3 september 2017

De ouders van Gepije Joosten in Dordrecht

Onder mijn Dordrechtse voorouders bevindt zich Gepije Joosten, die op 30-7-1684 in Dordrecht in ondertrouw ging met schoenmaker Johannes (van der) Hum. Johannes is hoogstwaarschijnlijk een zoon van Sander Hum en Janneken Arijens. Met Gepije Joosten liet hij de kinderen Jannetie, Pietertje, Alexander, Pieternella en Stijntje dopen.

De achternaam van Gepije Joosten wordt alleen in 1726 en 1727 vermeld. Op 11-7-1727 was Gepije Jooste Lipsjes, weduwe van Johannes van der Hum, getuige bij de ondertrouw van haar dochter Stijntie met Jan Claesse de Ridder.

De trouwinschrijving van Stijntie Jansse van der Hum, dochter van Gepije Jooste.

31 augustus 2017

Albertus Clappercluijs, een gesepareert man, hertrouwde in 1714 in Leiden

Op 8-12-1714 in Leiden vond het huwelijk plaats van Albertus Clappercluijs, wonend in de Sandstraat in Leiden, gesepareerd man van Jannetje van Rees, en Catharina Bartels Molenaar, jongedochter, geboren te Leijden, wonend aldaar aan de Langegraft. Zij was een dochter van Bartholomeus Mathijs en Annetge Jans van 't Hoff. Bij de trouwinschrijving is in de kantlijn toegevoed: "Siet aangaande de admissie om met een ander te mogen".

Albertus Clappercluijs staat in het rouwboek van Leiden omschreven als "gesepareerd man".

Albertus Clappercluijs was weduwnaar van Martijtje Salvester, toen hij op 20-10-1708 in Leiden trouwde met Jannetje van Rees, jongedochter van Leiden, wonend in de Wittepaardesteegh. De getuige van de bruid was haar moeder, Marijtje van Dijl.

Albertus Clappercluijs was geboren in Delft en werkte als verversknecht, toen hij als jongeman op 8-4-1707 in Leiden trouwde met Marijtje Salvester, jongedochter, geboren in Rotterdam en wonend aan de Oostwestgraft in Leiden. Dit huwelijk heeft dus niet lang geduurd. 

25 augustus 2017

Gerrit Snoek (1831-1909) uit Gorinchem

Tegenwoordig zouden we Gerrit Snoek uit Gorinchem een draaideur crimineel noemen, want hij kwam telkens weer in aanraking met de politie. Gerrit was eigenlijk schoenmaker van beroep en kon schrijven. In de periode 1852-1856 vervulde hij zijn dienstplicht in Brielle bij de vesting artillerie. Dat laatste jaar moest Gerrit voor de krijgsraad verschijnen wegens diefstal en desertie.

Gerrit Snoek
De criminele loopbaan van Gerrit Snoek t/m 1885.
Gerrit Snoek werd geboren op 28-10-1831 in Gorinchem als zoon van Gerrit Snoek (1801-66) en Cornelia van Erp (1806-66) en bleef zijn hele leven ongehuwd. Hij kwam uit een groot gezin en had o.a. broers Jurianus Snoek (1829-66) en Dirk Snoek (1844-96). Gerrit was vernoemd naar zijn grootvader Gerrit Snoek (1778-1826), die weer een zoon was van een nog eerdere Gerrit Snoek (1737-1801).

Gerrit Snoek in 1896
Gerrit Snoek heeft met 5 andere kolonisten in het rijksgesticht Ommerschans een inbraak gepleegd op 28-11-1866. Bovendien had Gerrit ook nog brand gesticht en schriftelijke bedreigingen geuit. Gerrit werd daarom in 1867 als enige tot 10 jaar tuchthuisstraf veroordeeld; de anderen kregen elk 7 jaren tuchthuisstraf opgelegd.

In 1883 was Gerrit Snoek 48 jaar oud, 1.69 m. lang met bruin haar, blauwe ogen en een “grote kin” zonder baard. In 1885 was zijn haar inmiddels “grijsachtig” geworden. In 1895 werd Gerrit als “kaalhoofdig” omschreven.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de criminele loopbaan van Gerrit Snoek:
DATUM
GERECHT
MISDAAD
STRAF
Juni 1856
Krijgsraad te
‘s-Hertogenbosch
diefstal en desertie 
2 jaar kruiwagenstraf
28-6- 1860
Provinciaal gerechtshof in Zuid-Holland
bedreiging met brandstichting
5 jaar tuchthuisstraf
25-3-1867
Provinciaal gerechtshof in Overijssel
diefstal uit het rijksgesticht Ommerschans
10 jaar tuchthuisstraf
1879
Rechtbank te
‘s-Hertogenbosch
diefstal
1 jaar celstraf
26-9-1882
Rechtbank te Rotterdam
diefstal
½ jaar celstraf in de cellulaire gevangenis te Rotterdam
28-2-1884
Gerechtshof te Arnhem
bedreiging met brandstichting en/of bedrieglijke bankbreuk
1 jaar celstraf in de cellulaire gevangenis te Utrecht
12-12-1889
Rechtbank te Amsterdam
diefstal
2 jaar en 4 maanden gevangenisstraf
16-6-1892
Rechtbank te
‘s-Gravenhage
diefstal
1 jaar gevangenisstraf in de strafgevangenis te Breda
21-7-1893
Rechtbank te
’s-Gravenhage
diefstal
2 jaar gevangenisstraf in de strafgevangenis te
‘s-Hertogenbosch
1896
Rechtbank te 
‘s-Gravenhage
landloperij
Veenhuizen

Tenslotte werd Gerrit Snoek op 8-9-1896 wegens landloperij opgenomen in de strafinrichting in Veenhuizen nabij Norg in Drente. Daar werd als zijn karakteristieke trek “diepliggende ogen” vermeld. Volgens opgave was hij toen 167½ cm lang met een bovenlijf van 89½ cm. Zijn linkervoet was 26 cm lang. 
Gerrit Snoek is uitieindelijk te Veenhuizen overleden op 15-6-1909, 77 jaar oud.

Bronnen: Register van ontslagen gevangenen bij Tresoar, WieWasWie.nl, AlleDrenten.nl, Delpher.nl, FamilySearch.org.

23 augustus 2017

6 dochters met de naam Cornelia in 1 gezin In 't Veld

Vroeger vernoemde je je oudste kinderen naar je ouders en daarop volgende kinderen naar andere familieleden. Dus, nadat Cornelis in 't Veld (1829-1884) in 1851 in 's-Gravendeel was getrouwd Willempje van Driel (1831-1884), noemden zij hun oudste zoon Jan - naar zijn vader - en hun tweede dochter Cornelia - naar haar moeder. Vervolgens werden ook zijn moeder en haar vader vernoemd. Hun oudste dochter, Cornelia, is echter als baby reeds overleden. Daarop noemden zij hun derde dochter opnieuw Cornelia, maar ook die Cornelia overleed als baby. Zo heeft dit echtpaar uiteindelijk 6 dochters de naam Cornelia gegeven. Van hun jongste dochter Cornelia kan ik na haar geboorte inschrijving in 1865 niets meer vinden, dus mogelijk is ook zij jong gestorven.p>

's-Gravendeel

16 augustus 2017

Zeeman Rutgerus van Dongen bleef in 1777 op zee

Rutgerus van Dongen was een zoon van Ruchus van Dongen uit Oosterhout en Anna Keer uit Arnhem, die in Rotterdam zijn getrouwd op 7-12-1749. Rutgerus werd op 16-8-1652 in Rotterdam R.K. gedoopt met daarbij als getuigen Digmus Ottiens en Petronella van Dongen. Zijn oudere broer Jacobus was op 18-12-1750 in Rotterdam gedoopt met als getuigen Jacob van Dongen en Elisabeta van Dongen. Rutgerus’ moeder, Anna Keer, werd begraven op 29-6-1774 in Rotterdam en liet 2 meerderjarige en 1 minderjarig kind na.

Soldaat Rutgerus van Dongen voer op 12-10-1767 vanaf het eiland Goeree uit op het schip “Pauw” voor de kamer van Delft. Er waren 190 zeelieden, 12 ambachtslieden en 78 soldaten aan boord. De kapitein was Gerrit Harmeyer. De “Pauw” was een nieuw schip, gebouwd op de V.O.C.-werf in Delfhaven met een lengte van 140 voet en een laadvermogen van 850 ton.
Het schip deed Kaap de Goede Hoop aan van 8 tot 22 maart 1768 en kwam op 8 juni aan in Batavia, waarna het doorvoer naar China. De Pauw vertrok weer vanuit China op 25-12-1768, deed de Kaap aan van 21 maart tot 3 april en kwam op het eiland Goeree aan op 16-7-1769.

Haarlemse Courant, 2-2-1775

Op 6-4-1775 scheepte Rutgerus van Dongen als matroos in op het schip “Jonge Hellingman” voor de kamer van Rotterdam. Dit schip met Pieter Verkerk als kapitein had ook een laadvermogen van 850 ton en een lengte van 140 voet. Aan boord waren 131 zeelieden, 15 ambachtslieden en 102 soldaten. Het schip deed de kaap aan van 16 juli tot 6 augustus en kwam in Batavia aan op 17 oktober.