Posts tonen met het label misdaad. Alle posts tonen
Posts tonen met het label misdaad. Alle posts tonen

8 september 2026

Petrus Gerardus Oerlemans werd opgesloten wegens zoutfraude

In Tilburg werd op 20 oktober 1849 Petrus Gerardus Overlemans geboren als oudste zoon van Albert Oerlemans (1822-1884) en Catharina Elisabetha de Chéne (1817-1890). Als kind ging hij naar de lagere school.

Petrus Gerardus was 25 jaar oud, toen hij in Tilburg op 1 juli 1875 trouwde met de 32-jarige Johanna Maria van den Brekel. Zij is geboren op 10 april 1843 in Loon op Zand als dochter van Michiel van den Brekel en Johanna Maria Haansbergen.

Johanna Maria en Petrus Gerardus kregen de volgende kinderen:
  1. Maria Catharina Elizabeth is geboren op 23-8-1876 in Tilburg. Zij is aldaar getrouwd op 12-8-1896 met Theodorus Modestus Langers, geboren op 17-6-1878 in Rijkevorsel in Belgiё. Aldaar is zij overleden op 13-1-1957, 80 jaar oud. 
  2. Michael is geboren op 18-9-1877 in Tilburg en aldaar overleden op 5-3-1878, 5 maanden oud.
  3. Cornelius Henricus Johannes is geboren op 31-12-1878 in Tilburg. Hij is aldaar getrouwd op 5-8-1903 met Johanna Maria Josefina Cools, geboren op 15-3-1879 in Tilburg. Cornelius is overleden in Tilburg op 30-1-1922, 43 jaar oud. 
  4. Cornelia is geboren op 7-3-1880 in Tilburg. Zij is aldaar op 5-10-1904 getrouwd met plaatsgenoot Martinus Jacobus Franciscus Oppermans. Cornelia is in Tilburg overleden op 4-2-1959, 78 jaar oud. 
  5. Francisca is geboren op 25-4-1881 in Tilburg. Zij is aldaar getrouwd op 9-1-1901 met Petrus Ludovicus Bertens, geboren op 13-2-1875 in Tilburg. Francisca is in Tilburg overleden op 2-2-1961, 79 jaar oud. 
  6. Johanna Maria is geboren op 5-7-1882 in Tilburg en aldaar overleden op 30-3-1883, 8 maanden oud.
  7. Josephus is geboren op 26-10-1883 in Tilburg en aldaar overleden op 15-11-1883, 19 dagen oud. Hij was een tweeling met Anna Cornelia.
  8. Anna Cornelia is geboren op 26-10-1883 in Tilburg als tweelingzus van Josephus. Zij is overleden op 30-1-1884 in Tilburg, 3 maanden oud.
  9. Maria Louisa is geboren op 11-4-1885 in Tilburg. Louisa was 12 jaar oud, toen zij overleed op 5-4-1898 in Diessen.

Johanna Maria van Brekel had last van astma voor zij overleed in Tilburg op 13 juni 1885, 42 jaar oud. Haar jongste dochter was toen 2 maanden oud. Petrus Gerardus Oerlemans, haar weduwnaar, was 25 jaar oud en bleef alleen achter met 5 jonge kinderen.
Petrus Gerardus Oerlemans had een lengte van 1,66 m., zijn haar en wenkbrauwen waren blond, zijn ogen waren grijs, zijn neus was groot en zijn kin was rond.

Beschrijving van Petrus Gerardus Oerlemans op 41-jarige leeftijd

26 maart 2026

Aart Kleinjan (1794-1848) ging het gevang in wegens mishandeling

De Aart Kleinjan in dit verhaal is geboren op 26 maart 1794 en gedoopt op 13 april in 's-Gravendeel. Zijn ouders zijn Dirk Fleuren Kleinjan en Pietertje Emonts Salders. Aart is een nakomeling van mijn 17e-eeuwse voorouder Arijen Jansz Cleijnjan.
Aart was 28 jaar oud toen hij in 's-Gravendeel op 3 november 1822 trouwde met plaatsgenote Huibje Bussum (1796-1872). Voor haar huwelijk had Huibje al 2 lovenloze kinderen gebaard en na haar huwelijk zouden er nog 6 volgen. Nadat zij in 1830 eindelijk van een levend kind beviel, overleed dat alsnog binnen een jaar. Van al haar 18 kinderen hebben alleen Jacob, Aart Dirk en Neeltje de volwassen leeftijd bereikt.

Aart Kleinjan uit 's-Gravendeel mishandelde een magistraat die zijn functie uitoefende

Arbeider Aart Dirkzoon Kleinjan, 36 jaar oud, geboren te 's-Gravendeel, werd op 17 december 1830 opgesloten in de gevangenis "De Krententuin" op een eiland bij Hoorn. Hij was veroordeeld tot 2 jaar gevangenisstraf wegens "mishandeling en belediging van een magistraat in de uitoeffening zijner functie". Op 25 december 1832 kwam Aart weer vrij.
Kort voor Aart de gevangenis in ging, beviel Huibje op 19 november 1830 rond 16:00 in 's-Gravendeel van haar eerste levende kind. Zij noemde het kind Aart naar zijn vader. De aangifte werd gedaan door de vroedvrouw, die verklaarde dat de vader zich toen in Gouda ophield. Binnen een jaar overleed Aart jr. op 15 oktober 1831.

Gevangenis "De Krententuin" op het Oostereiland bij Hoorn

Aart en Huibje kregen vervolgens zonen Jacob Kleinjan (1833-1917) en Aart Dirk Kleinjan (1834-1913), die beiden trouwden. Een zoontje genaamd David is geboren en overleden in 1836. Op 6 maart 1838 rond 14:00 in 's-Gravendeel lag Huibje weer in het kraambed. De volgende dag deed Aart aangifte van de geboorte van een zoontje met de naam Pieter. Op 17 juli 1839 in 's-Gravendeel deed Aart echter aangifte van het overlijden van zijn dochter Pietertje, overleden op de 16e rond 18:00 en 16 maanden oud.
Aart's volgende kind was Neeltje Kleinjan (1841-1924). Zij zou in 1863 trouwen met plaatsgenoot Teunis de Kreek (1839-1919). Het jongste kind van Aart heette Pieter en is geboren en overleden in 1843.

16 oktober 2025

Adriaan Kievits (1787-1842) schopte zijn kinderen

De Adriaan Kievits in dit verhaal is geboren op 9 augustus 1787 en gedoopt in Klundert op de 12e als jongere zoon van Willem de Kievit en zijn vrouw Martijntje Cornelisse Lucas (1745-1815). Martijntje is een nakomeling van mijn voorvader Neleman Claes Nelemans (±1570-±1626) die in De Zwaluwe woonde.

Adriaan Kievits is geboren op donderdag 9 augustus 1787 in Klundert

Adriaan ging werken als metselaarsknecht. Hij trouwde in Klundert op 12 november 1811 met Gerardina Harmsen. Zij is geboren op 12 november 1786 en gedoopt op de 19e in Klundert als dochter van Dirk Harmsen en Berbera van Kaam.

Adriaan en Gerardina kregen de volgende kinderen:
  1. Martijntje Kievits is geboren op 21-1-1812 in Klundert. Zij trouwde op 11-9-1839 in Vlissingen met de aldaar geboren Jacobus Frits. Martijntje is overleden op 10-4-1861 in Vlissingen, 49 jaar oud. Van haar vele kinderen bereikten slechts 3 dochters de volwassen leeftijd.
  2. Thierri (Dirk) Kievits is geboren op 26-5-1813 in Klundert. Hij trouwde met de 33-jarige Anna van de Meeberg op 6-10-1842 in Fijnaart en Heijningen. Bij dit huwelijk erkende Dirk Anna's 8-jarige dochter Cornelia en kreeg zij zijn achternaam. Dirk's huwelijk bleef kinderloos. Dirk is overleden op 24-3-1887 in Klundert, 73 jaar oud.
  3. Willem Kievits is geboren op 26-8-1814 rond 17:30 in Klundert. Hij is aldaar overleden op 27-8-1817 rond 7:30, 3 jaar oud.
  4. Berbera Kievits is geboren op 11-8-1816 in Klundert. Zij is aldaar overleden op 31-10-1816, 2 maanden oud.
  5. Berbera Kievits is geboren op 08-7-1818 in Klundert. Aldaar trouwde zij op 3-5-1844 met Leendert van Gijn, die reeds op 30-5-1845 is overleden. Pas op 28-4-1864 is Berbera hertrouwd in Numansdorp met Johannes Slings, weduwnaar van Stijntje Streefkerk. Berbera is overleden op 5-4-1896 in Rotterdam, 77 jaar oud.
  6. Cornelia Kievits is geboren op 1-8-1819 in Klundert. Zij is aldaar op 23-2-1822, 2 jaar oud.
  7. Willem Kievits is geboren op 12-1-1821 in Klundert. Aldaar is hij overleden op 15-7-1821 rond 9:00, 6 maanden oud.
  8. Cornelia Kievits is geboren op 21-8-1822 in Klundert. Zij is aldaar overleden op 28-12-1823, 1 jaar oud.

Gerardina Harmsen is overleden in Klundert op 7 oktober 1823, 36 jaar oud. Haar jongste dochter Cornelia stierf eind dat jaar. Adriaan Kievits bleef toen achter met de overgebleven kinderen Martijntje, Dirk en Berbera. Dat ging niet goed.

Adriaan Kivits schopte zijn kinderen

Op 17 december 1830 werd de 44-jarige metselaar Adriaan Kievits opgesloten in de gevangenis op het Oostereiland bij Hoorn. Hij was veroordeeld wegens "wreedaardig slaan en schoppen zijner kinderen". Daarbij werd opgemerkt dat hij al eerder 1 jaar correctioneel veroordeeld was. Dit keer moest hij 2 jaar de cel in. Pas op 19 juni 1832 kwam Adriaan Kievits weer vrij.

1 september 2025

Hendrikus van der Ros (1812-55) mishandelde zijn vrouw Dina Voorsluis

Hendrikus Christoffel (“Hendrik”) van der Ros werd geboren op 5 maart 1810 en r.k. gedoopt op de 6e in Heusden als zoon van Wilhelmina (“Gauillaumette”) van Kranenburg en Jacobus van der Ros. Hendrik had o.a. een oudere broer Frederik(us) van der Ros (1798-1884).

Hun vader, dagloner Jacobus van der Ros, deed op 2 oktober 1812 in Heusden nog aangifte van een kind. Hun grootmoeder Hendrika van Dijk, weduwe van Jan van Kranenburg, deed op 3 april 1818 in Heusden aangifte van het op die dag geboren onechte kind van haar dochter Wilhelmina van Kranenburg, genaamd Wilhelmina. Kennelijk was Jacobus toen inmiddels overleden. Wilhelmina van Kranenburg, weduwe van Jacobus van der Ros, overleed als weduwe op 7 januari 1828 in Heusden, 51 jaar oud.

Henricus Christoffel van der Ros verbleef in 1837 in de gevangenis in Hoorn wegens diefstal

Hendrikus Christoffel van der Ros was 24 jaar oud, woonde in Heusden en werkte als zadelmakersknecht, toen hij een jaar de gevangenis in moest wegens diefstal. Op 20 januari 1837 werd hij opgesloten in de gevangenis op het Oostereiland bij Hoorn (NH). Deze gevangenis was in 1829 in gebruik genomen en werd in de volksmond (“De Krententuin”) genoemd. Op 13 december 1837 was Hendrik weer een vrij man.

Gevangenis "De Krententuin" op het Oostereiland bij Hoorn

1 augustus 2025

Welke Isaac de Mol in Gouda verwondde zijn broer dodelijk?

Mijn neefjes stammen af van Ariaantje Kaan en Jan Isaacs de Mol die trouwden in Gouda op 26 december 1751. Zij kregen samen 13 kinderen, o.a. Izaak, Arij, Jacobus, Elisabeth, Marrigje, Pieter, Benjamin, Joseph, Rachel, Lea en Sara. De kinderen Arij en Elisabeth zijn vernoemd naar de ouders van Ariaantje Kaan. Het ligt dus voor de hand dat de Izaak en Marrigje zijn vernoemd naar Jan's ouders. De vraag is nu wie de ouders van deze Jan de Mol zijn.

Er leefden in Gouda twee mannen genaamd Jan de Mol, die getrouwd waren met een Marrigje Jans en een zoon hadden met de naam Isaac, die de juiste leeftijd had:

  1. Op 16 november 1727 werd een Jan Isaacs de Mol gedoopt als zoon van Isaac Jans de Mol en diens tweede vrouw Marrigje Jans Ravensberg, die trouwden in Gouda op 12 mei 1726.
  2. Op 18 augustus 1728 werd een Jan Isaacs de Mol gedoopt als zoon van Isaac Isaacs de Mol en Marrigje Luijnenburg, die trouwden in Gouda op 17 mei 1723.

Al eerder heb ik geschreven over pijpmakersknecht Isaac Isaacs de Mol in Gouda, die in de kamer van zijn moeder in de Wijde Poort in Gouda op 20 maart 1729 zijn broer dusdanig verwondde dat die twee dagen later is overleden. Deze Isaac werd toen uit Holland verbannen. Hij was getrouwd met Marrigje Luijnenburg, die op 9 juni 1737 in Gouda is hertrouwd met Hendrik van der Pauw, weduwnaar van wijlen Aagje van Dam. Zij hadden dus een zoon Jan.

De ene Jan Isaacs de Mol woonde in de Vuilsteeg in Gouda toen hij aldaar trouwde op 31 augustus 1749 met Lijsbeth van Leeuwen, weduwe van Pieter Schenk. Uit dit huwelijk heb ik dochters Joanna en Tanneke gevonden in 1750 en 1758 met als doopgetuigen Anna Schravesand en Cornelia Kleijnenbergh.

Bij de andere Jan Isaacs de Mol en zijn vrouw Ariaantje Kaan zijn de doopgetuigen bij hun kinderen o.a. Elizabeth de Mol, Adriana Straf in't Veldt, Marrigje Vertin - de vrouw van Laurens Kaan(en), Aaltje Koukerk, Grietje Bremmert, Willemijntje Bremmert en Maaria Kaan(e). De twee dopen die ik  aanvankelijk nog miste, waren die van de twee oudste zoons: Izaac en Arij. 

Isaac is gedoopt in Gouda op 15 april 1753 met getuige Margie Ravensbergen:

Margie Ravensbergen was op 15-4-1753 getuige bij de doop van Isaac, zoon van Jan de Mol en Adriana Kaanen

19 juni 2025

Elisabertus (1888-1919), de gebeten Bos

Bij de zitting van de arrondissements-rechtbank te Dordrecht van woensdag 21 juli 1909 werd 2 weken gevangenisstraf gevorderd tegen de arbeider Leendert L. te Klaaswaal, omdat hij in de nacht van 18 op 19 mei in een herberg aldaar Elisabertus Bos had mishandeld door hem opzettelijk van een stoel te trekken, op de grond te gooien en hem te slaan en te bijten. 

Dordrechtsche Courant, 22-7-1909

Elizabertus Bos was geboren op 4-2-1888 in Westmaas als vierde van de dertien kinderen van Wouter Bos (1838-1920) en Neeltje Noordhoek (1857-1926). Hij zal zijn vernoemd naar zijn grootmoeder van vader's zijde, Elisabeth Schutter (1815-1883). Via haar stamt Elizabertus af van mijn voorouder Paulus Jansz Hartigh (1683-1713) uit Strijen. Van vader's zijde behoort Elizabertus tot een familie Bos die in de 18e eeuw van Tricht via Oud-Alblas naar de Hoeksche Waard verhuisde.

Elizabertus Bos was arbeider van beroep. Hij is op 28-3-1913 in Numansdorp getrouwd met Dirkje Lena Boer. Zij werd geboren in Numansdorp op 24-4-1892 als dochter van Pieter Boer en Lena van Bergen.
Elizabertus is de vader van Neeltje, Pieter, Wouter, Lena (1915-2010) en Leendert Arend Jan Bos (1918-1943), die tijdens de oorlog aan de Birmaspoorweg moest werken en in Thailand is begraven.

19 december 2024

Landloper Willem Barendregt (1848-1919)

Een familienaam die naar een plaats verwijst wordt een toponiem genoemd. Vaak is dat dan de plaats waar de familie oorspronkelijk vandaan komt. De Willem Barendregt in dit verhaal werd echter ook geboren in de plaats Barendrecht en wel op 13 december 1848. Zijn ouders zijn Dirkje de Knegt (1819-90) uit Charlois en Jan Barendregt (1818-75) uit Barendrecht. Willem's grootvader Hendrik Barendregt (1787-1867) woonde in Charlois.

De in 1838 geboren Willem Barendregt gaf bij zijn eerste huwelijk aan niet te kunnen schrijven of tekenen, maar zette in 1899 wel zijn naam onder de huwelijksakte van zijn zoon. Van de nationale militie werd Willem in 1868 vrijgesteld omdat hij de enige nog levende zoon was van zijn ouders.
Op 19-jarige leeftijd trouwde Willem op 19 november 1868 in Hendrik-Ido-Ambacht met de 18-jarige Teuntje Bakker. Teuntje is geboren op 11 november 1850 als dochter van Marinus Bakker (1826-1895) en zijn vrouw Barbera van Golen.
Willem en Teuntje kregen kinderen Jan, Maria en Marinus, maar de jongste twee overleden in 1871 en 1872. Teuntje Bakker is overleden in Hendrik-Ido-Ambacht op 11 april 1873 rond 4 uur 's-morgens. Zij is maar 22 jaar oud geworden.

Willem Barendregt was 24 jaar oud, weduwnaar en vader van een jong zoontje. Hij is hertrouwd met de 19-jarige Jannigje Prins op 16 juli 1874 in Hendrik-Ido-Ambacht. Voor hun huwelijk werd een Akte Van Onvermogen afgegeven waarin verklaard werd dat Willem en Jannigje in behoeftige omstandigheden verkeerden. Jannigje was geboren op 1 mei 1855 in Hendrik-Ido-Ambacht als dochter van Adriana Spruit en wijlen Pieter Prins (†1868).
Ook met Jannigje kreeg Willem drie kinderen, waarvan er twee jong stierven. In 1884 waren alleen Willem's zoons Jan, geboren op 26-3-1869, en Pieter, geboren op 17-1-1879, nog in leven.

Willem Barendregt (1848-1919) in Veenhuizen

Eind 1889, toen zijn zoon Jan trouwde, woonde Willem Barendregt in Waddinxveen. Bij het eerste huwelijk van zijn zoon Pieter begin 1899 woonde Willem in Rotterdam. 
Op 12 november 1891 werd Willem Barendregt bij de rechtbank in Rotterdam veroordeeld tot 1 maand gevangenisstraf wegens diefstal. In Utrecht werd Willem veroordeeld voor “landlopen met opzet”. In maart 1901 werd hij opgenomen in Veenhuizen.
Willem Barendregt had een lengte van 1,66 m. met een bovenlijf van 88 cm. Zijn voet was 27,3 cm lang. Zijn hoofd was 19 cm lang en 15 cm breed. Zijn rechteroor was 6 cm. lang. Zijn linkeroog was blauw en zijn neus was breed. Zijn baard en haar waren inmiddels bruin-grijzend. Zijn huid werd als “doorschijnend” omschreven. Er werd opgemerkt dat zijn arm en hand misvormd waren.

3 oktober 2024

Gerrit Rosenbrand werd in 1819 veroordeeld wegens diefstal

Gerrit Rosenbrand, arbeider, 40 jaar oud, geboren te Loon op Zand en wonend te Capelle (NB), werd in 1819 wegens diefstal gedaagd voor de Rechtbank van Eerste Aanleg in Den Bosch. Het proces-verbaal werd opgemaakt op 16 juni. Op de 13e had Gerrit van het land van Wouter van der Hoeven, wonende te Capelle, turven gestolen. Turf is gedroogd veen dat als brandstof kan worden gebruikt. Turven werden gebruikt voor het stoken van kachels en om op te koken.
Vanwege deze diefstal werd Gerrit Rosenbrand veroordeeld tot gevangenzetting van 1 jaar. Deze straf werd uitgesproken op 28 juli 1819.

Processtukken uit 1819 betreffende Gerrit Rozenbrand

Gerrit Rosenbrand is gedoopt op 26 september 1779 in Loon op Zand als zoon van Adriaen Johannesse Rosenbrand (1748-1804) en Jenneke Gielen Swart (1742-1824), een kleindochter van mijn voorvader Jan Anthonisse Swart (1662-1711). Gerrit stamt in mannelijke lijn af van mijn voorvader Jan Claesz. Rosenbrand (1645-1708).

Op 27-jarige leeftijd trouwde Gerrit Rosenbrand in Loon op Zand op 14 juni 1807 met de 25-jarige Antonia (“Teuntje”) van Campen. Zij is gedoopt op 2 september 1781 in 's-Grevelduin-Capelle als dochter van Cornelis Cornelisse van Campen (1747-1829) en zijn tweede vrouw Johanna Konings. Teuntje had een broer Cornelis "de Jonge" van Campen (1779-1849), die trouwde met Adriana de Jong (1774-1849), een zus van mijn voorvader Adriaan de Jong (1776-1844).
Gerrit Rosenbrand en Teuntje van Campen kregen kinderen Adriaan, Johanna en Cornelis. Na Gerrit's veroordeling werd in 1819 een gelijknamige zoon Gerrit geboren die slechts 2 maanden leefde. Terwijl Gerrit Rosenbrand in de gevangenis zat bleven zwangerschappen even uit.
Pas in maart 1822 werd opnieuw een kind geboren, Teunis, die slechts 18 dagen leefde. Tenslotte volgde nog een laatste zoon Johannis (1823-1872). Bij zijn geboorte op 6 juni 1823 in Capelle was zijn moeder inmiddels 41 jaar oud.
De oudste zoon van Gerrit Rosenbrand en zijn vrouw Teuntje, Adriaan, overleed op 25-jarige leeftijd in 1833 in Capelle. Hun overgebleven kinderen Johanna (1810-1876), Cornelis (1815-1902) en Johannis (1823-1872) zijn getrouwd.
Gerrit Rosenbrand overleed op 67-jarige leeftijd op 5 augustus 1847 in Capelle. Zijn weduwe, Antonia van Campen, overleed in Raamsdonk op 31 juli 1855, 73 jaar oud.

Bronnen: www.BHIC.nl, Salha.nl, RegionaalArchiefTilburg.nl, WieWasWie.nl, P. Sanders en J. Rosenbrand: Genealogie Rosenbrand, Genealogisch Tijdschrift voor Midden- en West- Noord-Brabant, 1985, nr. 1 .

6 september 2024

Sieger van Houten (1870-1948) werd krankzinnig in de gevangenis

Sieger van Houten werd in Smallingerland geboren op 7-9-1870 als zoon van Jan van Houten en Janke de Jager. Zijn ouders waren afkomstig uit Drachten en waren op 17-3-1870 in Smallingerland getrouwd. De bruid was toen al zwanger. Sieger werd vernoemd naar zijn grootvader van vader's zijde. Sieger kreeg o.a. een jongere broer Auke van Houten, die werd geboren op 17-4-1876 in Smallingerland. 

Arbeider Sieger van Houten werd op 11-3-1890 aangenomen bij de nationale militie om zijn dienstplicht te vervullen. Hij was 1,60 m. lang, had een rond aangezicht en ronde kind met blauwe ogen en blond haar en wenkbrauwen.

In augustus 1895 moesten Sieger en Auke van Houten voor de rechtbank in Heerenveen verschijnen vanwege de ernstige mishandeling van landbouwer Johannes Rinsma te Drachten. De aanleiding was dat Auke bij Rinsma had willen werken, maar dat deze hem niet wilde aannemen. Daarop had Auke zijn oudere broer Sieger erbij gehaald, die de boer tegen de grond drukte en bij zijn keel pakte. Er werd in de rechtszaal opgemerkt dat de beide broers toen al berucht waren. De strafeis was 6 maanden gevangenisstraf.

Het Nieuws van den Dag (Kleine Courant), 21-8-1895

Vier jaar later kwam Sieger van Houten weer in het nieuws. Een 80-jarige veehouder Sierk van Gorkum (1818-1914) was 's-avonds aangevallen, vreselijk toegetakeld, van zijn geld beroofd. Daarna was hij bewusteloos op de weg achtergelaten, waar hij pas 5 uur later werd gevonden. Enkele dagen later werd Sieger van Houten in hechtenis genomen en vervolgens geboeid naar Heerenveen getransporteerd.
Hoewel boer Van Gorkum aanvankelijk veel last had van zijn verwondingen, is hij uiteindelijk toch 95 jaar oud geworden.

De Peel- en Kempenbode, 13-12-1899

11 juni 2024

Leendert Witvliet (1786-1834) uit Middelharnis miste een been

Vader Barend Witvliet beklaagde zich in 1805 over het zeer losbandig leven van zijn 18-jarige zoon Leendert. Hij zou met medewerking van Aren Timmerman "tot goedmaking van zijne nutteloose verkwistingen" zich niet ontzien om van tijd tot tijd winkelgoederen van zijn ouders mee te nemen en in de bank van lening of elders te verzetten. Ondanks "veelvuldige vermaningen en bestraffingen" was hij voor geen rede vatbaar.
De baljuw ondervroeg de vader en zoon en ook Aren Timmerman. Op grond van het 16e artikel Reglement voor de Rechtbank d.d. 29 mei 1804 zou Leendert met rottingslagen worden gekastijd. Hij beloofde beterschap en "op verzoek van zijnen vader, met nader goedvinden van scheepenen" kreeg hij geen slaag, maar kwam er met een "ernstig repriment en bedreyging" van af. Aren werd voor zes dagen 'gespijzigd' met water en brood.

Leendert Witvliet was in Middelharnis gedoopt op 11 juni 1786 als zoon van Barent Cornelisz. Witvliet (1756-1805) en Leentje Leenderts van der Poot (1757-1806). Leendert had een ondere broer Cornelis, gedoopt op 19 mei 1781 in Middelharnis. Zij hadden jongere broers Arent, Jan en Mattheus.
Leendert's broer Cornelis werd in 1840 voor de tweede maal veroordeeld voor eenvoudige diefstal en zat een jaar in de gevangenis in Hoorn (NH), waar hij op 12 september 1841 weer werd vrijgelaten. Cornelis had een kaal hoofd, hoog voorhoofd, lang aangezicht, grote mond, ronde kin, blauwe ogen en gezonde kleur. Hij had lager onderwijs genoten en werkte als bakkersknecht. Cornelis is 5 jaar na zijn vrijlating op 60-jarige leeftijd overleden op 22 december 1846 in Middelharnis.
Hun jongere broer Arent Witvliet (1792-1862) was in 1814 al eens voor diefstal veroordeeld. In 1847 werd hij veroordeeld voor "diefstal gepleegd bij nacht door meer dan één persoon". De straf was "een ½ uur te pronk en brandmerk en 5 jaren tuchthuisstraf", die werd omgezet tot een correctionele gevangenisstraf van 3 jaren.

Leendert Witvliet miste zijn linker been

Ook Leendert Witvliet heeft enige tijd in de stad Hoorn verbleven voor hij op 3 oktober 1827 aankwam bij de dwangkolonie Veenhuizen, één van de "Koloniën van Weldadigheid". Zijn aangezicht was bleek van kleur, zijn ogen waren blauw en zijn kin was rond. Wat opviel was dat zijn hoofd kaal was en dat hij zijn linkerbeen miste. Na een 6-jarig verblijf werd Leendert Witvliet ontslagen uit Veenhuizen op 4 november 1833.

Zicht op het derde gesticht van Veenhuizen

Leendert was 47 jaar oud en werkte als mattenmaker toen hij op 11 mei 1834 in Groningen eindelijk trouwde. De bruid was de 50-jarige werkster Hindrikkijn Janssen Bakker. Zij was weduwe van de gepensioneerde soldaat Johan Philipp Kammer, die was overleden op 52-jarige leeftijd op 17 februari 1826 in Groningen. Hindrikkijn was gedoopt in Groningen op 21 januari 1784 als dochter van "vischvrouw" Annegijn Janssen.

31 mei 2024

Het droevige leven van Martinus Cornelis Wilhelmus Seton (1864-1904)

Martinus Cornelis Wilhelmus Seton werd geboren op 20 november 1864 in Rotterdam als zoon van Willem Cornelis Seton (1831-1890) en zijn tweede vrouw Christina Kleijn (1834-1879). Hij is een nakomeling van Jan Pieters Seton (1721-1795) uit Schoonhoven, zoon van Maria Jans van Rijswijck en Pieter Griffelsz. Seton.
Willem Cornelis Seton kreeg in zijn beide huwelijken in totaal 14 kinderen. Na het overlijden van de 21-jarige Christiaan in 1888, waren er nog 7 kinderen in leven. Zelf overleed Willem Cornelis in Rotterdam op 6 juli 1890, 58 jaar oud. Hij had zijn beide echtgenotes overleefd.

Martinus Cornelis Wilhelmus Seton

Martinus Cornelis Wilhelmus Seton was sjouwer van beroep en woonde o.a. in Rotterdam. In de periode 1882-1891 deed hij militaire dienst in Indonesië.
Martinus was 27 jaar oud toen hij trouwde op 15-6-1892 in Rotterdam met de 32-jarige Jacoba van der Keemel. Zij was geboren op 10 november 1859 in Rotterdam als dochter van Dirk van der Keemel en Elizabeth Yda Murk. Zij kregen samen 4 zonen en 1 dochter. De 2 jongste kinderen stierven elk al na 1 maand. De tweede zoon, Robert, komt niet meer voor op latere gezinskaarten en zal dus ook jong zijn gestorven.

In 1894 werd Martinus Cornelis Wilhelmus Seton met een mes over zijn neus gesneden en in zijn linkerzijde gestoken door zijn buurman, reizend koopman G.T.
Na een eerste veroordeling in Den Haag voor bedelarij werd Martinus Cornelis Wilhelmus Seton op 16 december 1898 opgenomen in dwangkolonie Veenhuizen, gelegen nabij Norg in Drenthe.
Martinus was 1,63 m. lang met een bovenlijf van 88 cm lengte. Met uitgestrekte armen had hij een armwijdte van 1,67 m. Zijn rechteroor was 6,7 cm lang en zijn voet was 23,9 cm lang. Hij had bruin haar en een bruine knevel. Op zijn bovenlichaam had hij een moedervlek.

Rotterdamsch Nieuwsblad, 2-4-1894

Marinus Cornelis Wilhelmus Seton is al op 39-jarige leeftijd overleden op 15 februari 1904 rond 1 uur 's-middags in het hospitaal in Veenhuizen. Zijn oudste zoon Willem Cornelis overleed op 12-jarige leeftijd op 28 december 1905 in Rotterdam. Jacoba van der Keemel, de weduwe, overleed op 22 juni 1912 in Rotterdam en was toen 52 jaar oud. Hun enige overgebleven kind, Dirk Seton, overleed op 21-jarige leeftijd op 28 oktober 1918 in Rotterdam.

Bronnen: StadsArchief.rotterdam.nl, WieWasWie.nl, Delpher.nl, DrentsArchief.nl, BHIC.nl, NationaalArchief.nl.

2 januari 2024

De moord op veldwachter Dubbelt van Sommelsdijk in 1902

Tijdens een surveillance nabij Nieuwe Tonge in de nacht van 3 januari 1902 betrapte de rijkswachter van Sommelsdijk, Isaak Dubbelt, enige stropers. Terwijl hij ze naderde, werd hij getroffen door een schot hagel in de borst en viel neer. Hij bleek te zijn overleden.
In maart van dat jaar werd vermeld dat zijn weduwe van het rijk een pensioen kreeg van ƒ256. Zij was  achter gebleven met 3 kinderen: Leentje Cornelia Roelse (18), Grieta (11) en Machiel (7).

De Standaard, 7-1-1902

Isaak Dubbeld is geboren op 23 november 1858 in Middelharnis als jongere zoon van Cornelia van den Nieuwendijk en Machiel Dubbeld (1815-1881). Machiel is een zoon van visverkoper Jan Dubbeld (1773-1846). Deze Jan was de laatste overlevende zoon van een eerdere Machiel Kornelisz. Dubbeld in Middelharnis.
Isaak Dubbeld trouwde op 30 september 1881 in Middelharnis met Sietje Helena Elizabeth Fabrij. Zij is aldaar geboren op 26-12-1858 als dochter van Leuntje Cornelia Roelse But (1835-1873) en Jacobus Fabrij (1831-1919).
Sietje kreeg 5 kinderen met Isaak, waarvan er 3 de volwassen leeftijd bereikten. Leentje Cornelia Roelse trouwde in 1908 met Jan de Korte. Daarna verhuisde Sietje met haar andere 2 kinderen naar Den Haag. Grieta trouwde er met Henri Amorison en Machiel trouwde er met Sara Johanna Nije. Sietje is op 82-jarige leeftijd overleden op 28-6-1941 in Den Haag.

Rotterdamsch Nieuwsblad, 11-3-1902

Bronnen: Delpher.nl, WieWasWie.nl, klappers Zuid-Holland. 

25 oktober 2023

Manslag op Peter Lucas door zijn broer Claas in 1743

Peter Alberts Lucas werd r.k. gedoopt op 25 oktober 1719 in Casteren als “Petrus”, zoon van Albertus Lucas en Petronilla Peeters, met getuigen Lucas Joosten, Wilhelmus Mol, Elisabetha Reijniers en Joanna Walterus Jacops.
Zijn jongere broer Nicolaus (Claas Alberts) Lucas werd gedoopt op 8-12-1722 in Casteren als zoon van Alberts Lucas en Petronilla Peeters met getuigen Joannes Dirx en Elisabetha Willems.
Deze broers hadden een oudere zus Cornelia, die is gedoopt op 15-3-1718 in Casteren met getuigen Cornelius Peeters, Joannes Wouters, Elisabetha Corstiaens en Helena Corstiaens.

Peter Alberts Lucas, inwoner van Casteren, is op 23 juni 1743 ten huize van zijn vader te Casteren gekwetst door zijn broer Claes Alberts Lucas. Hij overleed op 27 juni 1743 aan de verwonding.

De getuigen Jan Adriaens en “dienstmeijt” Adriaentie Schroeven verklaarden dat op zondag den 23e juni 's middags rond 12 uur  “aan tafel sittende met Peeter en Claas Aalbert Lucas, soonen van Aalbert Luijcas, gesien te hebben, dat voors. Peeter en Claas Aalbert Luycas, dartelnde off spuilende, en tassende naar een stukje speck ’t geene den eene voor den andere uijt de schootel wilde haalen, met de steel of heeft van een mes wedersijds op de kneukels waaren slagende, dat sij deponente daar op uijt den huijse gaande, en een klijn kindt volgende, en wederom in huijs koomende, heeft gesien, dat voorn. Peeter Aalbert Luijcas gewont was, en bevont dat zeer sterk uijt sijn bil was bloijende”.
Verder was bij het voorval alleen nog de moeder van Peeter en Claas in huis en het voornoemde kleine kind van omstreeks twee jaar oud.

Na het overlijden van Peter onderzochten “medicijne docter” Willem van Noort en chirurgijn Johannus Franciscus van Hemert Peter's lichaam. Zij “hebben bevonden een quetsuere in sijne regten sijde, vier vinger breet”.

De visitatie van Peter's lichaam leverde veel moeilijke woorden op.

Claas Alberts Lucas was op 7-1-1749 in Casteren getuige bij de doop van Elisabetha, dochter van zijn zus Cornelia Alberts Luijcas en haar man Matheus Dijckmans.

Bronnen: BHIC.nl, RHC-Eindhoven.nl, J.Th.M. Melssen, Moord en brand in Kempenland (1668-1802), De Brabantse Leeuw 1976, blz. 99.

28 maart 2023

Fouten in de overlijdensacte van Pieter Griffioen (†1826)

De overlijdensakte van Pieter Griffioen, ingeschreven op 6 november 1826 in Mijdrecht, bleek - na nader onderzoek - vol met fouten te zitten. De opgegeven ouders zijn níet zíjn ouders, de achternaam van Pieter's laatste echtgenote klopt níet en hij is ook níet in Bodegraven geboren.
Pieter had wel zonen Gijs(bert) Griffioen (1799-1875), wiens leeftijd correct is genoteerd, en Cornelis Griffioen, die ouder was dan in de akte wordt vermeld.

Pieter Griffioen is overleden in Mijdrecht op 5-11-1826 rond 10 uur 's-morgens.
Dat kan wel kloppen, maar verder bevat de akte diverse fouten.

Het was mij wel meteen duidelijk dat Pieter een eerdere vrouw had gehad, Ariaantje Cornelisse Groenendijk, wier begraven werd aangegeven op 16-10-1806 in Mijdrecht. Zij is de moeder van zijn in bovenstaande akte genoemde zonen Cornelis en Gijs Griffioen. Bij het huwelijk van Gijs op 6-5-1828 in Nieuwkoop met de weduwe Wilhelmina Langeslag (1787-1857) werden de overlijdensdatum resp. begraafdatum van zijn beide ouders vermeld.

Er was echter géén Cornelis Griffioen te vinden die getrouwd was met een Lijsje of een zoon Pieter liet dopen rond 1760. En ook van een Grietje Meijer ontbrak elk spoor. Zoeken met combinaties van delen van namen was dus nodig.
De doorbraak bleek de akte van het tweede huwelijk van Pieter Griffioen. Hij trouwde, 54 jaar oud, op 29-12-1818 in Mijdrecht met Grietje Olimeijer, 44 jaar oud. Beiden verklaarden niet te weten waar of wanneer hun grootvaders gestorven waren. Over Pieter wordt vermeld dat hij weduwnaar was van Ariaantje Groenendijk. Verder wordt vermeld dat Pieter een zoon is van Johannes Griffioen en Elisabet van der Vegt. Jan Gijsbertse Griffioen (†1797) en Lijsje Pieters van der Vegt (1724-1811) trouwden op 2-7-1752 in Zegveld, waar beiden toen woonden. Zij zijn voorouders van mijn neefjes.

22 april 2022

Krankzinnige Marinus Kootkar in Culemborg (1873-1941)

Dit is het verhaal van een 14 maanden oud kind dat werd vermoord door haar krankzinnige oom. De grootouders van de dreumes zijn Hendrika Maria van Gasteren (25) en werkman Jan Kootkar (26), die zijn getrouwd op 4 maart 1859 in Culemborg.

Nieuwe Tilburgsche Courant, 23-3-1899

Jan Kootkar werd geboren op 14 december 1832 in Culemborg als zoon van Hermanus Kootkar (1806-1890) en diens eerste vrouw Jannigje Bron. Jan's overgrootvader is Hermanus Kootkar uit Meppen net over de Duitse grens.
Jan's bruid, Hendrika Maria, is geboren op 12 januari 1834 in Culemborg als dochter van Johannes van Gasteren and Helena Ladrak. Hendrika Maria had al een buitenechtelijke zoon, geboren op 25 maart 1851, toen zij net 17 was. Bij hun huwelijk erkende Jan Kootkar Willem Johannes officieel als zijn wettige zoon, maar het is onwaarschijnlijk dat hij ook werkelijk zijn biologische zoon was.

Jan Kootkar en zijn vrouw kregen diverse kinderen in Culemborg, waaronder zoons Hermanus, geboren op 19 maart 1861, Johannes, geboren op 16 februari 1868 en als laatste Marinus, geboren op 20 januari 1673. Marinus was 1 jaar oud, toen Jan Kootkar overleed op 12 januari 1875 in Beusichem.

Jan's weduwe, Hendrika Maria van Gasteren, is op 15 december 1876 hertrouwd met de 62-jarige landbouwer Dirk van Heeveligen. Hij was een kinderloze weduwnaar, die met Hendrika Maria toch nog een dochter kreeg: Willemina van Heevelingen (1880-1917). Zo had Marinus Kootkar een stiefvader gekregen op zijn derde en een stiefzus op zijn zevende. Dirk van Heevelingen is op 74-jarige leeftijd overleden op 11 maart 1889 in Culemborg. Marinus was toen 16 jaar oud. Begin 1897, toen hij 24 was, verhuisde Marinus Kootkar naar Rotterdam.

For a while businessman Marinus Kootkar was living in Rotterdam

Marinus' broer Johannes Kootkar trouwde op 12 maart 1897 in Culemborg met Johanna Catharina Gudde. zij was geboren op 12 februari 1876 in Loosdrecht als dochter van Willem Gudde (1823-1884) en Elizabeth Zevenboom (1835-1900). Johannes verhuisde met zijn vrouw naar 's-Hertogenbosch waar hun oudste dochter Elisabeth werd geboren op 16 januari 1898.

In februari 1899 arriveerde Marinus Kootkar vanuit Rotterdam en bleef in 's-Hertogenbosch logeren bij zijn broer, schoonzus en nichtje. Er waren geruchten dat Marinus overstuur was vanwege een verbroken relatie. Hij vertoonde in elk geval vreemd gedrag. Op een nacht liep hij weg en werd hij later in een andere gemeente teruggevonden. Een andere keer sprong hij van een hoge muur. Johannes had met de politie overlegd over het gedrag van zijn broer, maar had besloten het nog even aan te zien.

Op 22 februari 1899 had Marinus overdag gezellig met zijn nichtje gespeeld. Echter, rond 7 uur 's avonds werd hij plotseling werd overvallen door een vlaag van razernij. Hij trok de dreumes uit de armen van zijn schoonzus en gaf de vrouw daarbij een aantal flinke klappen. Een toegesnelde buurvrouw werd door Marius tegen de grond gewerkt. Hij zwaaide het meisje aan haar armpjes door de kamer, beet het in het gezicht en gooide het op de grond, waar hij het bleef trappen tot het niet meer reageerde.
Johanna Catharina was schreeuwend weggevlucht om hulp te halen. Op straat trof zij J.H. Fafié van de marechaussee. Toen hij de kamer betrad, kwam Marinus - bedreigingen uitend - op hem af. Er ontstond een worsteling, waarbij Marinus de marechaussee bij de keel greep. Enige burgers schoten te hulp om hem in bedwang te krijgen. Een dokter constateerde dat het kind was overleden. Hij heeft ook Marinus onderzocht en verklaarde dat hij krankzinnig was, waarna hij werd overgebracht naar een gesticht in Medemblik.

Sumatra-courant, 22-4-1899

23 maart 2022

De verdwenen kapitein Boot en de bigamie van zijn zus

Als iemand een achternaam heeft die mooi past bij zijn beroep, dan noem je dat een aptoniem. Dat is zeker van toepassing op Jacobus Boot uit Veere. In 1815 was Jacobus varensgezel, in 1823 was hij stuurman en in 1830 was hij opgeklommen naar de functie van koopvaardij-kapitein.

Jacobus Boot werd gedoopt op 24 -2-1792 in Veere als zoon van Adriaan Boot en Johanna But. Zijn zusje Jacomina Cornelia werd in Veere gedoopt op 7-4-1794. Vader Adrianus werd reeds begraven op 2 november 1795. Jacobus' moeder, Johanna But, is vervolgens hertrouwd met loods Pieter Groenewout.

Jacobus' zus Jacomina Cornelia Boot beviel op 21-1-1813 van een dochtertje Neeltje dat werd erkend bij haar huwelijk enkele weken later in Veere met assistent-arts Corneille Kauwe uit Zierikzee. Jacomina Cornelia was blond met een blozend gelaat.
Reeds op 29-7-1815 trouwde Jacomina Cornelia opnieuw en dit keer met matroos Joannis Engelse uit Veere. Vervolgens werd zij op 15-4-1817 gedetineerd in de strafinrichting van Middelburg wegens bigamie. Zij overleed vervolgens in de gevangenis op 24-7-1817, slechts 22 jaar oud.

Jacomina Cornelia Boot is op 22-jarige leeftijd in de gevangenis overleden

In 1815 werd Jacobus vrijgesteld van de nationale militie omdat hij de enige zoon was. Hij had toen een "plat" voorhoofd, lichtbruin haar, bruine ogen, een dikke neus en een ronde kin.
Jacobus' moeder, Johanna But, is op 53-jarige leeftijd overleden op 14-7-1824 in Veere. Een jaar eerder, toen Jacobus 31 jaar oud was, is hij in Veere op 22-5-1823 getrouwd met de 26-jarige Antoinette Levina Richard. Zij is gedoopt op 25-9-1796 bij de Waalse gemeente in Middelburg als dochter van veldwachter Francois Richard en zijn vrouw Petronella van Male. Jacobus' oom, schipper Antheunis But, was bij dit huwelijk als getuige aanwezig.

26 januari 2022

Eltje de Jonge bracht zijn kinderen naar de burgemeester

Arbeider Harm de Jonge (1840-1920) en zijn vrouw Elizabeth Sweers (1839-1913) kregen - 9 maanden na de huwelijksvoltrekking - op 3-1-1865 rond 9 uur 's avonds een zoon Eltje, vernoemd naar Harm's vader. Ook hun kinderen Elizabeth Johannes zouden de volwassen leeftijd bereiken. Harm de Jonge was werkzaam als arbeider en binnenschipper.

Eltje trouwde, 24 jaar oud, op 17-09-1889 in Onstwedde met de 22-jarige Trijntje Krol. Zij is geboren op 1-8-1866 in Ooststellingwerf (Fr) als dochter van arbeider Barteld Jurjens Krol en zijn vrouw Eelke Oosting. Vervolgens werden in korte tijd 3 kinderen geboren Barteld in 1889, Elisabeth in 1890, Harm Eltje in 1893.
Het gezin woonde in Stadskanaal in het gebied dat bekend staat als "De Veenkoloniën" waar van oudsher vele huishoudens in armoede leefden. Om in het dagelijks onderhoud te kunnen voorzien was het voor een arbeider noodzakelijk dat ook zijn vrouw en kinderen meewerkten in het veen.
Kennelijk had ook Eltje grote moeite om zijn gezin van eten te voorzien. Hij was al meermalen met justitie in aanraking gekomen en zwierf in de zomer van 1894 rond. In augustus beging hij de wanhoopsdaad om zijn kinderen op het erf van de burgemeester achter te laten.

Limburger Koerier, 23-8-1894

11 februari 2021

Rudolf Niks verliet zijn kinderen

Rudolf Niks is geboren op 7-3-1856 in Onstwedde als zoon van Andries Niks (1828-1904) en Hinderkien Mantingh (1833-1907) en werd vernoemd naar zijn grootvader van moederszijde. Rudolf was net 22 jaar oud, toen hij op 4-5-1878 in Onstwedde trouwde met Jantje Auen uit Winschoten. Jantje is geboren in Winschoten op 22-7-1855 als dochter van schipper Jan Auen en zijn vrouw Janna Koster.

Rudolf en zijn familie woonden in de omgeving van Onstwedde en Stadskanaal in het gebied dat bekend staat als "De Veenkoloniën" waar van oudsher vele huishoudens in armoede leefden. Om in het dagelijks onderhoud te kunnen voorzien was het voor een arbeider noodzakelijk dat ook zijn vrouw en kinderen meewerkten in het veen. Voor de vervener drukte de inzet van vrouwen en kinderen de loonkosten, want vrouwen verdienden slechts 60% van wat de mannen verdienden en kinderen waren nog goedkoper.
Een journalist van de communistische krant 'De Tribune' schreef:
‘In de druiligere regen ligt daar de kale vlakte waarop als zwarte grafheuvels de turfhopen verijzen en de hutten der bewoners. Hier leeft de arbeidersbevolking op de rand van de hongerdood. Hier wonen de arbeiders die geslachten lang niets anders hebben gekend dan de strijd tegen de ellende (…). Heel Nederland moet weten hoe hier in deze rampzalige vergeten uithoek van ons dierbare vaderland mensen in ellende wegkwijnen. Ondergaan in verdierlijking en ontaarding. Hoe hier de hele menselijkheid wordt geschonden.’

Rudolf Niks en Jantje Auen hadden de volgende kinderen:

  1. Andries is geboren op 9-5-1878 in Exloërmond. Hij werkte als timmerman, toen hij trouwde op 6-5-1899 in Onstwedde met de 17-jarige Freektje Bilder uit Veendam.
  2. Johanna is geboren op 24-11-1879 in Stadskanaal en overleden in Nieuw Buinen op Eerste Kerstdag 1880.
  3. Jan is geboren op 29-10-1881 in Stadskanaal. Jan trouwde op 19-jarige leeftijd op 8-6-1901 in Onstwedde met de adlaar geboren, 23-jarige Anna Saak. Jan is overleden op 23-1-1968 in Sint-Oedenrode (NB). Jan's kleinzoon Jan Hendrik Rudolf liet zijn achternaam veranderen in Meeks.
  4. Janna is geboren op 25-9-1884 in Stadskanaal. Janna trouwde in Gorinchem op 6-3-1908 met de aldaar geboren Jan Johannes de Kloe.
  5. Hendrik is geboren op 16-6-1887 in Stadskanaal en aldaar overleden op 25-6-1911, 22 jaar oud.
  6. Gezina is geboren op 28-2-1890 in Stadskanaal en aldaar overleden op 21-7-1957, 67 jaar oud.
  7. Lukas is geboren op 3-2-1892 in Stadskanaal.

In de zomer van 1894 zijn Rudolf Niks (39) en zijn vrouw Jantje Auen (39) in preventieve hechtenis gesteld in het Huis van Bewaring te Winschoten. Zij werden toen beschuldigd van het verlaten van hun kinderen.

Het nieuws van den dag (Kleine Courant), 11-08-1894

5 oktober 2020

Dievegge Ariaentje Stoffelse Looij

Ariaentje Stoffelse Looij werkte als dienstmaagd bij Thomas Wittekoek, toen zij in 1785 ervan werd beschuldigd een blauwe doek en enige lapjes linnen te hebben gestolen. Zij werd er tevens van verdacht nog meer ontvreemd te hebben, maar na 3 maal uitgebreid te zijn verhoord, kon men dit niet hard maken. Het gestolen goed trof men aan in haar dienstbodekist. Zij moest uiteindelijk een half uur lang met het bordje “dief” op haar borst aan de kaak staan. Daarenboven werd ze voor 3 jaar verbannen uit de jurisdictie van Middelharnis.

Middelharnis
 Ariaentje was gedoopt op 23 maart 1763 in Middelharnis als dochter van Stoffel Huijgen Looij en diens 3e echtgenote, Bastiaantje Jans van der Waaij. Ariaentje was de jongste van de 12 kinderen van Stoffel Looij en diens 3 vrouwen.

Ariaentje is op 6 mei 1792 in Oude-Tonge getrouwd met Aren Pietersz. Smit, weduwnaar van Cornelia (“Crelia”) Overstraat. Met zijn eerste vrouw had Aren de kinderen Jannetje en Pieter. Jannetje werd begraven op 26 maart 1795 in Oude-Tonge.
Met Ariaentje kreeg Aren nog een dochter Sijtje, geboren op 14 januari 1796 en gedoopt op de 20e in Oude-Tonge. Aren is, opnieuw weduwnaar geworden, overleden op 19-5-1819 in Middelharnis, 64 jaar oud. Hij was gedoopt op 17 maart 1754 in Nieuwe-Tonge als zoon van Pieter Jacobs Smith en Sijtje Cornelisse Droger.

Ariaentje's stiefzoon Pieter Smit is op 38-jarige leeftijd op 18 augustus 1820 in Middelharnis getrouwd met Arriantje van der Hart, geboren op 4 oktober 1795 in Oude Tonge, als dochter van Leendert van der Hart en Pieternella de Bruin. Zij kregen enkele kinderen, waaronder een zoon Aren, die de volwassen leeftijd heeft bereikt. Pieter is op 78-jarige leeftijd overleden op 14 januari 1861 in Middelharnis.

21 september 2020

De carrière van zeeman Jacob Jacobse Stam uit Rotterdam

Zeeman Jacob Jacobse Stam werd remonstrants gedoopt op 25-8-1681 in Rotterdam als jongere zoon van Jacob Gerrits Stam (†1729) en diens eerste vrouw Joosje Pots (±1650-1682). De getuigen bij zijn doop waren Geertruit Gerrits (zijn tante) en Gerrit Stam (òf zijn oom òf zijn opa). De remonstranten (ook wel rekkelijken genoemd) waren een afsplitsing van de gereformeerde kerk. Rond die tijd was de remonstrantse kerk officieel verboden, maar werd in de praktijk wel gedoogd.
Jacob Jacobse Stam had o.a. een oudere broer Gerrit, gedoopt op 6-3-1675 in Rotterdam. Hun jongste zus, gedoopt op 5-12-1683 in Rotterdam, werd Joosje genoemd naar hun moeder, die waarschijnlijk kort na haar geboorte is overleden.
Jacob was slechts 4 jaar oud toen zijn vader als weduwnaar op 16-12-1685 is hertrouwd met Maertie Heindricks de Coninck, weduwe van Andries Gerritsz. Bij de zeereizen van Jacob Jacobse Stam worden zijn vader Jacob Stam en stiefmoeder Maertie Heindricks genoemd als begunstigden van zijn inkomsten.

Een fluitschip
Als 20-jarige voer Jacob Jacobse Stam op 25-4-1702 uit als konstabelsmaat op het fluitschip “Jerusalem” voor de V.O.C. kamer van Rotterdam. De “Jerusalem” was een 622-tonner (lengte 130 voet*, breedte 33 voet, holte 14½ voet). Het schip stond onder leiding van schipper Hendrik Bichon met 118 zeelieden en 45 soldaten aan boord.
De konstabel en zijn maat Jacob Stam droegen zorg voor het geschut en de munitie. Als de kanonnen niet gebruikt werden moesten ze zorgen dat ze stevig vastgebonden waren en niet tijdens een storm konden gaan rollen. Zij moesten regelmatig het kruid keren en de vaten heen en weer rollen om te voorkomen dat het kruid ging klonteren. Ook waren zij verantwoordelijk voor de handwapens aan boord, zoals kardoesen, handgranaten, stinkpotten, musketten, pistolen en degens.

Kaap de Goede Hoop
Na 5 maanden op zee deed de “Jerusalem” in Zuid-Afrika Kaap de Goede Hoop aan van 17 september tot 14 oktober. Op 14-1-1703 kwamen zij aan in Batavia (tegenwoordig Jakarta in Indonesië).
Reeds op 5-2-1704 voer Jacob Stam weer uit op de “Jerusalem”, maar deze keer onder leiding van schipper David Kodde. Aan boord waren 70 zeelieden, 21 soldaten, 5 ambachtslieden en 1 passagier. Dit keer deden ze de kaap aan van 17 april tot 10 mei en kwamen ze op 6-9-1704 aan in de Ooster-Eems in Groningen.

Jacob Jacobse Stam was zelf konstabel toen hij op 24-12-1704 vanaf Goeree uitvoer met het nieuwe fluitschip “Monster” voor de kamer van Rotterdam. De schipper was Jan Walburg en er waren verder 107 zeelieden, 54 soldaten en 2 passagiers aan boord. Na een reis van 5 maanden deden zij de kaap aan van 30 mei tot 18 juni. Zij kwamen op 10-9-1705 in Batavia aan. Op 30-6-1708 vertrok het fluitschip “Monster” naar Japan en verging toen in de Chinese Zee.
Gelukkig was Jacob Stam toen níet aan boord. Hij vertrok pas op 28-11-1708 uit Batavia met het fluitschip “Huis te Hemert” voor de kamer van Enkhuizen. Aan boord waren 65 zeelieden, 37 soldaten, 3 ambachtslieden en 11 passagiers. Dit schip deed de kaap aan van 11 maart tot 21 april en kwam op 10-8-1709 op Texel aan.