Posts tonen met het label patroniem. Alle posts tonen
Posts tonen met het label patroniem. Alle posts tonen

28 november 2025

2 huwelijken tussen de families Voeten en Knaap op 30-11-1805 in Etten

Op 30 november 1805 in Etten (NB) ging Lambertus Antonie Voeten, geboren te Leur en wonende in het dorp Etten, in ondertrouw met Isabella Paulusse Knaap, geboren en wonende in het dorp Etten. Zij waren weduwnaar en weduwe. Zij trouwden op 15 december voor de schepenbank aldaar. Op de 16e lieten zij hun huwelijk inzegenen in de katholieke kerk van Etten.

Ondertrouw inschrijving van Lambertus Antonie Voeten en Isabella Paulus Knaap in 1805 in Etten

Op dezelfde dag in dezelfde plaats gingen ook in ondertrouw: Antonie Johannes Voeten, geboren op het Moleneind van Etten en wonende in het dorp Etten, en Adriana Paulusdr. Knaap, geboren en wonende in het dorp Etten. Ook zij trouwden aldaar op 15 december voor de schepenbank.

Ondertrouw inschrijving van Antonie Johannes Voeten en Adriana Paulus Knaap in 1805 in Etten

De zussen Knaap

Isabella Knaap is gedoopt in Etten-Leur op 10 januari 1772 als dochter van Paulus Knapen en Anna Maria Francen. Dat echtpaar liet aldaar op 5 oktober 1777 hun dochter Adriana Knaap dopen.

15 december 2022

De voorvaderen van Gerrit Aantjes geïdentificeerd

Genealogie is ook bij mij een behoorlijk uit de hand gelopen hobby. Inmiddels heb ik ook voorouders van allerlei aangetrouwde families uitgezocht. Zo ben ik ook al jaren bezig met de voorouders van één van mijn vriendinnen, die ik heb leren kennen toen haar oom met mijn tante trouwde. Eerder dit jaar heb ik nog blog posts geschreven over het voorkomen van de voornamen Klara en Trijntje onder haar vrouwelijke voorouders.
Deze blog post gaat over haar voorvader Gerrit Aantjes, getrouwd met Lijsje Cornelisse Zwijnenburg (1775-1859). Gerrit's overlijdensdatum had ik nooit kunnen vinden en ik had geen idee wie zijn ouders waren. Er leken in de 18e eeuw ook niet veel mensen met de naam Aantjes te zijn in de Alblasserwaard en omstreken.

Gerrit Aantjes en Lijsje Zwijnenburg zijn getrouwd op 22 december 1797 in Giessen-Nieuwkerk, maar dat trouwboek bleek slechts gedeeltelijk te zijn gescand, waardoor het gedeelte met de plaats van herkomst ontbrak bij de trouwinschrijving. Verder behoorden de doopgetuigen bij de dopen in Giessen-Oudekerk van drie van de kinderen van Gerrit en Lijsje - Grietje, Margarieta en Cornelis - allen tot de familie Zwijnenburg en waren dus familieleden Lijsje. Lijsje is namelijk een dochter van Cornelis Bastiaans Zwijnenburg en Margriet Jacobse Groen en die zijn dus beiden onder haar kinderen vernoemd.
Bij de doop van Gerrit's dochter Ariaantje op 5 februari 1804 in Giessen-Oudekerk was Ariaantje Brand de getuige en bij de doop van zijn zoon Jan op 17 januari 1802 aldaar was Geertje Aantjes de getuige.

Deze zoon Jan is in Rotterdam op 5 mei 1824 getrouwd. Volgens zijn huwelijkse bijlagen had Jan een lengte van 1 El, 6 Palm, 1 Duim en 3 Streep. Verder had Jan een spitse kin en blauwe ogen en waren zijn haar en wenkbrauwen bruin. Bij de bijlagen zat ook een extract van het begraven van Jan's vader Gerrit Aantjes op 3 december 1807 in Oud-Alblas.

Gerrit Aantjes is begraven op 3-12-1807 in Oud-Alblas

Jan Aantjes is gedoopt op 17-1-1802 in Giessen-Oudekerk met getuige Geertje Aantjes

Ariaantje Aantjes is gedoopt op 5-2-1804 in Giessen-Oudekerk met getuige Ariaantje Brand

De Ariaantje Brand (1764-1815), die getuige was bij de doop in 1804 van Gerrit's jongere dochter Ariaantje, is op 17 augustus 1791 in Giessen-Oudekerk getrouwd met Jan Aantjes, weduwnaar van Crijntje Vink en geboren in Ottoland. Adriaantje's lijk werd aangegeven door haar man Jan Aantjes op 31 januari 1815 in Oud-Alblas en zij was toen 66 jaar oud.

6 november 2020

Wie zijn de ouders van Huig Gerritsz van der Linde en zijn vrouw Beatris?

Huig Gerritsz. van der Linden - of Lindt - en zijn vrouw Beatrix (“Beata”) Ariensdr. trouwden op 8 mei 1678 in Dubbeldam. Het 17e-eeuwse trouwboek van Dubbeldam is erg summier en daarom is het onbekend waar vandaan zij afkomstig waren. Beatrix en Huig lieten in Dubbeldam in de periode 1682-93 vijf dochters dopen met de namen Maeijcke, Neeltie, Cornelia, Ariaentje en Geertje, maar daarbij zijn géén doopgetuigen vermeld.

De familienaam van Beatrix is mogelijk Oorthoeck of Oosthoek. Gezien de periode waarin haar kinderen zijn gedoopt, kan Beatrix zelf in de periode 1650-60 zijn geboren. De diakonie van Dubbeldam heeft in 1702 "betaalt aan de wees-kinderen van Huijg Geerts van der Linden bij ‘t afsterven van haar moeder tot brood, booter, kaas etc., f 1:8:0". Toen was Beatrix dus al overleden.

Van Huig Gerritz. van der Linden heb ik gevonden dat hij een oom was van Johannes  (“Jan”) Jacobze Kockeel:

Dordrecht, Sondach den 29e Septemb. 1697:
 - Johannes Jacobze Kockeel, j.m. wonende ontrent de Nieuwe Kerck, geassisteert met Huuigh Gerritze van der Linde, desselfs oom, met
 - Cornelia Lammert Lammertse, j.d. wonende inden Augustijne Camp, beijde van Dordregt, geassisteert met Beatrix Dircks, haer goede bekende.
Den 13e october hier getrouwt.

Bovengenoemde Neeltie Lammers, huisvr. van Jan Jacobse Kockeel, was als muij - (oud)tante - op 24-12-1719 in Dordrecht weer getuige bij het huwelijk van ene Willem van Aaken.
De familie Kockeel lijkt van elders te zijn gekomen, want de vroegste familieleden met die naam in Dordrecht zijn - naast Jan - Gerrit Jacobze Kockeel en Cornelis Kockeel, die een zoon Jacobus liet dopen. De verwantschap met die familie blijft dus onduidelijk.

Huig zou een zoon kunnen zijn van Gerrit Gerrits, jonghman van Dubbeldam, en Marijken Huijgen, jonghe dochter van Rijswijk, beijde woonende te Rijswijck. Zij gingen op 9-4-1645 in Dubbeldam in otr. met att. om te trouwen in Rijswijk. Het is mij niet duidelijk of dit Rijswijk in Zuid-Holland of Noord-Brabant betreft.
Er woonde wel een Gerrit Gerritsz. van der Linden in Dubbeldam, want in 1675 deed de diakonie aldaar de volgende uitgave: "3 Maert. Betaelt aen Gerrit Gerritsen van der Linde voor het eerste half jaer mondtkost en cleedinge van Heijltie Jans, verschenen den 20 september 1674, f 13:0:0".

31 mei 2020

Hoe zijn Pleun Adriaens Gout en Arijen Jacobsz Esseboom verwant aan elkaar?

In de Hoeksche Waard ben ik - bij gebrek aan verdere bronnen - op een genealogisch raadsel gestuit, daar het mij volstrekt onduidelijk is hoe Pleun Adriaens Gout en Arijen Jacobsz Esseboom familie van elkaar zijn.

In de Oud Rechtelijke Archieven van Mijnsheerenland staat een opsomming van nakomelingen van Pleun Huijgensz. (†±1599) uit de familie Blaeck, die uit zijn 3 huwelijken de kinderen Jaepie, Neeltge, Huijch, Pieter, Adriaen, Bastiaen, Mariken en Ingetje had. Het gaat in dit verhaal om de nakomelingen van Jaepie uit Pleun's huwelijk met zijn 1e vrouw, Maritge Staes Jacobsdr.

Mijnsheerenland, 1 juni 1665:
Aryen Wouters Spruijt, wonende in Strijen, transporteert voor 1000 C.gulden de jaarlijkse cijns van 2 morgen en 25 roeden land aan de Dorpsweg. Belending Oost: Gijsbert Jans smit, zuid: de Dorpsweg, west: Willem Abbenbroeck en noord de Gemenelands vliet. Genoemd: Ingentie Pleunen, Adriaen Dircx ’t Greijn, gehuwd met Adriaentie Willems, bevorens weduwe van Bastiaen Pleunen; Josintie Bastiaensdr. en Aryen Cornelis Borger, gehuwd met Lijntie Bastiaensdr., kinderen van Bastiaen Pleunen en Adriaentie Willemsdr.; Adriaen Jacobs Esseboom, gehuwd met Maeike Leendertsdr., Pleun Adriaens Gout, kinderen van Jaepie Pleunen; Pieter Pouwels, wonende in Barendrecht, zich sterk makende voor zijn andere zusters, kinderen van Neeltie Pleunen, tesamen erfgenamen van Aryen Pleunen Moerkercken, hun oom resp. oudoom, overleden in Strijen.
Pleun Adriaens Gout (†1676) was een zoon van Jaepie Pleunen en Adriaen Pietersz de Oude, die in september 1603 zijn getrouwd. Pleun nam zijn achternaam over van zijn 1e vrouw, Geertien Dircks Gout, en ook de kinderen uit zijn 2e huwelijk met Geertien Joosten namen de achternaam Gout over. Pleun heeft ook een dochter Jaapje vernoemd naar zijn moeder.


Arijen Jacobsz Esseboom (±1621-1678) is een zoon van mijn voorouders Jacob Cornelisse Esseboom (±1580-1654) en Ariaantje Arijaanse Vos (±1575-1658). Samen met Marijke Leenderts liet hij in Strijen in de periode 1656-70 de kinderen Jacob, Ariaantje, Leendert, Cornelis en Adrijana dopen.

3 september 2017

De ouders van Gepije Joosten in Dordrecht

Onder mijn Dordrechtse voorouders bevindt zich Gepije Joosten, die op 30-7-1684 in Dordrecht in ondertrouw ging met schoenmaker Johannes (van der) Hum. Johannes is hoogstwaarschijnlijk een zoon van Sander Hum en Janneken Arijens. Met Gepije Joosten liet hij de kinderen Jannetie, Pietertje, Alexander, Pieternella en Stijntje dopen.

De achternaam van Gepije Joosten wordt alleen in 1726 en 1727 vermeld. Op 11-7-1727 was Gepije Jooste Lipsjes, weduwe van Johannes van der Hum, getuige bij de ondertrouw van haar dochter Stijntie met Jan Claesse de Ridder.

De trouwinschrijving van Stijntie Jansse van der Hum, dochter van Gepije Jooste.

5 november 2015

Met welke Lodewijk Faasen was Wouterina Ridderhof gehuwd?

Mijn voorouders Pieter Faassen (1772-1849) en Cornelia van der Koog (1774-1854) hebben een zoon Lodewijk Faassen, die vernoemd is naar zijn grootvader. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat deze Lodewijk een gelijknamige neef heeft, de zoon van Pieter's broer Johannes Faassen (1776-1837) en diens vrouw Elizabeth Vroege (1774-1844).

Op de website van het Regionaal Archief Dordrecht vond ik een huwelijk tussen Hendrika Wouterijna Ridderhof en Lodewijk Pietersz. Faasen, maar de namen van de kinderen die ik aanvankelijk voor dit echtpaar vond, waaronder een dochter Elisabeth, geboren rond 1822, pasten beter bij Lodewijk Johannesz. Faassen. En die stonden ook weer vermeld bij het overlijden van de Lodewijk Faassen, die gehuwd was met een dochter van Nicolaas Ridderhof.
Verder vond ik 2 zonen genaamd Nicolaas en Nicolaas Lodewijk, die beiden - naar schatting - rond 1825 zijn geboren en dat leek mij vreemd. Het paste allemaal niet goed in elkaar.

Daarom besloot ik mijn onderzoek uit te breiden met de familie Ridderhof. Nicolaas Ridderhof  en Meggelina van Meggelen bleken, behalve een zoon Wouter, 3 dochters te hebben: Hendrika Wouterina, Wouterijna en Cornelia. Vervolgens vond ik ook 2 huwelijken Faasen-Ridderhof. Beide, gelijknamige neven waren getrouwd met 2 zusters met deels dezelfde naam!!

Dordrechtsche Courant, 3-13-1851

Genealogie


17 februari 2015

Tip: Kijk ook eens kritisch naar gegevens uit publicaties

Ooit vond ik in de 50e jaargang van "Ons Voorgeslacht" van mei 1995 een artikel over de familie Verhoef in de Lopikerwaard met daarin de volgende tekst over voorouders van mij: "VIc. Reijnier Verhoef, ged. Polsbroek aug. 1680, begr. Gouda 2-6-1741, tr. le Moordrecht  13- 10-1708  Willemijntje Saarse Bouwman,  geb. Lopik,  overl.  Gouderak 19-8-1719, tr. 2e Gouderak 10-11-1720  Murrigje Willems Kroon,  geb. Stolwijk."

De auteur van het artikel was T.F. Verhoef. Daar hij dezelfde achternaam had als de in het artikel gepubliceerde genealogie en in het bekende "Ons Voorgeslacht" publiceerde, nam ik aan dat hij wel een ontzettende expert moest zijn en dat dus alles wat hij had geschreven waar was.

En omdat er geen Willemijntje Bouwman in Lopik te vinden was, bleven haar ouders jarenlang een mysterie. In Engelstalige landen noemen ze zo'n vastloper een "brick wall" (stenen muur).

Recentelijk las ik DutchGen's tip dat koppels vaak trouwden in de plaats, waar de bruid vandaan kwam. Mij was dat nooit zo opgevallen, maar toen ik Willemijntje Bouwman weer tegen kwam in mijn bestand, moest ik aan die tip denken. Zij trouwde in Moordrecht en van Moordrecht zijn inmiddels diverse bronnen bewerkt, dus daar ben ik gaan zoeken.

Willemijntje Bouwman werd op 1-5-1688 in Moordrecht gedoopt als dochter van Saers Franke en Afie Willems, die maar liefst 12 kinderen hadden. Saers Franke is een zoon van Frank Saerse (Vranck Saersen) en Appolonia (Pleuntie).

31 augustus 2014

Teunis Centen Eellant (†1701) van 's-Gravendeel

Teunis Centen Eelhant/Eellant/Eenland/Elandt, in 1696 wonende te 's-Gravendeel en in de Mookhoek, was getrouwd met Leijntje Cornelisse. Zij zijn waarschijnlijk dubbele voorouders van mij via hun waarschijnlijke dochters Soetie en Lijsbet. Daar de doopboeken van 's-Gravendeel helaas vernietigd zijn, is er weinig van dit echtpaar bekend. in de periode 1696-97 zijn Leijntje en 4 van hun kinderen overleden: "Den 31 augustij 1696: ontfangen van Teunis Centen Eellant de somme van drie guldens, voor ’t regt van begraven van desselfs vrouw, genaempt Leijntje Cornelis, als gehoorende onder de classis van drie gul." Teunis overleefde haar nog 5 jaar, want in maert 1701 werd "ontfangen van Willem Teunisse Eellant drie guldens voort regt van begraven van ’t lijck van sijn vader, genaemt Teunis Senten Eellant, aengevinge gedaen hebbende onder de classis van drie gulden".

26 augustus 2014

Francis Bersevelt bedreigde Thomas Geldense Paans in 1737

Het Rechterlijk Archief van Loon op Zand getuigt van een langdurige ruzie tussen mijn voorouder Thomas Geldense Paans (1692-1769) en ene Francis Bersevelt, die in een huis van Paans woonde.

Francis Bersevelt voerde in 1737 een civiele procedure tegen Thomas Paans, woonachtig te Capelle, over achterstallige huishuur en een openstaande rekening.  Op verzoek van Francis Bersevelt legde Arnoldus van Reijswijk, vorster, op 10-4-1737 beslag op de goederen van Thomas Paans, wonende te Capelle.

Jan Peetersz. van Tilborgh legde op verzoek van Thomas Geldense Paans op 24-7-1737 in Loon op Zand een verklaring af over hoe Francis Bersevelt genoemde Paans bedreigd heeft. Corstiaan van Wanrooij, Jan Coenen van Boxel, Gerrit van Hal, Peeter Valentijn en Huijbert Conings, legden op verzoek van Francis Bersevelt op 15-11-1737 in Loon op Zand een verklaring af over zijn ruzie met Thomas Paans. 

Op 10-5-1738 legde Adriaan Drossaars, wonende te Waalwijk, op verzoek van Thomas Paans, wonende te Capelle, een verklaring af over dat Francis Berseveldt nooit ramen of kozijnen bij hem gekocht heeft. Op 15-5-1738 legde Jan Kievits, oud-schepen, op verzoek van Thomas Paans een verklaring af over dat Francis Bersevelt nooit hout bij hem heeft gekocht. Bastiaan Anthonijsz. Timmermans, meester-timmerman, verklaart in opdracht van Paans gewerkt te hebben aan het huis waarin Bersevelt woont.

Op 25-10-1738 leggen Jan Vos, wonende te 's-Grevelduin-Capelle op de Nieuwe Vaart, en Hendrik van Osch, op verzoek van Thomas Paans een verklaring af over dat Francis Bersevelt woont in een huis van genoemde Paans.

Op 16-9-1739 werd Barsevelt veroordeeld tot het betalen van 64 gulden huishuur, verminderd met de schuld van 20 gulden en 18 stuivers in verband met geleverde winkelwaarde. 

18 april 2014

Soldaat Claes Geroensz was intiem met zijn schoonmoeder

Claes Geroensz was soldaat in het leger van de Nassaus. Hij trouwde op 9-1-1613 in Delft met jongedochter Neeltgen Simons, die aldaar aan de Oude Langendijk woonde. Neeltje's vader, Simon Jansz, was op 21-4-1591 in Delft getrouwd met Wijve Jans. Hij was toen  koperslager. Het paar had - voor zover bekend - 2 dochters.  

Twee jaar later, toen Claes Geroensz inmiddels was overleden, stonden zijn schoonzus en zijn ca. 60-jarige schoonmoeder terecht wegens overspel met hem. Wijve en haar tweede, ongehuwde dochter hadden namelijk ook seks met Claes gehad. De ongehuwde dochter werd "slechts" voor 25 jaar verbannen uit het gewest Holland. Wijve Jans werd echter door de Delftse Schepenbank ter dood veroordeeld en in 1615 op het schavot gewurgd. Haar geraamte bevond zich later nog in de snijkamer van Delft. 

De Oude Kerk in Delft, geschilderd door Jan van der Heyden
Bronnen:
  • Roodenburg, H.: Een verfoeilijke misdaad; Incest in het gewest Holland tijdens de 17e en 18e eeuw, Historisch Tijdschrift Holland, 15e jg. nr. 2, april 1993
  • http://delft.digitalestamboom.nl

15 december 2013

Cent Gijsbertsz vond dat de chirurgijn zijn vrouw zieker had gemaakt

De Puttershoekse chirurgijn Aron Marinisen eiste op dinsdag 11-7-1634 te Puttershoek van Cent Gijsbertsz. betaling van 9 gld. 3 stuivers over het cureren van zijn huisvrouw zaliger, "noch in haren doot bedde ende dranck gemaeckt als mede eens gelaten ter aders". Cent was het hier niet mee eens en zei dat de toestand van zijn vrouw na behandeling door de chirurgijn erger was geworden.

Mijn voorvader Cent Gijsbertsz. was op 25-10-1610 in Puttershoek getrouwd met Neeltgen Ariensdr., j.d. van Heinenoord. Zij kregen meerdere kinderen, waarvan de jongste, Gijsbert, werd gedoopt op 17-7-1633 in Puttershoek. Neetgen is binnen een jaar na de geboorte overleden. Op 28-10-1634 werd er te Puttershoek een betaling geboekt vanwege verkochte kleding van de vrouw van Cent Gijsbertsz.

Cent Gijsbertsz. was op 2-7-1634 in Puttershoek hertrouwd met Maergien Cornelisdr., een dochter van Cornelis Meeusz. Capiteijn. Met haar kreeg hij nog 2 kinderen: Cornelis en Coen. Cent overleed in 1639-40. Op 10-3-1640 waren er nog 3 kinderen van Cent en zijn eerste vrouw Neeltgen in leven, die elk 12 pond van hun stiefmoeder Maergien zouden ontvangen, zodra het erfhuis gecollecteerd zou worden.


Cent's nakomelingen zouden de naam Bosman voeren. Eén van zijn nakomelingen was Pleuntje Cente Bosman (1692-1767), die 3 maal trouwde. Haar eerste man was Leendert Cornelisse Bos (1693-±1725). Uit dat huwelijk stamt onze familie Bos.

Bronnen: K.J. Slijkerman: "Het geslacht Capiteijn uit Puttershoek" in Ons Voorgeslacht Jg 64 December 2009, Prometheus Kwartierstaten V, Streekmuseum Heinenoord.

8 november 2013

Naamgeving

Napoleon Bonaparte stelde het aannemen van een vaste achternaam in Nederland verplicht voor een goede persoonsadministratie: de "Code Civil" (letterlijk ‘burgerlijk wetboek’), ook de "Code Napoleon" genoemd
. De gegevens van iedere inwoner werden op een gestandaardiseerde manier vastgelegd. Daartoe werd een nieuwe ambtenaar van de burgerlijke stand aangesteld.  De invoering van de burgerlijke stand begon in het zuiden van het land. In Zeeland was dat in Zeeuws-Vlaanderen in 1796 en in Vlissingen in 1808. De overige delen van Nederland volgden op 18-8-1811.

In Zuid-Holland en de Langstraat waren familienamen in de 18e eeuw al in gebruik. Zo werd Cornelis Naecktgeboren al in 1674 met achternaam genoemd in Dubbeldam. Later kreeg hij een schoondochter genaamd Bastiaantje Abrahamme 't Hoertje. Gekke achternamen waren lang voor de Napoleontische tijd al in gebruik!
Toch bleven er in Noord-Nederland nog geruime tijd mensen over die geen achternaam voerden. Op 17-5-1813 werd een decreet uitgevaardigd waarin bepaald werd dat men toch echt voor 1-1-1814 een achternaam moest kiezen. Maar ook dat werd niet overal opgevolgd. Veel later, op 8-11-1825, toen koning Willem I inmiddels regeerde, vaardigde die een Koninklijk Besluit uit waarin werd bepaald dat wie nog geen achternaam had vastgelegd, daar nog 6 maanden de tijd voor kreeg.     

   

Het Koninklijk Besluit in de Groninger Courant van 25-11-1825

Vóór 1811 kon een achternaam nog weleens veranderen. Soms kreeg iemand een bijnaam van zijn omgeving opgedrongen en stond hij voortaan overal onder die naam bekend. Na migratie werd een achternaam soms aangepast, vooral als men in de nieuwe plaats moeite met de buitenlandse klank en spelling had, of men kreeg een nieuwe. Iemand die uit het zuiden kwam, werd bijvoorbeeld "De Vlaming" of "De Waal" genoemd. Een achternaam gebaseerd op de plaats van herkomst of bewoning komt vaak voor. Een ander voorbeeld is Anthonie Pietersz den Engelschen (±1606-±1658).
Voor die tijd werd gebruik gemaakt van een patroniem; een naam die van de naam van de vader is afgeleid. Een voorbeeld is "Cornelis Eerlansz", die een zoon was van "Eerlant Cornelisz".

1 april 2013

Krankhoofdige Lijntje Teunisse de Quartel

Op 2-11-1687 verzocht Jannigje Reijers Cranendonck, echtgenote van Gijsbert Cornelisz van Doren, de kerkeraad rekening te houden met "de staat van haaren broeder Teunis Reijerze, bezwaart met een krankhoofdige moeder en een blinde suster". Volgens haar zeggen liet die tijd van schaarste niet toe, dat Teunis zijn huisje, dat heel bouwvallig was, kon opknappen. Behalve de last van zijn moeder en zuster was Teunis ook nog bezwaard met een schuld van 100 gulden aan de diakonie vanwege het onderhoud van zijn moeder. Teunis had beloofd dit bedrag te betalen indien de diakonie haar van het beslag op haar goederen wilde ontslaan, maar hij wist niet hoe hij dit bedrag bij elkaar moest krijgen "soo hij voorgemelde persoonen nog onderhouden en sijn huijsje te regt helpen souw". Daarom vroeg Jannetje om uitstel van betaling voor Teunis.

Teunis Reijerze Cranendonck (±1655-1705) was een jongere halfbroer van Jannigje. Zijn "blinde suster" moet zijn jongste zuster Jobje zijn geweest. Zij waren kinderen uit het 2e huwelijk van Reijer Pietersz Cranendonck. Uit zijn 1e huwelijk had Reijer 2 dochters, waaronder Jannigje. Vóór 1650 hertrouwde Reijer met Lijntje Teunisse de Quartel "alias Van der Linden". Zij was een dochter van Teunis Dircksz de Quartel en zijn vrouw Jobje Jorisdr. Lijntje had een broer Dirck en een zuster Lena, gehuwd met Aert Ceuijsmeuijs. 
Lijntje baarde haar echtgenoot minimaal 5 kinderen: Kors, Teunis, Gerrit, Pieter en Jobje. In de periode 1649-82 werd Lijntje regelmatig vermeld als koopster op veilingen te 's-Gravendeel, waar zij huisraad, kleding en enige levende have (2 paarden en 1 kalf) kocht. Eind 1687 werd Lijntje als "krankhoofdig" omschreven. De datum van haar overlijden is onbekend, maar na haar overlijden bleven haar ongehuwde kinderen Teunis en Jobje in het ouderlijk huis wonen.

Op 18-11-1705 compareerden voor notaris Willem de Voogd om een testament op te maken: Teunis Reijers Cranendonck, ziek, en Jobje Reijers Cranendonck, bejaarden ongehuwde broeder en zuster, "tesamen bij den anderen inwonende" te 's-Gravendeel. Zij benoemden elkaar tot erfgenaam en op de tweede plaats de kinderen van Gerrit en Pieter Reijersz. Cranendonck, hun broeders. Reeds op 26-11-1705 gaf Jobje het overlijden van haar broer Teunis aan te 's-Gravendeel.

Na het overlijden van Teunis ging Jobje op 5-12-1706 te 's-Gravendeel in ondertrouw met Jan Teunisz van Ginkel, een glazenmaker en vlasser. Jan was te Puttershoek gedoopt op 1-11-1671 en was waarschijnlijk jonger dan Jobje. Jobje werd op 18-8-1731 in 's-Gravendeel begraven en Jan 2 maanden later op 27-10-1731.

's-Gravendeel

Bron: C. Sigmond & K.J. Slijkerman: De Geslachten Cranendonck in Holland ca. 1400-1700, Rotterdam, 1992.