8 juni 2016

Jan de Jong kwam op 8-6-1932 om bij socialistische rellen

Johan (Jan) de Jong werd op 8-6-1932 gedood bij socialistische rellen in Boskoop. Hij was rond 1908 in Gouda geboren als zoon van Arie Pieter de Jong (±1881-1946) en Adriana Sirre. Jan trouwde zelf op 16-3-1927 in Waddinxveen met Dirkje Britsemmer uit Hazerswoude.

Eind oktober 1929 veroorzaakte de ineenstorting van de beurs op Wallstreet een wereldwijde econonomische crisis. In de loop van 1930 werd ook Nederland in de crisis betrokken. Na 1932 werden arbeiders en kantoorbedienden bij tienduizenden ontslagen. In de winter van 1936 op 1937 waren er in Nederland meer dan een half miljoen werklozen en dat bleef tot 1940 ongeveer gelijk. Er werd honger geleden, kinderen konden niet behoorlijk gekleed worden, huurschulden liepen op en mensen werden hierdoor uit hun woningen gezet.

Op woensdagmiddag 8-6-1932 vond te Boskoop een vergadering plaats van een groot aantal werkloozen uit die plaats, waarbij zich tevens een groep communisten uit Gouda had gevoegd, waaronder Jan de Jong. Na de vergadering wilden de demonstranten in optocht naar de burgemeester trekken met wie ze een deputatie wilden laten spreken. Omdat de burgemeester die morgen reeds 2 deputaties had ontvangen, weigerde hij dit keer. Daarop kwam het tot zeer ernstige ongeregeldheden, waarbij de gemeenteveldwachter in het nauw werd gedreven en zijn sabel trok. Eén van de demonstraten, Jan de Jong, werd daarbij dusdanig gewond, dat hij enkele minuten later aan de gevolgen van zijn verwondingen overleed. De veldwachter zelf werd aan zijn knie en voet verwond en naar huis gebracht. Tien andere demonstranten raakten licht gewond.

Gouda
De volgende dag sprak de “Goudsche afdeling der communistische partij naar aanleiding van het gebeurde te Boskoop” over “het beestachtig optreden tagen de demonstreerende arbeiders te Boskoop, waarbij een arbeider, kameraad Jan de Jong, werd vermoord”. Zij protesteerden tegen dezen “georganiseerden moordaanslag op werkloozen” en eisten een pensioen voor “de weduwe en de wezen van dezen vermoorde kameraad van gemeente- of rijkswege”.

Op vrijdag arresteerde de maréchaussee te Boskoop een tuinbouwer die bij de onlusten de leiding had. Hij werd naar het Huis van Bewaring in Den Haag overgebracht. Het lijk van De Jong werd naar het Academisch Ziekenhuis overgebracht. De begrafenis van “de bij de relletjes gedooden arbeider J. de Jong” vond plaats op 13 juni om 2 uur op de Algemene Begraafplaats in Gouda.

Bronnen: kranten.kb.nl (de Nieuwe Tilburgsche Courant en het Algemeen Handelsblad), binnenbuitenpost.nl.

1 juni 2016

Waar bleef Bastiaan Pieters Munter uit Dubbeldam?

Wanneer mensen verhuizen lijken ze vaak verdwenen of jong gestorven. Zo lieten mijn voorouders Pieter Bastiaans Munter en Teuntje Anthonissen Duijser op 9-9-1725 in Dubbeldam een zoon Bastiaan Pieters Munter dopen, waar ik verder nooit iets over tegen was gekomen.

Op de website marechausseesporen.nl vond ik een Jan Munter, die in de periode 1851-1873 bij de marechassee zat en op 27-5-1822 in Strijen werd geboren. Bij www.wiewaswie.nl bleek dat hij een zoon was van Hendrik Munter (1772-1836) en Pleuntje de Jong. Zijn grootouders worden daar genoemd als Bastiaan Munter en Josijna van Vliet. Bij de Families Of South-Holland CD (de "Klappers") vond ik dat dit echtpaar op 11-10-1772 in Klaaswaal hun zoon Hendrik liet dopen, die behalve voornoemde Teunis ook nog zonen Bastiaan en Jan en een dochter Josina had, vernoemd naar haar grootmoeder. Bovendien werd Bastiaan met het patroniem Pieters aangeduid en liet hij ook nog een dochter Teuntje dopen. Josijna's ouders bleken Hendrik Jochems van Vliet en Aagje Cleme van Es te zijn, die Josijna op 8-11-1733 in Klaaswaal lieten dopen.

Bij gahetna.nl zocht ik de in de "Klappers" genoemde trouwinschrijving op. Bastiaan bleek afkomstig te zijn uit Dubbeldam en weduwnaar van Sijtje Korendijker.

Bastiaan Munter hertrouwde op 5 Mei 1765 in Klaaswaal met Josijna van Vliet.

Een Bastiaan Pieters Munter, afkomstig uit Dubbeldam, met een dochter Teuntje, dat is dus de zoon van mijn voorouders Pieter Bastiaans Munter en Teuntje Anthonissen Duijser. Hij was dus van Dubbeldam naar de Hoeksche Waard verhuisd - aan de overzijde van de rivier de Kil.

25 mei 2016

Frans en Hendrik van Dommelen, schoolmeesters in 17e-eeuws Leerbroek

Hendrik en Frans van Dommelen waren schoolmeester in Leerbroek. Hendrik zal rond 1601 zijn geboren, want op 13-6-1642 was in Gorkum sprake van "Mr Henrick van Dommelen, schoolmr. in Leerbroek, oud 40 jaren". Frans kan zijn zoon zijn geweest:
"Frans van Dommelen, mr., jm. van Leerbroek
otr/tr. 20-11/7-12-1661 Leerbroek/Leerdam
Maria Zteevens, jd. uit Loosdorp".

Frans van Dommele, schoolmr. te Leerbroek, wordt op 5-1-1671 in Gorkum als getuige vermeld. In 1673 is schoolmeester Frans van Dommelen een kleine (¼) getaxeerde bij de 200e penning van Leerbroek. Frans van Dommelen, schoolmeester, wordt in april 1680 in Leerbroek genoemd bij het zout, zeep en redemptie geld.

De kerk van Leerbroek dateert van begin 16e eeuw

18 mei 2016

Latijnse Term: Nomine Uxoris



atijnse termen kom je zo af en toe tegen, wanneer je genealogisch onderzoek doet. Eeuwenlang verzorgden kerken dopen en begrafenissen en sinds de 6e eeuw wordt Latijn veel in katholieke kerk gebruikt. Maar ook in oud-rechterlijke archieven kom je nog wel eens een Latijnse term tegen. 


De Latijnse term Nomine Uxoris ("in naam van de echtgenote") is een term die in Nederland in de vroegmoderne tijd (15e tot 19e eeuw) werd gebruikt. Daarmee werden bezittingen van de vrouw op naam van haar man geregistreerd.
In die tijd werd een gehuwde vrouw in principe als handelingsonbekwaam gezien, dat wil zeggen dat ze haar man moest laten optreden als haar voogd. In geval van krankzinnigheid of langdurige afwezigheid van de man, kon de vrouw - met toestemming van haar man - wèl zelf handelen. 
Bij overlijden van een echtgenoot of echtgenote, erfden hun kinderen van hun overleden ouder, maar hield de weduwe of weduwnaar levenslang vruchtgebruik, togte of tochte genoemd.

 The English version of this post: Latin Term: Nomine Uxoris.

9 mei 2016

Arij Quartel van Cillaarshoek werd in 1899 bij Den Briel uit het water gevist

Op 9 mei 1899 bracht een visser in Den Briel het lijk mee van een oude man, die in de Maas was verdronken. De overledene werd geïdentificeerd als de 68-jarige Arij Quartel uit Cillaarshoek.

De Tijd, 10-5-1899

Arij Quartel werd geboren op 27-9-1830 in Westmaas als zoon van Jacob Quartel en Annigje Rozendaal. Hij had een oudere broer Koenraad Quartel (1826-1857).

Arij trouwde op 10-4-1856 in Westmaas met Pieternella Rozendaal, dochter van Pleun Rozendaal en Willemijntje Wildeman. Pieternella was geboren op 16-2-1828 in Strijen en overleed op 7-9-1896 in Maasdam. Veel kinderen van Arij en Pieternella stierven jong.