27 september 2013

De 3 mannen van Hadewei Jacobs Kleijnendorst (1754-1831)

Een Hoeksche Waardse voorouder die mij altijd heeft geïntrigeerd is Hadewei Kleijnendorst. Zij werd in Cillaarshoek gedoopt op 17-11-1754 als het 5de kind van Jacob Pieters Kleijnendorst (1722-1792) en Grietje Janse Smits (±1725-1809). Hadewei was vernoemd naar haar vader's jong gestorven moeder, Hadewij Simonse Barendrecht (1701-±1724) van Cillaarshoek. 
De kerk van de Sint Anthoniepolder
In 1760 verhuisde Jacob Pieters Kleijnendorst met zijn gezin naar de Sint-Anthoniepolder, waar zijn vrouw Grietje vandaan kwam. Op 4-2-1760 werd er voor Hadeweij Jacobs Kleijnendorst een acte van indemiteit uitgegeven door de diakonie van Cillaarshoek. 

Hadewei deed waarschijnlijk op 30-3-1778 belijdenis als lidmaat in de Sint-Anthoniepolder. Het is ook waarschijnlijk dat zij rond dat jaar trouwde met Dirk van der Linden. Zij kregen zonen Jacob (±1779-1859) en Dirk jr. (1780-1855), maar reeds op 27-9-1781 werd Dirk's overlijden aldaar aangegeven. 

Van de Sint-Anthoniepolder ontbreekt het grootste deel van de 18e eeuwse doopboeken en Van der Linden is een veel voorkomende naam in de Hoeksche Waard en op IJsselmonde, waardoor ik niet heb kunnen achterhalen wie de ouders van Dirk waren. 

Rond 1784 hertrouwde Hadewei met Frans Willems Bestebreur (±1750-1801). Van dat huwelijk zijn 2 overlevende kinderen bekend: Willem (1785-1867) en mijn voorouder Grietje (±1789-1830), die in 1815 zou trouwen met Pieter Hoogvliet (1791-1836) uit Cillaarshoek. Hadewei's 2de echtgenoot overleed op 20-2-1801. 


Op 20-10-1813 in Maasdam trouwde Hadewei op 58-jarige leeftijd haar 3de echtgenoot, Jacob van Luijck (±1757-1840), weduwnaar van Neeltje Kruithof (±1758-1812) en vader van 3 kinderen. Hadewei's overlijden werd uiteindelijk op 23-3-1831 in de Sint-Anthoniepolder aangegeven door haar zoon Willem. 


Extract betreffende de doop van Hadeweij Kleijnendorst op 17-11-1754 in Cilaarshoek

De bewerking van het doopboek van Cillaarshoek vind je hier.

20 september 2013

Jan Jansze de Jong moest God en Justitie om vergiffenis bidden

Op 21 september 1650 werd Jan Jansze de Jong bij het Hof van Holland "gecondemneerd God en de Justitie om vergiffenis te bidden en in eene mulete van ƒ 50,-". Daarbij werd aan Hendrik van Gils, schout van 's-Gravenmoer, Sauvegarde (een vrijbrief, vrijgeleide) verleend.

Jan weigerde echter te voldoen aan deze eis van het hof. Daarom heeft het Hof van Holland op 24 november "geordonnt. dat 't zelve in haar priesentie door den substituue van den Adv[iseur]-Fiscaal zal worden gedaan".


Bron: GaHetNa.nl.

13 september 2013

De eerste Nederlandse acte van echtscheiding van 15-9-1794

Tot 1580 was het in Nederland níet mogelijk een huwelijk officieel te beëindigen. Daarna werd echtscheiding, volledig ontbinding van een huwelijk door de rechter, alleen toegestaan bij aantoonbaar overspel – dikwijls kwam dat erop neer dat één van de partners een kind met een ander kreeg. Op den duur werd ook een scheiding toegestaan na ‘kwaadwillige verlating’, dat wil zeggen dat een van beide partners de ander in de steek liet en ook na aandringen van de verlatene niet terugkwam. Zo was er ook sprake van overspel en verlating van haar eerste echtgenoot bij de echtscheiding van Maria Swart (1704-1762).
Veel vaker echter wees de rechter een separatie toe, een scheiding van tafel en bed. Het stel hoefde dan niet meer onder één dak te leven – wat voor gehuwden verplicht was – en kon de bezittingen onderling verdelen. Maar het huwelijk bleef bestaan, de partners werden geacht celibatair te leven en hertrouwen met een ander was níet mogelijk.

Op 20-9-1792, de dag dat de wet op de Burgerlijke Stand werd goedgekeurd, werd door de Franse Assemblée Nationale ook de wet op de echtscheiding vastgesteld. Echtscheiding zou voortaan mogelijk zijn door wederzijdse instemming, of simpelweg op grond van de bewering van onverenigbaarheid van karakter door één der echtgenoten. Nadat Nederland per 1 oktober 1795 door Frankrijk werd geannexeerd, werd ook hier de Franse wet op de echtscheiding ingevoerd, en op 12-7-1796 in Maastricht afgekondigd.

Het eerste koppel dat van de nieuwe mogelijkheid gebruik maakte was het echtpaar Henricus Wilhelmus Meers en Agatha Lenaerts. De echtelieden waren op 26-11-1775 getrouwd in de Sint-Jacobkerk te Maastricht. Aanvankelijk ging alles nog redelijk goed, hetgeen blijkt uit het feit dat er 6 kinderen geboren werden, waarvan er 2 als baby stierven. Echter, na verloop van enige jaren steeg de onenigheid tussen de echtelieden. Het jongste kind was nog geen 7, toen de kerkelijke rechter, de officiaal van de aartsdiaken van Haspengouw te Maastricht, op 19-9-1794 scheiding van tafel, bed en samenwoning uitsprak. Dat betekende dus dat de huishoudens van beide echtelieden werden gescheiden, maar dat ze niet mochten hertrouwen.
Twee jaar later maakte het echtpaar gebruik van de nieuwe mogelijkheid tot echtscheiding die de burgerlijke Franse wetgeving bood. Agatha in elk geval, die van haar man af wilde, want haar man kwam niet opdagen. De ambtenaar van de Burgerlijke Stand van Maastricht, Jean-Abraham Mamin, schreef op 29 Fructidor van het jaar 4 (15-9-1796) hun akte van echtscheiding in, die daarmee de eerste echtscheiding in Nederland is. Toen Henricus Wilhelmus Meers op 2-5-1821 in Maastricht stierf, stond in zijn overlijdensakte echter toch weer “Echtgenoot van Agatha Lenaerts”. Daarna ging Agatha zich zijn weduwe noemen. Zij werd uiteindelijk 84 jaar oud en overleed in Maastricht op 18-3-1833.

De ruime mogelijkheid tot echtscheiding was overigens slechts van korte duur. Met de komst van Napoleon werd in 1803 de Code Civil  ingevoerd. Daarin werden de mogelijkheden met betrekking tot de echtscheiding weer ingeperkt, hoewel Napoleon zelf in 1809 nog wel scheidde van zijn echtgenote Joséphine. Elf jaar later, in 1814, werd de wet zelfs helemaal ingetrokken.

Koninklijke Courant, 24-4-1809

In Nederland was echtscheiden in de 19e en begin 20e eeuw nog echt een schande. Sinds het Burgerlijk Wetboek van 1838 kende Nederland slechts 4 gronden voor echtscheiding: overspel, kwaadwillige verlating, veroordeling tot onterende straffen en zware verwondingen. De Hoge Raad kwam de ongelukkigen in 1883 tegemoet door te bepalen dat een scheiding ook kon worden doorgezet als een van beiden overspel bekende – diegene hoefde dus niet meer te worden betrapt. Een ruimere regeling omtrent echtscheiding kwam er in Nederland pas in 1971.


30 augustus 2013

Het bewogen leven van Soetje Teunisse Stooker (†1799)

Mijn oudgrootmoeder Soetje Teunisse Stooker uit Strijen is 3 maal getrouwd en had kinderen uit alle 3 haar huwelijken. Dit is haar verhaal. 

Soetje Stooker is samen met haar tweelingzuster Annegie gedoopt op 20-1-1754 in Strijen. Annegie is jong overleden, want in 1757 werd opnieuw een zusje met die naam gedoopt. Zij waren dochters van Teunis Ariens Stooker (±1708-68) en Arjaantie Pauwelse Hartogh (±1712-93). Soetje is vernoemd naar haar grootmoeder van vader's zijde, Soetie Teunisse Eellant, echtgenote van Arie Hermens Stooker. 
  
De doopinschrijving van de tweeling Soetie en Annegie Stoker van 20-1-1754.

Op 20-4-1781 "heeft zig aangeegeeven om te trouwen, Soetje Teunise Stooker, j.d., gebooren en woonende te Strijen, en Clijs Jacobze de Jong, j.m., geboortig en woonende te Wieldrecht". Cleijs de Jong was rond 1745 in Wieldrecht geboren als zoon van Jacob Clijse de Jong (1711-89) en Lijsbeth van Ham (±1710-77). Soetje en Cleijs lieten op 24-2-1782 in Strijen een zoon Jacob dopen. Reeds "den 12 September 1783 geevt Klaas de Jong aan ’t lijk van Klijs Jacobsz de Jong, bij acte pro deo" in Wieldrecht. Ook Cleijs' zoontje leefde niet lang, want op 5-11-1789 werd Jacob Klijsze de Jong, overleden in Wieldrecht, begraven in 's-Gravendeel. Zijn gelijknamige grootvader was een jaar eerder in Wieldrecht overleden. 

Op 21-5-1784 in Strijen "heeft sig aangegeven om te trouwen: Soetje Teunisse Stooker, weduwe van Clijs de Jongh, geboortig en woonende alhier, met Bastiaan [sic] van der Giessen, j.m., geboortig en wonende te 's-Gravendeel". Soetje liet in Strijen op 17-7-1785 een zoon Hendrik dopen, waarvan de vader Hendrik van der Giessen is. Getuige bij de doop waren Soetje's broer Arie Stooker (1738-1820) en haar moeder Arjaantie Hartogh. Reeds op de 30e juli "brengt aan Arij Stooker 't lijk van 't kind van Soetje Stooker, weduwe van Hendrik van der Giessen, genaamd Hendrik", pro deo. Vanwege het veel voorkomen van de achternaam Van der Giessen en het ontbreken van de doopboeken van 's-Gravendeel, heb ik geen idee wie de ouders van Soetje's tweede echtgenoot zijn. 
   
De doopinschrijving van het enige kind uit Zoetje's 2e huwelijk

Op 24-11-1786 in Strijen is Soetje hertrouwd met Cornelis Cornelisz van der Giessen met wie zij in 's-Gravendeel ging wonen. Cornelis is rond 1765 geboren in de Sint Anthoniepolder. Aangezien Cornelis en Soetje in 1787 in 's-Gravendeel een dochter Barbara kregen, zal Cornelis een zoon zijn geweest van Cornelis van der Giessen en Barber van Arkel (±1725-71). Barbara is dan naar haar overleden grootmoeder vernoemd. 
Op 17-8-1792 in 's-Gravendeel kregen Cornelis en Soetje een dochter Teuntje, die vernoemd zal zijn naar Soetje's vader. Hun zoon Cornelis werd geboren op 10-9-1795 en op de 13e gedoopt in Strijen. Waarschijnlijk is hij op 24-3-1796 pro deo begraven in 's-Gravendeel. Cornelis, Soetje en hun dochters verhuisden regelmatig tussen 's-Gravendeel en de Sint Anthoniepolder heen en weer. 

Het overlijden van Soetje Teunisse Stooker werd aangegeven op 27-12-1799 in 's-Gravendeel. Haar derde echtgenoot, Cornelis van der Giessen, overleed op 26-3-1809 in Cillaarshoek. Hun dochters Barbara en Teuntje hebben beiden de volwassen leeftijd bereikt en zijn getrouwd. Teuntje trouwde op 36-jarige leeftijd met Arij van der Stel (1787-1868), die weduwnaar was van Bastiaantje Wouters van der Giessen (1781-1827) uit 's-Gravendeel. Teuntje's enige zwangerschap eindigde met een doodgeboorte. Haar zuster Barbara van der Giessen is een voorouder van mij. 

26 augustus 2013

Pieter de Sterke (1765-1842) woonde in de Kolfstraat in Dordrecht

De Kolfstraat, tussen de Vriesestraat en de Nieuwstraat in Dordrecht, is één van de oudste zijstraten van de Voorstraat. Vroeger heette de straat 's Matthys Stege naar de persoon die de ontginning van het land achter de Voorstraat voor zijn rekening nam. In een stadsrekening van 1285/6 komt een Robbrechte sHeren Mathijs sone voor, waar mogelijk de straat naar vernoemd kan zijn.
De naam van de Heer Matthijsstraat is door de eeuwen op allerlei manieren verbasterd. In het midden van de 16e eeuw schreef men "inden harmen Thyssen straedt tegens over den Colff". De Colff was een herberg, misschien met een kolfbaan erachter. Op een 17e-eeuwse kaart wordt het gedeelte ten noorden van de Dwarsgang reeds Kolff Straet genoemd; het zuidelijke deel heet dan nog Heer Mathijs Straet.


De Kolfstraat in 1910

Mijn voorouder Pieter de Sterke woonde rond 1797 in de Kolfstraat aan het oosteinde van de stad Dordrecht. Pieter is geboren op 29-10-1765 in Dordrecht als oudste zoon van David de Sterke en Louisa Smeltzing. Pieter is gedoopt op 1-11-1765 in Dordrecht en aldaar overleden op 9-12-1842. Pieter was o.a. zakkendrager en timmerman.