Posts tonen met het label Hoogvliet. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hoogvliet. Alle posts tonen

25 april 2017

Het bewogen leven van Adrianus Hoogvliet (1856-1928) van Cillaarshoek

Op oudjaarsdag 1856 verscheen tapper Hendrik Hoogvliet (1799-1871), wonende te Cillaarshoek in huis nummer 1, bij de burgerlijke stand in Maasdam om aangifte te doen van de geboorte - de dag daarvoor 's middags rond 2 uur - van zijn kleinzoon Adrianus Hoogvliet. De moeder van Adrianus was de nog ongehuwde Pleuntje Hoogvliet, die op 1 augustus 1835 in Mijnsheerenland was geboren als dochter van Hendrik en zijn vrouw Adriaantje Kaptein.
Pleuntje Hoogvliet is toch nog getrouwd en wel op 4 mei 1860 in Westmaas met Gerrit Rijsdijk (1833-1909) uit Maasdam. Vervolgens werd zij nog 13 keer zwanger, maar van al Pleuntje's wettige kinderen bereikten alleen Tobias en Lena Rijsdijk de volwassen leeftijd.

Adrianus Hoogvliet trouwde op 19 ,aart 1881 in 's-Gravendeel met Teuna van 't Hof, die aldaar op 10 oktober 1853 was geboren als dochter van Jan van 't Hof (1824-1884) en Elisabeth Kleinjan. Bij hun ondertrouw op de 5e gaf Teuna's vader toestemming voor het huwelijk. Adrianus had ook toestemming verkregen, want hij vervulde rond die tijd zijn dienstplicht bij het derde regiment infanterie. De bruid verklaarde níet te kunnen schrijven, zelfs niet haar naam. Adrianus zette zijn naam wèl onder de trouwakte.

Beschrijving van
Adrianus Hoogvliet.

Uit het huwelijk van Adrianus Hoogvliet werd in 's-Gravendeel 2 maal een dochter met de naam Pleuntje geboren, maar beide baby's werden slechts 3 maanden oud. In de winter van '85-'86 verhuisde Adrianus met zijn gezin naar Rotterdam. Uiteindelijk is Teuna van 12 kinderen bevallen: Pleuntje (2x), Jan (2x), Pleun, Gerrit (3x), Bastiaan en Elisabeth (3x). Teuna is in het kraambed overleden op 24 oktober 1897 in Rotterdam, 19 dagen na de geboorte van haar jongste kind, dat wèl bleef leven.

Op 23 oktober 1898 in 's-Gravendeel is ook Adrianus' moeder Pleuntje Hoogvliet overleden. In 1902 is Adrianus' halfzus Lena Rijsdijk getrouwd met Arij van Steensel uit Maasdam.

Bij het kantongerecht in Haarlem werd Adrianus Hoogvliet op 13 juni 1906 wegens herhaaldelijke dronkenschap veroordeeld tot een jaar detentie in de gevangenis van Hoorn (zie onderaan). Hij werd daar op 18 september 1906 opgesloten. Hij was toen 1,75 m. lang, had bruin haar en bruine ogen. Zijn voorhoofd was laag, zijn aangezicht ovaal en rood. Zijn neus was breed, zijn mond gewoon, zijn kind rond en hij had een knevel (snor). Adrianus had lager onderwijs genoten en behoorde tot de Nederlands Hervormde geloofsgemeente. Zijn gedrag in de gevangenis was goed, dus kwam hij op 18 september 1907 weer op vrije voeten.

Op 27 juli 1917 verhuisde Adrianus Hoogvliet vanuit de Haarlemmermeer naar de Clarensteeg 21 in Leiden. Daar is hij op 14 juni 1928 overleden. Jan, de oudste overlevende zoon van Adrianus Hoogvliet, trouwde op 31 oktober 1928 in Rotterdam met zijn volle nicht Elizabeth van 't Hof met wie hij zijn grootouders Jan van 't Hof en Elisabeth Kleinjan gemeen had.

Gevangenis "De Krententuin" op het Oostereiland bij Hoorn

Bronnen: FamilySearch acten, WieWasWie.nl, Noord-HollandsArchief.nl.

25 maart 2014

Pleun Hoogvliet van Puttershoek wou niet deugen

Pleun Hoogvliet was een dief en inbreker met een kort lontje. Zijn eerste inbrak pleegde hij in 1738 bij mensen van wie hij wist dat ze naar de kerk waren. In 1746 molesteerde Pleun een politieagent, perste de schout af en verwonde zijn oom. Pleun was in Puttershoek gedoopt op 6-7-1721 als oudste zoon van Goris Pleune Hoogvliet en Maddeleentje Block.
Pleun had het ouderlijk huis al meermalen kapotgeslagen en "zijn ouders meermalen gedreigt te slaan". Pleun sloeg "veel goed aan stucken" onder "vloeken en tieren", zodat zijn moeder "uijt haar huijs was gevlugt". Ook had Pleun eens een stoel naar zijn vader gegooid. Pleun zei dat het kwam door de drank en "omdat zijne ouders meer van zijn broeder als van hem hielden".

Op 25-3-1748 stond Pleun Hoogvliet in Dordrecht terecht voor de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland. Enkele jaren eerder was hij op een zondagmiddag in de herberg van Arij Knegt op Puttershoek. Daar trof hij "een sekere vrouws persoon, zijnde een liedjeszangster". Volgens hem had de vrouw "soo door haar vuijle praat, als door haar gedurig knicken en wenken te kennen gegeven hebbende dat zij een hoer was". Pleun vertelde dat ze buiten de kroeg overeenkwamen om seks te hebben en dat hij haar daarvoor zou hebben betaald. "Vervolgens gekomen zijnde bij het weegje naar het molentje van het Hoeksche Nieuwlandt" had zij hem seks geweigerd en, volgens Pleun, hem het ontvangen geld weer teruggegeven. Daarop had Pleun haar "op den grondt gegoijt", waarop zij zich "zoo veel als zij konde verweerende" en "zijlieden te samen aan 't worstelen waren geraakt". Daarbij was de vrouw in de Vliet gevallen en er bij de andere oever weer uitgeklommen. Vervolgens was zij over "het kaatje langs voorbij den molen heen naar Puttershoek" gevlucht, waarbij zij haar "mandtje met liedeboekjes" achter had moeten laten.

Op 24-5-1748 werd Pleun Hoogvliet gevonnist. Hij werd gegeseld, gebrandmerkt en voor 70 jaar opgesloten in een tuchthuis, een gevangenis met dwangarbeid.

Puttershoek
Bronnen: H. Aartoom's "Justitieklanten in vroeger tijd", blz. 53, gebaseerd op "Baljuw en Hoge Vierschaar van Zuid-Holland 1574-1811" en de "Families of South-Holland" CDs.

1 juli 2013

Een foto van Opoe Bos

Mijn vader heeft mijn overgrootmoeder, zijn "Opoe Bos", nog gekend, want ze woonde in bij haar jongste zoon, mijn opa Henk Bos. Ze heette Maaike van Driel en overleed op 24-1-1936. Van een neef van mijn vader, Teun den Tuinder, heb ik nu een foto gekregen met daarop mijn overgrootmoeder en haar dochter Barbara ("Bet") Bos (1894-1980), die later trouwde met Cornelis den Tuinder. Die oudtante heb ik nog gekend.   


Links Maaike van Driel, rechts Barbara Bos.

Maaike van Driel was geboren op 2-12-1859 in Strijen als jongste, maar enige overlevende dochter van Paulus van Driel (1812-87) en Barbara Hoogvliet (1816-89). Op 21-4-1880 trouwde Maaike aldaar met Teunis Bos (1853-1923), een jongere zoon van Cornelis Cente Bos (1813-88) en Kommertje Hoek. Het paar kreeg 11 kinderen, waarvan er 9 de volwassen leeftijd bereikten en huwden. 

Voor meer informative zie mijn post Maaike van Driel (1859-1936) uit Strijen.

15 januari 2013

Willempje Bos (1897-1982) en Meeuwis Boer (1890-1959)

Wanneer ik als kind over de Keizersdijk naar school fietste, dan kwam ik altijd langs het huis van een oudtante, die wij "Tante Wim" noemden. Zij werd geboren als Willempje Bos op 2-2-1897 in Cillaarshoek als jongste dochter van Teunis Bos en Maaike van Driel. Op 16-4-1925 trouwde zij met Meeuwis Boer (1890-1959), wiens oudere broer Cornelis in 1913 was getrouwd met Willempje's oudste zuster Kommertje. Aanvankelijk woonden "Oom Meeuw" en "Tante Wim" aan de Gatsedijk. 


Grafsteen van "Tante Wim" op het kerkhof van Cillaarshoek

Het huwelijk van Meeuw Boer en Willempje Bos bleef kinderloos, maar hun leven was toch niet zonder kinderen:  
  • Meeuw en Willempje namen Leen Boer in huis, nadat zijn moeder was overleden in het kraambed samen met de tweeling, waarvan zij zwanger was geweest. Leen was de oudste zoon van Aai Boer. Hij had nog twee broertjes, ook een tweeling, die in Strijen-Sas werden opgevoed, waar Aai bij zijn zus Jannigje was ingetrokken. Leen heeft later over zijn stiefouders gezegd dat hij een mooie jeugd had gehad en dat ze goed voor hem waren geweest.
  • Een buurjongen van Meeuw en Willempje was Marien Hoogvliet. Marien had een beenprothese. Waarschijnlijk had hij een ontsteking opgelopen. Daarna was hij thuis verpleegd, maar zijn been was niet meer te redden. Omdat Marien het slecht kon vinden met zijn stiefmoeder, kwam hij vaak bij Meeuw en Willempje over de vloer. Op zondag kwam Marien vaak samen met Leen Boer langs om mijn vader, Teun Bos, op te halen en dan fietsten ze gezamenlijk naar Strijen-Sas om daar Leen's tweelingbroertjes op te zoeken. 


Willempje Bos (1857-1982)
Op een gegeven moment is oudoom Meeuw samen met Marien een café gaan runnen aan de haven in Strijen-Sas. In de herfst van 1944, toen de geallieerden aan de overkant van het water in Brabant zaten, werden de polders rondom Strijen-Sas door de Duitsers onder een klein laagje water gezet om een eventuele oversteek van de geallieerden te bemoeilijken. Vanaf de oprit van de Moerdijkbrug werden met tanks granaten afgeschoten richting Cillaarshoek en de Mookhoek, waar Duits geschut stond. De bewoners van Strijen-Sas werden toen geëvacueerd. Meeuw en Willempje werden ondergebracht in de watermolen in de Sint-Anthoniepolder. Mijn vader heeft Marien nog geholpen om de huisraad van Meeuw en Willempje over te krijgen naar de molen. Hun café op Sas werd plat gebombardeerd. 

Mijn moeder vertelde over oudoom Meeuw dat hij kon "eten als een dijker". Hij scheen ook altijd de koude koffie nog op te drinken. Meeuwis Boer overleed op 17-10-1959 na een hartaanval in de bus. Als weduwe woonde "Tante Wim" aan de Keizersdijk in Cillaarshoek, waar Marien op het erf in een bijgebouwtje woonde. Mijn oudtante overleed in een bejaardenwoning in Maasdam op 29-9-1982. Zij is op het kerkhof van Cillaarshoek begraven. 


13 januari 2013

Maaike van Driel (1859-1936) uit Strijen

Toen ik begon met het uitzoeken van mijn voorouders – het zal in 2002 zijn geweest – stuitte ik meteen bij mijn overgrootmoeder al op een probleem. Zij heet Maaike van Driel en mijn vader heeft haar nog goed gekend, want als weduwe woonde ze met haar jongste zoon, mijn opa Henk Bos, en diens gezin in één huis. 

In de kaartenbakken van het Streekmuseum Hoeksche Waard vond ik al snel een Maaike van Driel, geboren in 1845 in de Sint-Anthoniepolder als dochter van Paulus van Driel en Barbara Hoogvliet. Mijn vader had een ome “Pauw” (Paulus) en een tante “Beth” (Barbara), die beiden ouder waren dan mijn opa, dus dat leek helemaal te passen. Helaas overleed deze Maaike in oktober 1855 en in de 2 maanden daarna zouden nog 2 zusjes en 2 broertjes overlijden. Haar moeder, Barbara Hoogvliet, was toen al 39 jaar oud. Een jongere zuster met dezelfde naam kon ik in die kaartenbak niet vinden. 

Later bleek dat Barbara Hoogvliet op 43-jarige leeftijd op 2-12-1859 om 18:00 in Strijen opnieuw een dochter Maaike had gekregen, mijn overgrootmoeder. Van Maaike’s vele broers en zussen waren er 2 levenloos geboren en 7 jong overleden. Alleen haar broer Pieter (1857-87) werd 30 jaar oud. Dat verklaart meteen waarom mijn vader nooit familie van zijn grootmoeder heeft gekend.  

Maaike van Driel trouwde op 21-4-1880 in Strijen met Teunis Bos (1853-1923), een jongere zoon van Cornelis Cente Bos (1813-88) en Kommertje Hoek. Het paar kreeg 11 kinderen, waarvan er 9 de volwassen leeftijd bereikten en huwden.
“Henk” (Hendrik) Bos (1901-85)
Hun jongste zoon, mijn opa “Henk” (Hendrik) Bos, oud 34 jaar, tuinder te Maasdam, deed aangifte van het overlijden van zijn moeder, Maaike van Driel, 76 jaar, overleden op 24-1-1936 om 11 uur voormiddags, weduwe van Teunis Bos en dochter van Paulus van Driel en Barbara Hoogvliet, beiden overleden.