8 januari 2026

Stuurman Gijsbrecht Maartens Welgevaren (1648-1706)

Margareta (“Grietje”) Boudewijns Roos, huisvrouw van Gijsbrecht Maartens Welgevaren, wonend aan de Oude Delft in Delft, werd op 10 januari 1699 in Delft begraven. Zij liet 2 minderjarige kinderen na. Hun zoon Boudewijn was in Delft gedoopt op 22 november 1695 met getuige Jakoba van Leeuwen. Ook hadden zij een dochter Maria. Op 28 maart 1692 in Delft was ook nog een “baarkind” van Gijsbert begraven. Ook was er een kind geweest dat op 24 november 1682 in Rotterdam was gedoopt met de naam Maartie en getuigen Stintie Maertens Welgevaren en Elisabeth Pieters. Gijsbrecht Welgevaren was vervolgens op 2 mei 1689 van Rotterdam naar Delft verhuisd.
Oudoom Jacobus van Leeuwen, wonend te Katwijk aan de Rijn, werd aangesteld als voogd van moeder's zijde over Gijsbrecht's 2 nagelaten kinderen.

Onderaan de ondertrouw inschrijving van Gijsbrecht Welgevaren en Appollonia Bruijnswijk

Op 21 november 1699 in Delft is Gijsbrecht Welgevaren hertrouwd met Apolonia (“Pleuntje”) Bruijnswijck, j.d. van Katwijk aan de Rijn, laatst gewoond hebbende in Delft. Zij lieten in Delft op 24 maart 1701 een zoon Maarten dopen met getuigen Pieter Marcusz. Clant en Maria van Bruijnswijk. In april 1701 had Pleuntje Bruijnswijck koorts, maar zij is daarvan hersteld.

Stuurman Gijsbert Maertensz. Welgevaren was in Rotterdam gedoopt op 3 februari 1648 als zoon van Maerten Andries Welgevare en Maertge Gijsbers met doopgetuige Susanna Gelles. Maerten Andriesz Welgevaren werd op 16 januari 1657 in Rotterdam vermeld als zijnde 40 jaar oud en werkzaam als commandeur. Hij was toen recent teruggekeerd van een reis naar Groenland “op de walvisvangst”.

Soldij van schipper Gijsbrecht Maartens Welgevaren

Gijsbrecht Welgevaren vertrok op 13 april 1704 als schipper op het schip “Voorschoten” naar Azië. Zij deden Kaap de Goede Hoop aan van 27 augustus t/m 26 september 1701. Op 8 januar 1702 arriveerden zij in Batavia – tegenwoordig Jakarta in Indonesië. Gijsbrecht testeerde op 26 maart 1706 te Hougly in Bengalen in de omgeving van het huidige Bangladesh. Vervolgens Gijsbrecht hij aldaar overleden op 8 juni 1706.
Op 18 februari 1708 werd betaald “op speciale ordre van de Heeren” van de betreffende Kamer van de Vereenigde Oostindische Compagnie (V.O.C) aan Pleuntje Jans van Bronswijck, weduwe van Gijsbrecht Maartens Welgevaren, en zijn 3 kinderen, elk voor ¼ part, tezamen de somma van ƒ2.247.13.8.

Gijsbrecht’s dochter Maria Welgevaren was j.d. geboren te Amsterdam en wonend te Delft, toen zij aldaar op 18 februari 1708 in ondertrouw ging met Jacob Heerman, geboren en wonend te Leiden, die ook schipper was bij de V.O.C. Op 9 juni 1728 in Delft liet Maria een testament opmaken waarin zij haar volle broer Boudewijn Welgevaren als erfgenaam benoemde.
Boudewijn Welgevaren uit Delft trad op 10 mei 1712 in dienst van de V.O.C. Hij werd uiteindelijk met het schip “Windhond” gerepatrieerd en zette op 30 juli 1729 weer voet aan wal in Zeeland. Hij liet op 15 april 1730 in Delft huwelijkse voorwaarden opmaken met Adriana van den Houdt. Hij was jongeman en woonde in Delft aan de Oude Langendijk. Adriana was jonge dochter en woonde in Den Haag. Vervolgens lieten zij kinderen dopen in Delft. In 1748 werd Gijsbrecht nog in Amsterdam vermeld.
Hun jongere halfbroer Maarten Welgevaren liet kinderen dopen met Lijsbet de Loos. Bij de doop van hun zoontje Gijsbert op 25 december 1721 in Delft waren de getuigen Pouwelis de Loos en Apolonia van Brijnswijck, de weduwe van Gijsbrecht Welgevaren.

Bronnen: StadsArchiefDelft.nl, StadsArchief.Rotterdam.nl, ErfGoedLeiden.nl, NationaalArchief.nl, Nederlandse Genealogische Vereniging, Afdeling Delfland, Mededelingenblad, december 1994: "Zieken aan boord van het V.O.C.-schip "Voorschoten" anno 1701".

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Heb je aanvullingen of opmerkingen?