuis in Gouda. Een door haar ingediend gratieverzoek werd in 1703 afgewezen omdat het ongebruikelijk was ‘in zodanige infame crimina [..] pardon te geven’. 

23 oktober 2013

Krijn Hengstmengel probeerde zijn bijzit te vermoorden

Krijn Hengstmengel ontmoette eind 1850 in zijn woonplaats Rotterdam Johanna Maria Veltenaar, verlaten huisvrouw van P.J. Zijderveld. Al gauw gingen zij samenwonen. Ten einde in zijn en haar onderhoud te voorzien, liet Krijn zich aanmonsteren als kok op het Nederlandse barkschip Eugenie, waarmee hij in maart 1859 naar Indonesië voer. Zijn loon liet hij naar haar over maken. 

Toen Krijn in december 1859 van zijn reis terugkeerde trof hij zijn vriendin "in hoog zwangeren toestand" aan, waarvan zij toegaf dat dat het gevolg was van omgang met een ander. Op 6 januari 1860 beviel Johanna Maria van een gelijknamig dochtertje, dat op 15 april reeds overleed. 

Rotterdamsche Courant, 17-4-1860
   
Sinds Krijn's terugkeer was hun relatie ernstig verslechterd. Meermalen zou Krijn zich hebben laten ontvallen dat hij Johanna Maria met een pistool zou doodschieten. Op 18 februari 1860 schoot Krijn haar in het aangezicht, waarna zij waggelende achteruit de herberg is ingegaan. Daar kreeg zij medische hulp van de chirurgijn Scholten. De volgende dag werd Johanna Maria opgenomen in het ziekenhuis, waar zij tot 9 maart werd verpleegd. 

Nieuwe Rotterdamsche Courant , 23-5-1860
    
Bij zijn aanhouding zei de 31-jarige Krijn Hengstmengel dat hij spijt had dat hij haar alleen verwond had en niet dood geschoten. 

Op de zitting verklaarde Johanna Maria Veltenaar - onder een vloed van tranen en snikken - dat zij in angst verkeerde voor de beschuldigde en bevreesd was het leven te zullen verliezen en daarom weigerde te getuigen. Ook toen Krijn Hengstmengsel uit de rechtszaal verwijderd was, bleef zij weigeren. Bovendien vroeg men zich af of zij wel geheel bij haar verstand was. Daarop werd de behandeling van de zaak uitgesteld en Johanna Maria Veltenaar in gijzeling gesteld. 

24 mei 2013

Jan Jillisz Grandia werd opgesloten in een gesticht

Jan Jillisz Grandia trouwde op 20-2-1735 in Brakel met Maria Buijs, dochter van steenbakker Jacobus Buijs, en werd zelf ook steenbakker. De oudste dochter van Jan en Maria werd reeds op 23-10-1735 gedoopt in Brakel als Janneke en was vernoemd naar Jan's moeder, Jenneke Peters van der Meijden. Daarna volgden de kinderen Jacobus, Jillis en in 1740 Conegonda, vernoemd naar Maria's moeder. Ondertussen verhuisde Jan's broer - of mogelijk neef - Lammert Jillisse Grandia (1691-1741) naar 's-Gravendeel, waar hij bekend werd als "Den Gecke Lammert".

In de loop der jaren verslechterde het huwelijk van Jan Jillisz Grandia en Maria Buijs. Jan was regelmatig dronken en verwaarloosde de steenbakkerij. Daarbij brachten zijn onverantwoorde uitgaven hun bestaanszekerheid in gevaar. Door de Brakelse dorpsjeugd werd Jan tijdens zijn dronkemanstochten nageroepen en met modder bekogeld.
Zijn vrouw Maria weigerde nog langer het bed met Jan te delen. Daarop verdacht Jan zijn vrouw van ontrouw. In december 1749 dreigde hij haar met moord en doodslag. Enkele keren moesten de onderbaas van de steenoven en de meiden het vechtende paar scheiden. Jan vernielde glaswerk en huisraad, sloeg ruiten in en sloot zijn vrouw buiten. Ook bleek dat Jan "als hebbende sigh daegelijxs in allerleij drancken soodaenig te buijten gegaen, dat droncken sijnde, sigh heeft vervoegd op publicque vercopingen en verpagtingen van landerijen en aldaer land gekogt" en dat hij meer dan eens "als een dwaas te Braeckel langs den dijck geloopen heeft, aldaer door de jongens vervolgt, met slijck gegoijd en op allerleij wijze gespot geworden is".

In januari 1750 verzocht Maria de rechter van de Bommelerwaard, Petrus Goris, om haar man te mogen opsluiten "tot voorkominge van te vreese ongelukken". Zij kreeg daarvoor toestemming. Begin februari vroeg Maria, bijgestaan door Gerrit Grandia en Jan Valckhoff, broer en zwager van Jan, om verlenging van de opsluiting. In maart vond een getuigenverhoor plaats. Zij getuigden dat Jan zich aan drank te buiten ging, huisraad had kapotgeslagen en ruiten vernield. Hij had ook gedreigd met zelfmoord en met het in brand steken van de steenoven.

Het "Pest- en Dulhuis" in Rotterdam (pentekening van H. Houwens uit 1809).
Het gebouw stond aan het eind van de Hoogstraat, vlakbij het Oostplein.
In mei 1750 werd Jan naar een gesticht gebracht, het Rotterdamse Dul- en Verbeterhuis. Zijn vrouw bezocht het gesticht 2 keer per jaar om zich van zijn toestand op de hoogte te stellen en het verpleeggeld en geld voor extra kosten te voldoen. Zij had hem nog één maal gezien van verre "maar daerover zoodanig ontstelde en aengedaen was, dat genoegsaem flaeuw wierd".
In 1756 deed Jan een verzoek tot vrijlating, maar zijn vrouw maakte bezwaren. Echter, in 1757 kreeg Jan steun van zijn broer Geraert Jelisz (1694-1787). Daarop liet het hof Jan Grandia in maart 1757 vrij onder voorwaarde van huwelijksseparatie.

Bron: F.F.J.M. Geraedts, "Huwelijksmoraal en persoonlijke levenssfeer in Brakel omstreeks 1750: Lotgevallen van het steenbakkersechtpaar Grandia-Buijs", "Tussen de Voorn en Loevestein", jrg. XXIII (1987), nr. 62, pgg. 50-63.
Voor meer informatie, zie ook: http://jellysto.home.xs4all.nl/jan_en_maria_nl.htm.

5 november 2012

Echtscheiding van Maria Swart in 1739 in Loon op Zand

In vroegere tijden was het niet eenvoudig om een echtscheiding te verkrijgen. Toch verkreeg Maria (de) Swart (1704-1762) op 17-11-1739 in Loon op Zand een echtscheiding "wegens malversatie en overspel, door haar voorgaande man gepleegt". Deze man, haar eerste echtgenoot, was de aldaar op 10-12-1699 gedoopte Migghiel Valentijn. Het paar was als j.m. en j.d. op 28-1-1725 in Loon op Zand getrouwd. 

De schepenbank van Loon op Zand had op 15-8-1733 een "Verklaring van goed gedrag" afgegeven voor Maria de Swart, vrouw van Migghiel Valentijn. Op 14-9-1733 verleende Maria de Swart, gehuwd met Migghiel Valentijn, volmacht aan de heer Jacobus Vermeulen, procureur, om haar bij de schepenbank te vertegenwoordigen in haar zaak tegen haar man, die een overspelig leven leidde met Catharina Dominicus. 


Maria was op 21-09-1704 in Loon op Zand gedoopt als dochter van Jan Anthonisse Swart en Huibertje Chiele de Haan. Maria hertrouwde aldaar op 28-2-1740 met Peeter Janse de Jong (een zoon van één van mijn voorouders). Peeter Jansz de Jongh, ziek te bed, en Maria de Swart maakten een testament op de langstlevende echtgenoot op 2-4-1742 in Loon op Zand. Enkele dagen later was Maria weduwe: Maria de Swart, ziek te bed, weduwe van Peeter Jansz de Jongh, maakte een testament op 5-4-1742 met een legaat aan haar dochter Jenneke de Jongh. Erfgenamen waren Maaijke Valentijn, Jacobus van Tiel en Jenneke de Jongh. Als voogden werden aangesteld: broer Gerrit de Swart, wonende in Vrijhoeve-Capelle, en zwager Nicolaas Mouthaan, wonende te Loon op Zand. Later dat jaar beviel Maria van Peter's posthume zoon, die zij naar hem vernoemde.  
In 7-8-1746 - eveneens in Loon op Zand - hertrouwde Maria Swart met Jacobus de Haan, j.m., geb. in Loon op Zand. Over hem zou ik graag meer te weten willen komen en of - en zo ja, hoe - zij aan elkaar verwant waren. 

Aangifte van het 3e huwelijk van Maria Swart op 22-7-1746 in 's-Grevelduin-Capelle.