Posts tonen met het label middeleeuwen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label middeleeuwen. Alle posts tonen

9 september 2016

Willem Jacobsz van Beveren (1457-1505)

Mijn voorouders zijn meest arme arbeiders, waar weinig over bekend is. Via de Strijense familie Van Driel blijk ik echter ook af te stammen van de Dordrechtse regenten familie Van Beveren. Tot die familie behoorde Willem van Beveren Jacobsz. (1457-1505), zoon van Jacob van Beveren Willemsz. en Elisabeth Dirc Springer Goetsdr. Van hem bestaat zelfs een afbeelding!
Willem van Beveren Jacobsz.
(1457-1505)

Mr. Willem de Beveren werd in 1484 secretaris van de stad Dordrecht. Hij trouwde in 1485 met Maria (†1514), dochter van Nicolaas van Bakel, burgemeester van Dordrecht, en Geertruid Screvels de Jode. Zij woonden in "de Gans" tot 1498, toen Willem dit huis verkocht aan muntmeester Blasius Bouquet. Daarna woonden zij in het huis "den Ouden Beer" in de Wijnstraat in Dordrecht, dat zijn vrouw bij dode van haar moeder was aangekomen.

In juni 1500 werd Mr. Willem van Beveren beleend met het Schroot-Ambacht en de zoutmaat in Dordrecht na het overlijden van Zoete van Beveren, zijn nicht. Tevens werd hij toen beleend met een visserij, strekkend van Dordsmonde in de Dubbel tot die Wale, naast Dubbeldam en Puttershoek enerzijds en Zwijndrecht anderzijds, en tot Barendrecht, na het overlijden van een ander familielid. Na Willem's overlijden gingen beiden in 1506 over op zijn zoon Jakob (†1510). Het is echter zijn zoon Nicolaas (†1529) waar ik van afstam.

Zie: M. van Balen: Beschryvinge der stad Dordrecht, 1677; Ons Voorgeslacht 1946; De Nederlandsche Leeuw 1909.

24 augustus 2016

De Groote of Zuid-Hollandse Waard

In de latere Hoekse Waard werd vanaf 1100 veelal gebouwd op terpen. Men leefde van akkerbouw, het houden van koeien en schapen, de jacht, visserij en het delven van zoutveen, wat turf en zout opleverde. In de periode 1230-1270 werd de Groote of Zuid-Hollandse Waard bedijkt. Strijen en Hoecke lagen langs de westelijke zeedijk. In het zuiden van de waard lagen Zwaluwe en Geertruidenberg. In het oosten strekte de waard zich uit tot aan Woudrichem en Heusden (zie hieronder).    

De Groote Waard rond 1400
     
De Maas, die dwars door de Groote Waard stroomde, is in 1270 afgedamd op de plaats, waar later Maasdam ontstond. Rond 1400 werd ten oosten daarvan een kasteel Duijvesteijn gebouwd. Het gebied ten noorden van de Maas heette de Tiesselijnswaard en strekte tot aan het riviertje de Dubbel ten zuidoosten van Dordrecht en bevatte de plaatsjes Hoecke, Poelwijck, Leijderambacht en De Mijl. Ten westen van de Groote Waard, in het latere Beijerland, lagen rond 1245 al dorpen genaamd Strienemonde en Corendike (Korendijk). 

15 augustus 2016

Afstamming van de heren van Strijen

Afstamming van de middeleeuwse heren van Strijen is voor mij extra leuk omdat mijn ouders tegenwoordig in het dorp Strijen (ZH) wonen. In de middeleeuwen was Strijen een groot gebied. Zo is er nog een stukje ruïne van een toren van het kasteel van Strijen te vinden in Oosterhout (NB). Bij de beruchte Sint-Elisabethsvloed in november 1421 overstroomde het gebied. Daarna heeft het enige eeuwen geduurd voor het land deels weer op de zee werd herwonnen.

De ruïne van het kasteel van Strijen in Oosterhout rond 1656.
Van de middeleeuwse heren van Strijen is weinig bekend. De laatste Willem van Strijen (of Striene) zou in november 1294 zijn overleden. Hij had 2 wettige dochters, waaronder Aleidis, die de heerlijkheid Strijen erfde en getrouwd was met Nicolaas, heer van Putten. Willem had bij een minnares nog een zoon verwekt, Willem van der Weede. Wede of Weeda was een dorp met een groot kasteel. Beiden zijn verdwenen ten tijde van de Sint-Elizabethsvloed: "welk Weede, mettet Stam-Huys, is Verdronken in 'et Jaar 1421 door den grooten Zuyd-Hollandzen Inbreuk".

31 mei 2015

Het rampjaar 1315

Vanaf mei 1315 bleef het ca. 10 maanden vrijwel ononderbroken regenen, terwijl de temperatuur laag bleef. Daardoor kon het graan op de akkers niet rijpen. Door het natte weer kon ook geen zout worden gewonnen, waardoor vlees niet kon worden gepekeld om het langer goed te houden. 
Ook in het voorjaar van 1316 bleef het doorgaan met regenen. Een grote hongersnood volgde, die in grote delen van Noordwest-Europa meer dan 2 jaar aanhield. Het hoogtepunt van de hongersnood kwam in 1317, toen ook in de lente van dat jaar het natte weer aanhield. 

Ziektes als longontsteking, bronchitis, tyfus en tuberculose sloegen toe. Gewone mensen schuwden geen enkel middel om aan een beetje voedsel te komen. De nood was zo hoog, dat in oude kronieken zelfs over kannibalisme en kindermoord werd geschreven. Mogelijk zou 10-15% van de bevolking zijn overleden.


31 juli 2013

Stadbouwmeester Itz bouwde de Nieuwbrug in Dordrecht

De Nieuwbrug over de Wijnhaven in Dordrecht is in de 14e eeuw als nieuwe brug toegevoegd tussen de uit overige bruggen over de Wijnhaven, die in de 13e eeuw waren gebouwd. 


De in 1849 afgebroken Nieuwbrug in Dordrecht

In 1849 is een nieuwe Nieuwbrug gebouwd naar een ontwerp van stadbouwmeester Georg Nicolaas Itz, geboren op 26-12-1799 in 's-Hertogenbosch, overleden op 7-7-1869 in Dordrecht. Hij was een zoon van Jan Pieter Itz en Sybilla Geertruij Houbre. 
Op 8-12-1831 werd de in de klassieke bouwkunst opgeleide Itz officieel tot architect van de gemeente Dordrecht benoemd. Buiten de gangbare categorieën overheidsgebouwen en kerken, diverse scholen, gestichten of tehuizen, ontwierp Itz ook een achttal bruggen, een gasfabriek, een watermolen en een grafmonument. 
Op 29-5-1866 vroeg Itz na een 35-jarige loopbaan 'wegens te sterke overspanning van krachten en daardoor ontstane lichaamsgebreken' ontslag aan als gemeentearchitect. 

De in 1849 gebouwde Nieuwbrug in Dordrecht

Bronnen: DortseKaart.nl, NAI.nl, Baarsel, M. van: Van Aardappelmarkt tot Zwijndrechts Veerhoofd (De straatnamen van de historische binnenstad van Dordrecht), 1992. Ansichtkaarten van uitgevers A.G.V.D. en P.W. van de Weg. 

14 december 2012

Overstromingen en herbedijkingen in Zuid-Holland

In de middeleeuwen werd Zuid-Holland vaak geteisterd door overstromingen, zoals op 14 december 1287 en 5 februari 1288, toen de bedijkte Groote Waard deels onder liep. In 1357 werd door Hughe Duykinc begonnen met de bedijking van de St. Antoniepolder, ook "Heer Huijgenland" genoemd. Hoewel de Groote of Zuid-Hollandse Waard door een ringdijk was omsloten, vonden er in 1404, 1411 en 1413 toch overstromingen plaats door een combinatie van een stormvloed en hoog rivierwater.

Het begin van de Hoeksche Waard

In de nacht van 17 op 18 november 1421 vonden opnieuw diverse dijkdoorbraken en overstromingen plaats in Zuid-Holland en Noord-Brabant, die bekend werden als "de Sint-Elisabethsvloed". De Groote Waard en de Heerlijkheid Strijen werden overstroomd. Door hoog water in de rivieren in december brak ook de Merwededijk bij Werkendam. In 1422 volgde een nieuwe dijkdoorbraak.
Mede door de burgeroorlog tussen de gravin van Holland, Jacoba van Beieren, en haar oom en neef, werden de dijken níet meer hersteld. Plaatsen als Broeck, Weede, Poelwijck, Leijderambacht, Wieldrecht en Dubbelmonde verdwenen voorgoed onder water. De Biesbosch en het Hollands Diep ontstonden, waardoor de latere Hoekse Waard los kwam te liggen van Brabant, terwijl de binnenstad van Dordrecht een eiland was geworden, omgeven door water.

Pas begin 1436 kwam Jacob van Gaasbeek, heer van Strijen, met een aantal welgestelde ingezetenen van Dordrecht, Strijen, Geervliet en Poortugaal overeen het Oudeland van Strijen weer te bedijken. De nieuwe dijken werden Doolaerdsdijk (thans Boompjesstraat-Weelssedijk) en Westdijk (thans Oude dijk) genoemd. Reeds in 1440 ontstond er een geschil tussen Jacob van Gaasbeek als heer van Strijen en de andere bedijkers en “goede luijden” over de hem toekomende “raepthienden”, die zij moesten betalen over raapzaad.
De noordwestelijke zeedijk bij Houcke (Hoeksedijk, Maasdamsedijk, Schouteneinde en Schorredijk) had weinig schade opgelopen bij de overstromingen. Daarom volgde in 1439 de inpoldering met winterdijken van het Oudeland van Maasdam en Puttershoek en van Mijnsheerenland van Moerkerken. Waar de dijk eerste een scherpe afbuiging naar het oosten had gemaakt, maakt die sindsdien een scherpe afbuiging naar het westen, zodat de naam “Hoecke” toepasselijk bleef.