Posts tonen met het label 16e eeuw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 16e eeuw. Alle posts tonen

31 mei 2023

Voorouders van Huijbert Dirks van der Steen (1681-1745) uit Den Dungen [2]

De Jacobskerk in Den Dungen

Bij het reconstrueren van de voorouders van Huijbert Dirks van der Steen (1681-1745) uit Den Dungen waren de transcripties van een aantal akten bij het BHIC cruciaal. Toen ik via de verdeling van de erfenis van Mariken, dochter van Mattijs Meussen, en haar man een aantal generaties verder was gekomen, kwamen er ook weer achternamen tevoorschijn, die het zoeken weer vereenvoudigden. Van de oudouders van Huijbert (generatie 6) had ik er nog zes kunnen vinden, maar in de generaties daarboven zijn de vondsten zeer beperkt.

Generatie 7 (oudgrootouders)

  1. Daniel Henricks van Osch is geboren omstreeks 1516.
  2. Jan Faessen Schoenmaeckers is geboren omstreeks 1559. In Schijndel op 24-10-1622 zijn verschenen de broers Jan en Ardt, zonen van Servaes Schoenmakers; Jan oud 63 jaar en Ardt 62 jaar. Jan huwde
  3. Geertruijt. Hun kinderen zijn
    • Servaes (“Faes de soone Jan Scoemekers”). In Schijndel werd rond 1636 een verklaring afgelegd ten behoeve van Faes Janssen Schoenmakers, woonachtig opt Oetelaer, door o.a. Corst Jan Schoenmakers, 74 jaar, en Geertruijt Jan Faessen, oud 76 jaar.
    • Geertruijt Jan Fasen is geboren rond 1560.
    • Corst Jan Schoenmaeckers is geboren rond 1562.
    • Jan Schoenmaeckers [62] is nr. 62 in de vorige blog post.

Generatie 8 (oudovergrootouders)

  1. Servaes Gerit Schoenmaeckers is overleden vóór 1613. Hij huwde
  2. Elisabeth Ardt Eijmberts van den Vorstenbosch. “Lijsken weduwe Servaes Gerit Schoenmaeckers”. Elisabeth en Servaes zijn de ouders van
    • Jan Faessen [124].
    • Ardt Servaes Gerits Schoenmaeckers is geboren omstreeks 1560. Ardt is overleden vóór juni 1637.
    • Anthonis Servaes Gerit Schoenmaeckers trouwde met (1) Aryken Dirick Pennincx en (2) Jenneken Dirck Otten. Kinderen: Jan, Dirck, Adriaen, Marijken, Servaes, Ottho, Dircxken, Lijsken en Arijken.
    • Jenneken Servaes Gerits trouwde met Anthonis (Tonis) Pauwels Willems en had één dochter “Mariken dochter Antonis Pauwels by den selven Antonis ende Jenneken dochter Servaes Gerits tsamen verweckt”".
    • Henrick Servaes Gerits Schoenmaeckers is geboren omstreeks 1570. Hij huwde Catarina Handricks Verweteringe, dochter van Handrick Peeter Peeters Verweteringe en Deliken. Catarijn hertrouwde later met Wouter Adriaens. Henrick had een zoon Gerardt.

Generatie 9 (oudbetovergrootouders)

  1. waarchijnlijk Gerit Ardt Schoenmaeckers in Schijndel, die i.e.g. een dochter Barbara had.
  2. Aert Eijmberts Lamberts (Ardt Eymberts) Vorstenbosch wordt in Schijndel vermeld. Ardt trouwde met
  3. Meriken Willems van Beeck. Zij zijn de ouders van
    • Elisabeth Ardt Eijmberts van den Vorstenbosch [125].
    • Barbera Aert Eijmbertss huwde Amelis Lamberts, die als haar weduwnaar wordt vermeld.
    • Anna Aert Eymbertss was weduwe van Jan Jan Geerlicx.

31 juli 2020

De erfmangeling en permutatie van 1/24 part van land in Bonaventura gelegen te Strijen

Zoeterwoude, d.d. 21-10-1591:

Jonkheer Willem van Merode, heer te Duffelen, Muggenborch, etc., heeft geconstitueerd:
  • Jacques Weuster, baljuw van het Land van Strijen, 
  • Niclaes Kuijsten, wonende Dordrecht, en 
  • Cornelis Joosten de Visschere, wonende Strijen, 
om te compareren voor het gerecht van Strijen en aldaar te approberen de erfmangeling en permutatie van 1/24 part, als hem constituant toebehoord  heeft,  in de helft van Bonaventura gelegen te Strijen.
Hij constituant heeft dit met zijn broer jonkheer IJsbrant van Merode, heer tot Zoeterwoude, Stompwijk etc. vermangeld gehad tegen een hoeve land, groot 24 of 25 bunders, zijnde leengoed in Udenhout onder de parochie van Oosterwijk in de Meierij van den Bosch. Dit met macht om het 1/24 part aan zijn broeder voor schepenen wettelijk te transporteren en op te dragen en alles te doen of hij comparant present zou zijn.

Een kaart uit 1537 van een deel van Holland.
Bron: Oud Rechtelijk Archief Zoeterwoude, Nr. 314, folio 219, in de bewerking van Anthonius van der Tuijn te Rhoon.

25 november 2016

De Gelderse inval in de Alblasserwaard op 25-11-1512

Op 25 november 1512 waren "die Geldersen metter macht in den Alblasserwaert" gekomen "en bornden (branden) en roefden aldaar". Bleskensgraaf werd op die ongeluksdag geheel platgebrand. De kerk met torens en twee torenklokken, twee watermolens en alle huizen op één na werden een prooi der vlammen. 
In de verponding van 1514 van de Alblasserwaard staat "Dese dorpen zijn al meest verbrant, gepilleert (verwoest) ende beroert geweest ende gestelt in verdinghe (afkoop van brandschatting) van den Geldersen, gelijck breeder blijckt bij de (afzonderlijke) informacie, daromme zij dese lasten niet draghen en mogen maer sullen moeten verlicht wesen elck naedat hij beschadicht is geweest". 
De inwoners van Bleskensgraaf verklaarden als "zij het een broot up hebben, dat zij niet weten, waar zij dat ander halen sullen". De molens van Ottoland, Laag Blokland, Goudriaan en Bleskensgraaf waren afgebrand. Giessendam en Giessen-Oudkerk hadden 42 inwoners weggesleept zien worden, waarvan er 2 werden doodgeslagen. Vanuit Hardinxveld werden 180 van de rijkste inwoners weggevoerd.


9 september 2016

Willem Jacobsz van Beveren (1457-1505)

Mijn voorouders zijn meest arme arbeiders, waar weinig over bekend is. Via de Strijense familie Van Driel blijk ik echter ook af te stammen van de Dordrechtse regenten familie Van Beveren. Tot die familie behoorde Willem van Beveren Jacobsz. (1457-1505), zoon van Jacob van Beveren Willemsz. en Elisabeth Dirc Springer Goetsdr. Van hem bestaat zelfs een afbeelding!
Willem van Beveren Jacobsz.
(1457-1505)

Mr. Willem de Beveren werd in 1484 secretaris van de stad Dordrecht. Hij trouwde in 1485 met Maria (†1514), dochter van Nicolaas van Bakel, burgemeester van Dordrecht, en Geertruid Screvels de Jode. Zij woonden in "de Gans" tot 1498, toen Willem dit huis verkocht aan muntmeester Blasius Bouquet. Daarna woonden zij in het huis "den Ouden Beer" in de Wijnstraat in Dordrecht, dat zijn vrouw bij dode van haar moeder was aangekomen.

In juni 1500 werd Mr. Willem van Beveren beleend met het Schroot-Ambacht en de zoutmaat in Dordrecht na het overlijden van Zoete van Beveren, zijn nicht. Tevens werd hij toen beleend met een visserij, strekkend van Dordsmonde in de Dubbel tot die Wale, naast Dubbeldam en Puttershoek enerzijds en Zwijndrecht anderzijds, en tot Barendrecht, na het overlijden van een ander familielid. Na Willem's overlijden gingen beiden in 1506 over op zijn zoon Jakob (†1510). Het is echter zijn zoon Nicolaas (†1529) waar ik van afstam.

Zie: M. van Balen: Beschryvinge der stad Dordrecht, 1677; Ons Voorgeslacht 1946; De Nederlandsche Leeuw 1909.

15 augustus 2016

Afstamming van de heren van Strijen

Afstamming van de middeleeuwse heren van Strijen is voor mij extra leuk omdat mijn ouders tegenwoordig in het dorp Strijen (ZH) wonen. In de middeleeuwen was Strijen een groot gebied. Zo is er nog een stukje ruïne van een toren van het kasteel van Strijen te vinden in Oosterhout (NB). Bij de beruchte Sint-Elisabethsvloed in november 1421 overstroomde het gebied. Daarna heeft het enige eeuwen geduurd voor het land deels weer op de zee werd herwonnen.

De ruïne van het kasteel van Strijen in Oosterhout rond 1656.
Van de middeleeuwse heren van Strijen is weinig bekend. De laatste Willem van Strijen (of Striene) zou in november 1294 zijn overleden. Hij had 2 wettige dochters, waaronder Aleidis, die de heerlijkheid Strijen erfde en getrouwd was met Nicolaas, heer van Putten. Willem had bij een minnares nog een zoon verwekt, Willem van der Weede. Wede of Weeda was een dorp met een groot kasteel. Beiden zijn verdwenen ten tijde van de Sint-Elizabethsvloed: "welk Weede, mettet Stam-Huys, is Verdronken in 'et Jaar 1421 door den grooten Zuyd-Hollandzen Inbreuk".

11 augustus 2016

De Watergeuzen hadden de stoof platgebrand

Uit de vonnisboeken van de Raad van Brabant in Brussel, 11 augustus 1582: 

Adriaenken Clerck, weduwe van wijlen Peeter Pruymen, heeft een proces gevoerd voor de wethouders van Bergen op Zoom tegen Marynus Claessen inzake een erfrente van 4 Carolusgulden die Marinus had op een halve meede stove staande buiten de Sint Jacopspoort. De stoof is enkele jaren geleden door de Watergeuzen platgebrand en in 1570 is de grond waarop de stoof stond vol water gelopen en geïnundeerd.


23 juni 2016

Het graf van Leendert Jacobsz Besemer in Hendrik-Ido-Ambacht

Deze grafzerk in de kerk van Hendrik-Ido-Ambacht toont het wapen van de familie Besemer.

Leendert Jacobsz. Besemer huurde in 1561 land te Hendrik-Ido-Ambacht van de weduwe van Jacob Gijsbertsz. Besemer (zijn moeder), van de weduwe van Aert Gijsbertsz. Besemer (zijn tante) en van Willem Jansz. te Oud-Alblas.

Leendert's ouders waren Jacob Gijsbertz. Besemer, die rond 1541 is overleden, en Heijltge Willems, die uit Ridderkerk afkomstig was. Leendert's oom, Aert Gijsbertz. Besemer, woonde in Oud-Alblas, waar hij in 1548 heemraad was.

Leendert Jacobsz. Besemer stierf op 24-6-1611 en werd begraven in de kerk van Hendrik-Ido-Ambacht.

18 mei 2016

Latijnse Term: Nomine Uxoris



atijnse termen kom je zo af en toe tegen, wanneer je genealogisch onderzoek doet. Eeuwenlang verzorgden kerken dopen en begrafenissen en sinds de 6e eeuw wordt Latijn veel in katholieke kerk gebruikt. Maar ook in oud-rechterlijke archieven kom je nog wel eens een Latijnse term tegen. 


De Latijnse term Nomine Uxoris ("in naam van de echtgenote") is een term die in Nederland in de vroegmoderne tijd (15e tot 19e eeuw) werd gebruikt. Daarmee werden bezittingen van de vrouw op naam van haar man geregistreerd.
In die tijd werd een gehuwde vrouw in principe als handelingsonbekwaam gezien, dat wil zeggen dat ze haar man moest laten optreden als haar voogd. In geval van krankzinnigheid of langdurige afwezigheid van de man, kon de vrouw - met toestemming van haar man - wèl zelf handelen. 
Bij overlijden van een echtgenoot of echtgenote, erfden hun kinderen van hun overleden ouder, maar hield de weduwe of weduwnaar levenslang vruchtgebruik, togte of tochte genoemd.

 The English version of this post: Latin Term: Nomine Uxoris.

9 oktober 2015

Haere kijnderen die Heer Jan, priester, bij haer verweckt heeft..

Loon op Zand, d.d. 9-10-1545:

Aert Geldenssoon ende Joost Zijmonsse hebben wettelijck ende erffelijck gesamenderhant verkocht Marike  Jansdochter,  ter  tochten  ende  haere  kijnderen die  Heer  Jan  (Willem  Glavimans),  priester,  bij haer verweckt heeft, een erffenisse metter timmeringe daerop staende in zijnder grooten als dat daer gelegen is in die prochie van Venloon opten Horst,  metten eendere zijde ende metten zuijden eijnde oostwaerts  neffen  erffenisse  Willem  Gilissen,  metter  wester  zijde  neffen  Matheus  Aertssoon  ende metten noorden eijnde aen Aertden voors. Noch hiertoe eene acker landts oock aldaer gelegen metter ooster zijde ende metten wester zijde neffen Joosten Zijmonsse voors. streckende van den vaertcant aen  Jan  Gilissen.  Noch  hiertoe  een  heijvelt  oock  aldaer  gelegen  acht  loopenzaet  groot  ofte daeromtrent,  streckende  van  den  dwarswech  totten  coelen  hoeff  toe,  de  oosten  zijde  aen  Joosten voors.  de  westen  zijde  neffen  Matheus  Aertsoon,  alzoo  zij  zeijden.  Welcke  erffenisse  metten timmeringe  voors.  Aert  ende  Joost  voors.  gekocht  hebben  tegen  Aert  Gilissen  met meer  erffenisse gelijck dat in eene schepenbrief van Venloon daeropgemaeckt, volcomentlijcker begrepen is. Ende hebben  het  hem  opgedragen  ende  overgegeven  metten  brieven  met  afgaen  ende  vertijen  alzoo gewoonlijck  ende  recht  is.  Gelovende  Aert  ende  Joost  voors.  als  principaele  schuldenaers  etc.  te waren ende allen commer af te doen. Dies zal Marikevoors. hier jaerlijcks ende erffelijck uit vergelden ½ bl. in sheeren van Loons chijns ende ses loopen roggen erfpachts den clooster van Waelwijck ende Heijlen, Claes Gerits weduwe, 1 ½ carolus gulden losrenten ende den heijlige geest van Loon 25 st. losrenten  ende  noch  vier  gld.  losrenten  Dingen  Willem  Monicx  dochter.  Testes,  Peter  Gijben  ende Bartolomeus Jansse.
Actum den 9e october 1545.
 
Het kasteel van Loon op Zand
 

11 augustus 2015

Dirck Kors Pietersz van Cillaarshoek in 1550

Dirck Kors Pietersz. van Cillaarshoek transporteert op 11-8-1550 aan Thonis Jacobsz., de echtgenoot van zijn zuster, zekere 2 hond land in Westmaas-Nieuwland op de grond van Mijnsheerenland, welke 2 hond land Dirck Kors Pietersz. aangekaveld zijn bij het overlijden van zijn moeder. 
Verder transporteert Dirck Kors Pietersz. aan zijn broeder Pieter Kors Pietersz. zekere 1½ hond land in het Oudeland van Moerkercken in een stuk land ter grootte van 2 morgen en 1 hond, hem eveneens aangekomen bij dode van zijn moeder. 
Dirck Kors Pietersz. transporteert aan zijn zwager Adriaen Pietersz. zekere 1½ hond land in het Oudeland van Moerkercken  in een stuk land ter grootte van 3½ morgen en 1½ hond, hem op dezelfde wijze aangekomen. 

Cillaarshoek
Op 20-3-1552 is er nog een inschrijving waarbij Dirck Kors Pietersz. uit Cillaarshoek land verkoopt in het Westmaas-Nieuwland in de kavel van het convent van Vredendaal, hem aangekomen bij het overlijden van zijn moeder Trijtge, wijlen huisvrouw van Kors Pietersz. 
Dirck Kors Pietersz. van Cillaarshoek koopt op 11-2-1556 van zijn vader Kors Pietersz. voor 100 pond groten Vlaams [geld] een huis, berg en keten met teling en gereedschap. Kors Pietersz. blijft in het bezit van de beste wagen en een kamer.

Hiermee kan de volgende stamboom worden samengesteld: 

  Kors Pietersz. 
x
Trijtge
|
+-----------------------+-----------------------+
Dirck Kors Pietersz     NN. Kors Pietersdr.   Pieter Kors Pietersz 
x
Thonis Jacobsz

Met dank aan L. Helms v. Eis.



8 mei 2015

Jan Gherit Brocken, misdadiger

In de Algemene Protocollen van het Rechterlijk Archief van Tilburg, bewerkt door Jan Trommelen, is de volgende passage te vinden over Jan Gherit Brocken, die waarschijnlijk een broer is van mijn voorouder Joost Gerit Jans Brock.

Op 8-5-1562  werd Jan Gherit Brocken genoemd als een misdadiger, die verantwoordelijk was voor de neerslag van Jan Handricus Brabans, overledene. De misdadiger zal schuldig en gehouden zijn te laten doen tot lafenis van de ziel zaliger gedachtenis 100 kloostergewinnen. Nog daarenboven een waskaars van een pond in de kerk van Tilborch voor dat eerwaardig heilig Sacrament. Nog daarenboven te beginnen een bedevaart naar dat Heijlich Bloet te Boextel met een kaars van een pond en nog een bedevaart naar Sint Adriaens - en die te beginnen binnen een jaar als de mindadiger zijn vrijlating door de Heer zal hebben. Nog daarenboven zal hij gehouden zijn de vrienden een ootmoed op te leggen en te betalen de somma van 70 zoenguldens, die de ene helft nu terstond binnen 8 of 14 dagen en de andere helft met Sint Jacobsmis nu aanstaande voldaan moet zijn. 

3 april 2015

De wederwaardigheden van 16e eeuwse Dirck Jacobsz. van Deyl

Uit het testament van de bode Dirck Jacobsz. van Deyl, opgemaakt op 4-4-1584 te Wassenaar, blijkt dat hij nogal gebrouilleerd was met zijn enige zoon Jacob uit zijn eerste huwelijk: 

 Dirck Jacobsz. van Deyl stelt dat Trijtge Willemsdr., zijn eerste vrouw, in de troubelen is overleden en dat zijn middelen van bestaan zeer verminder waren, zodat hij geen kans zag zich te onderhouden, doch dat sommigen van zijn buren hem hebben geholpen.
Hij is tot binnen het huis van zijn zoon Jacob gegaan en is daar enige dagen geweest voor zijn huisvesting, doch deze heeft hem geen bijstand of mondcost gegeven en zijn zoon had hem veel liever laten vergaan, zodat hij genoodzaakt was (overmits hij een oud man was die wel gemak en bijstand behoefde) hem zelfve met een gezellinne en huisvrou ten huwelijk heeft begeven met Neeltge Jansdr., zijn jegenwoordige huisvrouw, die hem tot heden zeer getrouwde diensten heeft bewezen en hem hulp en bijstand heeft verleend. Hij wil derhalve dat zij daarvoor beloond wordt.
Hij verklaart dat Neeltje boven de getrouwe dienst tot zijn onderhoud in de boedel nog gebracht heeft 10 pond groot vlaams haar bij overlijden van haar zoon en dochter aangekomen en nog enige haringen door haar zoon op haringvaart gewonnen. Hij wil dat al zijn bezittingen zullen gaan naar Neeltge en zij moet aan Jacob uitkeren 1 gulden en zo hij daarmee niet accoord gaat, dan zal deze gulden gaan naar de huisarmen van Wassenaar.

Dirck Jacobsz. van Deyl en zijn zoon Jacob zijn voorouders van mijn neefje Thom Bos.

 

6 februari 2015

Fop Dirksz van IJsselmonde kocht in 1598 een koe

Civiele Rol, 6-2-1598: 
  • Fop Dirksz, won. te IJsselmonde, is schuldig aan Coen Cleijsz, won. in het Molenambacht, ƒ42,- i.v.m. de koop van een vaars. Te betalen op 26-3-1598. Bij goede betaling mag hij korten 27s. Bij faulte betaling is de rente 8 1/3 %.
  • Fop Dirksz, won. te IJsselmonde, en Dirk Foppensz, won. te Heerjansdam, stellen zich borgen voor Lauris Pietersz, won. in 't Land van Putte, voor 220 kgl. 13s. i.v.m. geleend geld door Lauris Pietersz van Coen Cleijsz wat betaald moet worden op 7-2-1599. Bij niet tijdig betalen moet Lauris Pietersz 8 1/3% rente betalen, waarvoor zij ook borg staan. 
  • Dirk Foppensz, won. op Heerjansdam, is schuldig aan Koen Cleijsz, won. in het Molenambacht, 477 kgl. 16s. 7d. i.v.m. geleend geld. Te betalen op 7-2-1599. Bij faulte van betaling is de rente 8 1/3%. Borgen zijn Fop Dirksz te IJsselmonde en  Lauris Pietersz, won. in het land van Putte. 

4 januari 2015

Joost Adriaensz de Pee alias "den Groten Joost" rond 1600

Op 14-9-1619 attesteerde Joost Adriaensz de Pee, omtrent 48 jaren oud en wonende onder Oost-Barendrecht, ten verzoeke van Jan Jansz, molenaar op de molen van Heerjansdam, hoe er op die korenmolen vanouds werd gewerkt met briefjes voor de molenaar en voor de collecteurs. Op dat moment was Joost dus nog geen zelfstandig molenaar. Rond 1625 was Joost Adriaensz de Pee alias "Den Groten Joost" inmiddels wel molenaar in Heerjansdam. Hij was gehuwd met Ploentgen Claesdr, die mogelijk een molenaarsdochter was. 

Den Groten Joost was niet zo snel met betalen, zoals blijkt uit de civiele rollen van de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland. Op 24-1-1596, bijvoorbeeld, was Joost Ariensz. 6 Car. gld. 10 st. schuldig aan Claes Jansz., schout van Mijnsheerenland, vanwege de koop van een paar laarzen. Hij diende in mei dat jaar te betalen. Joost was op 18-1-1596 aan Elias van Walscappel, een Dortse koopman in 'greynen', 64 Car. gld. schuldig welke hij met Baafmis 1597 diende te betalen. Baafmis is de feestdag van Sint-Bavo op 1 oktober. Joost was vaker geld schuldig aan Van Walscappel.
Volgens een zaak van 28-11-1598 was Joost Ariensz. aan Jacob van Driel en Arien Ariensz Vinck 35 ponden vlaams en 2 zalmen schuldig vanwege gekochte te velde staande bonen. Betaald diende te worden met kerstmis dat jaar. De ambachtsvrouwe van Heerjansdam liet bij acte van 11-2-1625 door het gerecht van Heerjansdam beslag leggen op het geld dat Huijbert Foppen nog tegoed had van Joost Adriaensz de Pee voor het maken van een molen. En dat zijn nog maar enkele voorbeelden.

Op 4-1-1641 is sprake van "reedende op de pael gestaen hebbende voorden deurstijl van het huys daer de wedue vanden grooten Joost in woont, sijnde het eerste huys van Oostbarendrecht ende staende aende westsijde van den coornmolen aldaer". Dat huis kwam later aan hun zoon Adriaen Joostensz de Pee. Nog in een akte van 19-3-1699 wordt gerefereerd aan dit huis op de grens van Oost-Barendrecht en Heerjansdam als "van outs genaemt het huys van Joost de Pee en latest of nu noch bewoont bij Dirck van der WAel, daer ut hangt het Kooningswape".


Van Den Groten Joost en zijn vrouw Ploentgen zijn 7 kinderen bekend: Adriaen, Cornelia, Elysabet, Jan, Maeyken, Neelken en Claes. Zoon Jan woonde te Kijfhoek en diens zoon Joost woonde op Maasdam. Hun nakomelingen heetten ombeurten Jan of Joost - tot in de 19e eeuw die traditie werd verbroken.

De huidige korenmolen van Heerjansdam, zoals hier rechts weergegeven, dateert uit 1868. 



Bronnen: "De oudere geneaties van het geslacht De Pee uit Heerjansdam" van K.J. Slijkerman in Ons Voorgeslacht No. 600, Mei 2008, Wikipedia en de NGV transcripties van de trouw- en doopboeken van Maasdam.



8 juli 2014

De pest in Gouda in 1673

In de periode 1573-1575 was Gouda al door de pest getroffen, maar dankzij immigratie uit met name de Zuidelijke Nederlanden was het inwonertal in de periode 1595-1622 weer toegenomen. In 1625 en 1636 werd Gouda echter opnieuw door pestepidemieën getroffen. Na een korte economische bloeiperiode vanaf 1665, werd Gouda in 1673 getroffen door een zeer zware pestepidemie, waaraan bijna 3000 mensen stierven, ca. 20% van de bevolking.  

Ook de schilder Jan Daemesz de Veth was een slachtoffer: "Hy hadde voor het plaatsnijden te leeren, doch wierde in 't jaar 1625 oud ontrent dertig jaaren, van eene besmettelijke ziekte aangetast, en overwonnen.", zo vermeldde de stadshistoricus Ignatius Walvis (1653-1714). 

Gouda in 1674

11 juli 2013

Schoolplaat: Bloembollenteelt bij Noordwijk aan Zee

Bloembollen kwamen in de tweede helft van de 16e eeuw in de Lage Landen in de belangstelling te staan bij welgestelden en wetenschappers. Met name rond Haarlem kwamen er steeds meer kleine kwekerijen. Ook in wat nu de Duin- en Bollenstreek is, waren er in de 18e eeuw al lieden die er een kwekerij op na hielden. In de tweede helft van de 19e eeuw breidt de bloembollenteelt zich snel uit. 

Bloembollenteelt bij Noordwijk aan Zee, 
schoolplaat voor het aardrijkskundig onderwijs, 
getekend door Bernardus Bueninck (1864-1933). 

22 januari 2013

De storm van januari 1576

In de nacht van 22 op 23 januari 1576 was er een zware storm. In veel plaatsen waaiden kerken, huizen, keten en molens om. Ook werden mensen bedolven onder ingestortte huizen. 

In zowel Beverwijk, Leeuwarden als Westmaas stortte een kerk in. De omgevallen kerk van Westmaas werd in de zomer van 1576 herbouwd en in 1650 vervangen door de huidige dorpskerk. 


Ook in Gent, Brugge en Luik liepen huizen en kerken veel schade op. De storm veroorzaakte ook een stormvloed, die het water in de Zuiderzee hoog opzwiepte, waardoor enkele dijken doorbraken rondom het IJ. In Leiden raakten mensen bedolven onder ingestortte huizen. 


Een tijdgenoot, ene Cornelis, schreef over de ramp: 

"dat op ten xxiii Januarij lestleden smorgens tussen vier en vijf uijren inden tijde 
als ick quam dat ons kerck om viel 
was een groote aertbeving 
ende op Claeswael is deselfde aertbevinge geschiet also die buijren daer seijden 
men hoorden in alle plaetsen met dage verdriet 
soe van kercken, huijsen keeten ende moelens die daer om gewaeijt waeren 
en oock op sommige plaetsen daer die menschen onder die huijsen waren doot gevallen 
soe in den Briel ende op andere plaatsen."

Den Briel in 1572 (4 jaar voor de storm)
 Zie: Bulletin 112 van de vriendenkring van het Streekmuseum Hoeksche Waard, juni 2010.

23 november 2012

Het Octrooi Serviel van Dordrecht

Van 1520 dateert het Octrooi Serviel, dat dorpelingen uit de wijde omgeving van Dordrecht verplichtte om hun agrarische producten op de Dortse markten te verkopen. Dordrecht kon zijn stadskas vullen met de extra accijnsopbrengsten, maar door het Dortse monopolie kregen de plattelanders niet de 'rechte waerde' voor hun producten en moesten zij vaak onnodig ver met hun producten reizen.
Voor Lekkerkerkers was de reis naar Dordt extra lastig, omdat zij eerst met eb de Lek af moesten zakken en dan op de vloed moesten wachten om naar Dordt te kunnen varen, terwijl zij binnen 2 uur naar Schoonhoven konden roeien.
In 1553 verklaarde een vrouw uit IJsselmonde, dat zij 4 jaar eerder, toen zij een keer op weg was naar Rotterdam met boter, kaas, eieren en hoenders, Dortse controleurs aan boord van haar schuit waren gekomen en al haar handel verbeurd hadden verklaard. Soms werden de overtreders zelfs door de controleurs mishandeld.
Pas in 1589 werd het Octrooi Serviel voorgoed afgeschaft. Wel had Dordrecht enkele jaren eerder nog een 'octrooi van de halve mijl' weten te verwerven, dat Dordrecht het recht gaf om een bier- en wijnaccijn in de omliggende dorpen te heffen. Dat recht bleef tot de Bataafse omwenteling van 1795 van kracht. 


Zicht op de Oude Maas bij Dordrecht, 
geschilderd door Jan van Goyen in 1651
http://www.dordrechtsmuseum.nl/