2 februari 2026

Fopbertus Mijnlieff (1858-1941)

Eerder heb ik een blogpost geschreven over ene Elisabertus Bos (1888-1919) vanwege zijn opvallende persoonsnaam. Zo werd mijn aandacht ook getrokken door Fopbertus Mijnlieff.

Steenfabrikant Fopbertus Mijnlieff (1858-1941)

Steenfabrikant Fopbertus Mijnlieff is geboren op 2 februari 1858 in Nieuwerkerk aan de IJssel. Hij was 40 jaar oud toen hij op 11 oktober 1898 in Middelburg trouwde met Petronella Johanna Hermina Wijnne (1870-1936). Zij kregen kinderen Fopbertus (1899-1975) en Johanna Levina Antonia (1901-1996). Steenfabrikant Fopbertus Mijnlieff is overleden op Nieuwjaarsdag 1941 in Den Haag, 82 jaar oud.

Fopbertus is een jongere zoon van steenbakker Fopbertus Mijnlief (1827-1890) en diens eerste vrouw Trijntje Brunt (1827-1865). Zij trouwden op 17 juni 1852 in Bodegraven. Zij hadden ook een zoon Arie Mijnlief (1853-1921) die in Herwijnen op 27 juni 1879 trouwde met Catharina Arike Mijnlieff (1853-1916), dochter van Arie Jacobus Mijnlieff (1826-1901) en Adriana van Kerkwijk (1824-1895). Die Arie had een zoon Fopbertus Jacobus Mijnlieff (1880-1954).
De jonge Fopbertus was 7 jaar oud, toen zijn moeder Trijntje overleed. Zijn vader, de oudere Fopbertus, is in Bodegraven op 17 juni 1852 hertrouwd met Elizabeth van Dam (1835-1905). Met beide echtgenotes had hij kinderen. Fopbertus sr. is op 63-jarige leeftijd overleden in Nieuwerkerk aan de IJssel op 3 juli 1890.

Het Nieuws van den Dag, Kleine Courant, 7 juli 1890

De oudere Fopbertus Mijnlieff was geboren in Nieuwerkerk aan de IJssel op 23 mei 1827 als zoon van Arij Fopsz Mijnlieff (1800-1865) en zijn vrouw Christina Kooij (1795-1849). Die Fopbertus had een oudere broer Jan Forbertus Mijnlieff (1825-1876), die ongehuwd bleef. Hun zus Christina Margarita Mijnlieff (1834-1886) trouwde met Leonardus Fopbertus Mijnlieff (1836-1900), een neef van haar vader.

Blogger Widgets

29 januari 2026

Oudnederlandse Term: Aftands Paard

Oorspronkelijk verwees de term "Aftands Paard" naar een paard zonder holtes in de snijtanden (vanaf 7 of 8 jaar oud). Kenners kunnen aan de vorm van de tanden en kiezen de ouderdom van een paard vrij nauwkeurig bepalen. Behalve dat de tanden slijten, gaan de tanden ook meer naar voren staan naarmate een paard ouder wordt. Aangezien dit bij alle paarden op ongeveer dezelfde wijze verloopt, kun je daar een leeftijdsinschatting op baseren.

Later is de betekenis van "Aftands Paard" in de spreektaal uitgebreid naar een oud, afgeleefd, versleten paard.

Nieuwsblad gewijd aan de belangen van de Hoeksche Waard en IJsselmonde, 29-11-1929

De uitdrukking "iemand aan de tand voelen" komt ook uit de paardenhandel. De betekenis is iemand ondervragen of proberen iemand informatie te ontfutselen. Wie een paard wilde kopen, bevoelde de tanden van het paard.

Bronnen: delpher.nl, ivdnt.org, paardenfanaten.nl, onzetaal.nl.

22 januari 2026

Mannes Bats huwde 2 zussen Hietbrink

Mannes Bats heeft 5 jaar gediend bij de afdeling infanterie van de Nationale Militie. Mannes was gedoopt op 24 januari 1802 in Lochem als zoon van Jan Bats en Berentje Wonnik. Mannes had een lengte van 165½ cm. Zijn aangezicht was rond, zijn voorhoofd plat, zijn neus spits en zijn kin rond. Zijn ogen waren blauw en zijn haar en wenkbrauwen waren blond.

Gedeelte van het Nationale Militie formulier van Mannes Bats uit Laren

Mannes Bats was ruim 23 jaar oud, toen hij op 15 december 1825 in Laren (Gld) trouwde met de 28-jarige Aaltjen Hietbrink. Zij was geboren in het nabij gelegen Exel op 29 december 1796 en op Nieuwjaarsdag 1797 in Lochem gedoopt. Haar ouders zijn Michiel Hietbrink (1755-1834) en zijn vrouw Janna Ruusink, wier achternaam op vele verschillende manieren werd geschreven.
Bij het huwelijk van Mannes en Aaltje werden 2 kinderen erkend. Het oudste kind was Berend, die 4 jaar eerder was geboren op 7 december 1821 in Lochem. Zijn geboorte was toen aangegeven door de vroedvrouw. Het lijkt mij niet waarschijnlijk dat Mannes Bats de biologische vader is van Berend, maar hij werd dus wel diens wettelijke vader via erkenning. Het andere, bij het huwelijk erkende kind was Jan, die is geboren in Exel op 20 juni 1825, een half jaar voor het huwelijk van Mannes en Aaltjen. Hij zou vernoemd kunnen zijn naar Mannes' vader en zou dan wel degelijk ook een biologische zoon van Mannes kunnen zijn.
Met Aaltjen Hietbrink kreeg Mannes Bats vervolgens nog een zoon Albert in 1827 en een dochter Mijnje in 1829. Aaltjen Hierbrink overleed op 35-jarige leeftijd op 9 januari 1832 in Ruurlo.

Slechts 5 maanden later, op 21 mei 1832 in Ruurlo, is Mannes Bats al hertrouwd. Zijn tweede vrouw, Janna Wonnink, is gedoopt op 10 mei 1807 in Lochem als dochter van Hendrik Jan Wonnink en Janna Runneboom. Janna overleed al na 8 maanden huwelijk op 24 januari 1833 in Ruurlo, 25 jaar oud.

Als 3e echtgenote koos de inmiddels 32-jarige Mannes Bats een zus van zijn eerste vrouw, de 26-jarige Willemine Hietbrink. Voor dit huwelijk was koninklijke toestemming nodig. Mannes en Willemine trouwden in Ruurlo op 12 april 1834 in aanwezigheid van hun beider vaders.
Willemine Hietbrink was geboren op 28 januari 1808 in Exel en gedoopt op de 24e in Lochem. Zij is 11 jaar jonger dan haar zus Aaltjen, de eerste vrouw van Mannes. Uit Mannes' derde huwelijk werden nog 5 dochters en 1 zoon geboren.

16 januari 2026

De Gouwe drieling in Alkmaar - Willem Frederik en zijn broers

Adriaan Herman Gouwe was werkzaam als heel- en vroedmeester. Hij was 23 jaar oud toen hij op 21 augustus 1828 in Alkmaar trouwde met de 26-jarige Wilhelmina Helling. Beiden waren geboren te Alkmaar. Aldaar beviel zij op 25 september 1830 van een drieling, die - nogal verwarrend - de namen Willem Frederik, Willem Frederik George Lodewijk en Willem Frederik Karel kregen. Aangezien hun vader Adriaan Herman vroedmeester - mannelijke verloskundige - was, kan hij zijn kinderen zelf ter wereld hebben gebracht.

De vader van de drieling, Adriaan Herman Gouwe, is gedoopt in de Grote Kerk in Alkmaar op 17 december 1804 als zoon van Hendrica Weins en waagmeester Adriaan Gouwe. Wilhelmina Helling, de moeder van de drieling, is een dochter van Jan Helling en Catharina Keijzer en is geboren in 1802.
Behalve de drieling, hadden zij ook nog zonen Albert Adriaan Gouwe, geboren op 22 oktober 1828, en een Jan Gouwe, geboren op 30 augustus 1832, beiden te Alkmaar. Op 12 oktober 1837 werd hun dochter Helena geboren. Ook was er nog sprake van levenloos geboren kinderen op 26 november 1839 en 19 december 1841 in Alkmaar.

Helena Gouwe, de enige zus van de drieling, liet op 3 december 1858 een testament opmaken en is overleden in Alkmaar op 14 februari 1859, 21 jaar oud. Hun vader Adriaan Herman Gouwe is in Alkmaar op 50-jarige leeftijd overleden op 15 maart 1855. Zijn weduwe en de moeder van de drieling, Willemina Helling, overleed op 66-jarige leeftijd op 7 april 1869 in Alkmaar.
De jongste zoon uit het gezin, Jan Gouwe, is twee maal getrouwd en was 55 jaar oud, toen hij overleed op 24 oktober 1887 in Alkmaar.

Nieuwe Haarlemsche Courant, 30-9-1880

8 januari 2026

Stuurman Gijsbrecht Maartens Welgevaren (1648-1706)

Margareta (“Grietje”) Boudewijns Roos, huisvrouw van Gijsbrecht Maartens Welgevaren, wonend aan de Oude Delft in Delft, werd op 10 januari 1699 in Delft begraven. Zij liet 2 minderjarige kinderen na. Hun zoon Boudewijn was in Delft gedoopt op 22 november 1695 met getuige Jakoba van Leeuwen. Ook hadden zij een dochter Maria. Op 28 maart 1692 in Delft was ook nog een “baarkind” van Gijsbert begraven. Ook was er een kind geweest dat op 24 november 1682 in Rotterdam was gedoopt met de naam Maartie en getuigen Stintie Maertens Welgevaren en Elisabeth Pieters. Gijsbrecht Welgevaren was vervolgens op 2 mei 1689 van Rotterdam naar Delft verhuisd.
Oudoom Jacobus van Leeuwen, wonend te Katwijk aan de Rijn, werd aangesteld als voogd van moeder's zijde over Gijsbrecht's 2 nagelaten kinderen.

Onderaan de ondertrouw inschrijving van Gijsbrecht Welgevaren en Appollonia Bruijnswijk

Op 21 november 1699 in Delft is Gijsbrecht Welgevaren hertrouwd met Apolonia (“Pleuntje”) Bruijnswijck, j.d. van Katwijk aan de Rijn, laatst gewoond hebbende in Delft. Zij lieten in Delft op 24 maart 1701 een zoon Maarten dopen met getuigen Pieter Marcusz. Clant en Maria van Bruijnswijk. In april 1701 had Pleuntje Bruijnswijck koorts, maar zij is daarvan hersteld.

Stuurman Gijsbert Maertensz. Welgevaren was in Rotterdam gedoopt op 3 februari 1648 als zoon van Maerten Andries Welgevare en Maertge Gijsbers met doopgetuige Susanna Gelles. Maerten Andriesz Welgevaren werd op 16 januari 1657 in Rotterdam vermeld als zijnde 40 jaar oud en werkzaam als commandeur. Hij was toen recent teruggekeerd van een reis naar Groenland “op de walvisvangst”.

Soldij van schipper Gijsbrecht Maartens Welgevaren

Gijsbrecht Welgevaren vertrok op 13 april 1704 als schipper op het schip “Voorschoten” naar Azië. Zij deden Kaap de Goede Hoop aan van 27 augustus t/m 26 september 1701. Op 8 januar 1702 arriveerden zij in Batavia – tegenwoordig Jakarta in Indonesië. Gijsbrecht testeerde op 26 maart 1706 te Hougly in Bengalen in de omgeving van het huidige Bangladesh. Vervolgens Gijsbrecht hij aldaar overleden op 8 juni 1706.
Op 18 februari 1708 werd betaald “op speciale ordre van de Heeren” van de betreffende Kamer van de Vereenigde Oostindische Compagnie (V.O.C) aan Pleuntje Jans van Bronswijck, weduwe van Gijsbrecht Maartens Welgevaren, en zijn 3 kinderen, elk voor ¼ part, tezamen de somma van ƒ2.247.13.8.