Posts tonen met het label Waspik. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Waspik. Alle posts tonen

27 juni 2024

Kort Huwelijk - Marike van Tilborgh (1677-1742) en Meerten de Leeuw

Marike van Tilborgh is gedoopt op 3 maart 1677 in 's-Grevelduin Capelle als één van de zes dochters van Cornelis Adriaense van Tilborgh en Teuntje Peters Timmer. De verdeling van de erfenis van dat echtpaar vond plaats op 24-10-1699, dus toen waren beiden inmiddels overleden.

Marike trouwde met haar eerste man, Jan Janse Boudewijns, in 's-Grevelduin-Capelle op 5 februari 1696 na een aangifte door Jan op 14 januari in de classis van ƒ3 en na "vertooninge des quirantie van voldoeninge aen 't Lant". Bij bovengenoemde erfdeling van zijn schoonouders trad Jan op namens zijn vrouw. Op 24 juni 1702 betaalde zijn weduwe ƒ3 voor zijn begrafenis.

Maria van Tilborgh, weduwe van Jan Boudewijns, betaalde ƒ3 in Capelle om te trouwen met Meerten Jans de Leeuw

Nog in datzelfde jaar, op 17 november 1702 gaf Marike van Tilburg, weduwe van Jan Boudewijns, zich aan om te trouwen met Martinus ("Meerten") de Leeuw, jongeman geboren en wonend in de Vrijhoeven. Zij trouwden op 3 december 1702 in 's-Grevelduin-Capelle. Meerten was aldaar gedoopt op 23 december 1674 als jongste zoon uit het eerste huwelijk van Jan Peterse de Oude de Leeuw en diens eerste vrouw Catelijn Peeter Mertens van den Hoeven. Op 25 april 1676 is Jan hertrouwd met Anneken Adriaens van Campen, die daarmee Meerten's stiefmoeder werd.

Meerten de Leeuw en Marike van Tilborgh lieten op 24 maart 1704 in 's-Grevelduin-Capelle een dochter Catharina ("Caatje") dopen. Op 12 februari 1706 in 's-Grevelduin-Capelle betaalde Maria van Tilburg ƒ3 voor het recht van het begraven van haar man Meerten de Leeuw. Hun huwelijk had net 3 jaar geduurd.
Marike van Tilborgh bleef zwanger achter en beviel van een postuum zoontje dat in 's-Grevelduin-Capelle op 23 juni 1706 werd gedoopt met de naam Martinus, net als wijlen zijn vader. Op 12 oktober van dat jaar betaalde Marike ƒ6 voor het begraven van haar zoontje.

17 november 2023

De vrouwen van Willem Teunisse de Ruijter in Dordrecht

Willem Teunisse de Ruijter werd gedoopt op 5 maart 1726 in Waspik met getuige Huberta Daniels. Willem is een jongere zoon van Anthonij Hendrix de Ruijter en Hendrina Hendrix van Limpt. Willem's vader is, als weduwnaar, op 19 november 1747 in Waspik hertrouwd met Maria Pieters Bossers, weduwe van Jacob Groene.

Willem de Ruijter en Jannigje Evenwel trouwden in Dordrecht op 8 februari 1750.

Willem Teunisse de Ruijter, jongeman van Waspik, woonde in Dordrecht bij het Groothoofd, toen hij op 8 feburari 1750 in Dordrecht trouwde met Jannigje Abrahams Evenwel, een afstammelinge van mijn voorvader Abraham Pieters Evenwel (1642-1728). Jannigje is gedoopt op 9 mei 1731 in Dordrecht als dochter van Apollonia Goudijn en Abraham Hendrikse Evenwel, die zijn dochter assisteerde bij haar huwelijk. 
Willem de Ruijter en Jannigje Evenwel lieten in Dordrecht een dochter Hendrica dopen op 11 augustus 1751 en een dochter Apollonia aldaar op 20 januari 1753. Het begraven van Jannigje Evenwel, huisvrouw van Willem de Ruijter, werd kort daarna aangegeven op 6 februari 1753. Zij is dus mogelijk overleden ten gevolge van complicaties bij de bevalling. Jannigje liet kinderen na.

Willem Teunisse de Ruijter was weduwnaar van Waspik toen hij op 14 oktober 1753 in Dordrecht hertrouwde met de 39-jarige Magdalena van Ormont, jongedochter van Dordrecht, die werd bijgestaan door haar moeder Caatje Dirks van den Bergh, weduwe van Aart Danielsz. van Ormont. Magdalena was gedoopt op 27-5-1714 in Dordrecht.
Een dood ter wereld gekomen kind van Willem de Ruijter werd begraven op 6 juli 1754 in Dordrecht. Het begraven van Magdalena van Ormont werd aangegeven op 12 juli 1754 in Dordrecht. Ook zij is dus waarschijnlijk overleden ten gevolge van complicaties bij de bevalling. Zij woonde op de Reedijk en liet geen kinderen na.

Dordrecht, 6 juli 1754

Willem de Ruijter, weduwnaar van Waspik en wonend in de Nieuwstraat, trouwde op 3 november 1754 met de 35-jarige Susanna Henrietta Dingmans, j.d. geboren in Prinsenland en wonend in Rotterdam. In Rotterdam waren ze in ondertrouw gegaan op 6 oktober. In Dordrecht waren ze al op 26 september in ondertrouw gegaan. De bruid werd bijgestaan door haar goede vriendin Geertruij Kemer, huisvrouw van Christiaan Vaders.
Susanna Henrietta is gedoopt op 26 maart 1719 in Dinteloord als dochter van Dingman Jan Dingmans en Johanna Cornelia Bettenham met als getuigen Susanna en Hendrietta Schrimers, die daarbij werden gerepresenteerd door Adriaen Dingmans. Susanna Henrietta Dingmans zal zijn overleden rond 1755.

Willem de Ruijter en Grietje Storm trouwden in Dordrecht op 22 februari 1756

Willem de Ruijter, weduwnaar en geboren te Waspik, trouwde op 22 februari 1756 in Dordrecht met de 28-jarige Margietje (“Grietje”) Storm, weduwe van Pieter Bogaert. Grietje was slechts een half jaar eerder - op 27 juli 1755 - met Pieter Bogaert getrouwd, maar zijn begraven was reeds op 14 augustus 1755 in Dordrecht aangegeven. Grietje was in Dordrecht gedoopt op 5 maart 1727 als dochter van Pieter Storm en Jacomijntje van Diestelhuijse.
Willem en Grietje liet samen 5 kinderen dopen in de periode 1756-1765: Pieter, Reijer, Henricus, Jakomijna en Antonie. Op 5-8-1755, 30-4-1760 en 19-5-1764 in Dordrecht werden kinderen van Willem de Ruijter begraven. Vervolgens is Willem zelf overleden, want op 17-5-1768 was de aangifte begraven van "'t Minderj. kind van Willem de Ruijter's Wed.e". De weduwe, Grietje Storm, was eind 1786 nog in leven.

28 februari 2023

De 3 huwelijken van Bastiana van Beek (1837-1910) in Capelle

De Bastiana van Beek in dit verhaal is overleden in Capelle (NB) op 29-1-1910 rond 6 uur in de ochtend. Zij was toen 72 jaar oud en 3 maal getrouwd te geweest.

Overlijdensakte van Bastiana van Beek

Bastiana van Beek is geboren op 28-2-1837 in Capelle (NB) als jongste kind van schoenmaker Machiel van Beek (1793-1861) en zijn tweede vrouw Maria Klootwijk (1792-1870), die toen al 44 jaar oud was. Van de 8 kinderen van dat echtpaar bleven er slechts 4 in leven: Antonetta (1824-1898), Johannes (1826-1903), Antonia (1831-1872) en Bastiana.

Bastiana en haar zuster Antonia waren aanvankelijk werkzaam als kantwerksters. Op 26-4-1866 in Capelle is Bastiana van Beek op 29-jarige leeftijd getrouwd met de 21-jarige schoenmaker Pieter Boeser. Hij is geboren op 2-8-1844 in Capelle als zoon van Leendert Adrianus Boeser (1808-1853) en Albertina Hoefnagel (1807-1872).

Binnen 4 maanden na de bruiloft beviel Bastiana op 17-8-1866 van een dochter Dingena Boeser. Na nog geen jaar huwelijk overleed Pieter Boeser op 20-3-1867 in Capelle. Hij werd slechts 22 jaar oud.

Bastiana van Beek was nog geen jaar weduwe toen zij op 23-1-1868 in Capelle hertrouwde met de 36-jarige Adrianus van Gijzel, die is geboren op 29-8-1831 in Waspik. Elf maanden later, op 26-12-1868 in Capelle, beviel Bastiana van een zoon Gerrit van Gijzel. Twee maanden daarna, op 3-3-1869 in Capelle, is Adrianus van Gijzel overleden, 37 jaar oud.
Bastiana's eerste huwelijk had slechts 9 maanden geduurd en haar tweede huwelijk slechts 13 maanden. Zij bleef achter met 2 kleine kinderen. Haar dochter Dingena Boeser overleed op 4-jarige leeftijd op 12-6-1871. Haar zoon Gerrit van Gijzel overleed op 5-jarige leeftijd op 27-4-1874 in Capelle.

Pas op 30-12-1876, toen Bastiana 39 jaar oud was, is zij in Capelle voor de 3e keer getrouwd. De bruidegom was de 43-jarige kleermaker Wilhelmus de Roo, die is geboren op 27-8-1833 in Leiden als zoon van Abraham de Roo en Jannetje Vermeulen. Wilhelmus woonde voor zijn huwelijk in Raamsdonk.
Bastiana van Beek werd door haar derde echtgenoot 10 jaar overleefd. Hij was 86 jaar oud toen hij op 24-4-1920 in Capelle overleed.

Echo van het Zuiden, 6-2-1910

Bronnen: Salha.nl, RegionaalArchiefTilburg.nl, WieWasWie.nl, Delpher.nl, BHIC.nl .

1 februari 2023

De 102-jarige Peter de Zeeuw (1726-1828) uit Waspik

Dit is het verhaal van Peter Peterse de Zeeuw die werd is geboren in Waspik op 2 februari 1726 en een dag later aldaar R.K. werd gedoopt met als getuige zijn zus Dijmpna de Zeeuw (1706-1802). Dijmpna zou in 1731 trouwen met Peter Joosten Swart, weduwnaar van Johanna Hendrix Snijders.
Dijmpna is de oudste dochter en Peter de jongste zoon van Elizabetha Snijders (±1685-1771) en Peter Cornelisz. de Seeu, die op 12 mei 1703 in Waspik in ondertrouw waren aangetekend. Beide Peters zijn hoogstwaarschijnlijk nakomelingen van mijn 3-dubbele voorvader Cornelis Adriaens Seeu (±1560-±1641).

Peter Peterse de Zeeuw is op 30 juni 1748 in Zevenbergen getrouwd met Maria van Ginneken, jongedochter van Zevenbergen. Samen waren zij op 22-3-1763 in Waspik getuige bij de doop van een zoon van Peter's broer Cornelis. Maria van Ginneken is overleden in april 1780 in Waspik, toen Peter 54 jaar oud was.
Nog geen 2 jaar later is Peter op 28-1-1782 in Waspik hertrouwd met Maria Janse de Bont, jongedochter uit Waspik. Zij verkregen daarvoor een dispensatie wegens bloedverwantschap in de 4e graad. Ook zijn tweede echtgenote heeft Peter overleefd.

Arnhemsche Courant, 26-7-1827

Peter Peterse de Zeeuw had geen kinderen, maar wel vrienden. Toen hij de 100 al gepasseerd was, ging hij nog varen met een paar vrienden, die allen 80+ waren. Zingen deed hij ook.

Op 6 oktober 1828 in Waspik is Peter Peterse de Zeeuw overleden. Hij was toen 102 jaar, 8 maanden en 4 dagen oud.

Arnhemsche Courant, 18-10-1828

23 februari 2022

Erfgenamen van Adriana Pieters Boeser (1804-87) in Waspik

Bij Delpher.nl vond ik een oproep om erfgenamen te vinden, zoals dat ook wordt gedaan bij het tv programma "De Erfgenaam" met presentator Ruben Nicolai.

Deze blog post gaat over een oproep van de erfgenamen van Adriana Boeser, die is geboren op 30-12-1804 in Waspik als dochter van Gerrit Boeser (1763-1847) en Hermijna Ockers. Een bonus is dat bij de oproep de overlijdensdata worden vermeld van haar grootouder's van vader's zijde: Peter Franse Boeser en Grietje Schouten, overleden te Waspik respectievelijk op 22-7-1805 en 9-10-1791.

Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant, 22-2-1887

Adriana's zusters Grieta (1800-1872), Alida (1803-1872) en Wilhelmina (1812-1882) zijn - net als Adriana - ongehuwd gebleven. Alleen hun zuster Pieternella Boeser (1808-1871) is getrouwd, maar haar huwelijk duurde slechts 3½ jaar. Zij had een zoontje Willem Schouten (1855-1837), die slechts 17 jaar oud werd. Dus toen Adriana Boeser op 82-jarige leeftijd overleed op 23-1-1887 in Waspik, waren er van haar ouders geen nakomelingen meer in leven.

Adriana's vader, Gerrit Boeser, is als weduwnaar overleden op 4-9-1847 in Waspik. Hij was aldaar op 1-6-1800 getrouwd met Hermijna Ockers. Hermijna is gedoopt op 12-7-1778 in Loon op Zand als dochter van Willem Ockers (†1821) en Alida Quirijns. Hermijna had een zus Helena Ockers (1780-1849) die uit 2 huwelijken 4 kinderen kreeg die de volwassen leeftijd bereikten en trouwden.
Bovenstaande advertentie vraagt echter nadrukkelijk om erfgenamen in de vaderlijke lijn, dus familie van Gerrit Boeser.
Gerrit had een oudere zus Geertruij Boeser (1751-1785), die in 1774 trouwde met Cornelis Ophorst (1744-1822) en een zoon had genaamd Johannes. Deze Johannes verhuisde naar Amsterdam, waar hij een zoon kreeg, Cornelis Ophorst (1809-1891) jr. Deze Cornelis trouwde ook en kreeg kinderen in Amsterdam, Dirksland en Rotterdam voordat hij zich vestigde in Capelle (NB), waar zijn dochter Alida in 1861 is getrouwd. Echter, zijn dochter Jenneke is in 1884 in Haarlem overleden en zijn zoon Jan Ophorst (1839-1911) is in Dordrecht overleden. Geertruij Ophorst had dus erfgenamen die niet allemaal in de Langstraat woonden en dus wellicht niet allemaal bekend waren.
Gerrit's broer Adriaan Boeser (1760-1844) werd 83 jaar oud, maar lijkt ongehuwd te zijn gebleven. Hetzelfde geldt voor hun zus Francijna Boeser (1746-1772).
Tenslotte had Gerrit ook nog een zus Adriana Boeser die pas op 37-jarige leeftijd op 9-7-1792 in Dongen is getrouwd met Jacobus Beunis. Van dit echtpaar kan ik na hun huwelijk geen spoor meer vinden.

Bronnen: Delpher.nl, RegionaalArchiefTilburg.nl, Salha.nl, WieWasWie.nl, BHIC.nl, De Erfgenaam.

5 november 2019

Dirk Rosenbrand (1826-1895) werd gedetineerd in Hoorn

Dirk Rosenbrand werd geboren op 1-4-1826 in Capelle (NB) als jongere zoon van Dirk Gerritsz. Rosenbrand (1751-1837) en zijn vrouw Johanna Gijsberts Mes (1794-1866). De eerste gezamenlijke voorouder van mij en Dirk is de 17e-eeuwse Jan Claesz. Rosenbrand.

Dirk Rosenbrand heeft lager onderwijs genoten. Zijn oudere broers Adriaan en Gerrit en zijn zus Anna zijn allen als tiener gestorven. De oudste broer, Gijsbert (1818-47), werd ook niet oud. Dirk woonde nog steeds in Capelle en was nog vrijgezel, toen hij zich schuldig maakte aan "diefstal bij nacht".  Op 26-2-1852 werd hij veroordeeld tot 18 maanden cel. Op 3-5-1852 werd hij opgesloten in de gevangenis in Hoorn. Dirk was niet eerder veroordeeld geweest en heeft zich kennelijk goed gedragen, want op 21 juni 1853 verkreeg hij gratie en hoefde hij de laatste 4 maanden van zijn straf niet meer uit te zitten.

Gevangenis "De Krententuin" op het Oostereiland bij Hoorn

27 juni 2019

Pieter Pruijssers uit Waspik leed aan pleuritis

Landbouwknecht Pieter Pruijssers moest worden gekeurd voor militaire dienst. Eerder had hij al geprobeerd vrijstelling te krijgen wegens broederdienst, maar dat verzoek was op 5-8-1912 afgewezen. Pieter klaagde over zijn borst en had een verhoogde temperatuur. Hij leed aan terugkerende pleuritis, een ontsteking van het long- of borstvlies. Pleuritis geeft doorgaans een scherpe pijn bij het ademhalen.
Bij Koninklijk Besluit van 21-1-1913 werd Pieter voorgoed van dienst bij de militie vrijgesteld.

Geuite klachten en waargenomen gebreken van Pieter Pruijssers.
 

Pieter Pruijsers was geboren op 2-7-1893 in Waspik als zoon van landbouwer Pieter Pruijsers (1854-1932) sr. en zijn vrouw Johanna Cornelia Schouten (1867-1923). Pieter had een oudere broer Antonie (1892-1916) en jongere zussen Geertruida Cornelia en Cornelia Lucia.
Op 29-4-1942 was Pieter Pruijsers, 48 jaar oud, getuige bij het huwelijk van zijn zus Cornelia Lucia met Bernardus Hendricus Maijers. Dat is de laatste vermelding die ik van hem heb kunnen vinden.

Bronnen: BHIC.nl, Salha.nl, LongFonds.nl.

21 juni 2019

2 zussen huwden 2 gelijknamige broers

Twee zussen uit de familie Van Delft trouwden allebei met Laurentius van de Ven, zoon van Pieter van de Ven en Pieternella Kops. Toch trouwden ze níet met dezelfde persoon...

Hendricus Jacobus van Delft, de vader van de 2 zussen, is geboren op 6-11-1867 in Raamsdonk als zoon van Hubertus van Delft (1838-1897) en Megchelina Kuijten (1831-1914), die op 22-6-1865 in Waspik zijn getrouwd. Hij had een jongere broer Jacobus (1873-1939).

Henricus Jacobus trouwde op 11-1-1894 in Raamsdonk met zijn eerste vrouw, Francisca van Drunen. Zij was geboren op 26-8-1871 in Raamsdonk als het op één na jongste kind van Josephus van Drunen uit Oudheusden en Petronella van Dongen uit Waspik, die op 4-5-1854 in Raamsdonk waren getrouwd.
Hendricus Jacobus en Francisca kregen samen 4 kinderen. Francisca is al op 28-jarige leeftijd overleden op 10-12-1899 in Raamsdonk. Haar weduwnaar is aldaar hertrouwd op 11-1-1894 met de 23-jarige Johanna Cornelia Dikkers. Zij is in Raamsdonk geboren op 18-9-1877 en overleden op 1-9-1901, 2 dagen na de geboorte van haar dochter Francisca van Delft. Dit huwelijk had nog geen 4 maanden geduurd. Haar weduwnaar Hendricus Jacobus van Delft werd 44 jaar oud en is overleden op 29-6-1912 in Made en Drimmelen. Een dag eerder was zijn oudste zoon Hubertus Johannes daar op 18-jarige leeftijd overleden. Beiden werkten als visser.

De overlijdensacte van Hendricus Jacobus van Delft

10 mei 2014

Het gezin van voorouder Jan Peterse de Jongh (1663-1742) in Loon op Zand

Al eerder heb ik geschreven over mijn voorouders Jan Petersse de Jongh (1663-1742) en Jennek Adriaense van Oosterhout (1670-1729) en het proces dat tegen hen werd gevoerd in 1725-26 op verdenking van heling, terwijl zij waren opgesloten in een "vuile, stinkende kerker" van het kasteel van Loon. Uiteindelijk kwamen zij gelukkig vrij. 

Het kasteel van Loon, waar Jan de Jongh en zijn vrouw Jenneke
van Oosterhout in een vuile, stinkende kerker zaten opgesloten.


Inmiddels heb ik aanvullende informatie gevonden over hun kinderen, waarbij ook alle schoonzoons worden opgesomd: 

Jan Petersz. de Jongh en Jenneke van Oosterhout, ziek te bed, maken een testament op de langstlevende echtgenoot op 13-3-1738 in Loon op Zand.
Erfgenaam zijn hun 6 kinderen:
- Adriaantje, geh. m. Matthijs van Riel,
- Peter,
- Cornelia, geh. m. Dirk Rijken,
- Catharina, geh. m. Mighiel van Esch,
- Pieternel, geh. m. Jan Oerlemans, en
- Adriaan de Jongh. 
Als voogden worden zoon Peter de Jongh en Arien Hendriksz de Jongh benoemd.

22 april 2014

Het proces tegen Jan Petersz de Jongh (1663-1742)

Een roversbende, die bekend werd als de “Bende van de Witte Veer”, opereerde in de 20-er jaren van de 18e eeuw vanuit de moerassen tussen ’s-Gravenmoer-Capelle, Loon op Zand en Waspik. De bendeleden onderhielden contacten met de plaaselijke bevolking, die de gestolen waar (ver)kocht, en vaak, in geval van gevaar, de bendeleden waarschuwde.
Mijn voorouders Jan Petersz de Jongh alias Horeman en diens vrouw, Jenneke van Oosterhout werden verdacht van heling van door de bende gestolen spullen. 

Jan Petersz de Jongh alias Horeman was herbergier op de Zandschel nabij Loon. In juni 1725 werd Jan met zijn huisvrouw, Jenneke van Oosterhout, opgesloten in een vuile, stinkende kerker in het kasteel van Loon. Otto Juijn, dorssaard van Loon, daagde hen voor het gerecht vanwege het verschaffen van voedsel en drank aan en heling van goederen van criminelen. De bij het langdurige proces betrokken schepenen waren Cornelis Verhagen, Niolaes Mouthaen, Thomas van Vucht en Lambert Nouen.

Het moeras bij Loon op Zand

Op 16 juni 1725 vond een inventaris plaats van de goederen die op de 15e door drossaard Ottho Juijn in beslag zijn genomen in het huis van Jan Petersse de Jongh en diens vrouw, beiden gevangen op het kasteel.
De drossaard stelde dat "het op straffe verboden is aan heiden, landlopers en vagebonden onderdak en kost en drank te verschaffen en dat verdachten dit wel hebben gedaan en ook gestolen goederen aangenomen hebben".


25 februari 2014

De voorouders van dr. P.A.A. Boeser (1858-1935)

Dr. Pieter Adriaan Aart Boeser stamt uit een oud predikantengeslacht. Hij werd geboren op 26-7-1858 in Schellinkhout (NH) als zoon van Adriaan Johannes Boeser (±1815-1869), één van de laatste orthodoxe predikanten in Schellinkhout. Zijn moeder was Johanna Stougjesdijk uit Zierikzee.  

dr. P.A.A. Boeser 
(De Telegraaf, 26-7-1928)
Pieter Adriaan Aart Boeser studeerde eerst Nederlandsche letteren, daarna Egyptologie. In 1889 werd hij bevorderd tot doctor in de letteren. Op 1-11-1892 werd dr. Boeser benoemd tot conservator en in 1904 tot onder-directeur van het Rijksmusuem van Oudheden te Leiden. Het museum was toendertijd nog gevestigd in het oude gebouw aan de Breestraat. In 1910 volgde zijn benoeming tot lector in de Egyptologie. Dr. Boeser wordt omschreven als de grondlegger van de Egyptologie in Nederland.

In Breda op 4-7-1898 trouwde Pieter Adriaan Aart Boeser  met Helena Jacoba Cornelia Elisabeth Bax (1865-1944), een dochter van Johannes Stephanus Bax en Cornelia Stoutjesdijk. Dr. Boeser en zijn vrouw hadden een gezamenlijke voorouder in mr. kuiper Abraham Stoutjesdijk (1792-1853) in Zierikzee. Het paar kreeg dochters Heleentje en Ada.  

7 mei 2013

De 4 vrouwen van Arie Janse de Jong (1710-61)

Op 28-12-1710 werd in Loon op Zand Arie Janse de Jong gedoopt als jongste zoon van Jan Petersse de Jongh (1663-1742) en Jenneke Adriaense van Oosterhout (1670-1729). Jan Petersse was herbergier op de Zandschel bij de toenmalige grens tussen Holland en Brabant. Van hun 10 kinderen bereikten uiteindelijk waarschijnlijk alleen Adriana, Cornelia, Peeter, Petronella en Adriaan de volwassen leeftijd.

In de periode 1725-26 zaten "Jan Peterssoon de Jongh alias Horeman" en zijn huisvrouw opgesloten in een kerker in het kasteel van Loon op Zand op verdenking van het verschaffen van voedsel en drank aan en heling van goederen van criminelen, bekend als "De Bende van de Witte Veer". Op 27-8-1725 zat het echtpaar in een vuile, stinkende kerker opgesloten, waar hun gezondheid gevaar liep. Uiteindelijk werd het echtpaar in 1726 vrijgesproken. Mogelijk heeft hun jongste zoon Arie Janse in die periode bij zijn getrouwde zus Cornelia gewoond.

Het kasteel van Loon op Zand

Arie Janse de Jong trouwde op 16-1-1735 in Sprang met Maria Adriaens Oerlemans. Zij was aldaar gedoopt op 30-10-1707 als het 6e kind van Adriaen Jacobsz Oerlemans (1666-1737) en Geertrui Jans Haverhals. Maria Adriaens Oerlemans overleed in Loon op Zand op 28-2-1740. 
Arie en Maria kregen 2 kinderen, die beiden voorouders van mij zijn:
 1) Jenneke de Jong, gedoopt op 31-7-1735 in Sprang en begraven op 19-5-1691 in Loon op Zand. Janneke is op 29-5-1757 in Capelle (NB) getrouwd met Johannes (Jan) Paans (1726-1801).
 2) Aderjaen de Jong, gedoopt op 19-1-1738 in Loon op Zand en begraven op 26-4-1795 in Sprang. Aderjaen is op 4-6-1770 in Loon op Zand getrouwd met Antonia (Tona) Corver (1741-99) uit Klundert.

Arie Janse hertrouwde vervolgens in Sprang op 26-3-1741 met de 23-jarige Elisabeth (Lijsbeth) Klootwijk,  jongedochter van Sprang. Zij werd aldaar gedoopt op 13-5-1717 als dochter van Adriaan Wouters Klootwijk en Seijke Cornelisse de Leeuw. Elisabeth is binnen anderhalf jaar na haar huwelijk overleden. Adriaan Jansz. de Jong bezat op 28-3-1742 een huis, hof, erve, schuren en schoppen met omtrent 40 hont weide, zaaijland en heide.

Arie Janse de Jong hertrouwde opnieuw op 23-9-1742 in Waspik: Adriaan de Jong, laatst wedr. van Elizabeth van Cloot, won. te Loon op Zand met Maria Costers, j.d. geb. en won. te Waspik, beiden ger(eformeerd). Het is mij onbekend wanneer Maria geboren is en wie haar ouders zijn. 
Arie en Maria kregen 4 kinderen:
 3) Anna de Jong, gedoopt op 9-6-1743 in Loon op Zand, overleden op 12-7-1820 in Capelle (NB). Anna trouwde in Capelle (NB) op 14-5-1786 met Jacob Konings (1752-1830).
 4) Johanna de Jong, gedoopt op 21-6-1744 in Loon op Zand.
 5) Peter de Jong, gedoopt op 10-4-1746 in Loon op Zand.
 6) Maria de Jong, gedoopt op 13-8-1747 in Loon op Zand.

Arie Janse's 3e echtgenote, Maria, overleed binnen anderhalf jaar na de geboorte van haar jongste dochter, dus mogelijk in het kraambed, want op 26-5-1749 in Loon op Zand trouwde de 38-jarige Arie Janse voor de 4e keer. Zijn laatste vrouw was de 41-jarige Maria de Haan, weduwe van Arnoldus de Roon bij wie zij 5 kinderen had: Zacharias (2x), Hendrik, Elisabeth en Aderjaen. Maria de Haan is hoogstwaarschijnlijk gedoopt op 23-11-1707 in Capelle (NB) als dochter van Hendrik Chiele de Haan en Aantje Cornelisse Ockers.
Met zijn 4e vrouw kreeg Arie Janse de Jong nog 2 kinderen: 
 7) Jan de Jong, gedoopt op 27-7-1749 in Loon op Zand.
 8) Aantje de Jong, gedoopt op 19-12-1751 in Loon op Zand, overleden op 17-6-1833 in Sprang. Aantje is getrouwd op 17-4-1777 in Capelle (NB) met Adriaan Klootwijk (1752-1833), een zoon van Adriaan Klootwijk sr. en Alida Adriaans Oerlemans.

Arie Janse de Jong overleed op 24-12-1761 in Loon op Zand. Op 8-1-1762 werden Mattijs van Riel, wonende te Capelle, en Michiel de Haan, beiden wonende te Capelle, aangesteld als voogd en toeziend voogd over de minderjarige kinderen van wijlen Adriaan Janze de Jong en Maria de Haan. Michiel van Es en Hendrik van Riel verpachtten, als voogden over de 4 minderjarige kinderen van Adriaan Janze de Jong en Maria Kuijske, op 21-5-1762 een uiterwaard onder Zuijdewijn-Capelle. Van Maria de Haan's overlijden is aangifte gedaan op 14-7-1777 in Capelle (NB).

N.B. Arie Janse's oudere broer Peeter Janse de Jong (1700-42) trouwde in 1740 met de gescheiden Maria Swart (1704-62).

20 februari 2013

De 18e eeuwse "Bende van de Witte Veer"

In de 20-er jaren van de 18e eeuw opereerde vanuit de moerassen tussen ’s-Gravenmoer-Capelle, Loon en Waspik een roversbende, die bekend werd als de “Bende van de Witte Veer”. Enkele voorouders van de familie De Jong waren als helers bij de bende betrokken.


Achtergrond

Omstreeks 1720 werden zigeuners vanuit Holland en Gelre opgedreven en waren velen van hen naar het zuiden gevlucht. Een groep zigeuners, 'heidenen' genoemd, streek neer in het oostelijk deel van het Ravensbos, nabij het gehucht Zandschel. Dit lastig toegankelijke, moerassige gebied lag deels in 's-Gravenmoer-Capelle, dat toen nog tot Holland behoorde, en deels in Loon op Zand in Brabant. De zigeuners vermengden zich waarschijnlijk met de daar ophoudende criminelen. Zij werden bekend als de "Bende van de Witte Veer" en ondernamen vooral in de periode 1722-1726 strooptochten, voornamelijk naar Holland.

De bendeleden

De toenmalige drossaard van Loon, Otto Juijn, maakte zich sterk voor de vervolging van de roversbende. Op zaterdagochtend 2 maart 1724 werd met hulp van het leger een veldtocht gehouden tegen de "Bende van de Witte Veer". Hoewel de zigeuners waren gewaarschuwd, werden er toch 66 opgepakt, inclusief één der bendeleiders, Pieter Willemse alias Swarte Johannes.
Swarte Johannes was ca. 40 jaar oud en geboren in Elspeet. Hij bekende op de pijnbank meer dan 60 misdaden. Hem werd landloperij, bendevorming, diefstal en roverij ten laste gelegd. In de aanklacht stond:"Lid van een bende 'heijdenen, Egyptenaren en Lantloopers'. De bende is gewapend en maakt het platteland onveilig en steelt vee en goederen. Hun werkterrein ligt ook buiten Brabant." Op 19 september 1726 werd Swarte Johannes ter dood veroordeeld. Zijn lijk werd, om ontvreemding te voorkomen, door een militair escorte vervoerd naar de Galgenberg aan het Galgeneind in de Moer. Andere beruchte leden van de bende waren o.a. Lucretia de Heydinne, die in Breda werd opgehangen, Wendelij Meijerse, die werd opgehangen, Blommerandje de vrouw van Swarte Johannes en een zus van de capiteyn van de troep. Gijsbert Adr. van Hoven en Adriaen Pitiou* werden in 1729 vervolgd wegens geweldpleging en lidmaatschap van een misdadige bende.

Op 3 april 1732 werd Hendrik van Emmerik alias Heijn de Ruijter gearresteerd. Hij werd beschuldigd van dieverij van goederen en veldvruchten, bedelen en landlopen. Al eerder, op 16 november 1730, was hij in Breda voor dezelfde vergrijpen “strengelijk gegeseld”. Met zijn cornuiten en bijzit, die onder Teteringen woonden, was hij daarna op oude voet verder gegaan. Zo hadden ze in Oosterhout op de heide Philip Broda zijn snaphaan afgenomen en hem ernstig met messen en stokken verwond. Zijn bijzit had dit geweer naderhand voor ƒ 12,- en nog wat stuivers in Breda verkocht. Heijn had “goedwillig sonder pijn of banden” bekend. Desalniettemin hadden twee geconsulteerde rechtsdeskundigen geadviseerd dat het beter was om hem maar op te knopen om een voorbeeld te stellen. Zo werd Heijn de Ruijter op 28 april 1732 opgehangen. 


De helers

De bendeleden onderhielden contacten met de plaatselijke bevolking, die de gestolen waar (ver)kocht, en, in geval van gevaar, vaak de bendeleden waarschuwde. De schout van Waspik, Adriaan Zeijlmans, werd in 1722 wegens betrokkenheid uit zijn ambt ontheven. Willem van Diemen alias de Ruijter en zijn vrouw, Geertruij de Haan, op de Loonsche Dijk, werden opgehangen omdat zij als helers bij de roversbende betrokken zouden zijn geweest. Ook Jan Petersz de Jongh alias Horeman en diens vrouw, Jenneke van Oosterhout, werden van heling verdacht. 

Het moeras en de heide bij Loon op Zand