Posts tonen met het label term. Alle posts tonen
Posts tonen met het label term. Alle posts tonen

29 juni 2026

Oudnederlandse Term: Kerfstok

Een kerfstok was een houten stok waarop schulden of verbruik op krediet werden bijgehouden door middel van kerven. Hoe meer inkepingen in de stok waren aangebracht, hoe hoger dus de schuld.

De kerfstok werd in de 17e eeuw veel gebruikt door winkeliers en herbergiers om schulden bij te houden. Bij goed gebruik was sprake van een set van twee kerfstokken die gesplitst waren uit één stuk hout. De schuldeiser en de schuldenaar bewaarden elk een deel, zodat er geen misverstanden konden ontstaan. Telkens als er iets werd gekocht, werden de twee delen tegen elkaar gehouden en werd er op beide een kerf aangebracht. De twee helften pasten precies op elkaar, wat zorgde voor een betrouwbaar bewijs van de schuld. Wanneer de schuld werd betaald, werden de kerven verwijderd door het hout bij te schaven.  

De vrouw op de achtergrond werkt de kerfstok bij

De uitdrukking “iets op zijn kerfstok hebben” betekent dat iemand iets verkeerds of strafbaars heeft gedaan. Oorspronkelijk betekende het een openstaande schuld of verplichting.

De uitdrukking “dat is vaste prik” beteken dat iets regelmatig gebeurt, dat je daar de klok op kunt gelijkzetten. De prik in deze uitdrukking is oorspronkelijk een ingeprikte punt (of een kerfje) op een kerfstok.

Bronnen: nl.wikipedia.org, onzetaal.nl, historiek.net.

20 april 2026

Oudnederlandse Term: Schandpaal

Een schandpaal - ook gerechtspaal, geselpaal of kaak - is een paal waaraan iemand als strafmaatregel werd vastgebonden en te kijk werd gesteld. Deze straf moest zo’n diepe indruk op de veroordeelde maken dat die het in het vervolg wel naliet een overtreding te begaan. Naast een schandpaal bestond ook het schandblok en de schandkooi. De laatste was een kooi waarin een veroordeelde persoon, meestal vrouwen die bijvoorbeeld overspel hadden gepleegd, werd opgesloten en opgehesen om te kijk te worden gezet, meestal op het dorps- of stadsplein.
Vooral de gelijktijdige insluiting van benen én armen in het schandblok was een pijnlijke aangelegenheid. Óf je benen óf je armen werden pijnlijk gespreid, afhankelijk van de afstand van de gaten in het schandblok. Deze methode werd soms toegepast als bijkomende straf voor zware misdadigers. Eerst stond de misdadiger te kijk in het schandblok, om vervolgens ter dood te worden gebracht en als lijk tentoongesteld op het galgenveld.
De kaak was oorspronkelijk een ton waarop de te straffen misdadiger tentoon werd gesteld.

Het te schande zetten was bedoeld als een onterende straf, waarbij het publiek de mogelijkheid had om de misdadiger te beschimpen of te bekogelen met rot fruit, paardenvijgen, stenen of andere zaken. Meestal moest men enkele uren aan de paal staan, maar soms wel een hele dag. Ook was het mogelijk dat een veroordeelde aan de schandpaal lijfstraffen opgelegd kreeg, zoals zweepslagen of stokslagen. 

Met name in de Middeleeuwen werd de schandpaal in Europa veelvuldig gebruikt. De schandpaal bleef nog tot ver in de 18e eeuw populair, om halverwege de negentiende eeuw officieel als strafmaatregel te worden afgeschaft.

De betekenis van het gezegde ‘Aan de schandpaal nagelen’ is iemand publiekelijk zeer negatief afschilderen - vaak na vermeend wangedrag van diegene. Ook de uitdrukking ‘Iets aan de kaak stellen’ komt van deze straf, evenals ‘Voor paal staan’.

Bredasche Courtant, 2 april 1825: een man aan de schandpaal

Bronnen: delpher.nl, nl.wikipedia.org, historiek.net, deurnewiki.nl, archeologiehouten.nl, encyclo.nl.

20 februari 2026

Oudnederlandse Term: Gruttenbrij

Grutten is een benaming voor graan in gepelde en gebroken vorm. De in Nederland tot grutten verwerkte graansoorten waren van oudsher gerst of gort (wat gepelde gerst is), boekweit en haver.

Grutten werden voornamelijk gebruikt om er pap of brij van te maken, soms ook om waterige soep meer substantie te verlenen.
De hele korrels werden in water geweekt en gekookt. Daarna werd er karnemelk bij gedaan. Het zo verkregen gerecht werd gruttenbrij genoemd.
Wanneer de gruttenbrij koud werd, stijfde het op. Dan kon je er stukken van snijden en die weer opbakken. Die at je dan met stroop eroverheen. Dit gerecht werd in elk geval gegeten in de Hoekse Waard, op Goeree-Overflakkee en in de Alblasserwaard.

Bronnen: https://nl.wikipedia.org/wiki/Grutten en familietraditie.

Hier vind je een recept voor gebakken gruttenbrij.

29 januari 2026

Oudnederlandse Term: Aftands Paard

Oorspronkelijk verwees de term "Aftands Paard" naar een paard zonder holtes in de snijtanden (vanaf 7 of 8 jaar oud). Kenners kunnen aan de vorm van de tanden en kiezen de ouderdom van een paard vrij nauwkeurig bepalen. Behalve dat de tanden slijten, gaan de tanden ook meer naar voren staan naarmate een paard ouder wordt. Aangezien dit bij alle paarden op ongeveer dezelfde wijze verloopt, kun je daar een leeftijdsinschatting op baseren.

Later is de betekenis van "Aftands Paard" in de spreektaal uitgebreid naar een oud, afgeleefd, versleten paard.

Nieuwsblad gewijd aan de belangen van de Hoeksche Waard en IJsselmonde, 29-11-1929

De uitdrukking "iemand aan de tand voelen" komt ook uit de paardenhandel. De betekenis is iemand ondervragen of proberen iemand informatie te ontfutselen. Wie een paard wilde kopen, bevoelde de tanden van het paard.

Bronnen: delpher.nl, ivdnt.org, paardenfanaten.nl, onzetaal.nl.

28 februari 2017

Latijnse Term - Consanguineus


atijnse termen kom je zo af en toe tegen, wanneer je genealogisch onderzoek doet. Eeuwenlang verzorgden kerken dopen en begrafenissen en sinds de 6e eeuw wordt Latijn veel in katholieke kerk gebruikt. Maar ook in oud-rechterlijke archieven kom je nog wel eens een Latijnse term tegen. 


De Latijnse term consanguineus betekent bloedverwant en wordt in de roomskatholieke kerk gebruikt bij het geven van huwelijksdispensaties tussen bloedverwanten. Een dispensatie is een ontheffing van een kerkelijk verbod om te trouwen met een naaste bloedverwant. Bloedverwanten zijn mensen met een gemeenschappelijke voorouder. 

18 mei 2016

Latijnse Term: Nomine Uxoris



atijnse termen kom je zo af en toe tegen, wanneer je genealogisch onderzoek doet. Eeuwenlang verzorgden kerken dopen en begrafenissen en sinds de 6e eeuw wordt Latijn veel in katholieke kerk gebruikt. Maar ook in oud-rechterlijke archieven kom je nog wel eens een Latijnse term tegen. 


De Latijnse term Nomine Uxoris ("in naam van de echtgenote") is een term die in Nederland in de vroegmoderne tijd (15e tot 19e eeuw) werd gebruikt. Daarmee werden bezittingen van de vrouw op naam van haar man geregistreerd.
In die tijd werd een gehuwde vrouw in principe als handelingsonbekwaam gezien, dat wil zeggen dat ze haar man moest laten optreden als haar voogd. In geval van krankzinnigheid of langdurige afwezigheid van de man, kon de vrouw - met toestemming van haar man - wèl zelf handelen. 
Bij overlijden van een echtgenoot of echtgenote, erfden hun kinderen van hun overleden ouder, maar hield de weduwe of weduwnaar levenslang vruchtgebruik, togte of tochte genoemd.

 The English version of this post: Latin Term: Nomine Uxoris.

27 april 2016

Latijnse Term: Matrimonium - een korte geschiedenis van het trouwen



atijnse termen kom je zo af en toe tegen, wanneer je genealogisch onderzoek doet. Eeuwenlang verzorgden kerken dopen en begrafenissen en sinds de 6e eeuw wordt Latijn veel in katholieke kerk gebruikt. Maar ook in oud-rechterlijke archieven kom je nog wel eens een Latijnse term tegen. 


Het Latijnse woord Matrimonium betekent huwelijk of echtverbintenis. Een huwelijk werd ingezegend door een predikant. Voor wie niet tot de gereformeerde kerk behoorde was in de Gouden Eeuw de mogelijkheid geschapen om het huwelijk door de plaatselijke rechtbank te laten bekrachtigen.