De met rogge geladen Franse sloep “Alida” onder leiding van kapitein Joseph Agnes, was onderweg van Rouen in Frankrijk naar Groningen, toen die op 6 november 1851 op de Westplaat vastliep. De 6-koppige bemanning werd tussen 9 en 10 uur door een reddingsboot aan wal gebracht.
 |
| Bredasche Courant, 22-2-1852 |
De reddingsboot stond onder leiding van Arij Borstlap Leendertsz. uit Den Briel. Ook zijn zoon Leendert was aan boord. Arij kreeg daarvoor in mei een Franse zilveren medaille van de 2e klasse. Verder stelde het Franse ministerie van marine een bedrag van 300 franken beschikbaar om onder de bemanning van de reddingsboot te verdelen.
 |
| Dagblad van 's-Gravenhage, 31-5-1852 |
Vier jaar later, op 2 maart 1856, raakte de Engelse stoomboot “Glen Albyn” aan de grond op de Westplaat nabij Rockanje. Het schip had vaten palmolie aan boord. De stoomboot “Reserve” vertrok om assistentie te verlenen, maar kon de stoomboot niet bereiken en keerde onverrichter zaken terug. Ondertussen brak de boot in tweeën.
 |
| Nieuwe Rotterdamsche Courant, 3-3-1856 |
Vervolgens werd een reddingsboot uitgezonden onder leiding van Arij Borstlap Leendertsz. Er stond toen al 2 voeten water in het ruim. Arij voer 2 maal naar de stoomboot en wist zo het grootste gedeelte van de schipbreukelingen naar Den Briel te vervoeren, terwijl de rest van de bemanning met eigen bootjes de wal bereikte.
In de loop van april werd ƒ100 verdeeld onder degenen die deel hadden genomen aan de redding van de bemanning van de “Glen Albyn”.
 |
| Nieuwe Rotterdamsche Courant, 16-3-1856 |