Posts tonen met het label Overflakkee. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Overflakkee. Alle posts tonen

10 november 2025

De vrouw van Leendert Pietersz Koutijser in 17e-eeuws Middelharnis

Zelf het ik geen voorouders op Goeree-Overflakkee, maar ik heb wel 2 aangetrouwde families met voorouders daar en daarom hou ik me daar ook weleens mee bezig. Over voorouders op dat eiland hebben Leo Akershoek en Cor Koene veel op Internet gepubliceerd, inclusief transcripties van DTB boeken, wat het zoeken daar een stuk eenvoudiger heeft gemaakt. Dankzij die gegevens ben ik echter wel tot de conclusie gekomen dat de verschillende vrouwen, die Leendert Pietersz. Koutijser krijgt toebedeeld op Internet*, mijns inziens niet de juiste zijn.

Middelharnis

Mijn interpretatie

Leendert Pietersz. Koutijser is gedoopt in Middelharnis op 16 september 1635 als zoon van Pieter Cornelisz. Koutijser.
Ik ben van mening dat Leendert rond 1660 is getrouwd met Leentje Leenderts. Leendert liet een dochter Maatje dopen op 2 juni 1662 in Middelharnis. Ook had hij zonen Pieter (vernoemd naar zijn vader) en Leendert (vernoemd naar haar vader).
Volgens Koene zou Leendert in Middelharnis rond 28 september 1674 zijn begraven. Dat kan goed, want Leentje Leenderts, weduwe van Leendert Pietersz, is op 7 mei 1679 in Middelharnis hertrouwd met Gerrit Pietersz van den Toll. Deze Gerrit was in Middelharnis op 18 september 1695 getuige bij de doop van Lena, een dochter van zijn stiefdochter Maatje Leenderts.
Gerrit Pietersz van den Toll, weduwnaar van Leentje Leenderts, is op 24 november 1678 in Sommelsdijk hertrouwd met Pleuntje Govers van der Made, laatst weduwe van Laurens Mareschal en daarvoor van Eduard Jacobsz.

Leentje Leenderts, weduwe van Leendert Pietersz, is hertrouwd met Gerrit Pietersz van den Toll

De kinderen

Maatje Leenderts, de op 2 juni 1662 in Middelharnis gedoopte dochter van Leendert Pietersz Koutijser, ging op 27 maart 1683 in Middelharnis in ondertrouw met Jan Maartens Abeele. Hij is gedoopt in Middelharnis op 1 februari 1660 als zoon van Maerten Claes Abeele en Magdaleentie Hendrix.
Maatje Leenderts en Jan Abeele lieten in de periode 1684-1706 samen 9 kinderen dopen met de namen Maarten, Leendert, Magdaleentje, Pieter, Lena, Pietertje (2x), Marie en Willem. Bij de doop van de jongste Pietertje op 27 juni 1700 in Middelharnis was de doopgetuige Pietertje Cornelis Koningh, de vrouw van Maartje's broer Pieter Leendertsz. Koutijser.

Pieter Leendertsz Koutijser en Pietertje Pieters Koningh trouwden op 1 juni 1698 in Middelharnis. Aldaar lieten zij op 1 maart 1699 een dochter Hilletje dopen met getuige Leentje Cornelis Koningh. Zij kan zijn vernoemd naar Hilletje Jans, de vrouw van Cornelis Koningh.

De Koutijser drieling werd gedoopt op 23-6-1702 in Middelharnis

Leendert Leendertz Koutijser trouwde op 22 mei 1688 met Martijntie Pleunis Voorwel. In de periode 1689-1710 kregen zij in Middelharnis waarschijnlijk 13 kinderen, waaronder een drieling. Op 23 juni 1702 in Middelharnis werden "drie kinderen gedoopt van Leendert Leendertz Koutijser en Martijntje Pleunis, het eene Jacob, het andere Lea, het derde Rachel. Getuijgen Maria Pool, Cornelia van Goudswaert en Soetje Magerus, idem de magistraet en kerkenraet alhier". Andere kinderen van dit echtpaar heetten o.a. Lena, Leendert, Pleunis, Clijntje, Aeghje en Simon. Bij de dopen van Clijntje en Simon was Neeltje Leenderts Bosschieter doopgetuige en zij is de vrouw van Sijmen Pleunisz. Voorwel. Jannetje Pleunis Voorwel en haar tweede man Marinus Gerritsz Danser waren getuige bij de doop van Aeghje.
Van de kant van Leendert Koutijser was Maatje Leenderts op 14 augustus 1701 in Middelharnis getuige bij de doop van zijn (jongere) dochter Lena.

7 maart 2025

Neeltje Ariens van Westerom uit Oude-Tonge is snel hertrouwd

Neeltje Ariens van Westerom - ook Westrum - is gedoopt in Oude-Tonge op 17 september 1690 met getuigen Teunis van Casteel en Cornelia Jacobs. Neeltje's ouders zijn Arij Jans van Westerom en zijn eerste vrouw Tannitje Domus, die trouwden op 15 april 1686 in Oude-Tonge. Zij hadden ook een zoon Jan van Westrom (1688-1722).

Deze Neeltje van Westerom is 3 keer getrouwd en hieronder worden de betreffende trouw- en overlijdensinschrijvingen weergegeven.

Oude-Tonge, 28 november 1710: in wettigen ondertrouw opgenomen
- Cornelis Leendertse Braber, laast wed.r van Neeltje Roelands van den Bosch, met
- Neeltje Ariens van Westerom, j.d.,
beijde wonende alhier, edogh alsoo de bruijd nogh binnen ‘sjaars gewoont heeft op Dirkxland, sal ook van daar attestatie van dat de geboden onverhindert gegaan zijn, moeten afgelevert worden. Dese zijn (na dat hare drie Sondaaghsche geboden, soo hier als op Dirkxland volgens de van daar gebragte attestatie, onverhindert gegaan waren) in den houwelijkens staet bevestigt den 17 Decemb. 1710. De acte van admis van wederzijde was pro deo, en getekent, actum Oude Tonge, den 28 Novemb. 1710, onderstont Joh. Anemaet.

Het begraven van Cornelis den Braber werd aangegeven te Oude-Tonge op 20 maart 1714.

Oude-Tonge, 17 november 1714: in wettigen ondertrouw opgenomen
- Leendert Mahuij, j.m., geboortig van Poortvliedt, met
- Neeltje Arentz van Westerom, wed. van Cornelis Braber,
beijde van onder alhier. Dese zijn alhier, na dat hare drie Sondaaghsche geboden onverhindert gegaan waren, des namiddaghs in den houwelijken staat bevestigt den 2. Decemb. De acte van admis tot den ondertrouw was van beijde zijde pro deo, en onderstont Leendert Mahuij, in kennisse van mij secret., Joh. Anemaet.

Het begraven van Leendert Leendt. Mahuij werd aangegeven te Oude-Tonge op 15 december 1721.

Oude-Tonge, 31 juli 1722: in wettige ondertrouw opgenoomen
- Jan Willemse Oosterling, j.m., met
- Neeltje Ariens van Westrom, laatst wed. van Leendert Malin,
beijde gebooren en woonende alhier. Deese sijn - nadat haare huwelijxe voorstellingen onverhindert gegaan waaren - den huwelijken staat bevestigt den 16 Aug. 1722. De acte van aengeving was pro deo, getekent, Joh. Anemaet, secret.
, NB. dewijl de man van de wed. maar 7 maanden was doot geweest sijn se buijten mijn weeten ondertrouwt, als ik tot Utrecht was.

Zie de opmerking in de kantlijn bij het derde huwelijk van Neeltje van Westerom.

De tijd tussen het overlijden van haar eerste man en het hertrouwen met haar tweede man was maar enkele weken langer dan de periode tussen het overlijden van Neeltje's tweede man en haar derde huwelijk, dus kennelijk was Neeltje sowieso niet graag lang alleen. Bovendien behoorde Neeltje tot de onvermogenden, dus wellicht was hertrouwen voor haar ook een financiële noodzaak.

Bronnen: NationaalArchief.nl, DTB Transcripties van Oude-Tonge bewerkt door Cor Koene.

6 februari 2025

De juiste ouders van Saartje Cornelisse van der Stelle op Flakkee

Saartje Cornelisse van der Stelle trouwde op 2 oktober 1729 in Stad aan't Haringvliet met Gerrit Pieterse van Waart (†1762), weduwnaar van Maartje Teunisse de Blom. Daarbij wordt Saartje omschreven als jongedochter geboren in Dirksland en wonend aldaar.

Saartje en Gerrit kregen 3 kinderen:
  1. Cornelis, gedoopt op 12 februari 1730 in Middelharnis met getuigen Corstiaan Cornelisze van Stelle en Maria Cornelisze van Stelle;
  2. Catharina, gedoopt in april 1731 in Middelharnis met getuigen Hendrik Janze de Ruijter en Geertje Cornelisze van Stelle;
  3. Pieter, gedoopt op 20 maart 1735 in Middelharnis met getuigen Pieter Janze van der Sloot en Lidia Cornelisze van Stelle.

De doopgetuigen uit de familie Van Stelle zijn allemaal kinderen van Cornelis Corstiaensz (van) Stelle uit zijn tweede huwelijk met Sara Wouters Stehouwer en zijn derde huwelijk met Jannetje Teunis Coert. Cornelis' dochter Saartje komt uit zijn tweede huwelijk en is gedoopt op 8 april 1691 in Dirksland met getuigen Teunis Woutersen en Maria Wouters.

De huwelijksinschrijving van Gerrit van Waart en Saartje van Stelle in het trouwboek van Oude Tonge

De reden voor deze blog post is dat mij is opgevallen dat op Internet Saartje wordt opgevoerd als de op 12 februari 1696 in Middelharnis gedoopte dochter van Cornelis Jansz Stelle en Teuntje Cornelisse de Vogel, maar dat echtpaar heeft geen zoon Corstiaan, noch dochters Geertje of Lidia, bovendien is die Saartje níet afkomstig uit Dirksland, zoals in de huwelijksinschrijving staat vermeld.
Cornelis is een veelvoorkomende naam en er kunnen dus meerdere Cornelissen zijn die de vader kunnen zijn van een kind met dat patroniem.

Bronnen: NationaalArchief.nl, Transcripties van Cor Koene.

7 januari 2025

De ouders van Simon Simons Geus (1686-1739) in Den Bommel

Simon Simons Geus was 3 keer getrouwd en liet kinderen dopen in Den Bommel. Hij is een voorouder van mijn aangetrouwde oom Aren Looij (1922-1993). Het speuren naar diens voorouders op Flakkee is in recente jaren een stuk eenvoudiger geworden door de DTB transcripties van Cor Koene.
Zo vond ik dat Simon is gedoopt op 2-6-1686 in Den Bommel als zoon van Zimon Joostze Geus en Maetje Simons Arckenbout, dochter van Sijmon Adriaensz Arckenbout, herbergier te Klaaswaal, en  diens eerste vrouw Barbara Jacobs. De getuigen bij Simon's doop zijn Jacob Meeuwisz van der Veer en zijn vrouw Cornelia Sijmons Erkeboudt, de zus van Maetje.
Het viel me echter op dat op verschillende websites op Internet andere ouders voor Sijmon worden vermeld, die mijns inziens fout zijn. Hopelijk kan deze blog post je ervan overtuigen dat Zimon Joostze en Maetje Simons de juiste ouders zijn.

Huwelijksinschrijving in Den Bommel van Simon Geus en Geertrui Cotvis

Simon Simons trouwde zijn eerste vrouw, Geertrui Willems Cotvis, op 20 mei 1714 in Den Bommel na een ondertrouw aldaar op de 4e. De bruid en bruidegom woonden beiden in Den Bommel. Geertrui had een zus Lea Willems Cotvis die getuige was bij de doop van Geertrui's zoon Johannes in 1716. Lea werd in 1718 in Den Bommel tot lidmaat aangenomen en trouwde in 1720 met George (“Jurij”) Pringel. Geertrui Cotvis was op 8 april 1716 in Den Bommel tot lidmaat aangenomen.
Simon Simons en Geertrui Cotvis lieten in Den Bommel op 12 december 1714 een zoon Simon jr. dopen met als getuigen Jan Gerritse Backer en Aeltje Sijmons Geus. Deze Aeltje is de jongere zus van Simon Simons Geus en werd gedoopt in Den Bommel op 12 april 1693 met getuigen Daniel Leendertsz. Prins en (zijn vrouw) Maatje (Jooste) Geus.
De tweede zoon van Simons Simons en Geertrui werd gedoopt op 4 oktober 1716 in Den Bommel en kreeg de naam Johannes. De doopgetuigen waren Cornelis de Bondt en Lea Cotvis, Geertrui's zus.
Op 18 januari 1718 in Den Bommel werd de derde zoon van Simon Simons en Geertrui gedoopt met de naam Joost en getuigen Joost Danielse Prins en Matje Willems Speck. Geertrui is overleden tussen de geboorte van Joost en het hertrouwen van haar weduwnaar.

Simon Geus, weduwnaar van Geertrui Cotvis, ging in Den Bommel in ondertrouw op 12 april 1720 met Matje Willems van der Willige, die eveneens op Den Bommel woonde. Een dag later gingen zij ook in ondertrouw te Stad aan't Haringvliet. Dit huwelijk heeft maar kort geduurd.

Simon Geus, weduwnaar van Matje Willems van der Willige, ging op 4 juni 1722 in ondertrouw met Anna Jans van Manen, die afkomstig was uit Mülheim in Duitsland. Zij woonde in Den Bommel, waar zij in 1706 tot lidmaat was aangenomen. Anna was weduwe van Teunis Leendertse Mosselman met wie zij was getrouwd met kerst 1712. Teunis was toen al weduwnaar van Jannetje Ariens Gelegout. Met Teunis Mosselman heeft Anna kinderen laten dopen in Den Bommel genaamd Catharina (2x), Lena, Jan, Leendert en Jannetje, waarbij de laatste twee een tweeling waren.
Anna van Manen en Simon Simons Geus lieten samen nog een dochter Matje dopen op 18 april 1723 in Den Bommel. De doopgetuigen waren Gijsbert Claasse van Meeteren en opnieuw Aaltje Sijmons Geus. Maatje is vernoemd naar Simon's moeder Maetje Simons Arckenbout.

11 juni 2024

Leendert Witvliet (1786-1834) uit Middelharnis miste een been

Vader Barend Witvliet beklaagde zich in 1805 over het zeer losbandig leven van zijn 18-jarige zoon Leendert. Hij zou met medewerking van Aren Timmerman "tot goedmaking van zijne nutteloose verkwistingen" zich niet ontzien om van tijd tot tijd winkelgoederen van zijn ouders mee te nemen en in de bank van lening of elders te verzetten. Ondanks "veelvuldige vermaningen en bestraffingen" was hij voor geen rede vatbaar.
De baljuw ondervroeg de vader en zoon en ook Aren Timmerman. Op grond van het 16e artikel Reglement voor de Rechtbank d.d. 29 mei 1804 zou Leendert met rottingslagen worden gekastijd. Hij beloofde beterschap en "op verzoek van zijnen vader, met nader goedvinden van scheepenen" kreeg hij geen slaag, maar kwam er met een "ernstig repriment en bedreyging" van af. Aren werd voor zes dagen 'gespijzigd' met water en brood.

Leendert Witvliet was in Middelharnis gedoopt op 11 juni 1786 als zoon van Barent Cornelisz. Witvliet (1756-1805) en Leentje Leenderts van der Poot (1757-1806). Leendert had een ondere broer Cornelis, gedoopt op 19 mei 1781 in Middelharnis. Zij hadden jongere broers Arent, Jan en Mattheus.
Leendert's broer Cornelis werd in 1840 voor de tweede maal veroordeeld voor eenvoudige diefstal en zat een jaar in de gevangenis in Hoorn (NH), waar hij op 12 september 1841 weer werd vrijgelaten. Cornelis had een kaal hoofd, hoog voorhoofd, lang aangezicht, grote mond, ronde kin, blauwe ogen en gezonde kleur. Hij had lager onderwijs genoten en werkte als bakkersknecht. Cornelis is 5 jaar na zijn vrijlating op 60-jarige leeftijd overleden op 22 december 1846 in Middelharnis.
Hun jongere broer Arent Witvliet (1792-1862) was in 1814 al eens voor diefstal veroordeeld. In 1847 werd hij veroordeeld voor "diefstal gepleegd bij nacht door meer dan één persoon". De straf was "een ½ uur te pronk en brandmerk en 5 jaren tuchthuisstraf", die werd omgezet tot een correctionele gevangenisstraf van 3 jaren.

Leendert Witvliet miste zijn linker been

Ook Leendert Witvliet heeft enige tijd in de stad Hoorn verbleven voor hij op 3 oktober 1827 aankwam bij de dwangkolonie Veenhuizen, één van de "Koloniën van Weldadigheid". Zijn aangezicht was bleek van kleur, zijn ogen waren blauw en zijn kin was rond. Wat opviel was dat zijn hoofd kaal was en dat hij zijn linkerbeen miste. Na een 6-jarig verblijf werd Leendert Witvliet ontslagen uit Veenhuizen op 4 november 1833.

Zicht op het derde gesticht van Veenhuizen

Leendert was 47 jaar oud en werkte als mattenmaker toen hij op 11 mei 1834 in Groningen eindelijk trouwde. De bruid was de 50-jarige werkster Hindrikkijn Janssen Bakker. Zij was weduwe van de gepensioneerde soldaat Johan Philipp Kammer, die was overleden op 52-jarige leeftijd op 17 februari 1826 in Groningen. Hindrikkijn was gedoopt in Groningen op 21 januari 1784 als dochter van "vischvrouw" Annegijn Janssen.

3 mei 2024

De 3 huwelijken van Cornelia Menheer (1752-89) op Flakkee

Teunis Menheer was gedoopt op 9-5-1721 in Nieuwe Tonge als zoon van Huibregt Jacobsz. Menheer en diens 2e vrouw Cornelia Teunisse van der Haart. Teunis en zijn eerste vrouw Maria Willems Goemaat zijn getrouwd op 13-1-1751 in Den Bommel na een pro deo ondertrouw op 24-12-1750 in Ooltgensplaat. Zij in Stad aan 't Haringvliet op 12-12-1751 een zoon Huijbregt dopen en op 30-12-1752 aldaar een dochter Cornelia. Het begraven van Maria Goemaat werd op 14-3-1754 in Stad aan 't Haringvliet aangegeven. Zij was toen waarschijnlijk net 24 jaar oud, want zij was op 16-4-1730 in Den Bommel gedoopt als dochter van Willem Jacobse Goemaat en zijn tweede vrouw Sara Jans van Leuven.

Cornelia Menheer was een jaar oud toen haar moeder overleed en nog geen 3 jaar oud, toen haar vader Teunis Menheer op 26-10-1755 in Stad aan 't Haringvliet hertrouwde met de 31-jarige Sara Pieterse van der Vliet. Vervolgens kreeg Cornelia in halfzusjes Leentje, gedoopt op 4-2-1759 in Stad aan 't Haringvliet met als getuige haar moeder's tweelingzus Hester van Vliet, en Pietertje, aldaar gedoopt op 14-2-1762.

Zicht op Stad aan 't Haringvliet met rechts het Haringvliet

Cornelia Menheer ging op 19-4-1776 in Stad aan 't Haringvliet in ondertrouw met Jacobus van der Tulp. Hij was in Oud-Beijerland gedoopt op 23-7-1747 als zoon van Cornelia Dircks Niemandsverdriet en haar tweede man, Pieter van der Tulp. Cornelia Niemandsverdriet was op 16-5-1755 van Oud-Beijerland naar Stad aan 't Haringvliet vertrokken met haar kinderen Marijtje (13 jaar, dochter van Kornelis Vos) en Jacobus (8 jaar).
De huwelijkse voorstellingen van Jacobus van der Tulp en Cornelia Menheer gingen op 21 en 28 april en 5 mei, waarna zij op 12 mei in Stad aan 't Haringvliet zijn getrouwd. Hun zoon Pieter werd aldaar gedoopt op 6-4-1777.
In 1779 is Jacobus van der Tulp met een marktschuit, komende van Rotterdam, overboord geslagen en verdronken. Cornelia Menheer liet haar jongste kind dopen op 7-10-1779 met de naam Jacoba, een vernoeming naar Jacobus. Bij deze doop was Pieter Hendriks Plokhooij aanwezig en de getuige was Ariaantje Cornelis Vos, een oudere halfzus van Jacobus.

Cornelia Menheer, weduwe van Jakobus Tulp, en Maarten Teunisz. van der Haart, weduwnaar van Ariaantje Stapels, zijn op 4-5-1781 in Stad aan 't Haringvliet in ondertrouw opgenomen. Het lijk van Maarten van der Haart werd aldaar reeds op 12-9-1781 aangegeven om pro deo te worden begraven. Hun huwelijk had dus maar 4 maanden geduurd.
Maarten is rond 1721 geboren als zoon van Teunis Maartense van der Haart en Neeltje Reinierse van der Tuijnsaat. Dat echtpaar is op 4-5-1720 in Den Bommel in ondertrouw gegaan, terwijl Neeltje reeds op 15-11-1724 in Stad aan 't Haringvliet is hertrouwd met Crijn Arents van Prooijen (“Puroojen”). Maarten was eerst op 2-7-1754 in Den Bommel getrouwd met Ariaantje Jacobs Stapel(s) en had met haar 7 kinderen gekregen.

Cornelia Menheer, laatst weduwe van Maarten van der Haart, is op 7-12-1788 in Stad aan 't Haringvliet getrouwd met Johannes (“Jan”) Huijser(s), j.m., geboren te Bergen op Zoom en wonende, als landbouwknecht, in een woning van Abraham Koppenaal onder de jurisdictie van Middelharnis. Zij waren op 14 november in ondertrouw gegaan.
Op 21-11-1789 beviel Cornelia Menheer van een dochter, waarna zij in het kraambed is overleden. Haar lijk werd op 2-12-1789 in Stad aan 't Haringvliet aangegeven om te worden begraven. Haar dochtertje werd aldaar op 6-12-1789 gedoopt met de naam Cornelia.
Jan Huijser is hertrouwd op 2-5-1790 in Stad aan 't Haringvliet met Ariaantje van Dam. Hij werd aldaar begraven in oktober 1808.

18 april 2024

Mattheus Witvliet's drieling in Dirksland

Mattheus Witvliet, jonge man geboren te Goes in Zeeland en wonend te Dirksland, trouwde aldaar op 21 mei 1807 met Adriana Vrijberge, jonge dochter geboren en mede woonachtig te Dirksland. Zij lieten aldaar een zoon Arend dopen op 12 juni 1808. De baby was geboren op 27 mei en is overleden op 14 september 1808.

Adriana Vrijberge, huisvrouw van Mattheus Witvliet, beviel op 11 mei 1810 in Dirksland van een drieling, allen zoons, die - bij hun doop op de 13e - de namen Abraham, Izak en Jacob kregen.

Rotterdamsche Courant 18 mei 1810

Helaas overleed één van de kinderen al na twee dagen op de 13e. Op de 24e overleed het kind Abraham. Ook de het enige overlevende kind en de moeder verkeerden toen al in slechte gezondheid.

Rotterdamsche Courant, 5 juni 1810

Het derde kind, Jakob, werd 5 weken oud en is overleden op 4 juni 1810 en begraven op de 6e. Hun moeder, Adriana Vrijberge, overleed een week later op 11 juni op 28 jarige leeftijd.
Mattheus Witvliet bleef achter zonder vrouw of kinderen. Mattheus was gedoopt op 2 december 1778 in Goes als zoon van Maria Blondeel en Arend Witvliet, beurtschipper van Stellendam. Zijn vader was als weduwnaar in 1786 hertrouwd met Elisbeth Duin. Wat er verder met deze Mattheus Witvliet is gebeurd, heb ik niet kunnen vinden.

Bronnen: WieWasWie.nl, Delpher.nl, District Klappers van Zuid-Holland, DTB Transcripties van Cor M. Koene.


29 januari 2024

Gerrit Hardendoot, de eerste man van IJda Jans Smit

Gerrit Leenderts Hardendoot en IJda Jans Smit zijn de ouders van de allitererende Hendrik Hardendoot en zijn zus Klaasje Gerrits Hardendoot, die beiden een dochter IJda lieten dopen.*

De allitererende Hendrik Hardendoot en zijn vrouw Geertje Jans van der Hart lieten zelfs 3 maal een dochter dopen met de naam IJda, maar geen van allen bereikten zij de volwassen leeftijd. Ook hadden zij een zoon Gerrit Hardendoot, die op 5-5-1754 in Stad aan ’t Haringvliet trouwde met Huijge Stoffelse Braber, een dochter van Cornelia de Jager en haar eerste man Stoffel Bastiaans Braber. Hendrik’s weduwe, Geertje van der Hart, ging op 28-6-1755 in Stad aan ’t Haringvliet in ondertrouw met Jacob Willemse Warrenaar uit Dietz, Nassau, Duitsland.

Klaasje Gerritse Hardendoot en Leunis van der Ham lieten in 1732 een dochter Ida dopen
met getuigen Hendrik Gerritse Hardendoot en zijn vrouw Johanna van der Hart.

Klaasje Gerrits Hardendoot trouwde op 26-8-1725 in Stad aan ’t Haringvliet met Leunis van der Ham. Hun beide dochters Ida zijn vernoemd naar Klaasje’s moeder. Bij de tweede Ida, gedoopt op 21-9-1732 in Sommelsdijk, waren de doopgetuigen bovengenoemde Hendrik Gerritse Hardendoot en zijn vrouw Geertje Johannesse van der Hart. Klaasje liet daarna dochters Dana en Johanna dopen, vernoemd naar Daniel van der Ham en zijn vrouw Jannetje Pleunis. De jongste dochter Gerwijna - alias Gerbina - zal zijn vernoemd naar Gerrit Hardendoot. Klaasje Hardendoot was op 24-3-1765 nog doopgetuige, maar op 12-2-1676 ging haar weduwnaar in ondertrouw met zijn tweede vrouw, Adriana van Leen, weduwe van Arend Springvloed.

In 1725 trouwden IJda Jans Smit en Cornelis van Boven in Stad aan 't Haringvliet.

Na het overlijden van Gerrit Leenderts Hardendoot, is zijn weduwe IJda Jans Smit in ondertrouw gegaan in Stad aan ’t Haringvliet op 6-7-1721 met Wouter Dimmesche Verduin, weduwnaar van Magtel Jans Dekker. Dit huwelijk heeft maar kort geduurd, want IJda was opnieuw weduwe, toen zij op 7-10-1725 in Stad aan ’t Haringvliet hertrouwde met Cornelis van Boven. Cornelis was afkomstig uit Gastel (NB) en weduwnaar van Stijntje Jans. Als weduwnaar van IJda, is Cornelis van Boven in Stad aan ‘t Haringvliet op 23-11-1736 in ondertrouw gegaan met bovengenoemde Cornelia de Jager, weduwe van Stoffel Bastiaans Braber, met wie zij aldaar op 17-4-1729 was getrouwd en een dochter Huigje had.

 *  Op Internet zag ik verkeerde ouders vermeld van Hendrik Hardendoot, de man van Geertje Jans van der Hart. Dat was de aanleiding voor deze korte blog post.

Bronnen: Transcripties van Cor Koene, HoGenDa.nl, klappers Zuid-Holland, J.L. Braber, Braber, Ons Voorgeslacht, 1974.

2 januari 2024

De moord op veldwachter Dubbelt van Sommelsdijk in 1902

Tijdens een surveillance nabij Nieuwe Tonge in de nacht van 3 januari 1902 betrapte de rijkswachter van Sommelsdijk, Isaak Dubbelt, enige stropers. Terwijl hij ze naderde, werd hij getroffen door een schot hagel in de borst en viel neer. Hij bleek te zijn overleden.
In maart van dat jaar werd vermeld dat zijn weduwe van het rijk een pensioen kreeg van ƒ256. Zij was  achter gebleven met 3 kinderen: Leentje Cornelia Roelse (18), Grieta (11) en Machiel (7).

De Standaard, 7-1-1902

Isaak Dubbeld is geboren op 23 november 1858 in Middelharnis als jongere zoon van Cornelia van den Nieuwendijk en Machiel Dubbeld (1815-1881). Machiel is een zoon van visverkoper Jan Dubbeld (1773-1846). Deze Jan was de laatste overlevende zoon van een eerdere Machiel Kornelisz. Dubbeld in Middelharnis.
Isaak Dubbeld trouwde op 30 september 1881 in Middelharnis met Sietje Helena Elizabeth Fabrij. Zij is aldaar geboren op 26-12-1858 als dochter van Leuntje Cornelia Roelse But (1835-1873) en Jacobus Fabrij (1831-1919).
Sietje kreeg 5 kinderen met Isaak, waarvan er 3 de volwassen leeftijd bereikten. Leentje Cornelia Roelse trouwde in 1908 met Jan de Korte. Daarna verhuisde Sietje met haar andere 2 kinderen naar Den Haag. Grieta trouwde er met Henri Amorison en Machiel trouwde er met Sara Johanna Nije. Sietje is op 82-jarige leeftijd overleden op 28-6-1941 in Den Haag.

Rotterdamsch Nieuwsblad, 11-3-1902

Bronnen: Delpher.nl, WieWasWie.nl, klappers Zuid-Holland

24 april 2023

19e-eeuwse bruid Cornelia Moerenhout had geen geboorteacte

Cornelia Moerenhout trouwde in Ooltgensplaat op 21 mei 1842 met Paulus Fris. Haar vader, Martinus Moerenhout (1772-1817), was inmiddels overleden. Haar moeder, Jacoba Stasens, was werkzaam als arbeidster. Jacoba was als weduwe erg snel hertrouwd en wel op 26-3-1817 in Ooltgensplaat met Johannes Vervloet (1777-1835). Met hem had zij nog 9 kinderen gekregen, maar inmiddels was hij ook overleden.
Jacoba was aanwezig bij het huwelijk van haar dochter Cornelia en legde daarbij een verklaring af dat haar familienaam Stasens is en níet Erst. Zij was namelijk op 7-11-1787 in Oosterhout (NB) r.k. gedoopt als buitenechtelijke dochter van Adriana Stasens en Joannis Ernst uit Vessem bij Eersel (NB). De getuige bij Jacoba's doop was Maria Stasens.

Cornelia Moerenhout, de bruid, legde echter een nog veel opmerkelijkere verklaring af. Zij verklaarde onder ede dat zij in Ooltgensplaat is geboren op 26 december 1815, maar dat zij níet in staat was om een geboorteakte te overleggen, omdat er nooit aangifte was gedaan van haar geboorte ....

De bruid verklaarde geen akte van geboorte te kunnen overleggen, omdat de aangifte daarvan niet is gedaan.

De moeder van de bruid verklaarde dat haar familienaam Stasens is en níet Erst.

Jacoba Stasens gaf haar dochter Cornelia Moerenhout toestemming voor haar huwelijk. Verder verklaarden moeder en dochter niet te kunnen schrijven "of hunne namen teekenen als zulks niet geleerd hebbende". Paulus Fris ondertekende met "P Fris".

Paulus Fris was geboren op 11 augustus 1816 in Ooltgensplaat als zoon van Johannes Fris (1783-1831) en Anthonetta Rosa (1786-1828). Paulus was arbeider van beroep. Hij had een lengte van 1 el, 6 palm en 7 duim. Zijn aangezicht was ovaal en zijn voorhoofd en kin waren 'rond'. Zijn ogen waren blauw en zijn haar en wenkbrauwen waren blond. Paulus had zijn dienstplicht voor de Nationale Militie voldaan.

Jacoba Stasens is overleden op 13 november 1848 in Den Bommel op Goeree-Overflakkee. Paulus Fris is reeds op 36-jarige leeftijd overleden op 11 april 1854 in Ooltgensplaat, 4 maanden voor de geboortje van zijn 7e kind Antonia (“Teuntje”) Fris, die een voorouder is van mijn neefjes. Ook stamt Paulus Fris af van mijn 17e-eeuwse voorvader Cornelis Gijse Bos.
Cornelia Moerenhout bleef als weduwe achter met 5 overlevende kinderen, waarvan de oudste 10 jaar oud was. Dat was Johannes Fris (1843-1905), die als eerste trouwde in 1868. Cornelia bereikte de leeftijd van 61 jaar en is overleden op 26 februari 1877 in Den Bommel. Zij werd op de 28e begraven in het nabijgelegen Achthuizen.

Bronnen: WieWasWie.nl (en het eerdere GenLias), KoeneGenealogie.nl, FamilySearch.org, RegionaalArchiefTilburg.nl, kopiën van orginele doopboeken, Zuid-Hollandse gezinsreconstructies en de genealogie afdeling van het Streekmuseum Hoeksche Waard.

23 februari 2022

Erfgenamen van Adriana Pieters Boeser (1804-87) in Waspik

Bij Delpher.nl vond ik een oproep om erfgenamen te vinden, zoals dat ook wordt gedaan bij het tv programma "De Erfgenaam" met presentator Ruben Nicolai.

Deze blog post gaat over een oproep van de erfgenamen van Adriana Boeser, die is geboren op 30-12-1804 in Waspik als dochter van Gerrit Boeser (1763-1847) en Hermijna Ockers. Een bonus is dat bij de oproep de overlijdensdata worden vermeld van haar grootouder's van vader's zijde: Peter Franse Boeser en Grietje Schouten, overleden te Waspik respectievelijk op 22-7-1805 en 9-10-1791.

Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant, 22-2-1887

Adriana's zusters Grieta (1800-1872), Alida (1803-1872) en Wilhelmina (1812-1882) zijn - net als Adriana - ongehuwd gebleven. Alleen hun zuster Pieternella Boeser (1808-1871) is getrouwd, maar haar huwelijk duurde slechts 3½ jaar. Zij had een zoontje Willem Schouten (1855-1837), die slechts 17 jaar oud werd. Dus toen Adriana Boeser op 82-jarige leeftijd overleed op 23-1-1887 in Waspik, waren er van haar ouders geen nakomelingen meer in leven.

Adriana's vader, Gerrit Boeser, is als weduwnaar overleden op 4-9-1847 in Waspik. Hij was aldaar op 1-6-1800 getrouwd met Hermijna Ockers. Hermijna is gedoopt op 12-7-1778 in Loon op Zand als dochter van Willem Ockers (†1821) en Alida Quirijns. Hermijna had een zus Helena Ockers (1780-1849) die uit 2 huwelijken 4 kinderen kreeg die de volwassen leeftijd bereikten en trouwden.
Bovenstaande advertentie vraagt echter nadrukkelijk om erfgenamen in de vaderlijke lijn, dus familie van Gerrit Boeser.
Gerrit had een oudere zus Geertruij Boeser (1751-1785), die in 1774 trouwde met Cornelis Ophorst (1744-1822) en een zoon had genaamd Johannes. Deze Johannes verhuisde naar Amsterdam, waar hij een zoon kreeg, Cornelis Ophorst (1809-1891) jr. Deze Cornelis trouwde ook en kreeg kinderen in Amsterdam, Dirksland en Rotterdam voordat hij zich vestigde in Capelle (NB), waar zijn dochter Alida in 1861 is getrouwd. Echter, zijn dochter Jenneke is in 1884 in Haarlem overleden en zijn zoon Jan Ophorst (1839-1911) is in Dordrecht overleden. Geertruij Ophorst had dus erfgenamen die niet allemaal in de Langstraat woonden en dus wellicht niet allemaal bekend waren.
Gerrit's broer Adriaan Boeser (1760-1844) werd 83 jaar oud, maar lijkt ongehuwd te zijn gebleven. Hetzelfde geldt voor hun zus Francijna Boeser (1746-1772).
Tenslotte had Gerrit ook nog een zus Adriana Boeser die pas op 37-jarige leeftijd op 9-7-1792 in Dongen is getrouwd met Jacobus Beunis. Van dit echtpaar kan ik na hun huwelijk geen spoor meer vinden.

Bronnen: Delpher.nl, RegionaalArchiefTilburg.nl, Salha.nl, WieWasWie.nl, BHIC.nl, De Erfgenaam.

6 oktober 2020

Jan Stolk uit Dirksland werd 90 jaar oud

Eilanden Nieuws, 19 mei 1956

Jan Stolk is - "na langdurig lijden" - overleden op 16-5-1956 in Dirksland in de ouderdom van 90 jaar en 9 maanden. Hij werd 3 dagen later begraven. Jan was geboren op 15-8-1865 in Dirksland als zoon van Willem Stolk (1844-1924) en Elizabeth van Dijk (1845-1899).
Op 24-4-1891 in Dirksland is Jan Stolk getrouwd met Dina Nagtegaal (1864-1932), die hij bijna 24 jaar overleefde. Dina was een dochter van Elizabeth Bakker (1838-1898) en Aren Nagtegaal (1836-1927), die eveneens de leeftijd van 90 jaar bereikte. Jan Stolk en Dina Nagtegaal hadden diverse kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen.

Jan Stolk stamt - net als ik - af van Jan Ariensz. Sneep die rond 1600 in 's-Gravendeel woonde. Ook stamt Jan af van een Jan Hendriksz. Stolk, die in de 17e eeuw in Strijen woonde. Diens begraven werd in Strijen geregistreerd op 2-5-1696.



5 oktober 2020

Dievegge Ariaentje Stoffelse Looij

Ariaentje Stoffelse Looij werkte als dienstmaagd bij Thomas Wittekoek, toen zij in 1785 ervan werd beschuldigd een blauwe doek en enige lapjes linnen te hebben gestolen. Zij werd er tevens van verdacht nog meer ontvreemd te hebben, maar na 3 maal uitgebreid te zijn verhoord, kon men dit niet hard maken. Het gestolen goed trof men aan in haar dienstbodekist. Zij moest uiteindelijk een half uur lang met het bordje “dief” op haar borst aan de kaak staan. Daarenboven werd ze voor 3 jaar verbannen uit de jurisdictie van Middelharnis.

Middelharnis
 Ariaentje was gedoopt op 23 maart 1763 in Middelharnis als dochter van Stoffel Huijgen Looij en diens 3e echtgenote, Bastiaantje Jans van der Waaij. Ariaentje was de jongste van de 12 kinderen van Stoffel Looij en diens 3 vrouwen.

Ariaentje is op 6 mei 1792 in Oude-Tonge getrouwd met Aren Pietersz. Smit, weduwnaar van Cornelia (“Crelia”) Overstraat. Met zijn eerste vrouw had Aren de kinderen Jannetje en Pieter. Jannetje werd begraven op 26 maart 1795 in Oude-Tonge.
Met Ariaentje kreeg Aren nog een dochter Sijtje, geboren op 14 januari 1796 en gedoopt op de 20e in Oude-Tonge. Aren is, opnieuw weduwnaar geworden, overleden op 19-5-1819 in Middelharnis, 64 jaar oud. Hij was gedoopt op 17 maart 1754 in Nieuwe-Tonge als zoon van Pieter Jacobs Smith en Sijtje Cornelisse Droger.

Ariaentje's stiefzoon Pieter Smit is op 38-jarige leeftijd op 18 augustus 1820 in Middelharnis getrouwd met Arriantje van der Hart, geboren op 4 oktober 1795 in Oude Tonge, als dochter van Leendert van der Hart en Pieternella de Bruin. Zij kregen enkele kinderen, waaronder een zoon Aren, die de volwassen leeftijd heeft bereikt. Pieter is op 78-jarige leeftijd overleden op 14 januari 1861 in Middelharnis.

24 augustus 2020

Kort Huwelijk: Johanna Goudswaard (1821-52) en Jan Leeflang (1824-96)

Johanna Goudswaard werd geboren op 28-12-1821 in Hellevoetsluis als dochter van Baltum Goudswaard (1800-1864) en diens eerste vrouw Sara Jacoba Kleijn (1798-1837), wier vader Maarten Kleijn sluiswachter der marine was. Baltum Goudswaard werkte als huistimmerman op 's lands werf. Van zijn kinderen was er, naast Johanna, slechts één die ook de volwassen leeftijd bereikte: Sara Margarieta Goudswaard (1833-1871). 
Na het overlijden van zijn eerste vrouw is Baltum Goudswaard op 7-9-1838 in Hellevoetsluis hertrouwd met Jannetje Vroom (1811-1860) uit Medemblik, wier vader Jacob Vroom bij de marinewerf werkte als boekhouder. 

Johanna Goudswaard trouwde op 20-6-1851 in Hellevoetsluis met de 3-jaar-jongere klerk Jan Leeflang jr. Hij kwam uit een gezin van 12 kinderen en is geboren op 7-7-1824 in Hellevoetsluis als zoon van loods Jan Leeflang (1781-1841) uit Middelharnis en zijn vrouw Cornelia Baggerman (±1787-1868) uit Middelburg, die op 7-3-1808 in Hellevoetsluis waren getrouwd.

Na 6 maanden huwelijk is Johanna Goudswaard op 30-jarige leeftijd kinderloos overleden op 7-2-1852 rond 5:00 in Hellevoetsluis. 

Overlijdensacte van Johanna Goudswaard.

14 oktober 2019

Theunis Ariensz. van der Giessen uit Numansdorp bleef in Azië

Arie Jans van der Giessen en Ariaantje Ariens Buijtendijk trouwden op 30-5-1717 in Westmaas. Zij kregen een groot gezin van 11 kinderen, waaronder een zoon Theunis, die op 24-9-1719 werd gedoopt in Numansdorp.

Theunis Ariensz. van der Giesen uit Numansdorp trad als soldaat in dienst bij de V.O.C. voor de kamer van Delft. Hij voer uit vanaf Goeree op 29-3-1741 op het fluitschip “Delfland” onder schipper Egbert Verduin. Aan boord waren 119 zeelieden en 60 soldaten, waaronder Theunis. Gedurende de eerste 2 of 3 maanden van de reis liepen nieuwelingen vaak al schuurbuik en tering (tuberculose) op, waardoor ze rond liepen met bleke gezichten, blauwe lippen en gezwollen benen. Ook reumatische klachten kwamen veel voor door de koude en vochtige omgeving. 
De “Delfland” deed Kaap de Goede Hoop in Zuid-Afrika aan van 24 juni tot 18 juli en kwam aan op 11-9-1741 in Batavia, tegenwoordig Jakarta in Indonesië.
Na ruim een jaar in Azië is Theunis Ariensz. van der Giesen uit Numansdorp op 20-11-1742 niet bij de monstering voor een terugreis verschenen. Sindsdien is hij vermist.

Salaris en onkosten van Theunis Ariensz. van der Giessen uit Numansdorp

Bronnen: V.O.C. opvarenden bij het nationaal archief, huygens.knaw, VOCsite.nl, GaHetNa.nl, A.E. Leuftink: Harde Heelmeesters (Zeelieden en hun dokters in de 18e eeuw), Walburg Pers, 1991. 
An English version of this blog post is

15 september 2017

Voorouders van Rien Poortvliet (1932-1995) in Dirksland

Marinus Harm (“Rien”) Poortvliet is geboren op 7-8-1932 in Schiedam. Marinus is overleden op 15-9-1995 in Soest, 63 jaar oud. Rien trouwde in 1956 met Cornelia Bouman, die in 1933 werd geboren. Zij kregen 2 zoons. Rien Poortvliet leerde zichzelf tekenen en werd aanvankelijk reclametekenaar van beroep. Vanaf het einde van de jaren vijftig deed Poortvliet in zijn vrije tijd voor verschillende uitgeverijen illustratiewerk. Vanaf 1968 was hij illustrator van boeken, waaronder “Te hooi en te gras” met illustraties van het traditionele boerenbedrijf en plattelandsleven.

De Voorstraat in Dirksland, getekend door Rien Poortvliet

7 augustus 2017

Aren Nagtegaal uit Dirksland werd 90 jaar oud

Toen hij op 7-8-1927 in Melissant is overleden, was Aren Nagtegaal 90 jaar oud. Op dat moment was hij al 29 jaar weduwnaar van Elizabeth Bakker, die was overleden op 29-7-1898 in Dirksland. Zij waren getrouwd op 29-4-1863 in Dirksland. Daar hadden zij een aantal kinderen gekregen, waaronder een dochter Dina Nagtegaal (1865-1932), die in 1891 was getrouwd met Jan Stolk (1865-1956), die eveneens de leeftijd van 90 jaar zou bereiken. 

Aren's echtgenote, Elizabeth Bakker, was geboren op 20-4-1838 in Dirksland als dochter van Jan Bakker (1810-1851) en Annetje Noorman (1811-1853). Doordat haar beide ouders níet oud werden, werd zij op haar 14e al wees. 
Zelf was Aren Nagtegaal geboren op 11-11-1836 in Dirksland als zoon van Steven Nagtegaal (1805-1876) en diens eerste vrouw, Dingena Struik (1806-1841). Zijn moeder was overleden toen Aren net 5 jaar oud was. Zo'n anderhalf jaar later is zijn vader hertrouwd met Jannetje van der Herp (1821-1906). Bij zijn beide huwelijken erkende Steven Nagtegaal een voor het huwelijk geboren kind. 

Deze familie Nagtegaal, de voorouders van Aren, woonde ook in de 18e eeuw al in Dirksland. 

De Voorstraat in Dirksland, getekend door Rien Poortvliet.

29 januari 2017

Matroos Caspar Woutersz Diepenhuijzen (1696-1742) uit Dordrecht

Caspar Woutersz. Diepenhuijzen voer op 21-5-1717 vanaf het Zuid-Hollandse eiland Goeree als matroos uit op het schip de “Neptunus”, een 858-tonner met een lengte van 145 voet, die onder leiding stond van schipper Jan Ringelenberg. Aan boord waren 155 zeelieden, 100 soldaten en 1 passagier. Ze voeren voor de Kamer van Rotterdam van de Verenigde Oostindische Compagnie (V.O.C.).
Een verre, lange reis, waarbij een schip meerdere maanden achtereen op zee bleef, bracht gevaren met zich mee voor de gezondheid van de bemanning. Gedurende de eerste 2 of 3 maanden van de reis, bijvoorbeeld, liepen nieuwelingen vaak al scheurbuik op door een tekort aan vitamine C. Bovendien kon rond de evenaar langdurig windstilte optreden, waardoor een reis wel meer dan 30 weken kon duren. De “Neptunus” deed er ruim 5 maanden over om Kaap de Goede Hoop in Zuid-Afrika te bereiken. Het schip bleef daar van 30 oktober tot 13 december liggen. 

Kaap de Goede Hoop
Caspar Diepenhuijzen kwam op 8-3-1718 aan in Batavia (tegenwoordig Jakarta in Indonesië) en verbleef vervolgens ruim 3 jaar in Azië. Op 1-12-1719 vertrok Caspar uit Azië met weer hetzelfde schip en dezelfde schipper. Deze keer waren er 80 zeelieden, 20 soldaten, 2 werklieden en 1 passagier aan boord. Ook was er sprake van 10 "impotenten". Dat waren personen die om verschillende redenen uit de actieve dienst van de V.O.C. waren gezet en naar Europa werden teruggestuurd. Tijdens deze reis werd de Kaap aangedaan van 20 februari tot 19 april en kwam het schip op 6-8-1720 aan op het eiland Goeree.

Caspar Wouterse van Diepenhuijzen voer op 23-2-1721 opnieuw uit, dit keer als bosschieter, d.w.z. een ervaren matroos die ook belast is met het afvuren van een kanon. Het schip was opnieuw de “Neptunus”, die dit keer onder leiding stond van schipper Jakob Bogaard. Aan boord waren 153 zeelieden, 92 soldaten, 1 werkman en 1 passagier.  Het schip deed na 4½ maand de Kaap aan van 9 juli tot 5 augustus en kwam op 24-10-1721 aan in Batavia. Dit was de laatste grote reis van de “Neptunus”, die in 1704 was gebouwd op de V.O.C. werf van Amsterdam. Uiteindelijk zou dit schip in maart 1730 in Batavia uit de vaart worden genomen.

Een fluitschip
Caspar vertrok alweer op 17-12-1721 uit Azië voor de kamer van Enkhuizen op het fluitschip “Strijkebolle”, een 540-tonner onder leiding van schipper Michiel de Reus (†1734). Er waren 70 zeelieden, 10 soldatien, 2 werklieden, 2 passagiers en 6 "impotenten" aan boord. Zij deden de Kaap aan van 1 maart tot 10 april en kwamen aan op Vlieland op 6-8-1722.

Het lijkt erop dat Caspar Wouterse van Diepenhuijzen na zijn terugkeer in Nederland is getrouwd met Lijsbeth Buijtendijck, want in de periode 1723-26 lieten zij 3 kinderen dopen in Dordrecht. Het overlijden van de vrouw van Caspar werd reeds op 22-12-1728 in Dordrecht aangegeven. Hij woonde in Dordrecht “Op de Hill” ten westen van het Bagijnhof, toen hij op 24-4-1729 hertrouwde met Elisabeth de Hart, jonge dochter, wonend in het Toornstraetje.

Caspar was op 22-8-1696 in Dordrecht gedoopt als zoon van Wouter Stevenssen Metselaer en Caetje Caspers Boerendonck, die aldaar op 27-8-1690 zijn getrouwd. Caspar had een zuster Anna, die in 1717 trouwde met Cornelis Arisse van Sluijsdam en met hem o.a. een dochter Caetje liet dopen. Uit Caspar's tweede huwelijk zijn mij geen kinderen bekend. 

8 januari 2017

Schipper Arij Janse Verduijn (1694-1728) uit Delfshaven

Schipper Arij Janse Verduijn (1694-1728) voer voor de Verenigde Oostindische Compagnie (V.O.C.) naar Batavia (tegenwoordig Jakarta in Indonesië). Hij werd gedoopt op 10-9-1694 in Delfshaven als zoon van Jan Ariense Verduijn (†1736) en Maertje Pieters van Pavie (1660-1744). Arij Verduijn's eerste reis naar Indonesië - die ik heb kunnen vinden - was in 1712, toen hij 17 jaar oud was. Hij was toen bosschieter ofwel soldaat. Voor Arij kan het een geruststelling zijn geweest dat plaatsgenoot Jakob Verduijn schipper ofwel kapitein was bij deze reis met een schip genaamd "Wassenaar". Er waren 148 zeelieden en 18 soldaten aan boord. Onderweg bleek er bovendien sprake van een verstekeling.

Kaap de Goede Hoop
Een verre, lange reis, waarbij een schip meerdere maanden achtereen op zee bleef, bracht gevaren met zich mee voor de gezondheid van de bemanning. Gedurende de eerste 2 of 3 maanden van de reis liepen nieuwelingen vaak al scheurbuik op door een tekort aan vitamine C. Bovendien kon rond de evenaar langdurig windstilte optreden, waardoor een reis wel meer dan 30 weken kon duren. Het schip "Wassenaar" deed er ook ruim een half jaar over om de Kaap De Goede Hoop te bereiken.

De "Wassenaar" met Arij Janse Verduijn aan boord bleef 24 dagen bij de Kaap, waarna het verder reisde naar Batavia op Java in Indonesië. Tijdens de terugweg reisde Arij met het schip "Voorburg" voor de kamer van Amsterdam vanaf Ceylon naar Texel, waar het schip op 13-9-1714 aan kwam.

Reeds in december reisde Arij Janse Verduijn opnieuw af. Dit keer reisde Jan als "derdewaak" (3e stuurman) voor de kamer van Delft met het in 1708 gebouwde fluitschip "Nederhoven", dat een lengte van 130 voet had en een laadvermogen van 600 ton. Na een verblijf aan de Kaap in mei 1715, kwam het schip op 28-7-1715 in Batavia aan. Arij vertrok weer uit Batavia op 30-10-1715 met het schip "Voorburg". Na een lang verblijf aan de Kaap van 11 januari t/m 1 april 1716, arriveerde de "Voorburg" met Arij aan boord op 8 juli op het eiland Goeree in het zuiden van Zuid-Holland. Als begunstigden van zijn salaris worden zijn ouders genoemd: Jan Arensz Verduijn en Maertje van Pavije.

Reis
Schip
Kamer
Funktie
Vertrek datum
Kaap
Aankomst
Heen
Wassenaar
Delft
bosschieter 
10-5-1712
19-11-1712 tot 13-12-1712
18-2-1713
Terug
Voorburg
Amsterdam

1-3-1714
13-4-1714 tot 10-6-1714
13-9-1714
Heen
Nederhoven
Delft
derdewaak
23-12-1714
30-4-1715 tot 24-5-1715
28-7-1715
Terug
Voorburg
Delft

30-10-1715
11-1-1716 tot 1-4-1716
8-7-1716
Heen
Den Dam
Delft
schipper
24-5-1723
7-9-1723 tot 24-9-1723
18-12-1723
Terug
Den Dam
Delft
schipper
24-10-1725
22-1-1726 tot 28-2-1726
28-6-1726
Heen
Alblasserdam
Delft
schipper
4-4-1727
5-8-1727 tot 22-8-1727
25-10-1727

Arij Jans Verduijn is op 5-11-1719 in Rotterdam getrouwd met Jacoba Borstius. Zij was op 22-6-1698 in Rotterdam gedoopt als dochter van Wijna van Riel en de toen reeds overleden Jacob Borstius. Haar moeder was hertrouwd met Abraham Hovendaal en Jacoba zou later doopgetuige zijn bij kinderen van haar halfzus Anthonia Hovendaal. Arij en Jacoba lieten hun zoon Jan op 4-8-1720 in Delfshaven dopen met als getuigen Jannetje en Ariaantje Verduijn. Hun dochter Wijna werd op 3-10-1723 in Delfshaven gedoopt met als getuigen Willem van Riel, Jan Verduijn en Cornelia Haasbroek.

Een fluitschip
In mei van dat jaar was Arij Jans Verduijn vanaf Goeree uitgevaren als kapitein van het schip "Den Dam". Dit fluitschip was in 1716 gebouwd voor de kamer van Delft op de V.O.C.-werf in Delfshaven. Een fluitschip heeft een vlakke bodem, een rond achterschip en 3 masten. "Den Dam" had een lengte van 130 voet en een laadvermogen van 600 ton. Aan boord waren 104 zeelieden en 47 soldaten. Na een verblijf van 17 dagen aan de Kaap in september kwam "Den Dam" op 18 december aan in Batavia. Bij deze reis wordt Arij's vrouw, Jacoba Borstius, genoemd als begunstigde.

De laatste reis van kapitein Arij Jans Verduijn begon op 4-4-1727 op Goeree met het schip "Alblasserdam", dat eveneens een laadvermogen van 600 ton had. Er waren 94 zeelieden en 39 soldaten aan boord. Na weer een verblijf van 17 dagen aan de Kaap kwam Arij op 25 oktober op Batavia aan. Hij is in vervolgens Azië overleden op 8-1-1728, 33 jaar oud.